Afstand houden?
Afstand houden?

Afstand houden?

Tekst: Mattheüs 9:18-26

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Afstand.
Er is misschien geen woord dat we het laatste jaar zoveel hebben gehoord, op corona na.
1,5 meter afstand.
Om jezelf, en om anderen te beschermen.
Inmiddels is de ‘regel’ om afstand te houden versoepeld.
Al lijkt het er ook wel op dat hij best wel eens terug zou kunnen komen,
zoals het nu met de cijfers gaat.

Afstand houden is niet alleen iets van ónze tijd.
Als je die oude, grote kerken ziet, uit de middeleeuwen,
waar heel veel mensen in konden,
Dan zie je soms ook dat die kerken een klein raampje hebben aan de zijkant.
Bijvoorbeeld bij de Sint Michaëlskerk in Zwolle. Daar is ook zo’n raampje.
Dat was bedoeld voor mensen met een besmettelijke ziekte.
Zij mochten niet in de kerk komen,
maar op die manier konden ze toch de dienst meemaken.

En ook in de tijd van Jezus waren er regels om mensen op afstand te houden.
In die tijd hadden ze nog geen idee wat virussen of bacteriën waren,
En er waren ook geen medicijnen. Veel ziektes konden niet behandeld worden.
Maar ze wisten wel dat een ziekte besmettelijk kon zijn.
Daarom waren er hele duidelijke regels over wie of wat je aan kon raken, en wie of wat niet.
En ook wat je moest doen, als je iemand had aangeraakt die ‘onrein’ was.
Dat waren geen overbodige regels.
Die ziektes die toen soms rondgingen waren bedreigend.
Ze konden je leven kapotmaken.
Bijvoorbeeld huidziektes als lepra.
Als je dat kreeg, dan was je ongeneeslijk ziek,
en wist je zeker dat je een langzame, pijnlijke dood zou sterven.
Die regels waren dus meer praktisch.
Om te zorgen dat de samenleving kon blijven functioneren.
Het Joodse volk in de tijd van Jezus had heel véél regels om te zorgen dat je niet met ziekte in aanraking kwam.
Regels uit de Bijbel, maar ook regels die zij zelf nog hadden aangescherpt.
Bij bepaalde dingen moest je uit de buurt blijven, anders was je ‘onrein’.
En twee dingen die bovenaan dat lijstje stonden,
Dat waren lichamen van overleden mensen,
en vrouwen die ongesteld waren.
Als je ‘rein’ wilde blijven, dan mocht je die niet aanraken.
En in het kleine stukje uit de Bijbel, dat we net hebben gelezen,
wordt Jezus eerst aangeraakt door een vrouw die bloedingen heeft,
En dan raakt hij zelf het lichaam van een overleden meisje aan.

Van de vier evangeliën, de vier Bijbelboeken over het leven van Jezus,
Is het boek Matteüs, waar we uit hebben gelezen,
het boek dat het meest gericht is op een Joods publiek.
De lezers van Matteüs waren Joods.
Zij wisten dus meteen als ze dit lazen dat die vrouw en het meisje onrein waren.
Dat Jezus ze niet aan mocht raken.
En tóch deed hij dat.

Het is een heel chaotisch verhaal. Er gebeurt van alles door elkaar.
Daaraan proef je een beetje hoe het was op de plekken waar Jezus kwam.
Mensen kwamen overal vandaan om hem te zien.
Het begint met: “Jezus was nog niet uitgesproken, of..”
Of het volgende diende zich alweer aan.
Hij had net gegeten, met tollenaars en zondaars.
Het verhaal dat ik twee weken geleden met jullie heb gelezen.
En naar aanleiding daarvan was Jezus in een discussie verzeild geraakt met de farizeeën.
“Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars!”, zegt Jezus.
Jezus ging om met zondige mensen.
Mensen die het, volgens de normen en waarden van die tijd,
niet waard waren om je tijd en aandacht aan te besteden.
Waar je verre van moest blijven.
En daarna raakte hij in een gesprek over waarom zijn leerlingen niet vastten.
Waarom ze zoveel aten en dronken.

En dán gebeurt dit.
Een man komt bij Jezus. Een vooraanstaand man.
Iemand die zich normaal gesproken heel waardig moest gedragen.
Die rustig liep, die beheerst was, die op kalme toon met mensen sprak.
Hij had een sociale status, en die moest hij beschermen.
Maar dat heeft hij op dit moment allemaal overboord gegooid.
Hij is in paniek.
Zijn dochtertje is net overleden.
Je kan je niet voorstellen hoe hij zich gevoeld moet hebben op dat moment.
Hij is ten einde raad.
Wat kan hij doen?
Hij heeft gehoord dat er een profeet is in de stad, die mensen geneest.
En voor hij weet wat hij doet, rent hij zijn huis uit, de weg op,
naar de plek waar Jezus zit,
als een rabbi, omringd door een menigte mensen die met hem discussiëren.
Én mensen die hopen dat hij ze kan genezen.
Die ook gehoord hebben over de wonderen die Jezus doet.

Die man, die helemaal van slag is, baant zich een weg door de mensen.
Kom alstublieft!, roept hij naar Jezus.
Leg mijn dochter de handen op, zodat ze weer zal leven!
Hij trekt zich niks aan van zijn dorpsgenoten, van wat zij wel niet zullen denken.
Híj vecht voor zijn dochtertje.
Jezus is zijn laatste hoop.
Een strohalm. Maar hij pakt hem met beide handen vast.

En Jezus staat meteen op, en wil met hem meelopen.
Maar dan baant zich ook een ander een weg naar hem. Een vrouw.
Eén van de mensen in de menigte, die hoopten dat Jezus ze kon genezen.
De vrouw is ziek. Ze heeft al twaalf jaar bloedingen.
Al twaalf jaar wordt zij gezien als onrein.
En ze raakt de mantel van Jezus aan, omdat ze hoopt te genezen.

Wat had Jezus kunnen doen? Hoe had hij kúnnen reageren?
Hij had boos kunnen worden op de vrouw!
Waarom raak je me aan!?
Je bent onrein! Ga weg!
De menigte had boos kunnen worden op de vrouw.
Hoeveel mensen had zij al wel niet aangeraakt?
Voor ons is het onvoorstelbaar dat ze zo dachten over een vrouw die bloedingen had.
Dat ze daar zelf ook ziek van konden worden. Of onrein.
Maar dat zat er heel diep in.

Soms héb je dat wel, dat herken je zelf misschien ook wel van het afgelopen jaar.
Er zijn momenten dat het goed is om afstand te houden.
Maar ook soms momenten waarvan je achteraf misschien denkt:
ga ik er niet té rigoreus mee om?
Ben ik soms niet té bang?
Al is dat heel moeilijk.
Want het gaat over iets dat je niet kan zien.

Zo was dat voor de mensen in die tijd precies hetzelfde.
Angst is niet altijd rationeel.
Je kunt er zelfs boos om worden, op elkaar.
Waarom ga jij er zo precies mee om? Kun je niet wat relaxter zijn?
Waarom wil je geen afstand van me houden? Je staat zo dicht op me!
Als je bang bent, als je ergens over in zit,
of dat nou angst is om ziek te worden, of om beperkt te worden in je vrijheid,
Dan is het moeilijk om rustig een gesprek te voeren.
Dat weten we inmiddels allemaal wel.

Maar Jezus reageert niet boos.
En ook niet verontwaardigd.
Niet boos op de vrouw, én niet op de mensen.
Hij houdt geen preek over dat de afstand onzin is.
Dat ze zich maar wat inbeelden.
En hij zegt ook niet tegen de vrouw: wat doe je nou?
Hij is niet bang voor haar.
Jezus zíet de vrouw.
Hij kijkt haar aan met liefde. Hij zíet haar geloof.
En hij zegt tegen haar: je geloof heeft je gered.
Het komt goed.
Hij steekt haar een hart onder de riem. En de vrouw is genezen.
Er gebeurt iets bijzonders.
Want dat de vrouw Jezus aanraakt, maakt hem niet onrein.
Het is juist andersom.
Dat zij Jezus aanraakt, geneest haar.
Hij zegt tegen haar: je geloof heeft je gered!
En dat is breder dan alleen genezen.
De vrouw zoekt genezing.
Dat zegt ze in vers 21. Ik zal genezen als ik zijn mantel aanraak.
Maar ze krijgt nog meer.
Ze krijgt Jezus op de koop toe.

Dat was wat Jezus vanaf het begin af aan deed.
Hij was bezig om de mensen en de wereld te genezen,
van alles dat het kapot maakte, van alles dat het vernietigde.
Van ziekte, van zonde, en zelfs van de dood.
Jezus zei: het koninkrijk van God is nabij gekomen. En dat bedoelde hij heel letterlijk!
In Hem was daar al iets van zichtbaar en voelbaar en merkbaar.
Van God, die alles heel maakt, en goed.

Want een zieke genezen, dat is één ding.
Maar iemand uit de dood op laten staan, dat gaat nog veel verder.
Jezus gaat mee met de man, die zo in paniek is,
naar zijn huis, waar zijn overleden dochtertje ligt.
Iedereen wéét dat ze niet meer leeft.
Ze zijn al begonnen met de uitvaartrituelen,
zoals ze dat in die tijd en in die cultuur deden.
Hardop huilen, en klagen, om de overledene.
Om een jong leven dat zomaar is opgehouden.

En als Jezus dan binnenkomt, en zegt: “ze slaapt alleen maar”, dan lachen ze hem uit.
Waarom zegt hij dat?
Iedereen weet toch dat ze is gestorven?
Terwijl Jezus het misschien wel zegt om haar ouders gerust te stellen.
Het komt goed.

Hij neemt een groot risico, door naar het meisje toe te gaan, en haar aan te raken.
Wat zouden de mensen zeggen, als ze níet uit de dood op zou staan?
Hij zou zichzelf onrein maken.
Hij zou belachelijk gemaakt worden.
Het huis uit gezet.
Misschien wel een boze menigte op zich af krijgen.

Maar Jezus pakt de hand vast van het meisje.. En ze staat op.
Wat moet het stil geweest zijn op dat moment.
Wat een onvoorstelbare vreugde moet er door haar ouders heen zijn gegaan!
Je kan het je niet indenken.
Jezus durfde hun dochtertje aan te raken, en nu leefde ze weer.

Het is een Bijbelverhaal dat je aan het denken zet.
Misschien is het mooi om eens te bedenken hoe het zou zijn geweest,
als jij iemand uit het verhaal was geweest.
Een van de leerlingen van Jezus.
Of één van de omstanders.
Of de vrouw, die bloedingen had.
Of de vader van het meisje. Of zelfs Jezus zelf.
Wat was er door jou heen gegaan als je dit had meegemaakt?

Wat mij op dit moment aanspreekt in dit verhaal, is de houding van Jezus.
Hij graaft zich niet in in zijn gelijk.
Hij gaat niet de discussie aan. Hij geeft geen oordeel.
Hij probeert de ménsen er niet van te overtuigen dat ze verkeerd bezig zijn,
Én hij wordt niet boos op de vrouw omdat ze hem aanraakt.
Hij negeert het als mensen om hem lachen.

Jezus zíet de vrouw.
En hij zíet de vader van het meisje.
Dát is waar zijn aandacht ligt.
Híj is bezig om redding te brengen. Om te genezen.
Om de mensen Gods liefde te laten zíen.
Hij brengt hoop. Hij brengt vreugde. Hij geeft liefde.
Jezus navolgen is niet makkelijk.
Maar wie zijn wij, als christenen, om het niet te proberen?
Amen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *