1e zondag van advent – Wachten

Tekst: Micha 4:1-5 en Micha 5:1-4

Geliefde gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

Hebben jullie ook al eens in de wachtkamer van een ziekenhuis gezeten?
Of bij de dokter? Of de tandarts?
Op de een of andere manier, als ik daar zit,
dan vind ik dat altijd best spannend.
Ik zit daar dan met andere mensen, die ook zitten te wachten.
Onbekenden, ik durf niet echt met ze te praten,
want dat voelt wat ongemakkelijk.
En ondertussen weet ik ook niet precies wanneer ik nou aan de beurt ben.

Want als ik er naartoe ga, ben ik eigenlijk altijd te vroeg,
dus moet ik al een tijdje wachten,
En dan loopt het over het algemeen ook nog eens uit.
Soms best een tijd.
Ik heb ooit een keer drie kwartier in een wachtkamer gezeten.
En de spanning bouwt zich dan op!
Zeker als je het al spannend vindt.

Nou is het advent.
En advent gaat ook over wachten.
Soms is dat wachten wel prima.
Want je weet al wat er komt:
We leven toe naar Kerst.
Naar de geboorte van Jezus.
En het Kerstverhaal is een verhaal dat we al door en door kennen.
Daar zit niet zoveel spannends meer aan, toch?

Maar advent is een periode van verwachting,
van toe leven naar Kerst,
om ons opnieuw over de geboorte van dit kind te verwonderen.

We lezen teksten uit het Oude Testament, de Joodse Bijbel, om te kunnen zien:
Wat werd er nou, in die tijd, ‘verwacht’ van dit kind?

Want in de tijd waarin Jezus werd geboren,
was er ook echt de verwachting dát er ‘iemand’ zou komen.
Ook zo’n spanningsvolle verwachting.
De mensen wachtten op een Messias. Een gezalfde, een koning.
Een afstammeling van David.
Die alles recht zal zetten, en zal heersen over heel de aarde.
Die vrede zal brengen.
Licht in de duisternis.

Die verwachting, daar staan we in de adventsperiode bij stil.
Die proberen we ons eigen te maken.
Wat betekent de geboorte van dit kind? Wie is Hij?
Waarom is hij gekomen? Van wie is Hij een koning?

En bij dat ‘verwachten’ hoort ook jezelf klaarmaken.
Jezelf gereed maken voor de komst van die koning.
Advent is een tijd van inkeer,
net als in de veertigdagentijd voor Pasen,
waarbij je bewuster probeert te leven.
En kijkt wat dingen zijn in jouw leven,
die jou in de weg staan om vol verwachting uit te kijken naar de komst van Jezus.

In de adventstijd staat,
naast de verwachting van de geboorte van Jezus,
ook een andere verwachting centraal.
Een heel ander soort verwachting, zou je kunnen zeggen.
Namelijk de verwachting van een nieuwe toekomst.
Van Gods toekomst.

Het gaat niet alleen over wat zich tweeduizend jaar geleden heeft afgespeeld.
Dat Jezus toen is geboren.
Maar het is ook een tijd waarin we stilgezet worden bij de verwachting dat Jezus weer terug zal komen.
En dat is natuurlijk ook iets spannends om op te wachten.
Want je weet niet hoe dat eruit ziet. Hoe dat zal zijn.
Hoe kun je daar voor klaarstaan?

Of misschien ben je daar helemaal niet zo mee bezig.
Voelt het meer als een ver-van-je-bed-show.

Daarom is het goed om er juist nu, in de adventstijd, bij stilgezet te worden.

Want verwacht je dat eigenlijk nog wel?
En waarom dan?
Wat betekent het?
Want het staat zo ver van ons af!

We hebben gelezen uit het Bijbelboek Micha.
En in Micha komen eigenlijk al die dingen die ik net heb genoemd, samen.

Micha heeft namelijk een visioen over de toekomst.

Het is een prachtig toekomstbeeld, waar hij over vertelt.
Net als de profeet Jesaja,
spreekt Micha over zwaarden die worden omgesmeed tot ploegijzers,
En speren tot snoeimessen.
Geen mens zal nog wéten wat oorlog is.

Er zal vrede zijn.
En vrede in het Hebreeuws, shalom, is meer dan de afwezigheid van oorlog.
Het staat voor heelheid..
Tegenover alle gebrokenheid die wij om ons heen zien.
Oorlogen, maar ook rampen.
Ziekte.
Verdriet.
Dingen die stuklopen in ons leven.
Onze eigen tekortkomingen, ons eigen falen.

De vrede waar Micha het over heeft,
Is een vrede die alles omvat!
Ieder zal zitten onder zijn eigen wijnrank, onder zijn eigen vijgenboom,
En het goed hebben.
Er is genoeg. Er is ruimte. Er is vrijheid.
Geen ander die het werk van je handen van jou afpakt.

En dan het belangrijkste:
God zelf zal bij de mensen zijn.
Tussen ze in wonen.
En ze leren om zijn weg te gaan.

God is niet meer ver weg, en onzichtbaar. Maar hij komt dichtbij.

En even verder vertelt Micha over een kind,
dat geboren wordt in Bethlehem, de stad van koning David.
Dat kind zal een herder zijn, die het volk zal leiden.

En Micha verbindt die herder, die koning,
met het aanbreken van de nieuwe toekomst van God.

Dat kind, dat in Bethlehem geboren wordt,
Zal die grote koning zijn.
En hij zal vrede brengen voor alle mensen.

Dat is de reden waarom Mattheüs en Lukas zo duidelijk vertellen dat Jezus,
die uit Nazareth kwam,
in Bethlehem is geboren,
En een afstammeling was van koning David.

Wij christenen geloven dat Jezus de vervulling is van die belofte.
We noemen hem Jezus Christus.
Christus betekent ook ‘gezalfde’, net als Messias, maar dan in het Grieks.

Toen Jezus begon rond te trekken, zei hij tegen de mensen:
Het koninkrijk van God is dichtbij gekomen!
En met dat koninkrijk van God bedoelde hij precies dat toekomstbeeld waar Micha het over heeft.
Gods toekomst.

Jezus liet daar tijdens zijn leven op aarde zelf al iets van zien.
Als je bij hem was, dan kon je daar al iets van proeven.

Waar hij kwam, werden zieken genezen.
Mensen hadden genoeg te eten.
Mensen die door anderen met de nek werden aangekeken,
hoorden van Hem over de liefde van God.
Hij onderwees de mensen, liet ze zien wat God van ons vraagt.
Niet: ‘oog om oog, tand om tand’, maar: heb je vijanden lief.
Heb God lief boven alles, en je naaste als jezelf.

In Jezus woonde God onder de mensen.

Jezus zei tegen de mensen:
Maak je klaar voor de komst van dat Koninkrijk.
Kijk ernaar uit.
Leef uit de verwachting dat het zal komen.

En tegen de mensen die hem volgden deed Jezus een belofte:
Ik zal sterven, en na drie dagen zal ik opstaan uit de dood.
Dan kan ik niet bij jullie blijven.
Ik moet naar mijn Vader in de hemel gaan.

Maar ik zal ook weer terugkomen, op de manier waarop ik ben gekomen.
En dan zal dat Koninkrijk van God aanbreken.
Die toekomst, waar Micha het over heeft.

En dat maakt Micha zo’n indrukwekkend boek.
Het gaat over leven vanuit de verwachting van Gods toekomst.
Een toekomst die je nu nog niet kunt zien.
Maar waarvan je wel mag hopen dat die op een dag aan zal breken.

Als ik eens aan jullie zou vragen, hoe denken jullie dat Gods toekomst eruit ziet?
Wat voor beeld heb je daarbij?
Hoe zie jij dat voor je?
Waar moet je dan aan denken?
Denk daar eens over na.

Het is best moeilijk hè, om daar voor jezelf een beeld van te hebben.
Moeilijk om je dat voor te stellen.
Hoe zal dat eruit zien, als Jezus terugkomt?

Het is zelfs moeilijk om daarop te hopen.
Want het staat voor je gevoel zo ver af van de wereld waarin we nu leven!
Van de realiteit van alles om je heen.

Een realiteit van oorlog en geweld,
waarin mensen elkaar de wreedste dingen aandoen.
Een realiteit waarin het meer lijkt te gaan om het recht van de sterkste.
Een realiteit van verdriet, van ziekte,
van nare dingen waarmee je in je leven te maken krijgt.
Dingen waar bij je je machteloos voelt als je ze ziet, als je ze meemaakt.
En dan is het ook nog eens een belofte die al heel lang op zich laat wachten.
De eerste christenen geloofden dat Jezus heel snel terug zou komen.
Maar inmiddels zijn we 2.000 jaar verder.
En soms kan je het gevoel bekruipen:
het heeft al zo lang geduurd, het kan best nog eens 2.000 jaar duren!
Of langer. Wie weet?
Of je denkt: gaat het allemaal nog wel gebeuren?

Dat is iets wat ook wel kan schuren.
Want als Jezus belooft dat Hij terugkomt, en alles nieuw zal maken,
waarom wacht Hij dan zo lang?
Waarom laat die toekomst waar Micha het over heeft zo lang op zich wachten?
Als er zoveel is dat níet goed is?
Als zoveel mensen op deze wereld in armoede leven,
honger hebben, uitgebuit worden, pijn hebben?

Soms verlang je ernaar, dat Jezus terugkomt.
En dat het koninkrijk van God werkelijkheid wordt op aarde.
Dat er echt een eind komt aan alle oorlog en geweld.
Aan ziekte en aan pijn.
Aan verdriet, en verlies.

Maar laten we eerlijk zijn:
waarschijnlijk ben je er over het algemeen helemaal niet zo mee bezig.
En als je er dan een keer iets over hoort,
denk je misschien zelfs:
ik hoop dat het mijn tijd nog duurt!
Of dat het niet gebeurt!
Want ik heb nog zoveel plannen.
Er zijn nog zoveel dingen die ik wil doen.
Waar ik van wil genieten!

Of misschien denk je wel dat het helemaal niet zal komen.
Klinken die nieuwe hemel en die nieuwe aarde voor jou meer als een sprookje dan als werkelijkheid.

Eerlijk gezegd vind ik dit zelf ook een lastig thema.
Je hoort soms verhalen over christenen die heel precies weten hoe het eruit zal zien.
En hoe het zal gaan.
Die het boek Openbaring,
en andere gedeeltes uit de Bijbel,
verbinden met gebeurtenissen in de wereld, en zeggen:
kijk om je heen, het gebeurt al!
Want dit is precies zoals het in de Bijbel staat!
Maar datzelfde zeiden ze honderd jaar geleden ook.

Er zijn zelfs mensen die een jaartal noemen. Dan zal het gebeuren!
Elke paar jaar is er wel iemand die dat doet.

Maar ik weet niet hoe het zit.
Ik weet in elk geval niet meer dan er in de Bijbel staat.
En zelfs dat is geen voorspelling, van hoe het zal zijn.
Eerder een verwachting: dat het zal gebeuren.
Meer niet.

Jezus zegt zelf: die dag zal komen als een dief in de nacht.
Onverwachts.
Zelfs hij wist niet wanneer het zal zijn.
Alleen de Vader weet dat, zegt Jezus.

Het is een beetje als zitten in de wachtkamer van het ziekenhuis.
Je weet niet wanneer de dokter precies zal komen.
En je weet niet hoe het zal zijn.
Of je er eigenlijk wel blij mee bent, dat de dokter komt.

Maar dat betekent niet dat we er helemaal niets over kunnen zeggen.
Volgens mij kun je, aan de hand van de Bijbel,
in elk geval drie dingen zeggen over de toekomst van God:

Als eerste:
De toekomst van God is niet iets waar je bang voor hoeft te zijn.
Eerder iets waar je naar uit mag kijken.
Want het betekent dat God alles nieuw zal maken.
Dat er een einde zal komen aan alle gebrokenheid, pijn, verdriet, angst, en ellende. Dat God alles weer heel zal maken.
Dat is geen schrikbeeld,
maar het is een belofte,
waar je aan vast mag houden.

Als tweede:
Je weet niet wanneer die toekomst aan zal breken.
Of je er naar uitkijkt,
of je hoopt juist dat het nog even duurt:
wij hebben daar geen vat op.
Jezus zegt: als de takken van een vijgenboom uitlopen,
weet je dat de zomer eraan komt.
Daarmee wil hij zoiets zeggen, als:
áls het eraan komt, dan weet je het wel.
Dan merk je het wel.
Maar hij zegt er ook bij:
niemand weet wanneer die dag zal komen.
Mensen zullen zeggen dat ze het weten,
maar alleen de Vader weet het.

En als derde:
Het helpt niet om te gaan wachten totdat het gebeurt.
Je mag gewoon je leven leven. Je mag gewoon werken, en genieten.
Want ik gebruikte net het voorbeeld van een wachtkamer.
Maar we zitten gelukkig helemaal niet in een wachtkamer.
Het leven is de moeite waard.

Niet alleen de toekomst van God is goed,
ook het leven nu is een geschenk van God,
dat je ook zo mag zien.
We leven niet alleen voor wat hierna komt,
maar ook voor wat er nu is.

En er is maar één manier waarop je klaar kunt zijn voor Gods toekomst.
Dat is niet dat je gaat zitten wachten.
Maar wel door het te vérwachten.
En door je leven nu met God te gaan.

En dan komen we weer bij de vraag waar Advent eigenlijk over gaat:
Leef jij uit die verwachting?
Of staan er nog dingen in de weg?
Ben je er klaar voor?

En als je dan vraagt: wat moet ik dan doen?
Hoe moet ik er klaar voor zijn, als ik niet weet wanneer die dag komt?
En of hij wel komt?
Dan heeft Micha, nog een hoofdstuk later, een heel mooi antwoord:

Er is jou, mens, gezegd wat goed is,
je weet wat de HEER van je wil:
niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten
en nederig de weg te gaan van je God.

Advent is niet stilzitten en wachten.
Het is verwachten,
en het is verlangen.
Dat Jezus op een dag terug zal komen.
En alle dingen die gebroken waren, weer heel zal maken.
Zelfs al weet je nog niet hoe het eruit zal zien,
Daar mag je uit leven.
Daar mag je op hopen.

Amen.

Voeg toe aan je favorieten: Permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *