Preken

Daniël (2): Een ander Koninkrijk

Daniël 2:1-5; 10-19 en 24-35

Weten jullie nog wat je vannacht hebt gedroomd?
Soms onthou je dat, soms ook niet.

De dromen díe je onthoudt, zijn vaak de dromen je hebt vlák voordat je wakker wordt.
Zo droom ik wel eens dat ik heel diep val, en daardoor word ik wakker.
Dan voelt het net of ik écht val!
Gelukkig blijk ik dan lekker in mijn bed te liggen, en is er niks aan de hand.

Soms droom ik iets heel erg grappigs, iets wat eigenlijk niet kan.
Zo droomde ik een keer dat ik een heel erg lelijk kapsel had,
Maar iedereen zei tegen me dat het heel mooi stond.
Of ik droom over iets waar ik op dat moment heel erg mee bezig ben.
Dan kom ik mensen tegen in mijn droom die ik de dag daarvoor heb ontmoet.
Of ik droom over iets waar ik over in zit.
Dat ik mijn preek vergeet bijvoorbeeld.

Als je droomt ben je bezig om dingen te verwerken.
Je hebt allemaal indrukken opgedaan,
En je hersenen maken de boel weer een beetje op orde.
Soms kan je er juist door je dromen achter komen wat je op dat moment bezighoudt.

Zo had ook koning Nebukadnessar een droom.
Koning Nebukadnessar was de koning van Babel.
In de tijd waarin hij leefde was Babel het machtigste rijk op aarde.
Hij was een soort president van de verenigde staten,
Maar deze koning had niemand die hem tegen kon spreken.
Zoals afgelopen week Donald Trump werd aangeklaagd voor dingen die hij had gezegd,
Zulke dingen konden Nebukadnessar niet overkomen.
Hij had geen oppositie, er was geen onafhankelijke pers.
Zijn wens was bevel voor iedereen die hij tegenkwam.

Als je zoveel macht hebt, en als die macht zo absoluut is,
als één persoon alles mag bepalen,
Dan maakt dat je gek genoeg ook heel kwetsbaar.
De mensen om de koning heen deden wel vriendelijk tegen hem.
Maar wie kon hij echt vertrouwen?
Durfden ze wel tegen hem te zeggen wat ze dachten?
Of zweerden ze samen, achter zijn rug om, om hem af te zetten?
Of om hem zelfs te doden?

Misschien heb je de serie ‘House of Cards’ wel eens gezien.
Die gaat over een man die zich opwerkt tot president van de verenigde staten.
Hij werkt er ontzettend hard voor,
En is bereid om alles te doen.
Zelfs om mensen uit de weg te ruimen die hem in de weg lopen.
Maar als hij eenmaal president is geworden, komt het op hem af.
Hij beseft ineens: alles wat ik die andere mensen heb aangedaan om zelf president te worden,
Dat kunnen weer anderen ook mij aandoen.
En op een gegeven moment wordt het zo erg,
Dat hij zelfs de mensen die heel dicht bij hem staan niet meer kan vertrouwen.
Tot zijn eigen vrouw aan toe.
Hij moet steeds opletten,
Om te zorgen dat hij geen mes in zijn rug krijgt.

Dat was ook de angst van koning Nebukadnessar.
Op een nacht droomde hij er zelfs over.

Hij droomde over een groot en prachtig beeld.
Misschien had dat er wel mee te maken dat Nebukadnessar ook echt van plan was om een groot gouden beeld van zichzelf te laten maken, waar alle mensen in zijn volk voor moesten buigen.
Als teken van zijn macht.

In zijn droom was dat beeld enorm, had het een prachtige glans.
Het maakte indruk als je ernaar keek.
Het hoofd van het beeld was van goud.
De borst en de armen waren van zilver.
De buik van brons.
De benen waren van ijzer,
En de voeten van het beeld waren gemaakt van een mengsel van ijzer en klei.
Een machtig beeld.
Wie zou zo’n beeld omver halen?

Maar plots raakt er een kleine steen los van een berg in de buurt,
Zomaar, zonder dat iemand daar iets voor doet.
De steen rolt langzaam naar beneden, maar hij wordt steeds groter,
en gaat harder en harder rollen,
Tot hij met een klap tegen het standbeeld aankomt.
En het beeld wordt totaal verbrijzeld.
Er blijft niets over van al die pracht en macht.

Op dat moment schrikt de koning wakker,
en hij kan niet meer in slaap vallen.
De droom maakt hem ongerust.

Daarom geeft hij opdracht om magiërs, bezweerders, tovenaars en wijzen te laten komen.
Mensen die hem dienden aan zijn hof.
Mensen uit alle volken die hij had veroverd,
En ook Chaldeeën, die waren opgegroeid in Babel.
Ze waren specialisten in dromen uitleggen.
Want in de Babylonische cultuur werd veel betekenis gehecht aan dromen.
Een droom kon je iets vertellen, bijvoorbeeld over wat er staat te gebeuren.
De wijzen en geleerden in het paleis van koning Nebukadnessar hadden hele boeken over hoe je dromen moest uitleggen.

Al die mensen waren bang voor de koning.
Niemand durfde hem tegen te spreken.

Het eerste wat ze zeggen, als ze binnenkomen, is:
Majesteit, leef in eeuwigheid!
Alsof de koning onsterfelijk was.

Nebukadnessar vraagt aan ze om zijn droom uit te leggen.
Geen probleem, zeggen ze. Vertel hem maar. Dan leggen wij hem uit.

Maar dat is nou juist het probleem.
De koning vertrouwt geen mens.
Hij denkt: hoe weet ik of ze de waarheid spreken?
Deze mensen zeggen alleen maar wat ik wíl horen.

Daarom verzint hij een list.
Als jullie echt zo wijs zijn,
Als jullie echt in contact staan met de goden,
Zeg mij dan maar wat ik heb gedroomd!
En wat die droom betekent.

De raadgevers zeggen: dat kunnen wij helemaal niet!
En de koning wordt boos, en zegt:
Als jullie dat niet kunnen, waar zijn jullie dan goed voor?
Als jullie mij niet kunnen zeggen wat ik heb gedroomd, laat ik jullie allemaal doden.

En de wil van de koning is wet.
Als blijkt dat ze zijn droom inderdaad niet aan hem kunnen vertellen,
Beveelt hij dat alle wijzen in Babylonië ter dood gebracht moeten worden.
Al die mensen die hem dienen aan zijn hof.

Dus ook Daniël.
Vorige week hebben we al gelezen over Daniël en zijn vrienden.
Dat ze waren opgegroeid in Jeruzalem,
En dat ze gedwongen waren om in het paleis te gaan wonen van Nebukadnessar,
Om hem aan het hof te dienen.
Zij hoorden ook bij die wijzen.
Dus dat bevel van koning Nebukadnessar raakt ook hen.

Als Daniël hoort van het bevel van de koning, om alle wijzen te doden,
Informeert hij voorzichtig bij de lijfwacht.
Waarom heeft de koning zo’n wreed bevel uitgevaardigd?
En die lijfwacht legt de hele situatie aan Daniël uit.
Blijkbaar zit hij er ook mee in zijn maag.
Hij moet dat bevel van de koning uitvoeren, maar dat wil hij helemaal niet.

Op dat moment weet Daniël dat ook zijn eigen leven en dat van zijn vrienden gevaar loopt.
Daarom gaat hij direct naar de koning,
En hij vraagt de koning om tijd, zodat hij de droom kan uitleggen.

Vervolgens gaat Daniël als eerste naar zijn vrienden,
En hij vraagt zijn vrienden om te bidden.
Om te bidden of God de droom aan Daniël wil laten zien.
Daar hangt alles van af.

Als ik dit lees, dan verwonder ik me over hoe afhankelijk Daniël zich weet van God.
Ik weet niet hoe dat met jullie zit,
maar ik kan van mezelf heel erg oplossingsgericht zijn.
Als ik een probleem zie, dan wil ik daar iets aan doen.
Dan wil ik het proberen op te lossen,
Of manieren te bedenken hoe ik daarmee om kan gaan.
Dan wil ik het fixen.

Maar Daniël gaat niet proberen te fixen.
Daniël gaat met zijn probleem naar God toe.

Misschien wel omdat hij met zijn rug tegen de muur staat,
Omdat hij geen andere uitweg ziet!
Maar toch weet Daniël zich helemaal van God afhankelijk.
Zijn eerste reactie is om hulp te zoeken bij God.

Ik had een aantal jaar geleden een gesprek met een jongen die ik kende van de middelbare school.
Ik moest hem interviewen.
Het was een mooi gesprek: over hoe je kijkt naar jezelf, en naar deze wereld,
En of je gelooft of er ook meer is tussen hemel en aarde.

Die jongen vertelde mij dat hij geen gelovige ouders had,
Maar hij was wel naar een christelijke basisschool gegaan.
En daar had hij leren bidden.

Op een gegeven moment was zijn opa ziek geworden.
En hij bad en bad dat zijn opa weer beter mocht worden.
Maar dat was niet gebeurd.
Daarom was hij maar gestopt met bidden, zei hij.
Als bidden niet helpt, waarom doe je het dan?

Dat is het dubbele als je een verhaal leest als dit.
Daniël stelt zich helemaal afhankelijk op van God.
Is het daarom dat God hem verhoort?
Of had het ook nog kunnen gebeuren dat God hem die droom níet had laten zien?
En wat was er dan gebeurd?

Ik denk niet dat de boodschap van dit verhaal is:
Als je bidt, dan komt het altijd goed.
Dat denk ik niet.

Ik denk wél dat er iets heel moois zit in wat Daniël doet.
Iets waarvan God hoopt dat wij dat doen:
Dat als er iets is, iets waar we tegenaan lopen, of wat we moeilijk vinden, of spannend,
Dat we daarmee bij Hem komen.
Dat we het niet eerst zelf proberen te fixen,
Maar dat we ons van het begin af aan van Hem afhankelijk weten.
Dat is helemaal niet zo makkelijk.
En je hebt dan ook geen zekerheid dat het zo gaat zoals je hoopt.

Voor Daniël was het helemaal niet zeker of God hem zou verhoren.
Maar het enige wat hij kan bedenken om te doen in deze situatie,
is God om hulp te vragen.
Want hij gelooft dat God bij hem is, en dat God om hem geeft.
Dat is waar Daniël op vertrouwt.
En óf God hem die droom ook laat zien,
Dat ligt niet in zijn handen.

Maar als in de nacht God inderdaad de droom aan Daniël laat zien,
Wordt hij de ochtend daarna wakker, en hij prijst de God van de hemel!

Hij is van God onder de indruk!
Hij zegt:
U bent degene die koningen afzet en koningen aanstelt.
U geeft de wijzen hun wijsheid,
En de verstandigen hun kennis.

Voor Daniël is het heel erg duidelijk:
Anderen mogen van Nebukadnessar zeggen dat hij onsterfelijk is,
Maar voor Daniël is er maar één God.
Een God die koningen afzet en koningen aanstelt.
Zelfs Nebukadnessar staat niet boven die God.

Als Daniël vervolgens naar de koning toe rent,
en hem zegt dat hij de droom kan uitleggen,
Reageert de koning verbaasd.
Kan jij me echt vertellen wat ik heb gedroomd?
Daniëls antwoord is: niemand kan dat.
Wijzen kunnen dat niet. Magiërs niet.
Toekomstvoorspellers kunnen dat niet.
Ík kan dat ook niet.
Maar er is een God in de hemel, die mysteries onthult.
En hij heeft me laten zien wat u hebt gedroomd.

Daniël neemt niet zelf de eer op zich:
Hij wijst naar God.

Dan vertelt Daniël de koning over de droom, over dat standbeeld.
Dat mooie, grote, standbeeld,
Met het hoofd van goud, de borst en armen van zilver, de buik van brons en de benen van ijzer.
Hij zegt dat dat standbeeld staat voor de koninkrijken van mensen.
Het hoofd van goud is het rijk van koning Nebukadnessar.
En de andere delen van het beeld zijn de koninkrijken die na hem komen.
Een indrukwekkend beeld om te zien.
Steeds weer komt er een ander groot koninkrijk van mensen.

Misschien verwijst dat naar de verschillende grote rijken die het Babylonische rijk zullen opvolgen:
Het Perzische rijk, het Griekse rijk, het Romeinse rijk.

De één nog groter en machtiger dan de andere.
Koninkrijken van mensen.

Maar dan raakt er een steen los,
Zonder dat er een mensenhand aan te pas komt,
En die steen gaat rollen, en wordt groter,
En slaat tegen de voet van dat mooie, indrukwekkende beeld en verpulvert het.

Die steen, die gaat rollen,
die het standbeeld verbrijzelt,
Die steen is het Koninkrijk van God, zegt Daniël tegen de koning.

Macht van mensen vergaat.
Aan uw koninkrijk komt een einde,
En aan álle machtige koninkrijken die daarna komen.
Maar de God van de hemel zal een rijk op laten komen dat nooit te gronde zal gaan.
Dat rijk zal eeuwig bestaan.

En Nebukadnessar buigt voor Daniël, en zegt:
Het is waar. Jouw God is de God der goden, en de Heer der koningen.
Hij weet dat de uitleg van Daniël waar is,
Want niemand anders kon tegen hem zeggen wat hij had gedroomd, maar Daniël wel.
Het is een bijzondere droom die de koning heeft.
En de uitleg van de droom die Daniël geeft,
is aan de ene kant verontrustend,
en aan de andere kant ook heel bemoedigend.

De droom is verontrustend voor alle mensen die vasthouden aan macht.
Macht en controle zijn verslavend.
Juist vandaag zien we elke dag in het nieuws wat er gebeurt als mensen verslaafd zijn aan macht.
Wat voor vernietigende gevolgen dat kan hebben.
En blijft hebben.

Over welke rijken het in de droom precies gaat, is niet zo belangrijk.
Nebukadnessar is een koning die zo machtig is, dat niemand hem meer iets kan maken.
Maar die droom laat aan hem zien dat ook aan zijn macht, aan zijn koninkrijk, een einde komt.
En dat is precies waar Nebukadnessar het meest bang voor is:
Om zijn macht kwijt te raken.
Dat is waarom zijn volgelingen tegen hem zeggen dat hij zal leven in eeuwigheid.
Hij wil niet dat aan zijn rijk, aan zijn macht, aan zijn leven, een einde komt.
Maar uiteindelijk zal hij zijn macht toch over moeten geven.
Hij heeft niet het eeuwige leven, en zijn rijk heeft niet het eeuwige leven.

De uitleg van de droom die Daniël geeft, is ook heel bemoedigend.
Hij spreekt over dat de God van de hemel een rijk zal laten opkomen dat nooit te gronde zal gaan.
Daniël heeft het over een steen, die losraakt, zonder dat een mens daar iets voor doet.

Het is een mooi beeld:
Een steen is niets waard.
Maar die steen gaat rollen,
En gooit zo dat grote, mooie, machtige beeld omver.

Voor ons is dat bemoedigend,
Want als christenen mogen we bij die steen denken aan Jezus.
Jezus had het steeds over het koninkrijk van God, dat Daniël noemt.
Jezus zei: het koninkrijk van God is dichtbij gekomen!

En hij liet zien wat dat betekende:
Door mensen te genezen, en te vergeven, en te bevrijden.
Daarmee liet hij zien:
Als het Koninkrijk van God is aangebroken, zal er geen ziekte meer zijn,
Geen zonde, geen dood.

En net als die steen, die niets waard was ten opzichte van dat machtige beeld,
liet Jezus zien dat het koninkrijk van God ook niet gaat om kracht of macht.
Want Hij gaf zijn leven aan een kruis.
Hij werd niets.
Totaal machteloos.
Maar op de derde dag stond hij op uit de dood,
En maakte hij een begin met het Koninkrijk van God.

Voor ons is dat iets om ons aan vast te houden,
en om naar uit te kijken,
als wij nu op het nieuws steeds weer zien hoe machthebbers hun spieren laten rollen.
Ook als dat ons wel eens bang maakt, of ongerust,
mogen wij geloven dat Gods koninkrijk komt.
Want door Jezus is God bezig om in deze wereld een nieuw koninkrijk te laten komen.
Dat wordt een keer realiteit, als Jezus terugkomt uit de hemel.
Dan zal aan alle andere machten van deze wereld definitief een einde komen,
En is Jezus de enige ware koning.
Dan zal er op deze aarde gerechtigheid zijn en heelheid en vrede.

Amen.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *