Bouw de kerk weer op

Tekst: Haggaï 1:1-11

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Mijn oma is 98 jaar. Een hele leeftijd.
De laatste tijd vindt ze het moeilijk om dingen te herinneren die net gebeurd zijn.
Maar dingen van vroeger, uit haar jeugd, weet ze nog heel goed te herinneren.
En daar vertelt ze dan ook graag over!
Ze vertelde ons bijvoorbeeld verhalen over de oorlog.
Hoe er bij hen op de boerderij een varken werd geslacht,
maar dat moest stilgehouden worden voor de Duitsers,
anders mochten ze het vlees niet zelf houden.

En ze vertelde ook verhalen over na de oorlog.
Ze wilde trouwen met mijn opa,
maar moest nog een tijd wachten, want er was eerst geen geld.
En in die tijd moest je wel een uitzet hebben als je wilde trouwen.
Eén van de eisen was dat je – geloof ik – zeven lakens moest hebben.
Dan was je op je toekomst voorbereid.
Maar vlak na de oorlog was er schaarste,
en waren er helemaal niet genoeg lakens!
Daarom werd in de familie iedereen gevraagd om een laken te geven.
En zo hadden ze er uiteindelijk toch precies genoeg!

Die jaren van wederopbouw zijn helemaal geen makkelijke jaren geweest.
Er was blijdschap dat de oorlog voorbij was,
maar er was nog grote schaarste.
Zelfs eten was eerst nog op de bon.
En bouwmaterialen waren er ook niet genoeg.
Dat heeft nog jaren geduurd.

Het is eigenlijk wel te vergelijken met de situatie in Jeruzalem,
nadat de Joden, na 70 jaar ballingschap, gevangenschap,
weer naar hun huis terug mochten keren.
Ze waren natuurlijk hartstikke blij.
Want dat waar ze al zolang op gehoopt hadden,
was nu eindelijk werkelijkheid geworden!
Maar het was ook wennen.
Er waren nog maar weinig mensen die de verwoesting van Jeruzalem zelf hadden meegemaakt.
En bij hun terugkeer uit die grote en mooie stad Babel bleek Jeruzalem helemaal niet zo utopisch te zijn als ze altijd hadden gedacht.
Er was niks meer.
De hele stad was kapot.
Niet alleen door de verwoesting, maar natuurlijk ook door 70 jaar verval.
Moet je eens voorstellen hoe Spijk eruit zou zien,
als je 70 jaar lang niets meer zou onderhouden!

Er was dus veel werk te doen.
Maar de mensen begonnen met groot enthousiasme te bouwen.
De Perzische koning, Cyrus,
had toestemming gegeven om de tempel opnieuw te bouwen,
die tijdens de val van Jeruzalem was verwoest.
De fundering van de tempel werd gelegd.
En het altaar werd hersteld.
Toen dat voor het eerst gebruikt werd, was er een groot feest.
De mensen werden diep geraakt,
toen ze na 70 jaar ballingschap eindelijk God weer konden vereren op de plek waar de tempel gestaan had.

Maar het vuur van hun eerste enthousiasme werd al snel gedoofd.
Ze werden tegengewerkt,
door mensen die jaloers waren op de tempel die ze aan het bouwen waren.
Die schreven een brief aan de koning,
om te zeggen dat de Joden weer tegen hem in opstand zouden komen als hij hen de tempel zou laten bouwen.

En de koning besloot dat ze niet verder mochten gaan.
Door die tegenwerking verloor het Joodse volk de moed.
De mensen vochten het besluit van de koning om de bouw stil te leggen niet aan, maar ze legden zich er bij neer.

Ze hadden trouwens al het materiaal en al hun energie nodig,
om voor zichzelf te zorgen.
In plaats van de tempel te herbouwen,
begonnen ze hun eigen huizen te bouwen.
En dat is best begrijpelijk!
Het huis is in de Bijbel niet voor niets vaak het symbool van bescherming en veiligheid.
In een tent ben je veel kwetsbaarder.
Wij zouden waarschijnlijk hetzelfde hebben gedaan.
Je zorgt toch eerst dat je zelf veilig bent,
dat je het zelf goed hebt?

Al snel wordt de bouw van de tempel vergeten,
en worden ze opgeslokt door hun eigen zorgen.
De opbouw van het land vinden ze belangrijker dan de opbouw van de tempel.
Maar de opbouw van het land wil niet lukken.
De oogsten vallen tegen, het werk brengt weinig op.
Het is hard werken, zonder resultaat.

Zestien jaar gaan voorbij.
Het is de eerste dag van de maand, een feestdag,
die rond de tempel gevierd zou worden.
Maar die is er nog steeds niet.
Het fundament ligt er, maar de tempel is nooit afgebouwd.
De brokstukken van de verwoeste tempel liggen er nog omheen.
Het volk zegt: de tempel moet wel een keer afgebouwd worden,
maar dit is niet het moment.
We komen er nu nog niet aan toe.

En het is de profeet Haggaï die de inwoners van Jeruzalem dan wakker schudt.
Denk toch eens na!
Jullie zijn met jezelf bezig,
jullie zoeken je zekerheid niet bij God, maar ergens anders.
Is de reden dat jullie niet doorgaan met de bouw van de tempel echt de tegenstand die jullie hebben ondervonden?
Waarom kunnen jullie wel je eigen huizen bouwen, en mooi versieren,
maar voor God hebben jullie geen tijd?
De bouw staakte door de tegenstand die ze kregen,
maar inmiddels is er een andere reden dat ze niet doorgaan:
ze vertrouwen niet meer op God,
ze vertrouwen alleen nog maar op hun eigen kracht.
Ze geven God niet de kans onder hen aanwezig te zijn,
om ze te beschermen en te zegenen.

De woorden van de profeet Haggaï waren de wake up-call die de mensen nodig hadden.
Ze schrijven een brief naar de Perzische koning,
om zijn besluit aan te vechten,
en al dezelfde maand beginnen ze met de herbouw van de tempel.
Na vier jaar is de tempel klaar,
en wordt er weer gevierd en gejuicht.
De vreugde is teruggekeerd in het land.

De wederopbouw van een land, als alles is verwoest,
Dat is niet zomaar iets.
Dat gold toen, en dat geldt nu nog steeds.
De mensen die nog in Syrië wonen weten daar alles van.
Door jaren van burgeroorlog in Syrië liggen veel gebouwen in puin.
En nog is de oorlog niet overal voorbij.
Onlangs laaide de strijd weer in alle hevigheid op, in het Noorden.
Nu lijkt de rust daar weer een beetje terug te zijn, in elk geval tijdelijk.

In Syrië wonen niet alleen moslims.
Er woont ook een christelijke minderheid, met hele oude wortels.
Veel christenen zijn de afgelopen jaren gevlucht.
Maar er zijn ook christenen die heel bewust zijn gebleven.
En mensen die niet weg konden.
Ouderen, vrouwen en kinderen die zijn achtergebleven.

De afgelopen jaren is er vanuit de kerken veel noodhulp verspreid aan de mensen.
Voedsel, water, medicijnen.
En nu het geweld begint af te nemen,
beginnen de mensen weer langzaam aan te denken aan het opnieuw opbouwen van hun land.
Want je wil niet afhankelijk zijn van voedselpakketten,
je wil je eigen voedsel kunnen kopen.
Je wil niet afhankelijk zijn van water in tanks,
maar je wil dat er water uit de kraan komt.
En dat er werkgelegenheid is.
En dat er scholen zijn.

Maar als je weer gaat herbouwen, wat bouw je dan eerst?
Je huis natuurlijk!
En de infrastructuur die je nodig hebt om het land weer draaiende te krijgen.
Overheidsgebouwen. Scholen. Wegen.

Maar het is opvallend dat veel Syrische christenen zeggen:
wij willen eerst de kerk weer opbouwen.
Voor hen is het kerkgebouw een teken van hoop.
Een plek waar ze elkaar als gemeenschap kunnen ontmoeten en bemoedigen.
En hulp kunnen bieden, waar dat nodig is.
Kerk in Actie is daar een najaarscampagne over begonnen:
bouw de kerk weer op.
Laten we met elkaar naar een filmpje kijken daarover.

Als ik dit zie, ben ik daar best van onder de indruk.
Mensen die zijn achtergebleven,
of die weer terugkeren,
maar die zoveel steun vinden bij de kerk.
Door hun geloof in God, en door hun hulp aan elkaar.

Ik ben ook best wel onder de indruk van hun moed.
Een paar jaar terug hoorde ik van een jonge Syrische vrouw.
Ze was met haar ouders naar Nederland gevlucht,
maar ze ging heel bewust terug om predikant te worden,
en te helpen om de kerk weer op te bouwen.
De eerste dag dat ze daar was, hoorde ze de bommen om haar huis heen vallen.
Uit angst ging ze in de badkuip zitten.
Maar toch was dat voor haar geen reden om het op te geven.
Voor ons is de wederopbouw van ons land al lang geleden.
Er zijn nog mensen die het bewust hebben meegemaakt,
maar veel van ons ook niet.
Gelukkig maar. Wij leven 74 jaar in vrede.
Onze huizen liggen niet in puin.
Onze kerk moet misschien een keer gerestaureerd worden,
maar we kunnen er nog gewoon samenkomen.
Wat moeten wij nu met deze tekst, van de profeet Haggaï,
die de mensen toespreekt om de tempel weer op te bouwen?
Voor de mensen in Syrië is zo’n tekst heel concreet, heel herkenbaar. Maar voor ons?

Maar ik denk dat deze tekst ons meer een spiegel voorhoudt dan wij denken.
Want Haggaï spreekt tegen mensen die allang hun eigen huizen weer hebben opgebouwd.
Ze leven niet meer in krotten,
maar in huizen die ze met liefde en aandacht hebben neergezet.
Mooi afgewerkt.
En het leven van elke dag houdt ze bezig.
Ze worden opgeslokt door hun zorgen over geld, en over zekerheid.
Ze zijn druk met van alles en nog wat.
Met al die alledaagse dingen die zich aan ze opdringen.

Het lukt ze niet om daar bovenuit te komen.
En tegelijk vinden ze er ook geen vervulling in.
Want er is altijd te weinig.
Altijd meer te doen.
Nooit genoeg tijd om alles te doen wat je wilt doen.

Is dat zo anders dan het nu is, voor ons?
In een samenleving waarin een kwart van de mensen wel eens een burn-out heeft gehad?
Waar je altijd prestatiedruk ervaart,
waarin mensen zich altijd met elkaar vergelijken?
Waarin iedereen bouwt aan zijn of haar eigen geluk?
Iedereen woont in mooie, afgewerkte huizen,
maar er is geen aandacht meer voor de mensen aan de overkant van de straat.

En we zeggen tegen elkaar:
we hebben het zo druk,
we hebben geen tijd om met ons geloof bezig te zijn.
Zelfs in de kerk zijn we vaak drukker met alles regelen,
dan met elkaar ons geloof vieren, en over God praten.

Zou God tegen ons misschien hetzelfde kunnen zeggen?
Denk toch eens na!
Waar zijn jullie eigenlijk mee bezig?
Zoek je vreugde niet in steeds maar meer.
In het bouwen aan je eigen koninkrijk, je eigen huis, je eigen geluk.
Want daar vind je geen vervulling in.

Zoals Jezus zegt in Mattheüs 6:
maak je geen zorgen over wat je zult eten, of drinken,
of waarmee je je moet kleden.
Zoek Mijn Koninkrijk, en Mijn gerechtigheid.
En al het andere wat je nodig hebt,
zal je gegeven worden.

Zou God vandaag de dag hetzelfde tegen ons kunnen zeggen?
“Is de tijd dan wel gekomen om zelf in mooi afgewerkte huizen te wonen?
En dat terwijl mijn huis nog een ruïne is!”
En zo ja,
wat zou ‘Gods huis’ dan vandaag de dag, voor ons, kunnen betekenen?
Een vraag voor ons allemaal, om over na te denken.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *