Preken

Ananias: bidden is luisteren

Handelingen 9:1-22

Er zijn vast wel voetballiefhebbers hier in de kerk!
Wie van jullie kijkt graag voetbal? Steek je hand maar eens op.
En wie van jullie is fan van een specifieke club, zoals Feyenoord, of Sparta, of misschien Ajax, of nog een andere?
Wees niet bang, ik zal niet vragen welke 馃槈

Stel je nou eens voor: je hebt een vriendenkring, waar iedereen fan is van dezelfde club.
Al jarenlang zijn jullie trouwe fans.
E茅n van je vrienden is de allergrootste fan.
Je kent niemand die zich meer verbonden weet met jouw club dan hij.
Hij heeft het met de paplepel ingegoten gekregen,
Zijn liefde voor de club gaat generaties terug.
Hij is nog net geen hooligan.
Of misschien is hij het wel, gaat zijn liefde voor de club soms net te ver,
laat hij zich te veel meeslepen.
Als ze de tegenpartij uitschelden, schreeuwt hij het allerhardst!
En hij is ook wel eens een keer opgepakt omdat zijn gedrag na een wedstrijd gewoon niet kon.
Hij houdt van de club, met hart en nieren!

En dan, op een dag, als jij met je vriendengroep naar een wedstrijd wil gaan,
Komt hij ineens aanzetten in de kleuren van een andere club.
En niet zomaar een andere club: van jullie grootste rivaal!
De club waar hij altijd zo fel tegen is geweest!
Als hij eerst voor Feyenoord was, is hij nu voor Ajax.
En hij begint te vertellen over waarom dat de beste club is.
Ik denk dat je dan op zijn minst wel even staat te kijken: wat gebeurt hier!

We hebben net het verhaal gehoord van Saulus, die later Paulus wordt genoemd.
Saulus, die bekend staat als een hardliner.
Als zijn naam klinkt, worden de volgelingen van Jezus ongerust.

Hij stond erbij toen Stefanus ter dood werd veroordeeld omdat hij in Jezus geloofde, en Saulus vond het prima.
Hij heeft in Jeruzalem, en Judea, volgelingen van Jezus gevangen gezet,
en voor het gerecht gebracht,
En nu is hij zelfs op weg naar Damascus, buiten de grenzen van Isra毛l,
Om daar mensen die geloven dat Jezus de zoon van God is gevangen te nemen en mee te nemen naar Jeruzalem.

Wat maakt dat Saulus daar z贸 fel in is?
Wat maakt dat hij de volgelingen van Jezus zo gevaarlijk vindt, dat hij ze moet bestrijden?

Saulus ziet zichzelf niet als iemand die ergens t茅gen strijdt,
Tegen de christenen,
Maar hij ziet zichzelf als iemand die ergens v贸贸r strijdt.
Hij ziet de volgelingen van Jezus als een bedreiging voor zijn eigen, geliefde geloof.
Een geloof waar hij mee groot gebracht is,
Waar hij over gestudeerd heeft, bij een belangrijke leraar,
Waar hij elke dag uit leeft.
Er is 茅茅n God, Jahweh, de God van Isra毛l.
Naast Hem is er geen andere god.
Heb Hem lief met heel je hart en heel je ziel, en heel je verstand.

Maar de volgelingen van Jezus, beweren dat Jezus de zoon van God is!
Hoe kan dat? Hoe kan een mens de zoon van God zijn?
Een mens die is gekruisigd!
Bij Saulus kan dat er niet in!
Dat is godslastering!
Hij moet dat tegengaan.
Want als teveel mensen dat gaan geloven, loopt zijn eigen geloof gevaar.
D谩t kan hij niet zomaar laten gebeuren.

Saulus is daarin z贸 fel, dat hij de volgelingen van Jezus zelfs buiten de grenzen van Isra毛l wil bestrijden.
Want op dat moment zijn veel van hen al uit Isra毛l weggetrokken,
Omdat het daar niet veilig was.
Maar juist daardoor verspreidt hun geloof zich.

Saulus krijgt toestemming van de hogepriester om achter ze aan te gaan.
Dat is niet niks!
De hogepriester was de hoogste Joodse autoriteit.
Misschien dacht die hogepriester wel: die jonge Saulus is zo fanatiek,
Laat hem het vuile werk maar opknappen!
Laat hem het maar doen!
Dan kan ik mijn handen ervan af trekken.

Het was een lange reis van Jeruzalem naar Damascus.
Een reis die veel voor Saulus betekent.
Het voelt voor hem alsof hij dit voor God doet.
Alsof hij voor God strijdt.
Zoals nu mensen nog steeds geweld kunnen rechtvaardigen vanuit hun geloof.
Ik doe dit niet voor mezelf, of 贸m mezelf, ik doe dit voor God.

Misschien neemt Saulus onderweg wel de tijd en de ruimte om te bidden.
God, wilt U mij leiden, wilt U met me meegaan?
Wilt U ze aan me uitleveren?
Misschien zocht hij wel bevestiging, dat dit een goede weg was.
Hoopte hij dat dit hem dichter bij God zou brengen.

Misschien bad hij wel: God, laat U aan me zien!
Ik verlang naar U. Ik verlang ernaar om dicht bij U te zijn!
Alles in mij is op U gericht!

Ik vul dit natuurlijk maar in, maar ergens kan ik het me niet anders voorstellen.
Want Saulus maakte deze reis niet voor niets!
Hij deed dit voor God. Hij deed dit vanuit zijn geloof.

Saulus bidt of God zich aan Hem wil laten zien.
En dan gebeurt waar hij om heeft gebeden.
Een fel licht uit de hemel omstraalt hem, en de mensen die bij hem zijn.
Saulus valt op de grond,
En hij hoort een stem!
Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?
Mij?
Wie bent U, Heer?
Ik ben Jezus, die jij vervolgt.

Voor mij is dit een verhaal dat elke keer weer zo raakt als ik het lees!
Jezus laat zich aan Saulus zien. Aan Saulus, die zich zo tegen hem verzet!
En n铆et om hem heel slecht te laten voelen over zichzelf!

Jezus laat zich aan Saulus zien, misschien wel als antwoord op zijn gebed!
Ik verlang naar U!
Ik verlang ernaar om U te kennen!
Maar waar Saulus verwacht om de stem van God te horen, die zegt: wat ben je goed bezig!,
Hoort hij de stem van Jezus, die zegt: waarom vervolg je mij?
Jezus, die zichzelf identificeert met de mensen die Saulus gevangen wil zetten, en zelfs wil laten doden.

Hij weet niet meer wat hij moet zeggen.
Want alles schiet tekort.
Het moet zo鈥檔 schok geweest zijn voor Saulus!
Alles wie hij dacht te zijn, alles wat hij geloofde, wordt in 茅茅n klap op z鈥檔 kop gezet!
Hij komt overeind, maar hij ziet niks meer.
Hij is blind.
En de mensen die bij hem zijn, die 贸贸k de stem hebben gehoord,
Brengen hem naar Damascus.
Drie dagen lang eet of drinkt hij niets.

Daar in Damascus woont een volgeling van Jezus.
Ananias.
Iemand over wie we verder niets weten.
Hij is niet een van de apostelen, hij is gewoon een christen.

De naam Saulus was voor hem niet onbekend.
Blijkbaar was het geen nieuws voor Ananias dat Saulus naar Damascus kwam.
Hij heeft het al gehoord.
Dat zegt wel iets over wat Saulus allemaal al had gedaan.
Ananias zette zich al schrap voor dat Saulus zou komen.
Maar het loopt heel anders dan hij dacht!

Hij krijgt een visioen.
In het Bijbelboek Handelingen gebeurt dat wel m茅茅r.
Dat mensen een visioen krijgen.
Dat Jezus op die manier tegen ze spreekt.
Een paar weken terug, met Pinksteren, vertelde Ester over het visioen dat Petrus kreeg:
Hij moest naar Cornelius, een Romeinse hoofdman.
Vandaag lezen we dat Ananias een visioen krijgt dat hij naar Saulus moet gaan.

Het valt wel op!
Steeds moeten ze naar iemand toe, waar ze uit zichzelf nooit naartoe gegaan zouden zijn!
Petrus, een Jood, moet naar een Romeinse hoofdman, die niet Joods was,
Om Hem te vertellen over Jezus,
En nu moet Ananias naar Saulus.
Saulus, van wie hij weet dat hij christenen gevangen zet!
Ananias stribbelt tegen.
Hij zegt tegen Jezus: moet ik naar h茅m toe?
U weet toch wat voor iemand hij is?
Ik heb wel over hem gehoord!

Maar Jezus zegt: ga maar.
Hij weet dat je eraan komt.

Jezus vraagt niet alleen aan Ananias om naar Saulus toe te gaan,
Maar hij vraagt aan hem om voor Saulus te bidden.
En om hem de handen op te leggen.

Het is alsof Jezus tegen Ananias zegt:
Ananias, Saulus hoort bij mij.
Ik heb hem lief.
En ik wil dat jij hem ook lief hebt.
Ondanks alles wat je over hem weet.
Ondanks dat je eigenlijk bang voor hem bent.
Ik wil dat je naar hem toe gaat,
En dat je voor hem bidt.

Je hebt vast wel eens gehoord van de uitdrukking dat de kerk het lichaam van Christus is.
Zijn handen, en voeten, en ogen, en oren.
Het is nu een paar weken na Pinksteren.
Met Pinksteren hebben we gehoord dat de volgelingen van Jezus de heilige Geest krijgen.
En wat de heilige Geest doet, is dat Hij ons steeds meer op Jezus wil laten lijken.
Wij mogen, als christenen, samen, Jezus handen en voeten zijn.

Het is mooi om te zien, in het boek Handelingen,
Dat Jezus de eerste christenen leert om te zijn zoals hij,
en om te denken zoals hij deed.
Als je de verhalen leest over Jezus,
dan zie je dat hij 贸贸k steeds afstapt op mensen die helemaal niet voor de hand liggen.
Op tollenaars, en vissers, en prostituees.
Hij heeft ze lief.
Hij gaat z贸 naar ze toe!
Ook bijvoorbeeld naar mensen die een huidziekte hebben.
Niemand wil bij ze in de buurt komen,
Maar Jezus gaat naar ze toe, en raakt ze aan, en geneest ze.

In Handelingen zie je dat Jezus mensen aanspreekt.
Dat Jezus zichzelf aan mensen laat zien.
Aan mensen zoals Saulus.
En vervolgens vraagt hij aan christenen om naar ze toe te gaan.
Om op ze af te stappen.
Om ze lief te hebben, zoals Hij ze lief heeft.

Jezus heeft Saulus lief, en hij vraagt Ananias om Saulus ook lief te hebben.

En van Ananias vraagt dat heel wat.
Hij moet 贸ver zijn angst heen stappen. Over zijn wantrouwen.
Want moet hij nu geloven dat Saulus 茅cht veranderd is?
Ananias kent zelf vast mensen die door Saulus gevangen zijn genomen.
Misschien denkt hij wel:
Wat als het allemaal een leugen blijkt te zijn, een list? Wat als Saulus doet alsof?
Maar het is Jezus die tegen hem zegt: ga naar Saulus toe!
En Ananias besluit om daarnaar te luisteren.

Hij gaat naar het huis waar Saulus is.
Hij legt hem de handen op,
Hij bidt voor hem,
en de eerste woorden die hij dan zegt, zijn:
Saulus, broeder.

Mooi is dat.
Hij noemt Saulus zijn broer.
Saulus, je hoort bij ons.
Je bent een kind van God.

En de verandering bij Saulus is enorm.
Bij Saulus gaat het zoals in het voorbeeld aan het begin van de preek, over de voetbalclubs.
Hij is totaal omgedraaid!
Hij laat zich dopen, hij eet,
En hij gaat naar buiten om in de synagogen te vertellen dat Jezus de zoon van God is.
De mensen in de synagoge weten niet wat ze overkomt!

Het is een indrukwekkend verhaal.
Je merkt, later in de brieven van Paulus,
Dat hij er z茅lf nog steeds van onder de indruk is.
Door genade ben ik wie ik ben, zegt hij.
Doordat God van mij hield, zelfs al streed ik tegen hem.

Dit verhaal kan ook best wel ver van je af staan.
Want wat er hier gebeurt,
dat Saulus een licht ziet, en de stem van Jezus hoort,
En dat mensen visioenen krijgen,
Dat hoor je niet zo vaak.
Dat klinkt heel exotisch.
Zoiets gebeurt in de Bijbel, maar gebeurt het ook in het echt?

Ananias hoort de stem van God, en besluit daarnaar te luisteren.
Ik vind dat z茅lf soms nog wel eens een moeilijke vraag.
Hoe kan je luisteren naar God?
Hoe kan je Gods stem verstaan?
Dat lijkt zo vanzelfsprekend voor Petrus, en voor Ananias.
Is dat ook zo vanzelfsprekend voor ons?

Ik was daar deze week over aan het nadenken, en toen dacht ik:
Ik denk dat het begint bij dat we ervoor open staan.
Dat we bidden: God, wilt U mij helpen om Uw stem te verstaan?
Wilt U me helpen om te zien wat U belangrijk vindt?
Wilt U me helpen om te zien wie U op mijn pad brengt?

Heel vaak als wij bidden, dan praten we.
Maar nemen we ook de tijd om te luisteren?
Ik vind dat zelf ook wel een spannende vraag.
En als je dan stil bent, en er iets in je gedachten komt,
Een tekst, of een lied, of iemand aan wie je denkt,
Durf je dan ook te geloven dat dat iets is dat God aan je laat zien?

In het boek Handelingen gaat het via een visioen. Via een droom.
Maar dat hoeft niet.
Ik heb wel eens gehad dat ik aan het bidden was, en dat ik zomaar ineens aan iemand dacht. H茅, hoe zou het daarmee zijn?
Bidden is praten, maar het is 贸贸k proberen te luisteren.

Wat ik ook denk dat wij uit dit verhaal mogen halen,
Is dat wij de handen en voeten van Jezus mogen zijn.

In Handelingen zie je dat Jezus met mensen bezig is,
dat Jezus zich aan mensen laat zien.
Mensen waar je het helemaal niet bij zou verwachten.
En vervolgens vraagt hij van christenen om naar ze toe te gaan,
En ze lief te hebben.

In het verhaal van Saulus laat Jezus zichzelf aan Saulus zien.
En vervolgens schakelt hij Ananias in om naar Saulus toe te gaan,
En voor hem te bidden.
Hij wil dat Ananias Saulus liefheeft.

En Ananias die durft het.
Die durft zich in beweging te laten zetten.

Dat wij de handen en voeten van Jezus zijn,
Betekent dat wij lief mogen hebben wie Jezus lief heeft.
Dus ook mensen die wij eigenlijk niet zo mogen.
Of zelfs waar we uit onszelf nooit naartoe zouden gaan.
Dat wij ons in beweging durven laten zetten.

Het laatste, dat ik ook mooi vind om te noemen,
Is dat het in dit verhaal van Saulus allemaal heel plotseling gaat.
Hij krijgt een visioen, Hij hoort de stem van Jezus,
En zijn leven is in 茅茅n klap omgedraaid!

Je zou bijna het idee krijgen dat het altijd zo gaat!
Dat geloven iets is wat je van de 茅ne op de andere dag doet.
Dat je altijd een bekeringservaring hebt, zoals Saulus.
Terwijl het heel vaak veel langer duurt dat mensen die daarvoor niet geloofden, gaan geloven. Vaak wel jaren.

Ik heb jaren geleden evangelisatiewerk gedaan, op een camping,
We hadden een recreatieprogramma,
En daarnaast gingen we met mensen in gesprek over God, en over geloof.
Bijvoorbeeld tijdens een dagsluiting, waar mensen van de camping naartoe konden komen.

Ik weet nog dat ik daar voor het eerst aan mee deed,
En dat ik met een jongere in gesprek raakte.
Ik vond het heel spannend, want ik dacht: nou moet het gaan gebeuren!
Het hangt allemaal af van wat ik nu zeg!
Maar er gebeurde niks.
Ik had een mooi gesprek, en dat was het.

Ik had daar een verkeerd beeld van.
In Engeland is daar een keer onderzoek naar gedaan:
Wist je dat bij mensen die gaan geloven,
Het gemiddeld zo鈥檔 tien jaar duurt voor ze echt zeggen: ik geloof!
Dat is echt heel lang.
En het helpt dan niet als je er druk op legt.
Mensen hebben tijd nodig om het te verkennen.

Ik heb dat evangelisatiewerk een paar jaar gedaan,
En al snel werd ik daar meer ontspannen in.
Je loopt even met mensen op.
Je luistert, je deelt soms iets met ze over je geloof,
maar daarna mag je ze ook weer loslaten.
En vertrouwen dat God zijn weg gaat met iemand.

En wat ook nog zo is:
dat was op een camping, maar de meeste mensen die gaan geloven,
Doen dat door een langdurig contact dat ze met iemand anders hebben.
Of met meerdere mensen.
Met een partner, of met een goede vriend, of een goede collega.
Trouw zijn is daarin heel belangrijk.

Het belangrijkste om uit deze tekst mee te nemen,
Is dat Jezus ons vraagt om lief te hebben, zoals hij liefhad.
Dat wij daarin op Jezus mogen lijken.
Dat d谩t is waarvoor hij ons in wil schakelen.

En wij mogen proberen te luisteren naar de stem van God.
God, wilt U me helpen om te zien wat U belangrijk vindt?
Wilt U me helpen om te zien wie U op mijn pad brengt?
Help me om te luisteren naar wat U wil zeggen.

Amen.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *