Preken

Abraham – Een bron van zegen zul je zijn

Teksten: Genesis 11:31-12:5 en Matteüs 1:1-17

Een paar jaar terug liet ik een keer op catechisatie de jongeren iets opzoeken in de Bijbel.
Die jongeren hadden daar weinig ervaring mee.
Dus toen zei er een, heel opgewekt:
De Bijbel is net een atlas!
Omdat als je iets wil vinden in de Bijbel,
je eerst in de inhoudsopgave moet zoeken naar het Bijbelboek dat je nodig hebt.
En vervolgens moet je nog het hoofdstuk opzoeken, en het vers.

Ik vond het een mooie vergelijking,
Omdat de Bijbel inderdaad heel anders is dan andere boeken.
Elk ander boek kun je gewoon beginnen bij het begin,
En je leest door tot het eind.
Maar om in de Bijbel te lezen moet je van tevoren al een beetje een idee hebben waar je naar op zoek bent.

Als je nog nooit de Bijbel hebt gelezen, en je zou daar voor het eerst mee beginnen,
Dan zóu je de Bijbel ook bij het begin kunnen beginnen te lezen, in Genesis 1.
De Bijbel begint met mooie, indrukwekkende verhalen.
Over Adam en Eva, over Noach, over de toren van Babel.
Alleen al heel snel wordt het ingewikkeld.
Kom je terecht in boeken met allemaal moeilijke regels, en lijsten waarin van alles wordt opgesomd.
Daar kun je echt in stranden.
Ik weet nog dat ik die boeken gewoon oversloeg toen ik zelf als tiener de Bijbel las.
Net als de Psalmen: die waren toch allemaal hetzelfde, dacht ik toen.

En wat de Bijbel ook anders maakt dan andere boeken:
Je kán ervoor kiezen om ongeveer op driekwart te beginnen met lezen,
in het tweede deel van de Bijbel:
in het Nieuwe Testament!
Als je meer over Jezus wil weten, dan kun je dáár het beste beginnen.
Want pas bijna op het einde van de Bijbel gaat het over Jezus!

Maar óók als je het Nieuwe Testament openslaat op de allereerste pagina,
dan zou je wel eens heel snel de moed kunnen opgeven.
Het eerste hoofdstuk van het eerste boek uit het Nieuwe Testament, Matteüs,
begint namelijk meteen met een lange, saaie, droge lijst met namen,
waarvan je meer dan de helft waarschijnlijk nog nooit hebt gehoord!

Een paar namen komen je misschien wél bekend voor.
Die namen zijn als het ware de kapstok waar Matteüs deze lijst aan op heeft gehangen:
Abraham en David.
Dat zijn belangrijke namen in de Bijbel.
Maar ook andere namen heb je misschien al wel eens gehoord:
Isaak, Jakob, Rachab, Ruth, Salomo.
Naast heel veel namen die je waarschijnlijk nog nooit hebt gehoord.

Waarom begint Matteüs met deze lange lijst met namen?
Als je een boek schrijft, over iets heel belangrijks,
dan wil je toch zo beginnen dat mensen geïnteresseerd raken, en verder willen lezen?
Dan begin je toch met een spannend verhaal? Anders haken mensen af!
Net zoals in een serie: als die je interesse in het begin niet opwekt, dan ga je een andere serie kijken.

Maar dat is het nou juist:
Voor óns lijkt het een lange, saaie lijst met namen, waardoor we afhaken.
Maar voor mensen uit de tijd van Matteüs is deze lijst juist een manier om mensen bij de les te krijgen.
Om mensen geïnteresseerd te laten lezen.
Het is als trommelgeroffel.
Let op: hier staat wat te gebeuren!

Elke Jood uit de tijd van Jezus zou deze lijst enorm interessant hebben gevonden, en vooral indrukwekkend.
Het is alsof je een lange stoet langs ziet komen met grote, bekende personen,
en je staat met elkaar te wachten tot de belangrijkste persoon in die stoet langs komt, degene die helemaal op het eind komt.
En dat is Jezus.

Het is niet zomaar een lijst met namen:
Deze lijst zegt heel veel over Jezus,
En deze lijst zegt heel veel over God!

Wat de lijst zo bijzonder maakt,
Is dat je aan die lange lijst met namen op een hele mooie manier ziet welke weg God met mensen is gegaan,
Door het hele Oude Testament heen.
Er staan allerlei soorten mensen in.
Koningen, en priesters, maar ook hele eenvoudige mensen, zoals Jozef, die een timmerman was.
Er staan veel mensen in uit het Joodse volk, maar ook Ruth staat er in, en Rachab, die niet Joods waren.
Ook zij horen erbij.
Er staan zelfs mensen die fouten hebben gemaakt, zoals David,
Die een kind kreeg met Batseba, de vrouw van een ander.
Er staan goede koningen in, maar ook slechte koningen, die veel onrecht deden, die knielden voor andere goden.
Die lijst laat zien hoe God mensen inschakelt,
En hoe God steeds trouw blijft, door de generaties heen.

Nu wil ik het vandaag met jullie hebben over de eerste naam op die lijst: Abraham.
Matteüs begint niet voor niets met hem.
Elke Jood voelt zich verbonden met Abraham,
Omdat hij hun gemeenschappelijke voorvader is.

Abraham is de stamvader van het Joodse volk.
Aan Abraham had God een bijzondere belofte gedaan:
Ik zal je tot een groot volk maken.

Maar Abraham is niet alleen letterlijk de stamvader van het Joodse volk:
Ook figuurlijk.
In de Bijbel wordt Abraham wel de vader van alle gelovigen genoemd.

Abraham.
In het verhaal dat we hebben gelezen, weten we nog niet zo veel over hem.
We weten dat hij is geboren in Ur, in het huidige Irak,
En dat zijn vader, Terach, besloot om naar Kanaän te reizen.
Dat lag in het Westen, maar vanuit Ur kon je daar niet rechtstreeks naartoe reizen:
Je moest óm de Grote Arabische woestijn heen.
Dus ging de vader van Abraham eerst met zijn familie naar het Noorden, naar Haran.
Alleen Haran lag zo ver weg het in het Noorden, dat het niet eens meer op de route was naar Kanaän.
Het plan van Terach, de vader van Abraham, om naar Kanaän te gaan is dus gestrand. En hij blijft met zijn familie wonen in Haran.

En op het moment dat Abraham in Haran is, hoort hij de stem van God.
De HEER zei tegen Abram:
‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten,
en ga naar het land dat Ik je zal wijzen.

God spreekt tegen Abraham.
En God vraagt aan Abraham – sterker nog: hij geeft Abraham de opdracht –
om alles wat hij kent, alles wat hem vertrouwd is, achter te laten,
En met God op weg te gaan.
Om op weg te gaan naar het land dat God hem wijst.

Maar de kans is héél groot dat Abraham daarvóór,
net als alle mensen in zijn tijd, nog nooit van God had gehoord!
De kans is heel groot dat Abraham was opgegroeid met het geloof dat er heel veel goden waren.
Er is een oud Joods verhaal waarin wordt gezegd dat de vader van Abraham beeldjes van goden verkocht.

Maar Abraham hoort nu de stem van God.
Hoe dat gebeurde staat er niet:
alleen dat God tegen hem sprak.
Een God die hij nog niet kende.
Een God, die hij niet kon zien,
Terwijl je alle andere goden wél kon zien waar de mensen in die tijd in geloofden.
Daar waren beeldjes van!
Abraham hoorde de stem van God, en God zei tegen hem:
Laat alles achter, en ga naar het land dat ik je zal wijzen.
Dan zal Ik je tot een groot volk maken.

En dat terwijl Abrahams vrouw, Sara, onvruchtbaar was.
Ze konden geen kinderen krijgen.
Maar God belooft aan Abraham dat hij de vader zal worden van een groot volk.

Alleen op dit moment is dat is nog niet het meest bijzondere aan dit verhaal.
Het meest bijzondere is dat God zich aan Abraham laat zien!
Dat God zich aan Abraham laat kennen.
Uit alle mensen die toen leefden kiest God Abraham uit.

Als je naar mij luistert, als je gaat naar het land dat ik je zal wijzen,
Zal ik je tot een groot volk maken.
Ik zal je zegenen.
Uit het niets, is dat wat God tegen Abraham zegt…

Waarom Abraham?
Waarom niet iemand anders?
Was Abraham dan zo gelovig? Of zo goed?
Dat lees je nergens.
Er staat nergens een reden waaróm God Abraham uitkiest.
Sterker nog:
Als je de verhalen van Abraham leest doet hij soms best wel twijfelachtige dingen.
Abraham is geen modelgelovige.

Maar wat Abraham wél doet, is vertrouwen op God.
Abraham is bereid om naar die stem van God te luisteren.
Hij durft het er met God op te wagen.

In de Bijbel wordt Abraham daarom de vader van alle gelovigen genoemd.
Dat is niet omdat hij de eerste was die in God geloofde:
Dat was om zijn vertrouwen.

Het geloof van Abraham zat hem niet in dat hij alleen maar goede keuzes maakte,
Maar zijn geloof was dat hij vertrouwde op de stem van God.

Want God vraagt van Abraham om alles achter te laten,
En alles wat Abraham krijgt, is een belofte.
Hij krijgt van God de belofte dat hij een zoon zal krijgen,
dat uit hem een groot volk voort zal komen,
En hij krijgt van God de belofte dat een land, dat in zijn tijd nog van hele andere mensen was,
Dat dat ooit van zijn nakomelingen zal zijn.
Maar dat eerste, dat hij een kind zou krijgen, daar moest hij heel lang op wachten,
En dat laatste, dat God dit land aan zijn nakomelingen zou geven,
dat kreeg hij zelf nooit te zien.
En toch ging Abraham op weg.

Voor Abraham was geloven niet “ín God geloven”, maar het was op God vertrouwen.
De band die Abraham had met God, zou je kunnen omschrijven als een vriendschap.
God reikt Abraham zijn vriendschap aan,
En Abraham neemt die uitnodiging aan.
Hij vertrouwt God op zijn belofte.

Abraham,
Ik zal je tot een groot volk maken,
Ik zal je zegenen, je naam veel aanzien geven,
een bron van zegen zul je zijn.

God sluit een vriendschap met Abraham.
En daar aan kan je zien hoe God met mensen omgaat.
Dat God Abraham uitkiest, en zegent,
is niet omdat Abraham beter is dan een ander.
Ook niet omdat God Abraham voor wil trekken.
Of omdat God anderen uit wil sluiten.

God sluit een vriendschap met Abraham, met een doel.
En dat doel is dat hij anderen tot zegen mag zijn.
Een bron van zegen zul je zijn.

Dat zegt iets over God!
God kiest mensen uit, zodat ze anderen tot zegen mogen zijn!

En wat moet Abraham daar voor doen, om anderen tot zegen te zijn?
Eigenlijk maar heel weinig.
Het enige dat God van Abraham vraagt,
Is om op Hem te vertrouwen.
Is om naar Zijn stem te luisteren.
Hij vraagt van Abraham om op weg te gaan,
en te vertrouwen op de belofte die God aan hem gedaan heeft.

Ergens is dat heel wat.
Abraham hoort de stem van God, die zegt dat hij álles wat hij kent achter moet laten.
Maar andersom is het ook heel wat, wat God aan hem belooft!
Als Abraham zijn vertrouwde netwerk achter zich laat,
Als hij zijn bestaanszekerheid op het spel zet,
Belooft God hem en zijn nakomelingen zijn vriendschap.
Je ziet aan het verhaal van Abraham hoe God is:
God wil Abraham zegenen.
Hij wil met Abraham meegaan.

Het verhaal van Abraham is een mooi beeld van wat het betekent, ook voor ons, ook in deze tijd, om in God te geloven.
Geloven is meer dan alleen geloven dát God er is.
Abraham had de stem van God gehoord.
Hij wíst dat God er is.

Abraham laat zien dat geloven betekent dat je op God durft te vertrouwen.
Dat je in vertrouwen op weg durft te gaan.
Dat je vertrouwt dat God er is, en dat Hij met je meegaat.
Je hoeft je ook niet te bewijzen voor God.
Je geloof mag zijn als een vriendschap!
God reikt Abraham, en hij reikt ons, zijn vriendschap aan.
Abraham, ga op weg,
Dan zal ik je zegenen,
En je zult een bron van zegen zijn.
En dan zegt God, aan het einde tegen Abraham:
In jou zullen alle volken op aarde gezegend worden.

Moet je voorstellen, dat God zoiets tegen jou zou zeggen!
In jou zullen alle volken op aarde gezegend worden.
God belooft Abraham dat zijn nakomelingen uit zullen groeien tot een groot volk.
Dát is al onvoorstelbaar.
Maar dit is nog veel groter.
In jou zullen alle volken op aarde gezegend worden.
Als God dat tegen je zegt, dan voel je je misschien juist wel heel klein.

Want wat betekent dat?
Hoe moet je dat waarmaken?
Dat is iets dat alleen God zelf kan doen.

Het verhaal van God met Abraham, is meer dan alléén het verhaal van God met Abraham.
Het is groter dan dat.
Het verhaal van God met Abraham is ook het verhaal van God die vriendschap sluit met een heel volk, met Abrahams nakomelingen, het volk Israël.

Maar het is zelfs nog groter dan dat.

Het verhaal van God met Abraham, is ook het verhaal van God, die door Abraham, en door zijn nakomelingen, alle volken op aarde wil zegenen.

Het is als een waaier: die heel klein begint, maar steeds groter wordt.
Gods kiest één man uit, Abraham,
Die hij vraagt om op weg te gaan, en op Hem te vertrouwen.
En als Abraham dat doet,
Komt uit zijn nakomelingen een heel volk voort,
Waar God zichzelf aan verbindt.
Niet omdat Hij anderen uit wil sluiten,
Maar met dezelfde reden waarom Hij ook vriendschap sloot met Abraham:
Omdat hij wil dat zij anderen tot zegen zijn.
Om door hen heen alle volken te zegenen.

En dan komen we bij waarom Matteüs deze lange lijst met namen begint bij Abraham,
Waarom hij Jezus een zoon van Abraham noemt.

Want binnen dat volk, waar God vriendschap mee heeft gesloten,
laat Hij zijn zoon geboren worden, Jezus,
Die zijn leven geeft,
Niet alleen voor de mensen uit Israël,
Maar voor alle mensen.
Zo lief had God de wereld, dat Hij zijn enige zoon zond,
Zodat iederéén die in hem gelooft, niet verloren gaat, maar het eeuwige leven krijgt.

Dat is dus wat Matteüs wil zeggen, met die lange lijst met namen:
Door de hele Bijbel heen zie je Gods plan,
dat begint bij Abraham, en dat eindigt bij Jezus.
Het begint bij één man, die de stem van God hoort, en die besluit om daarop te vertrouwen.
God wil niet alleen zijn nakomelingen zegenen,
Maar door hen heen, door Zijn zoon heen, wil Hij álle volken, álle mensen zegenen.

Die lijst met namen in Matteüs is, als je er even naar kijkt, lang niet zo saai als je zou denken!
Want dat is wat Matteüs wil:
Hij wil ons helpen om uit te zoomen, en niet alleen de losse verhalen te zien,
Maar ook om Gods grote lijn te zien in de geschiedenis, door al die generaties heen.

Abraham voelde zich misschien wel heel klein toen God hem zijn vriendschap aanbood.
Toen God tegen hem zei:
Ik zal je zegenen. Uit jou zal een groot volk voortkomen.
In jou zullen alle volken op aarde worden gezegend!
Dat kon Abraham niet waarmaken.
Het enige dat hij kon doen, is op weg gaan,
En vertrouwen op de stem van God.
God, die ons in wil schakelen,
Die door ons heen wil werken,
Maar het hangt gelukkig allemaal niet van ons af.
Amen.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *