Ontspannen getuigen

Tekst: Handelingen 8:26-40

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Het verhaal dat we vanmorgen hebben gelezen, uit Handelingen,
gaat over een bijzondere ontmoeting
Een ontmoeting tussen Filippus en een man die uit een ver land is gekomen.

De man is een eunuch.
Mannen die eunuch waren, waren mannen die aan het hof werkten,
waarbij ervoor gezorgd werd dat ze zelf geen kinderen meer konden krijgen,
zodat ze betrouwbare dienaren konden zijn aan het hof,
en ze geen misstappen konden maken.
In die tijd werd een eunuch vaak met minachting bekeken.
Je koos er niet zelf voor om een eunuch te zijn.
Het was een slaaf, of iemand die uit een arm gezin afkomstig was.

Maar de man die vanuit Jeruzalem naar het zuiden trekt,
is niet zomaar een eunuch, een dienaar.
Hij is een belangrijk man.
Een hoge ambtenaar van de koningin van Ethiopië,
die belast is met het beheer van haar schatkist.

Waarschijnlijk is deze eunuch een Jood.
We lezen al met het Pinksterfeest dat Joden uit verschillende landen en streken zich bij feesten in Jeruzalem verzamelden.

En zo was ook deze eunuch naar Jeruzalem gekomen om God te aanbidden,
in de tempel.
Dat was een verre reis, zeker in die tijd!
Misschien maakte hij die reis maar een keer in zijn leven.
En dat zegt ook iets over hem. Hij nam zijn geloof serieus.
Maar hij hoopte in Jeruzalem ook iets te vinden.
Om meer over God te weten te komen.
Hij had zelfs een boekrol meegenomen uit Jeruzalem, van de profeet Jesaja.
Boekrollen waren erg kostbaar in die tijd!

In Jesaja wordt mild en liefdevol gesproken over mensen die eunuch zijn.
Misschien dat hij daarom zo geïnteresseerd was in deze profeet.
In Jesaja staat:
Laat de eunuch niet zeggen: ‘Ik ben maar een dorre boom.’
Want dit zegt de HEER:
De eunuch die mijn sabbat in acht neemt,
die keuzes maakt naar mijn wil,
die vasthoudt aan mijn verbond,
hem geef ik iets beters dan zonen en dochters:
een gedenkteken en een naam in mijn tempel
en binnen de muren van mijn stad.
Ik geef hem een eeuwige naam,
een naam die onvergankelijk is.

In zijn reiswagen zit deze hoge ambtenaar van de Ethiopische koningin uit die rol te lezen.
Hardop, want dat was de enige manier waarop mensen in die tijd lazen.
Stil lezen bestond nog niet.

Filippus is ook op die weg, en hij hoort hem lezen.
Filippus was eén van de twaalf leerlingen van Jezus.
Na Pinksteren was de kerk erg gegroeid.
De Joodse leiders voelden zich daardoor bedreigd,
en ze begonnen de christenen gevangen te zetten, en te doden,
om te voorkomen dat ze hun geloof verspreidden.
Ze hoopten dat de mensen bang zouden worden.

Maar het had een averechts effect.
In plaats van dat de christenen in Jeruzalem bleven,
en daar over Jezus vertelden, verspreidden ze zich.
Filippus ging naar Samaria, het gebied ten Noorden van Jeruzalem.
Hij trok daar rond, en vertelde de mensen over Jezus.
Veel mensen in dat gebied kwamen tot geloof.

Dit verhaal speelt zich echter wat zuidelijker af.
Op de weg van Jeruzalem naar Gaza.
Jeruzalem was een kruispunt van culturen.
De weg naar Gaza was de hoofdweg die leidde naar Egypte, en naar Afrika.

Een engel van de Heer zegt tegen Filippus dat hij naar die weg moet gaan.
Filippus doet wat God van hem vraagt.
En hij raakt op die weg in gesprek met de eunuch.

Wat Filippus doet, is best spannend.
Zomaar op een vreemde afstappen, en over God praten.

Een aantal jaar terug deed ik evangelisatiewerk op een camping.
We probeerden daar met jongeren die niet geloven in gesprek te gaan over ons geloof.
En ik weet nog dat ik dat heel spannend vond.
Dat kwam doordat ik daar voor mezelf heel veel druk op legde.
Ik bad ervoor dat ik met iemand een mooi gesprek mocht hebben.
En toen stapte ik op iemand af, en begon een gesprek over God.

Ergens diep van binnen hoopte ik dat die jongen na één gesprek zou zeggen:
ja, ik zie het ook! Ik geloof!
Zoals de eunuch zich na het gesprek met Filippus meteen wil laten dopen.
Dit verhaal had ik in mijn achterhoofd toen ik dat deed.

Maar dat gebeurde niet.
Ik had best een mooi gesprek met de jongen, maar hij ging er niet door geloven.
En na een tijdje besefte ik dat het helemaal niet zo werkt.
Dat je een gesprek hebt met iemand,
en dat diegene na afloop opstaat en zegt: nou geloof ik!

Je kunt hooguit een klein schakeltje zijn.
Erop vertrouwen dat God al met iemand bezig is voordat je diegene ontmoet,
en dat Hij ook verder gaat met iemand na die ontmoeting.

Maar ik denk dat dat ook geldt voor dit verhaal.

Ik denk namelijk niet dat de bekering van deze eunuch iets is wat op één dag,
in één ontmoeting is gebeurd.
God was al lang met deze man bezig.
De man was nieuwsgierig geworden.
Hij was aan het zoeken.

En hij was in die rol van Jesaja aan het lezen.
Een gedeelte over de lijdende dienstknecht.
Een tekst die in eerste instantie gaat over het volk Israël,
dat moet lijden als het in gevangenschap wordt weggevoerd naar een ander land.
God belooft dat Hij het volk ook weer zal herstellen.
Dat de Israëlieten weer terug zouden keren naar Jeruzalem,
en daar weer een nieuw bestaan op konden bouwen.

De eunuch is bezig om deze tekst te lezen,
en te begrijpen wat er staat.
En als Filippus hem hoort lezen, vraagt hij:
begrijpt u wat u leest?

De man vraagt Filippus om de tekst aan hem uit te leggen,
en dat is wat Filippus doet.
Maar hij laat hem ook een nieuwe laag in de tekst zien.
Dat de tekst niet alleen iets zegt over het volk Israël,
maar ook over Jezus, de zoon van God.
Omdat er dingen in staan die zo overeenkomen met het lijdensverhaal van Jezus.

Hij werd mishandeld, maar verzette zich niet
en deed zijn mond niet open.
Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid,
als een ooi die stil is bij haar scheerders
deed hij zijn mond niet open.
Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.
Wie van zijn tijdgenoten heeft er oog voor gehad?
Hij werd verbannen uit het land der levenden,
om de zonden van mijn volk werd hij geslagen.
Hij kreeg een graf bij misdadigers,
zijn laatste rustplaats was bij de rijken.
Het is bijzonder, dat Filippus net langs kwam toen de man dit gedeelte aan het lezen was!
God zorgde ervoor dat Filippus op het goede moment op de goede plek was.
Dat had niets met de kwaliteiten van Filippus te maken.
Met dat hij zo goed kon evangeliseren, of zo goed kon vertellen.

Wat Filippus wel deed, was dat hij zich door God liet inschakelen.
Hij durfde op de man af te stappen.
En eigenlijk doet hij dat op een best wel ontspannen manier!
Hij is niet degene die erop aandringt dat die eunuch zich moet laten dopen.
Hij beantwoordt alleen zijn vragen.
Hij loopt met hem op.

En toch blijft het een bijzonder verhaal.
Hoe ging dat met Filippus?
Hoorde hij een duidelijke stem, die zei: ga naar die weg toe?
Als je het verhaal leest, dan zou je dat wel denken.
Een engel van de Heer spreekt direct tegen Filippus.
En er zitten meer wonderlijke elementen in het verhaal.
Zoals dat Filippus ineens verdwenen is nadat hij de man gedoopt heeft.
Filippus lijkt hier bijna wel een engel!

Zoiets als in dit verhaal wordt beschreven, zal ons niet zo snel overkomen.
Maar ik weet niet of je dat herkent:
soms kun je wel bijzondere ontmoetingen hebben.
Die je zelf niet regisseert, waar je verder niets voor doet.
En waarvan je achteraf denkt: wat een mooie ontmoeting was dat!

Een jaar voordat ik predikant werd,
gaf ik catechisatie aan een groep jongeren in Nijverdal.
Vanaf Kampen was dat een klein uurtje reizen, met de trein.
Eerst langs Zwolle, en daar moest ik overstappen op de stoptrein naar Nijverdal.

Op één avond had ik best een mooi gesprek gehad met die jongeren.
En ik was daar nog over aan het nadenken,
terwijl ik op het perron in Nijverdal op de trein stond te wachten.

Ik zag op schermen die daar hingen dat de trein 5 minuten vertraagd was.
Dat gebeurde wel vaker, dus ik bleef rustig staan wachten.
Maar na een tijdje kwam er verandering in:
De trein kwam maar niet,
En de 5 minuten werden 10 minuten.
En plotseling veranderde het beeld.
Er kwam een grote streep door de trein heen, en ook door de volgende.
Ik dacht: oei, voorlopig sta ik hier nog wel!
Ik had geen andere manier om naar huis te komen.

Een jongen die naast me stond keek ook naar het scherm.
We hadden nog niet gepraat,
maar ik zag hem bedenkelijk kijken.
En toen zei hij ineens:
mijn auto staat hier op het station, en ik moet naar Zwolle voor mijn werk.
Wil je misschien meerijden?

Ja, zei ik! Graag!
We liepen naar zijn auto, stapten in en gingen rijden.

En al snel hadden we een gesprek over de meest uiteenlopende dingen.
Ik vroeg hem naar zijn werk.
Hij werkte bij de dienstregeling van de NS,
en vertelde daar gepassioneerd over.
Daarop vroeg hij me wat ik deed,
en ik legde uit dat ik theologie studeerde.
En vervolgens begon hij te vertellen hoe hij dacht over de kerk.
Welk beeld hij had van de kerk.

En hij stelde me allemaal vragen.
Hij vroeg me waarom ik predikant wilde worden.
En wat ik die avond had verteld, bij de catechisatie.
Hij vertelde dat hij pas bij een trouwdienst was geweest,
en dat dat hem een heel ander beeld van de kerk had gegeven dan hij had.
En hij vroeg of het echt zo was dat gelovigen geen televisie mogen kijken.

Uiteindelijk kwamen we bij het station, en hij zette me af.
Na deze ontmoeting heb ik die jongen niet meer gezien.
Maar ik dacht wel: wat een bijzonder gesprek!
Een gesprek als dit, dat had ik zelf nooit zo kunnen plannen!
Maar toch gebeurde het.
En zelfs al is hij denk ik niet gaan geloven na dit gesprek,
ik denk wel dat ik een klein schakeltje mocht zijn.
Om de drempel naar de kerk, en naar God, wat kleiner te maken.
Maar daar heb ik zelf maar weinig voor gedaan!

Als ik het verhaal lees over Filippus, en zijn ontmoeting met de Eunuch,
dan stel ik me ook voor dat het zo gegaan is.
Misschien dat God niet letterlijk tegen Filippus zei: ga daar naartoe.
Maar dat Filippus wel op het goede moment op de goede plek was.
En dat hij besefte dat dat geen toeval was!

Filippus helpt de man om deze tekst te lezen.
Maar uiteindelijk is het niet Filippus die hem helpt om God te vinden.
God doet dat zelf, door de tekst die de man aan het lezen is,
en door te zorgen dat hij Filippus op het goede moment op de goede plek ontmoet.

Wat Filippus wel doet,
is dat hij het niet uit de weg gaat om het gesprek met die man aan te gaan.

En wat ik nou ga zeggen, is wel een beetje spannend:
ik denk dat wij dat vaak wel doen.
Wij gaan dat wel uit de weg.
Omdat we bang zijn dat anderen het maar niks vinden als wij geloven.
Of dat ze ons opdringerig vinden als we over ons geloof beginnen.

Ik denk dat wij vaak erg bescheiden met ons geloof omgaan,
en misschien soms zelfs een beetje té bescheiden.
Omdat het ook wel veilig is om er niet teveel over te praten.

En als ik zeg ‘wij’, bedoel ik ook ‘wij’.
Dat zeg ik niet alleen tegen jullie, maar ook tegen mezelf.
Ik vind het spannend om over God te beginnen als ik met iemand in gesprek ben.
Om bijvoorbeeld aan iemand te vragen:
hoe ervaar jij je geloof op dit moment, in deze situatie?
Wie is God voor jou?
Ook met iemand van wie ik wel weet dat diegene gelooft.

En eigenlijk vind ik het best wel jammer dat ik dat niet zo snel doe.
Want door dat te doen kun je soms juist hele mooie gesprekken krijgen.
Niet omdat ik zelf heel veel te brengen heb,
en de ander vooral moet ontvangen.
Een geloofsgesprek is geen monoloog.
Het is iets dat je samen doet.
Je boort een diepere laag aan, en gaat die samen verkennen.
Zoals Filippus en de man samen die tekst gaan lezen, en erover praten.

Je gaat woorden zoeken voor dingen die er echt toe doen.
Woorden voor God, en woorden voor wat Hij voor je betekent.
Ik heb er nog nooit spijt van gehad als ik de moed vond om zo’n vraag te stellen,
om zo’n gesprek aan te gaan.

Maar de drempel is wel heel hoog.
En ik weet niet goed waar dat in zit.
Ik denk dat jullie dat vast wel zullen herkennen.

Dat komt misschien ook wel doordat je bang bent dat je met je mond vol tanden komt te staan.
Dat je niets weet te zeggen op wat een ander tegen je zegt, of aan je vraagt.
Omdat je denkt dat je alle antwoorden moet hebben,
er zelf al helemaal over uit moet zijn.

Of je bent bang dat je met vijandelijkheid te maken krijgt.
Dat je je heel kwetsbaar opstelt,
en dat iemand anders daar niet goed mee omgaat.
Of daar helemaal geen trek in heeft, dat je het daarover hebt,
en dat ook ronduit tegen je zegt. Daar heb ik niks mee!
Of je bent bang dat diegene een laatje open trekt met moeilijke ervaringen met God of met de kerk,
en dat je daar niets op weet te zeggen.
Of diegene blijkt heel anders in zijn of haar geloof te staan dan jij.

Maar misschien is luisteren naar Gods stem, zoals Filippus doet,
ook wel zelf durven om met anderen over God te praten.
Om er eerlijk voor uit te komen dat je gelooft.
Om er, op momenten dat dat gepast is,
Er op een ontspannen manier met anderen over te beginnen.
Door gewoon eens een open vraag te stellen.
Door te luisteren.
En ook iets te durven delen van waarom jij zelf gelooft.
Ook al is dat spannend.
Is dat kwetsbaar.

Ik denk dat als wij dat meer gaan durven, dat we dan, net als Filippus,
soms ontzettend bijzondere ontmoetingen kunnen hebben.
Waarin je samen mag verkennen wie God voor jou is.
En je elkaar op weg mag helpen.
Dan gaat het er niet om dat de één tegen de ander zegt hoe die moet geloven.
Maar wel dat je elkaar mag bemoedigen door te delen wie God voor jou is.
En elkaar zo op Gods spoor mag zetten.

Uiteindelijk is je geloof niet iets om je voor te schamen.
Iets wat je verstopt, om het veilig te houden,
zoals de man met het ene talent zijn talent verstopte zodat hij het weer heel terug kon geven aan de eigenaar.
Je geloof is een licht, dat je mag laten schijnen voor de mensen.
In daden, én ook in woorden.
Ook al is dat spannend.
Maar een geloof dat je met anderen deelt, wordt niet minder.
Het wordt juist meer, en mooier, en krachtiger.

Zo’n gesprek, dat is ook iets wat je kunt oefenen, in een veilige omgeving.
Ik denk dat wij dat in de kerk soms ook wat weinig doen.
Terwijl de kerk bij uitstek een plek is waar je niet bang hoeft te zijn dat mensen jou om je geloof zullen veroordelen.

Oefening baart kunst. En daarom heb ik vandaag een opdracht voor júllie.
Jullie hebben vast de kaartjes met plaatjes al zien liggen op de avondmaalstafel.
Straks, na de dienst, gaan we koffie drinken met elkaar.
En de opdracht die ik je wil geven, is:
zoek eens een plaatje uit dat iets vertelt over jouw geloof.
Een plaatje over hoe jij God ziet, bijvoorbeeld.
Of van wat je geloof voor jou betekent.
En deel dat tijdens de koffie eens met iemand anders.
Of met een paar anderen.

Je zult zien dat er mooie dingen uit komen door dat met elkaar te delen.
Ik wil jullie trouwens wel vragen om de kaartjes niet mee naar huis nemen,
maar ze na afloop weer terug te leggen.

Als het gesprek met Filippus is afgelopen, zegt de eunuch tegen hem:
wat is er op tegen dat ik me laat dopen?
En dat is wat Filippus doet.
Daarna is hij weer verdwenen.

Misschien ging dat niet eens zo heel plotseling.
Maar Filippus moest de man loslaten.
Hij mocht even met hem oplopen, en moet nu weer verder gaan.

En ook de man vervolgt vol blijdschap zijn weg.
Want hij heeft niet alleen een ontmoeting gehad met Filippus.
Hij heeft een ontmoeting gehad met Christus.
En ook al is Filippus verdwenen:
Christus gaat met hem mee.
Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *