Oudjaarsdag – Als U niet met ons meegaat

Tekst: Exodus 32:1-4; Exodus 32:35-3:33; Exodus:3:12-17

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

In Hollywoodfilms, en series op Netflix,
is er altijd wel een type film dat zo begint:
Een stel trouwt, alles lijkt goed en mooi,
Er is een prachtig feest.
En dan… blijkt het allemaal te mooi om waar te zijn.
Het duurt maar heel even, of de een komt erachter dat de ander vreemdgaat.
Soms al op de huwelijksdag zelf!

Gelukkig staat dat heel ver af van de realiteit.
Meestal begín je een huwelijk niet vanuit de gedachte:
laat ik er meteen een potje van maken!
Want je doet een grote belofte aan elkaar.
Een belofte dat je bij elkaar wilt blijven.
Dat je elkaar trouw wil zijn.
In goede en in slechte dagen.

God heeft het volk Israël bevrijd uit Egypte.
Bevrijd van eeuwenlang leven als slaven.
Keihard werken voor weinig of niks.
Onderdrukking.
Onvrijheid.
Niet hun eigen geloof uit kunnen oefenen.
Niet hun eigen weg kunnen kiezen in het leven.

Hij heeft de farao laten zien dat er niet met Hem te sollen valt.
En de Israëlieten dat Hij hen beschermt.
Hij heeft ze uit Egypte geleid, door de zee,
Die het leger van de Farao heeft verzwolgen.
Ze zijn bevrijd!

Het volk trekt naar de berg Sinaï,
waar Mozes voor het eerst een ontmoeting met God heeft gehad,
in de brandende braamstruik.
En daar spreekt God zelf tegen ze, door de mond van Mozes:
Ik heb jullie bevrijd.
Want jullie zijn kostbaar in mijn ogen.
Ik zal jullie God zijn, en jullie zullen mijn volk zijn.

Na alles wat ze hebben meegemaakt,
Geeft God ze een liefdesverklaring,
En een belofte: dat Hij bij ze zal blijven.
En hun God wil zijn.

Vroeger werd wel gezegd, met een oud woord, dat we nu niet meer vaak gebruiken: Toen, in de woestijn, heeft God een verbond gesloten met Israël.
Een verbond, dan moet je niet denken aan een ‘bondje’, zoals bij Wie is de mol,
Dat even snel gesloten wordt, maar ook zo weer over kan zijn.

Een verbond is meer als een huwelijk.
God zegt: ik wil mij aan jullie verbinden.
En ik wil dat jullie je aan mij verbinden.
Dat jullie mijn volk zijn.

Hij wil ze een licht maken voor de wereld.
Door met God op te trekken, naar zijn wetten te leven,
zullen zij aan de wereld om ze heen laten zien hoe God het leven bedoeld heeft.
Door in liefde met elkaar te leven,
en uit liefde voor God te leven.

En God belooft: als jullie dat doen, dan zal het jullie goed gaan.
En vervolgens gaat Mozes de berg op, om de tien geboden van God te ontvangen.

Alleen dan gebeurt er iets heel raars.
Het lijkt bijna wel zo’n hollywoodfilm.
De Israëlieten hebben geen geduld.
Ze horen heel even niets van God,
en ze zijn Hem meteen al vergeten!
En Mozes is ook nergens te bekennen.

Dus ze zeggen tegen Aäron, de broer van Mozes:
Maak voor ons een beeld.
Iemand die we met onze eigen ogen kunnen zien!
Waarvan we tenminste wéten dat hij er is!

Eigenlijk was het niet zo vreemd dat ze dat deden.
Want ze kwamen uit Egypte, waar honderden goden werden aanbeden,
De een met een nog mooier beeld dan de ander.

Maar God had al zo duidelijk aan ze laten zien dat Hij anders was.
Dat hij niet zo’n beeld was, dat om offers vraagt in ruil voor bescherming.
God wil niet dat ze knielen voor een beeld.
Hij wil dat ze op Hem vertrouwen.
Ook al zien ze Hem niet.
Hij wil dat zij, exclusief, zijn volk zijn.
Dat ze niet vreemdgaan.

Maar de liefde in een huwelijk moet wel van twee kanten komen.
En dit huwelijk dreigt al tijdens de wittebroodsweken te stranden.
De meeste Israëlieten hebben er helemaal geen behoefte aan om het volk van God te zijn.
Ze willen gewoon hun leven leven.
Dat ze het goed hebben.
Dat er eten is.
Een dak boven hun hoofd.
Verder hebben ze niets nodig van God.
En dat hebben ze nu allemaal niet!
En dan hebben ze ook niet eens een God die ze kunnen zien!
Is Hij er wel echt?
Ze gaan aan God twijfelen, na alles wat ze Hem al hebben zien doen.
Dus, wat doen ze?
Ze maken een vervanging voor God.
Een gouden beeld, waar ze voor knielen.
En ze zeggen over dat beeld:
dít is de God die ons uit Egypte heeft bevrijd!

Ze hebben liever een gouden standbeeld,
Dan een God die ze niet kunnen zien.

Ze gaan vreemd.

En God is, begrijpelijk, ontzettend boos.
Na alles wat Hij ze heeft gegeven, voor ze heeft gedaan,
Nadat hij ze heeft verteld hoe kostbaar ze voor Hem zijn,
Wat zijn plannen zijn voor hen,
Keren ze Hem de rug toe.
Zeggen ze: we willen niks met die onzichtbare God te maken hebben!

En God is eigenlijk van plan om dat te laten gebeuren.
Hij wil ze niet dwingen om zijn volk te zijn.

Als dát is wat jullie willen: prima!
Dan houdt het hier op.
Ik laat jullie echt niet aan je lot over,
ik zorg dat jullie alsnog in het beloofde land komen,
maar mijn volk zullen jullie niet meer zijn.
Ik zal zelf niet met jullie meegaan.

God dreigt zijn handen ervan af te trekken.

En alleen Mozes heeft oog voor wat er hier gebeurt.
Dat zijn volk alles kwijt dreigt te raken wat er echt toe doet.

Mozes trapt keihard op de rem.
Hij gaat naar de tabernakel,
de speciale tent waar hij met God praat,
En hij zegt tegen God:
Als u niet met ons meegaat, laat ons dan niet verder trekken.
Dan blijven we hier.
In de woestijn.

Mozes is de enige die het helder ziet:
zelfs al zouden ze álles hebben,
een eigen land, genoeg eten en drinken,
een dak boven hun hoofd,
maar ze hadden God niet,
dat het dan allemaal niets waard zou zijn!
Hij wil dat God met ze meegaat.
Dat ze Zijn volk blijven.
Dat het huwelijk niet ontbonden wordt.

Zelfs in de beste huwelijken kan het voorkomen,
dat op een bepaald moment één van de partners met de koffers klaar staat om weg te gaan.
En wat je op dát moment zegt, komt er op aan.
Wil je ervoor vechten? Wil je er voor gaan?
Of laat je het gebeuren? Geef je het op?

Soms zit er niets anders op.
Als het écht niet meer werkt, écht niet meer wil.
Maar heel vaak is er nog wel wat aan te doen.
Het begint bij naar elkaar luisteren.
En elkaar écht zien.
En uitspreken dat je, ondanks alles, voor elkaar wilt gaan.
Dat je elkaar niet los wil laten.

En dat is precies wat Mozes doet.
Hij zegt tegen God: wij zijn een gebrekkig volk.
We zijn ondankbaar geweest.
En in de toekomst zullen we ongetwijfeld ook veel fouten maken.
Maar zonder U zijn we niets.
Dan is het allemaal nergens voor geweest.
Als U niet met ons meegaat, dan houdt het hier op.
Wij willen Uw volk zijn.
En we willen dat U onze God bent.
En anders gaan we niet verder.

Misschien ken je het verhaal van Abraham,
die onderhandelt met God over het lot van Sodom.
Als er 50 rechtschapen mensen zijn, spaart U de stad dan?
Ja, zegt God, dan spaar ik de stad.
En als er 45 zijn?
En zo gaat hij door tot 10.

Maar nu is Mozes de enige die vraagt, voor zijn volk, of God hun God wil zijn.
En God luistert naar hem.
God zegt:
Ik laat je niet in de steek, Mozes.
Als dat is wat jij écht wilt, dan ga ik met je mee.
Dan ga ik met jullie mee.
Dan wil ik jullie God zijn.

Dat laat zien hoe God ís!
Hij is altijd liefdevol, en genadig.
Bij Hem is er áltijd een tweede kans. En een derde kans.
Zelfs nu zijn volk hem zo in de steek heeft gelaten,
Wil Hij met ze verder.
Wil Hij ze vergeven, en opnieuw met ze beginnen.
Omdat Mozes zegt: wij willen Uw volk zijn.

Er is een reden dat ik vanavond dit verhaal met jullie heb gelezen.
Vanavond vieren we oud en nieuw.
We kijken terug naar het oude jaar.
Naar alles wat goed was, waar we ons dankbaar voor voelen,
maar ook naar alles waar we fouten hebben gemaakt.
Naar domme dingen die we hebben gezegd, of gedaan.
Waar we hebben gefaald.
Of waar we het gevoel hebben dat we zijn tekortgeschoten.

Vanavond mogen wij ons, net als Mozes,
beroepen op de genade van God.
En aan God vragen: wilt U in het nieuwe jaar met ons meegaan?
Geef dat wij Uw volk mogen zijn.
Dat wij mensen mogen zijn die met U verbonden zijn.
Een licht voor de wereld om ons heen, die zo kapot en gebroken is.
Ook al zijn wij zelf vaak zo gebrekkig.
Falen we steeds weer.
Maar dat kan Uw liefde nooit teniet doen.
Daar vertrouwen wij op.

Als U niet met ons meegaat, Heer, dan is het niets waard.
Maar als U er bent, dan vinden wij de moed om verder te gaan.

Ook wij leven in een tijd waarin steeds meer mensen zeggen,
dat ze niks met God te maken willen hebben.
Dat ze genoeg hebben aan eten, drinken,
een dak boven hun hoofd,
een mooie auto,
en een goed gevulde instagram-account.
Wij hebben onze eigen gouden kalven.

En dat is het mooiste aan dit verhaal, vind ik:
dat Mozes niet alleen bad voor zichzelf.
Hij bad voor het hele volk.
Voor alle mensen.
Dat God hún God zou blijven.
Zelfs al zagen de mensen Hem niet staan.

Dat mag ook ons gebed zijn.
Want wij mogen weten, net als Mozes,
dat het leven met God de moeite waard is.
Dat leven uit Gods liefde het mooiste is dat er is.
En we mogen bidden voor de mensen om ons heen.
Dat deze wereld een plaats blijft waar mensen de liefde van God mogen ervaren.
En mogen merken dat Hij met ons, en met hen meegaat.

Als dat ons gebed is:
“Als U niet met ons meegaat, Heer,
dan gaan wij niet. Wij blijven hier.”
Dan zegt God:
Wees niet bang.
Ik ga met jullie mee.
Ik laat je niet in de steek.

Daar mogen we op vertrouwen.
Zelfs al zien we Hem niet.
Want God is trouw aan zijn beloftes.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *