Preken

Daniël (4): Niet onder de indruk…

Daniël 6:1-24

Jullie hebben vast wel eens meegedaan aan een fluisterspelletje.
Als ik iemand hier voor in de kerk zachtjes een woord in het oor fluister,
en die fluistert het zacht in het oor van degene naast zich,
en zo gaat het de hele kerk door,
dan is het aan het eind een heel ander woord geworden.

Zo lijkt het ook een beetje gegaan te zijn met de namen van de koningen in het Bijbelboek Daniël.
Want de namen van de koningen in Daniël komen niet helemaal overeen met de koningen die echt hebben geleefd en geregeerd over Babylonië.
Nou vindt denk ik niet iedereen dat interessant,
Maar als je dat wel interessant vindt heb ik een overzicht gemaakt van de koningen in Daniël, en wie ze waarschijnlijk in het echt geweest zijn.
Bij de uitgang kun je die meenemen.

Koning Nebukadnessar, waar het in het begin van Daniël over gaat,
was écht de koning die Juda heeft veroverd, en de Joden heeft meegevoerd naar Babylon.
Maar vandaag hebben we gelezen over koning Darius, de Mediër.
Alleen is er een probleem: die koning heeft helemaal niet bestaan!
Er was wel een koning Darius, maar die leefde veel later.
De koning waar het in Daniël over gaat was waarschijnlijk koning Cyrus van Perzië.
Hij was de koning van Perzië,
en in 539 voor Christus versloeg hij Babel,
waardoor hij ook de nieuwe koning werd van Babylonië.

Dat de namen van de koningen in het Bijbelboek Daniël niet helemaal kloppen, komt doordat het boek pas eeuwen later is opgeschreven.
De verhalen over Daniël zijn mondeling overgeleverd.
Het waren verhalen die Joden aan elkaar vertelden om elkaar moed in te praten.
Want ook de eeuwen ná Daniël bleven heel spannend voor het Joodse volk.
Ze werden door de ene na de andere machthebber overheerst.

Toch hoeft die mondelinge overlevering niet te betekenen dat het allemaal niet klopt wat er staat.
Mondelinge overlevering in die tijd was erg betrouwbaar, soms nog betrouwbaarder dan wat werd opgeschreven.
Want als je iets overschrijft, kan je ook fouten maken.
En de verhalen over de koningen in Daniël lijken heel erg op die van de Babylonische en Perzische koningen die echt hebben geleefd in die periode.
Alleen hun namen kloppen niet helemaal.

Ook al heeft koning Darius niet echt geleefd,
het verhaal laat wel iets zien van de ingrijpende gebeurtenissen die Daniël meemaakt.
Hij maakt in zijn tijd in het paleis niet alleen verschillende machtswisselingen en staatsgrepen mee,
Maar hij maakt ook mee dat het grote Babylonische rijk wordt veroverd door de koning van Perzië.

De positie van Daniël aan het hof op dat moment kun je wel vergelijken met die van een hoge ambtenaar nu in Nederland.
Zelfs nu het kabinet is gevallen, en er straks misschien wel een heel nieuw kabinet komt, dat totaal verschilt van het vorige,
Blijven de ambtenaren vaak op hun post zitten.
Dat is belangrijk voor de continuïteit.
Je kunt niet steeds als er een nieuwe regering komt het hele ambtenarenapparaat vervangen.
Dan gaat veel kennis en kunde verloren.

Dus zelfs als het Babylonische rijk wordt veroverd door de Perzen,
Blijft Daniël een belangrijke rol spelen in het bestuur van Babel.
Inmiddels zijn er heel wat jaren verstreken sinds hij als jonge man is meegevoerd naar Babel.
Dat was in 597 voor Christus.
In Daniël 6 is het 539 voor Christus, bijna zestig jaar later. Daniël is oud geworden.
Het grootste deel van zijn leven heeft hij in Babel doorgebracht, in het paleis van koning Nebukadnessar, en van koningen na hem.
Hij heeft daar een verschil kunnen maken.
Hij heeft veel verantwoordelijkheid gekregen.
De laatste Babylonische koning heeft hem aangesteld als één van de belangrijkste bestuurders in het land.
Al die jaren is Daniël zijn geloof trouw gebleven,
En steeds weer heeft hij gemerkt dat God hem hielp.
God heeft hem wijsheid gegeven,
En hem geholpen om dromen uit te leggen.

Maar dat het zo goed gaat met Daniël,
Zorgt ervoor dat anderen jaloers worden op hem.
Zeker als de nieuwe Perzische koning ziet hoe goed hij het doet, en hoe betrouwbaar hij is,
En overweegt om Daniël aan te stellen als bestuurder over het hele rijk.

Hoge raadgevers van de koning voelen zich daardoor bedreigd door Daniël,
en ze proberen iets te vinden waar ze hem van kunnen beschuldigen.
Precies zoals je dat nu ziet in de politiek: als er iets boven komt drijven, een fout die een politicus heeft gemaakt, of een schandaal, of een misstap,
Dan kan hij of zij niet anders dan opstappen.
Een bonnetjesaffaire, of uitgelekte memo.

Maar van Daniël kunnen ze helemaal niets vinden.
Dat is een groot compliment, zeker op de positie waar Daniël in verkeert.
In de tijd dat Daniël in Babylonië was waren verschillende koningen door een samenzwering uit de weg geruimd.
Maar Daniël is altijd betrouwbaar geweest.
Dat komt doordat Daniël zijn werk niet voor zichzelf doet, maar voor God.

Dus besluiten Daniëls tegenstanders om zijn geloof tegen hem te gebruiken.
Ook dat is een groot compliment: blijkbaar wísten ze van Daniël dat hij Joods was, en dat zijn geloof belangrijk voor hem was.
Daniël bleef vertrouwen dat God hem niet had losgelaten.
Zelfs in Babel, ver weg van Jeruzalem,
Zelfs nu de Joodse tempel door Nebukadnessar was verwoest en bijna zijn hele volk naar Babel was weggevoerd,
En iedereen om hem heen steeds weer zei dat zijn God verslagen was.
Daniël blijft vertrouwen op God, en hij durft voor zijn geloof uit te komen.
Hij durft dat te laten zien.
Iedereen weet dat voor Daniël en zijn vrienden hun geloof in God belangrijker was dan het bevel van de koning.
Voor de mensen om Daniël heen moet dat iets onbegrijpelijks geweest zijn.
Iets wereldvreemds.
Hij diende de machtigste koningen van de hele wereld,
Hij zag elke dag hoe succesvol en machtig de Babylonische goden waren,
Maar toch bleef hij geloven in de God van dat kleine landje dat al een halve eeuw geleden was verslagen en van de kaart was weggevaagd.

Elke dag bad Daniël drie keer, vanuit zijn huis,
met het raam open in de richting van Jeruzalem.
Want Joden geloofden dat als je in de richting van de tempel bad,
zelfs al was je ver weg, dat God naar je luistert.

Het moet verleidelijk zijn geweest om het raam dicht te doen, en zachtjes voor zichzelf te bidden.
Maar Daniël is vastbesloten.
Hij wil God groot maken.
Hij is niet bang voor de gevolgen.
Voor Hem is God het belangrijkst.

Zelfs als er een wet gemaakt wordt die zegt dat iedereen in het rijk dertig dagen lang alleen mag bidden tot de koning.
Het is een rare wet.
Die wet is bedoeld om Daniël in de problemen te brengen.
Door die wet proberen andere hoge ambtenaren de koning te manipuleren.
En hij laat zich verleiden om die wet te ondertekenen,
zonder dat hij diep nadenkt over wat het inhoudt.

De koning is van goede wil, hij waardeert Daniël.
Maar hij heeft niet door dat de ambtenaren een vies spelletje spelen.
En het is een wet van Meden en Perzen.
Dat is een wet die niet zomaar teruggedraaid kon worden.
Zo’n wet was bedoeld om ervoor te zorgen dat de ene bestuurder niet zomaar een beslissing mocht nemen die tegen een wet van een andere bestuurder in ging.
Maar nu wordt dat gebruikt om ervoor te zorgen dat de koning er niet meer onderuit kan:
Hij moet Daniël ter dood laten brengen.

Maar als Daniël hoort van de wet,
Denkt hij er niet eens over na.
Hij gaat naar huis, en doet wat hij altijd heeft gedaan.
Hij gaat bij het open raam zitten, en begint te bidden.

Het is anders dan het verhaal van de vrienden van Daniël.
die werden gedwongen om te knielen voor een beeld dat de koning had laten maken.
Daniël hoeft alleen maar dertig dagen te wachten met bidden.
Maar hij twijfelt geen moment.
Hij wacht zelfs geen dag.
Hij gaat naar huis, en bidt tot God.

En meteen wordt hij gearresteerd, en voor de koning gebracht.

Het verhaal van Daniël in de leeuwenkuil is één van de meest bekende verhalen uit de Bijbel die er zijn.
Dat God Daniël redt als hij in de leeuwenkuil wordt gegooid.

Het is een wonder dat de leeuwen Daniël niet opeten.
Dat hij wordt beschermd. Dat God hem redt!
Maar het is de vraag wat het belangrijkste is wat dit verhaal ons wil zeggen.
Waarom dit verhaal in de Bijbel staat.
Waarom de mensen de verhalen van Daniël aan elkaar vertelden.
Dat deden ze om elkaar moed in te praten,
Om tegen elkaar te zeggen: ook al worden we bedreigd om ons geloof,
We willen net als Daniël standvastig blijven, en blijven vertrouwen op God.

Want voor veel mensen, ook in onze tijd,
zijn de omstandigheden van Daniël heel herkenbaar.

Vorige week waren er berichten in het nieuws over geweld tegen christenen in Pakistan.
Nadat christenen waren beschuldigd dat ze pagina’s uit een koran hadden gescheurd,
had een woedende menigte een kerk en huizen van christenen in brand gestoken, en zijn nog vier andere kerken beschadigd geraakt.
Zo’n nieuwsbericht veel overeenkomsten met het verhaal van Daniël.
Waarschijnlijk gaat het net als bij Daniël om mensen die vals beschuldigd zijn,
Om het geweld dat tegen christenen gebruikt wordt goed te praten.

Gelukkig is er niemand gewond geraakt, wat ook een wonder mag heten!
Maar ze zijn wel hun huizen en kerken kwijt,
En voor de mensen daar moet het heel angstig gevoeld hebben.

Waar het in Daniël aan de ene kant om gaat is dat Daniël merkt dat God bij hem is, en dat God hem beschermt.
Maar wat misschien nog wel belangrijker is,
is dat Daniël zich niet door al die dreigementen uit het veld laat slaan om te blijven geloven, om te blijven hopen.
Zelfs al loopt hij daardoor gevaar.
Zelfs al kan het hem alles kosten.

Zoals vandaag nog steeds christenen op verschillende plekken in de wereld blijven geloven, ook al lopen ze daardoor gevaar.
Ik vind dat erg indrukwekkend.
Zelf kan ik het me niet voorstellen hoe het is om bedreigd te worden vanwege je geloof.
Stel je voor dat, omdat jij christen bent, je elk moment mishandeld of gevangen gezet kan worden?
Of dat je kinderen niet kunnen studeren omdat je naar de kerk gaat?
Zou jij het volhouden om te blijven geloven?

Wat maakt dat mensen in zulke omstandigheden kúnnen blijven geloven?
Wat maakt dat Daniël niet zegt: ik wacht wel een maand met bidden?

Voor Daniël is de reden dat bidden voor hem te belangrijk is.
Zijn geloof is vanaf het begin af aan, vanaf het moment dat hij als jonge man naar Babel is gebracht, zijn grootste houvast.
Hij bidt niet omdat het een verplichting is.
Het is niet zomaar een gewoonte voor hem, om drie keer per dag te bidden.
Hij bidt omdat hij op die manier ervaart dat God bij hem is.
Voor Daniël is bidden net zo belangrijk als ademen.

Het doet me een beetje denken aan Jezus, die op een gegeven moment aan alle kanten door mensen gezocht wordt die zijn hulp willen.
Maar ze kunnen hem niet vinden,
Want hij heeft zich teruggetrokken om te bidden.
Om tijd door te brengen met God, zijn Vader.

Zo is het ook voor Daniël.
Als Daniël bidt, ervaart hij dat hij niet alleen is.
Hij kan zijn vragen bij God kwijt.
Zijn angst, om het gevaar dat om hem heen dreigt.

Voor Daniël is bidden een manier om te blijven hopen.
Want al bijna zestig jaar is Daniël weg van zijn thuis.
Al bijna een halve eeuw ligt de Joodse tempel in puin.
En waarschijnlijk gaat hij Jeruzalem nooit meer zien.
Maar hij bidt elke dag richting Jeruzalem.
Elke dag bidt hij dat God zijn volk weer thuisbrengt.
Zijn gebed geeft hem hoop.
Zelfs al blijft de wereld om hem heen veranderen.

Daniël bidt ook, omdat hij gelooft dat God hem hoort.
Dat God er is als hij bidt.
Dat God hem niet alleen heeft gelaten.
Zelfs al krijgt hij dat elke dag te horen, en gelooft iedereen om hem heen dat zijn God is verslagen,
En vinden ze hem vreemd omdat hij nog in zijn God gelooft,
Of staan ze hem zelfs naar het leven.
Maar Daniël laat zich daardoor niet uit het veld slaan.
Andere mensen kunnen zeggen wat ze willen:
Hij heeft in zijn leven ervaren dat God er is,
En hij kiest ervoor om te geloven dat God hem hoort.

En als Daniël bidt, is dat voor hem een manier om God groot te maken.
Als Daniël bidt, zegt hij elke dag drie keer:
Hoor, Israël: de Heer is onze God, de Heer is de enige.
Heb daarom de HEER, uw God, lief, met hart en ziel en de inzet van al uw krachten.
Hij maakt God groot, omdat dat hem helpt om vol te houden.
Hij zegt tegen God: U bent de enige.
U bent groter dan wat er om mij heen gebeurt.
Wat U zegt is voor mij belangrijker dan wat de koning tegen mij zegt.
Het doet denken aan de manier waarop David bidt in de Psalmen.
Als David bidt, vraagt hij niets aan God, zijn gebed is meer een geloofsbelijdenis.
Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis: U bent bij mij.
Het doet ook denken aan Paulus en Silas die in de gevangenis voor God zingen.
Het tilt ze uit boven hun omstandigheden.

Voor Daniël is het zo belangrijk om te bidden, en God groot te maken,
Dat hij liever het risico loopt om in de leeuwenkuil gegooid te worden dan om te stoppen met bidden.
Het is een indrukwekkend verhaal.
En ook een inspirerend verhaal.
Het stelt aan ons de vraag, ook al lopen wij geen gevaar vanwege ons geloof:
Hoe belangrijk is het voor mij om elke dag te bidden?
Wat betekent het voor mij om te bidden?
Voelt het als een verplichting?
Of als iets dat je even gauw doet?

Of mag je bidden zien als ademen?
Als iets dat je zo nodig hebt, dat je niet zonder kunt?
Als iets dat je helpt om te blijven hopen, te blijven vertrouwen,
Iets dat je boven je omstandigheden uit mag tillen?

Daniël is niet bang om te bidden.
En ook niet om dat aan anderen te laten zien,
Zelfs al vinden ze hem daarom gek, of begrijpen ze hem niet.
Hij houdt van God.
En hij wil daar niemand tussen laten komen.
Amen.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *