Jeugddienst: Bidden

Wat kun je tegen God zeggen?

Psalm 23:1-3, uit de Bijbel in gewone taal
Een lied van David.
De Heer zorgt voor mij,
zoals een herder voor zijn schapen zorgt.
Hij geeft me alles wat ik nodig heb.
Hij leidt mij,
zoals een herder zijn schapen leidt
naar groen gras en fris water.
Bij de Heer ben ik veilig,
hij geeft mij nieuwe kracht,
zo goed is hij.

“Here, zegen deze spijze, amen.”
Wie kent dit gebed?
Ik ben wel benieuwd, misschien willen jullie de handen wel eens opsteken:
Ik denk dat bijna iedereen dit gebed wel kent.
Heel veel mensen, en ook veel kinderen, bidden dit gebed altijd thuis, voor het eten.
Wij deden dat vroeger ook.
Al vond ik het geen leuk gebed, want ik moest altijd denken aan spijs,
zoals in de kerststol, en dat vond ik helemaal niet lekker.
Pas later kwam ik erachter dat spijze een oud woord is voor eten.

Als kind leerden onze ouders ons ook gebedjes voor het slapen gaan.
Bijvoorbeeld ‘Ik ga slapen, ik ben moe. Doe mijn beide oogjes toe.
Here, houd ook deze nacht, over mij getrouw de wacht.’

Het zijn allemaal gebeden die je als kind leert.
Omdat je ze bidt voor het eten, of voor het slapen gaan.

Als je jong bent, dan bid je dat mee met je ouders.
Maar ik weet nog heel goed dat ik een jaar of 11 of 12 was, toen ik dacht:
nou moet het daar maar eens mee afgelopen zijn!
Ik was er altijd trouw mee doorgegaan,
Ook toen ik zelf naar bed ging, en niet meer door mijn ouders werd ingestopt,
maar ik begon me een beetje te groot te voelen voor zulke gebedjes.
En ik deed het ook steeds sneller, om er maar gauw van af te zijn.
En nu dacht ik: het is tijd dat ik zelf ga bidden voordat ik ga slapen. Met woorden.
Maar ik vond het wel heel lastig.
Hoe doe je dat dan?
Waar begin je mee?

Dus ik werd stil, en ging zachtjes bidden voor alle dingen die in mijn gedachten opkwamen.
Voor dingen die ik spannend vond. Een toets bijvoorbeeld.
Of ik vroeg God of Hij mij ergens bij wilde helpen.
Of ik vroeg of Hij iets wilde vergeven waar ik spijt van had.
Af en toe bad ik ook voor andere mensen.
Als er iemand ziek was bijvoorbeeld.
Of voor iets dat ik op het nieuws had gezien.

Als je het goed bekijkt, dan is bidden iets dat je moet leren om te doen.
Het is proberen,
en zo kun je er steeds meer achter komen wat je allemaal kunt zeggen tegen God.

Maar waar ik in mijn tienerjaren ook steeds meer achter begon te komen:
Als je zo bidt zoals ik dat altijd deed, dan ben je ook vooral bezig met jezelf.
Met je eigen problemen, en vragen.

En daar is niks mis mee.
Maar je kunt ook op een andere manier bidden.
Zoals David doet, in Psalm 23.
Een psalm is een lied, maar het is eigenlijk ook een gebed.
En David begint in Psalm 23 niet door zijn problemen aan God te vertellen,
of die van mensen om hem heen.
David begint bij God zelf.

Hij zegt tegen God: U zorgt voor mij.
U geeft mij alles wat ik nodig heb.
U leidt mij, zoals een herder de schapen naar groene weiden en fris water leidt.
Bij U kom ik tot rust.
Bij U vindt ik nieuwe kracht.

Hoor je wat David doet?
Hij zegt niet tegen God: hier zijn al mijn problemen, wilt U ze oplossen?
Nee, hij zegt tegen God:
U bent groter dan al mijn problemen. Groter dan mijn vragen.
Hij komt niet bij God met een boodschappenlijstje.
Maar hij komt bij God om tot rust te komen.
Om weer nieuwe kracht te vinden.

Dat is wat bidden als eerste is.
Als je bidt, dan mag je alles aan God vragen.
Alles tegen God zeggen.
Maar het begint erbij dat je bij God tot rust mag komen.
Omdat je weet dat Hij groter is dan je problemen.

En daarom wil ik nu met jullie bidden,
Maar ik ga niks zeggen.
Misschien heb je zelf iets wat je tegen God wil zeggen, of aan God wil vragen.
Of misschien wil je gewoon even tot rust komen bij God.

—–

Verbonden met God

Johannes 15:5-8, uit de Bijbel in gewone taal.
Ik ben de stam van de druivenplant en jullie zijn de takken. Als jullie met mij verbonden blijven en ik met jullie, dan zul je veel goeds kunnen doen. Maar zonder mij kun je niets. Als je niet met mij verbonden blijft, loopt het slecht met je af. Dan lijk je op een tak die van de stam af gehaald is. Zo’n tak verdort, en hij wordt opgeruimd en in het vuur gegooid.
Jullie moeten dus met mij verbonden blijven, en naar mijn woorden luisteren. Dan zal alles wat je vraagt, gebeuren. Jullie zullen dan, als leerlingen van mij, veel goede dingen doen. Zo maken jullie de hemelse macht van mijn Vader zichtbaar.

Een stel bouwvakkers is bezig met het bouwen van een huis.
En als isolatiemateriaal stoppen ze allemaal zaagsel tussen de muren.
Plotseling roept één van hen: jongens, ik ben mijn gouden horloge kwijt!

Ze stoppen, en beginnen overal te zoeken. Alles gaat van zijn plaats.
Ze graaien nog tussen het zaagsel in de muur,
en zoeken tussen het zaagsel dat nog op de grond verspreid ligt,
maar van het horloge ontbreekt elk spoor. Ze zijn uren aan het zoeken,
en dan is het etenstijd. Ze moeten stoppen.

Maar als iedereen weg is, blijft één van hen doorgaan met zoeken.
En met succes! Want tien minuten later komt hij aanlopen.
Hij zit helemaal onder het zaagsel, maar hij heeft het horloge in zijn hand.
Verrast komt iedereen eromheen staan om te vragen hoe hij het gevonden heeft.
En met een glunderend gezicht zegt hij:
Toen jullie weg waren, ben ik tussen het zaagsel op de grond gaan liggen,
En heb ik me heel erg stil gehouden.
En toen heb ik net zo lang geluisterd, tot ik het hoorde tikken!

Een bijzonder verhaal, he? En bidden is eigenlijk net zo!
Het is stoppen met al die dingen waar je de hele dag mee bezig bent,
En het is even stil worden. Naast praten met God, ook luisteren naar God.

Door bidden, blijf je met God in verbinding staan.
Kijk eens naar wat je kunt doen met je smartphone.
Je kunt ermee bellen, appjes sturen, Instagrammen, gamen.
Maar wat als je de SIM-kaart eruit haalt?
En je geen verbinding meer met een netwerk kunt maken?
Dan is het niet meer dan een veredelde rekenmachine.
Je kunt er ineens niets meer mee.
Superjammer! Want je zou er zoveel meer mee kunnen doen!

Jezus vertelt daar iets over aan zijn leerlingen.
Hij vertelt het vlak voordat hij gekruisigd zal worden.
Hij zegt: jullie hebben de afgelopen jaren erg dicht bij mij geleefd.
Jullie hebben geluisterd naar wat ik zei, en jullie hebben gezien wat ik deed.
Maar als ik straks niet meer bij jullie ben,
dan moeten jullie niet als een kip zonder kop jullie eigen gang gaan,
en op eigen houtje een kerk opzetten.
Jullie moeten met mij verbonden blijven,
Alleen dan kunnen jullie echt vrucht dragen.
Zoals een wijnrank, de tak van de wijnplant,
verbonden moet blijven met de wijnstok om vrucht te dragen.
Alleen richt die wijnrank niet veel uit.
Aan een losse tak groeien geen druiven.
Hij verschrompelt, en is op den duur niks meer waard.
Maar als de tak aan de wijnstok verbonden blijft,
Dan groeit en bloeit hij.

Heel veel mensen denken: je mag alleen bij God horen,
Als je aan heel veel voorwaarden voldoet.
Als je goed bent voor de mensen om je heen.
Als je nooit vloekt. Als je je altijd netjes gedraagt.

Maar in plaats van te zeggen dat we bij Hem mogen horen door alle goede dingen die we doen,
zegt Jezus dat we juist veranderen doordat we bij Hem zijn.
Doordat we tijd met Hem doorbrengen.
Eigenlijk zegt hij: je kunt het nog zo goed voor elkaar hebben,
het belangrijkste is dat je mij erbij betrekt,
dat ik de kern ben van wat je doet, zelfs van je hele leven.

Dat is zo belangrijk, dat Jezus zelfs zegt: zonder mij kun je niets doen.
Dat klinkt misschien wat overdreven voor je gevoel.
Mensen kunnen toch ook goede dingen doen zonder te geloven?
Maar het beeld dat Jezus schetst is wel duidelijk.
Als je los raakt van de wijnstok, draag je geen vrucht meer.
Als je los raakt van Jezus, kun je misschien nog wel vrucht dragen,
maar niet meer vruchten voor God.
Dan wordt Zijn leven minder in jou zichtbaar.
Dan kun je uiteindelijk verdorren, zoals de wijnrank,
omdat je niet meer gevoed wordt door Zijn liefde.

Maar eigenlijk is dat wel wat wij vaak proberen.
We willen alle problemen om ons heen zelf oplossen.
We willen zelf de controle over ons leven in handen houden.
We denken zelf te weten welke kant het op moet met ons leven.
En we beginnen al ijverig te bouwen, en te werken.

Bidden is dat je dan even een stapje terug doet, zoals die bouwvakker.
En dat je naar God toe gaat.
Dat je probeert te luisteren naar wat Hij tegen je wil zeggen.
En vraagt: God, wilt U geven dat Uw leven in mij zichtbaar mag worden?

—–

Wat kun je aan God vragen?

Lukas 11:5-10, uit de Bijbel in gewone taal
Daarna zei Jezus: ‘Stel dat je midden in de nacht naar het huis van een vriend gaat en roept: ‘Kan ik drie broden van je lenen? Want ik heb plotseling bezoek gekregen. Het is een vriend van me, die op reis is. Maar ik heb geen eten voor hem in huis.’
Wat denk je dat er dan gebeurt? Zal je vriend binnenblijven en roepen: ‘Laat me met rust! De deur is allang op slot, de kinderen en ik liggen al in bed. Ik kan nu niet opstaan om je iets te geven’? Nee! Luister naar mijn woorden: Je vriend zal opstaan en je alles geven wat je nodig hebt. Niet alleen omdat hij je vriend is. Maar vooral omdat jij zo onbeleefd was om het te vragen.
Luister daarom naar mijn woorden: Als je iets vraagt, zul je het krijgen. Als je iets zoekt, zul je het vinden. Als je op de deur klopt, wordt er voor je opengedaan. Want iedereen die om iets vraagt, zal het krijgen. En iedereen die iets zoekt, zal het vinden. En voor iedereen die klopt, wordt de deur opengedaan.

Een paar jaar geleden moest ik voor mijn studie iemand interviewen die niet naar de kerk ging,
En vragen waar hij in geloofde.

Ik sprak toen met een jongen die ik nog kende van de middelbare school.
Hij vertelde me dat zijn ouders niet gelovig waren,
Maar dat hij als kind wel naar een christelijke basisschool was gegaan.
En dat hij het geloof erg mooi vond. Het bidden, en het zingen.
Hij was er heel serieus mee bezig.

Maar op een bepaald moment was er iets gebeurd waardoor hij erg teleurgesteld was geraakt. Zijn opa werd ziek. Ernstig ziek.
En hij zei tegen mij: ik bad en ik bad dat mijn opa weer beter mocht worden.
Maar er gebeurde niets.
En uiteindelijk stierf mijn opa.
Vanaf toen ben ik gestopt met bidden.

Hoe kan dat, dat Jezus zegt: vraag, en je zult ontvangen,
Maar dat hij niet kreeg waar hij om vroeg?
Als God je gebeden niet verhoort,
Waarom zou je dan toch blijven bidden?

Stel, je gaat naar je moeder.
En je vraagt: mam, mag ik een koekje.
En je moeder zegt: nee, dat is niet goed voor je.
Je hebt net al een koekje gehad.
Zou je dan voor altijd stoppen met je moeder vragen om een koekje?
Of met je moeder vragen om wat dan ook?

Of stel dat je aan je vader vraagt:
Pap, mag ik een racefiets?
Maar je vader zegt: je mag wel een racefiets, maar dan moet je er zelf voor sparen.
Zou je dan zeggen: geef me die fiets, of je bent niet meer mijn vader?

Zoals je vader of moeder niet meteen alles geeft waar je om vraagt,
Zo geeft God ook niet meteen alles waar je om vraagt.
In de film ‘Bruce Almighty’ krijgt een man een tijdje alle krachten van God.
En hij hoort ook alle gebeden van de mensen. Gek wordt hij ervan!
Het zijn er zoveel, dat hij alle mensen maar gewoon hun zin geeft,
zonder erbij na te denken.
Maar voor je het weet, is het een grote chaos in de wereld.
Iedereen krijgt wat hij of zij wil.
Maar de wereld wordt er niet beter van. De mensen worden er juist egoïstischer van.

Maar als God niet altijd aan ons geeft waar we om vragen,
Waarom zou je dan toch blijven bidden?
Omdat God wel altijd naar je luistert.
Hij hoort alles wat je zegt, ook al doet Hij niet meteen alles wat je aan Hem vraagt.
Soms omdat dat beter is voor je. Of omdat Hij jou iets wil leren.
Soms weet je ook niet precies waarom wel, of waarom niet.
Zoals ik niet weet waarom de opa van die jongen toch niet beter is geworden.
Op zulke dingen heb je niet altijd een antwoord.

Jezus heeft zijn leerlingen ooit een gebed leren bidden.
Dat gebed is het Onze Vader. Dat ken je misschien wel.
Eén zinnetje daaruit is:
Laat uw wil geschieden. Dat betekent: laat gebeuren wat U wilt.
Dat kan best lastig zijn om te zeggen.
Laat niet gebeuren wat ik wil. Wat ik belangrijk vind.
Maar wat U wilt. Wat U belangrijk vindt.

Bidden is niet alleen God om heel veel dingen vragen.
Het is ook om dingen vragen waarvan jij gelooft dat ze horen bij wat God wil.
Je vraagt God niet om een nieuwe racefiets, of om een mooie nieuwe auto.
Maar je vraagt God wel of hij bij je wil zijn als je ziek bent bijvoorbeeld.
Of als je iets heel erg spannend vindt.
En of hij bij iemand om je heen wil zijn.
Iemand die het moeilijk heeft.
Iemand die ziek is.
Iemand uit je klas die gepest wordt.
Dan vraag je God niet alleen wat je zelf wilt, al kun je daar natuurlijk ook om vragen.
Maar je vraagt God om iets dat Hij ook belangrijk vindt.
En als je dat doet, zegt Jezus: dan mag je altijd weten dat God naar je luistert. 
Als een vader of moeder al alles aan een kind wil geven dat het nodig heeft,
Dan wil God dat zeker!

Als je bij God aanklopt, zegt Jezus: blijf dan bidden.
Blijf zoeken. Blijf kloppen.
Want God laat zich altijd vinden.
Zelfs als je er niet zeker van bent of Hij er wel is.
Als je niks hoort, of niks voelt, of niks merkt,
Betekent dat niet dat Hij er niet is.
Hij luistert altijd naar je.
En zelfs al lossen je problemen niet allemaal op als je bidt:
Hij laat je niet los!

—–

Waarvoor zou je God danken?

Filippenzen 4:4-7, uit de Bijbel in gewone taal
Jullie moeten blij zijn, omdat jullie bij de Heer horen. Ik zeg het nog eens: Wees altijd blij. Laat iedereen merken dat jullie vriendelijk zijn. En bedenk goed: de Heer is dicht bij ons. Maak je geen zorgen, maar vraag God alles wat je nodig hebt. Bid tot God, wat er ook gebeurt. En dank hem altijd.
Dan zal God zijn vrede aan jullie geven. Dat is een vrede die geen mens ooit gekend heeft. Die vrede zal jullie gevoel en jullie gedachten beschermen tegen al het kwaad. Want jullie horen bij Jezus Christus.

We hadden het er net over dat God niet alles doet wat je aan Hem vraagt.
Maar er is nog iets wat ik daarover wil vertellen.
Op de universiteit waar ik op zat,
was er een groepje studenten, die elke week met elkaar ging bidden.
Ik deed daar ook aan mee.
We deden dan een popcorngebed.
Dat is een gebed, waarbij iedereen om de beurt iets ging bidden,
Maar niet in een vaste volgorde.
Een beetje zoals popcorn dus. Dan die, en dan die.

Voordat we gingen bidden, schreven we altijd een paar gebedspunten op.
Dingen en mensen waar we voor wilden bidden.
Bijvoorbeeld iemand die ziek was,
Of iemand waar het niet zo goed mee ging.
Of als er tentamens waren.
En die gebedspunten hielden we bij in een mapje.
Iemand moest dat mapje bewaren, en op een gegeven moment ging ik dat doen.
Maar ik was toch ook wel een beetje nieuwsgierig.
Dus ging ik erin bladeren,
om te kijken waar er de afgelopen jaren allemaal voor gebeden was.
En wat ik heel bijzonder vond:
Heel veel van die dingen waren toch gebeurd!

Als je voor iets bidt, dan vind je dat op dat moment heel erg belangrijk.
Maar als dan uiteindelijk gebeurt waar je om gevraagd hebt,
Dan vergeet je het weer heel snel!
Gek is dat, hè?

Terwijl het soms ook heel erg mooi is om de tijd te nemen om God te bedanken voor alles wat Hij je gegeven heeft.
Als je dankt, dan kan dat je helpen om heel anders tegen de wereld aan te kijken.
Je kunt steeds mopperen omdat je zoveel dingen niet hebt.
Of omdat zoveel dingen niet gaan zoals je zou willen.
Maar je kunt ook dankbaar zijn voor alles wat je wel hebt.

Je kunt God bedanken voor de adem in je longen.
Voor het dak boven je hoofd.
Voor familie, en vrienden, en mensen om je heen.
Soms kun je God zelfs danken voor mensen om je heen die je eigenlijk niet zo mag.
Omdat dat ook mensen zijn die God gemaakt heeft.
Van wie God houdt.

Danken, dat is God de credits geven voor wat je hebt en voor wie je bent.
Het is zeggen tegen God: ik heb dit allemaal niet aan mezelf te danken, maar aan U.
En daarom kan danken je helpen om bescheiden te zijn, nederig.
Je beseft: alles wat ik heb, alles wie ik ben, dat heb ik van God gekregen.
En dat maakt dat je er nog meer van uit wilt delen.

Het maakt ook dat je tevredener bent met het leven dat je leidt.
Je hoeft niet steeds méér.
Maar je ziet wat je al hebt.
Er is eens een studie geweest, die zei dat mensen die in God geloven gemiddeld gelukkiger zijn dan mensen die dat niet doen.
Hoe kan dat?
Dat kan omdat die mensen vaak dankbaarder in het leven staan.
En zich minder uit het veld laten slaan als er iets moeilijks gebeurt.
Dat alleen moet geen reden zijn om te geloven,
Maar het laat wel zien hoe mooi het kan zijn om dankbaar te leven!

Danken kan je helpen om weer blij te worden, zelfs in moeilijke omstandigheden.
Omdat je weet: God is bij mij.
Hij laat me niet los.

Paulus zegt in het stukje dat we net hebben gelezen:
Door God te danken, word je je daar bewust van.
Dat je er nooit alleen voor staat.
En dat God bij je is.
Als je Hem dankt, wat je omstandigheden ook zijn,
Dan geeft Hij je zijn vrede.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *