Elke zondag open!?

Stel: je bent het niet gewend om naar de kerk te gaan.
Maar je bent wel nieuwsgierig:
Wat houdt die mensen daar in de kerk nou bezig?
Wat doen ze daar op zondagochtend?
Misschien ben je ook wel nieuwsgierig naar God.
En als je ergens meer over God te weten wilt komen,
dan moet je toch in de kerk zijn, zou je denken?

Dus op een zondagochtend trek je de stoute schoenen aan,
Je stapt de deur uit, en je voegt je bij de mensen die richting de kerk lopen.
Als je díe stap al zet, moet je je bedenken, dan is dat een hele grote stap!
En niet alleen omdat je wekker dan op zondagochtend al om half 9 afgaat.
Maar ook omdat het best wel spannend is.
Wat zal iedereen denken, als jij als buitenstaander die kerk binnen komt lopen?

Onderweg naar de kerk word je vriendelijk begroet.
Je ziet mensen met een liedboek in de hand, en denkt:
Oei, die heb ik niet.
Zou ik wel mee kunnen doen? Maar je besluit je er niet door tegen te laten houden.

Dan kom je aan bij de kerk.
Je verzamelt je moed, en stapt de deur door, naar binnen.
Bij de ingang staat iemand blaadjes uit te delen.
Gelukkig! Een vriendelijk gezicht.
Goedemorgen!
Je krijgt het blaadje, waarop allemaal dingen staan over de dienst.
Liederen die je gaat zingen en zo. Het ziet er best ingewikkeld uit.
En dan loop je verder, de kerk in.

Iedereen om je heen loopt zomaar ergens naartoe,
alsof ze het al jaren doen.
Hun vaste plekje.
Maar waar moet jij gaan zitten?
Maar even veilig op een bank waar nog niemand zit.
Anders voelt het een beetje alsof je je opdringt aan een ander.
Dus, daar zit je dan.
Iedereen gaat op zijn plekje zitten.
Maar er is niemand die echt naast jou komt te zitten.
Er zitten wel mensen voor je en achter je.
Ze praten wat met elkaar.
Alleen… niemand die jou aanspreekt.
Waar zouden ze het over hebben? Toch niet over jou?

Een beetje alleen voel je je, in deze onbekende omgeving.
Een vriendelijk woord, of een groet, dat zou al heel veel goed maken!
Of dat iemand tegen je zegt: hé, jou heb ik hier nog niet gezien!
Ben je hier voor het eerst?

Dan begint de kerkdienst.
Er komen wat mensen naar voren lopen.
Die in de lange jurk, dat zal de dominee wel zijn.
Goedemorgen!, zegt iemand voor in de kerk.
Je voelt je al iets meer welkom.
Want ze zeggen:
ook gasten die deze dienst met ons meevieren zijn van harte welkom!

Er wordt een lied gezongen.
Iedereen gaat ineens staan, dus jij doet ook maar mee.
De dominee zegt iets, moeilijke woorden, maar ook wel mooi:
Wij verwachten onze hulp van de Heer, die de hemel en de aarde heeft gemaakt.
En hij zegt: genade zij u, en vrede.
Genade? Dat woord hoor je niet zo vaak.
Wat bedoelt hij daarmee?
Al lijkt verder niemand zich dat af te vragen.

De dienst volgt een vast patroon.
De dominee zegt iets, of bidt, en tussendoor is er steeds een lied.
Soms een heel oud lied, met een moeilijke tekst.
Soms een begrijpelijk lied…
Jij houdt je maar stil, want je kent ze niet.
Ook al zingt iedereen hardop mee.
Zouden ze dat niet gek vinden, dat je dat niet doet?
Sommige liederen lijken ze zelf ook niet helemaal te kennen,
dat is dan wel weer grappig.

Tussendoor wordt er ook een keer een lied op de televisieschermen afgespeeld.
Hè, fijn. Nu luistert iedereen. Hoef je je even niet zo opgelaten te voelen.

Dan gaat de dominee bovenop de kansel staan.
En hij houdt een toespraak.
Best een boeiend verhaal!
Over de Bijbeltekst die net is gelezen.
Al gaat het allemaal wel een beetje snel.
Er zitten veel woorden in die je niet helemaal begrijpt.
Soms zegt de dominee: zoals jullie allemaal wel zullen weten…
Of: iedereen kent dat verhaal wel.
Maar jij denkt dan: oh.. ik heb eigenlijk geen idee.
En je voelt je een beetje dom, misschien.

Soms slipt je aandacht weg. Bijvoorbeeld naar de was.
Heb ik die nou wel opgehangen?
Of naar de mail die je gisteren van je leidinggevende kreeg.
Hoe ga je daarop reageren?
De dominee zegt steeds iets waardoor jij aan iets heel anders moet denken,
en je gedachten dwalen af.
Zou dat erg zijn?

Maar over het algemeen is het prettig luisteren.
Er zit een voorbeeld in de preek dat jou echt aanspreekt.
Iets heel persoonlijks.
En ineens denk je: dit is misschien niet alleen een verhaal van vroeger.
Het gaat ook over mij!

En dan sluit de dominee zijn preek af. Amen!
Je denkt er goed over na.
Wat heeft hij nou allemaal gezegd?
Zoveel, ik kan het niet eens allemaal onthouden!
En hoe zou hij dat ene nou bedoeld hebben?

Er worden nog wat liederen gezongen.
De dominee gaat bidden en danken met de mensen.
Dat vind je best mooi. Want daarvoor ben je hier toch?
Als je bidt, dan ben je echt met God bezig.
En dan is er ook nog een stíl gebed.
Al moet je daar nog wel even aan wennen.
Wat wordt er dan van je verwacht? Dat weet je niet zo goed.

En ineens begint iedereen hardop te bidden: Onze Vader, die in de hemelen zijt.
Het bevreemdt je wel een beetje. Al dat gemurmel.
Je verstaat het net niet helemaal.
En je kunt niet echt meedoen, want de tekst staat nergens.
Maar iedereen kent het blijkbaar uit zijn hoofd!

Er wordt even geld ingezameld.
Dan is er nog weer een lied, waarbij iedereen ineens weer gaat staan.
En dan spreekt de dominee een zegen uit.
Mooi. Al begrijp je die ook niet helemaal.
Aangezicht? Weer genade?
Nou ja, het zal wel.
De dominee en de ouderling gaan naar de deur, en iedereen gaat naar buiten.
Jij loopt met de mensen mee.
Degene voor je geeft de dominee een hand, en zegt: goede zondag.
Dus jij zegt maar hetzelfde. En de dominee zegt het terug.

Eenmaal buiten gaat iedereen zijn eigen weg.
Als je terug naar huis loopt, voel je je wel een klein beetje verwonderd.
Want je hebt nog zoveel vragen. Maar waar moet je daarmee terecht?
En zouden die mensen dat altijd zo doen?
Meteen na de dienst naar huis gaan, en het er niet meer over hebben met elkaar?

Dat was dus een kerkdienst!, denk je.
Mooi om een keer meegemaakt te hebben.
Voor herhaling vatbaar?
Misschien wel. Misschien ook niet…
We zullen zien, of je die drempel nog eens over durft te stappen…

Het verhaal dat ik net heb gehouden klinkt misschien een beetje aangedikt.
Maar ik denk dat een kerkdienst toch echt wel een beetje zo voelt,
voor heel veel mensen die niet gewend zijn om in de kerk te komen.
Wel mooi. Maar ook als iets vreemds. Iets onbekends.
Misschien zelfs bijna iets van een andere wereld.
Ik denk ook dat er voor mensen die anders nooit naar de kerk gaan een hele hoge drempel is óm dat te doen.
Zo groot, dat wij ons dat nauwelijks beseffen.
En dat ze heel sterk het gevoel hebben:
wat vinden de mensen in de kerk van mij?

Terwijl dat voor de meesten van ons waarschijnlijk helemaal niet zo voelt!
Wij zijn er al van jongs af aan mee vertrouwd,
met hoe het gaat in de kerk.
Wat er wanneer van je wordt verwacht.
Wat wel en niet hoort.
We kennen de woorden, we begrijpen de gebruiken.
Al zijn er ongetwijfeld óók dingen waar we wel helemaal aan gewend zijn,
maar waarvan we zelf niet eens altijd weten waaróm we dat zo doen.
En toch zijn we er wel aan gehecht dat het zo gaat.
Want dát is toch een kerkdienst?

Hoe zou je dat anders kunnen doen?
En moet je dat altijd aanpassen aan mensen die het niet zo gewend zijn?
Of aan jonge mensen, die niet zoveel meer hebben met die oude vormen?
Of moeten zij zich maar aanpassen aan ons?
Spannende vragen!

We gaan nu luisteren naar een gedeelte uit de Bijbel,
dat misschien wel iets te zeggen heeft over die vraag die ik net heb gesteld:
Lukas 5:27-39, over een gesprek tussen Jezus, en mensen die vinden dat hij en zijn leerlingen zich te weinig aan de oude gebruiken houden.

27Daarna ging hij naar buiten en zag hij bij het tolhuis een tollenaar zitten die Levi heette. Hij zei tegen hem: ‘Volg mij!’ 28Levi stond op, liet alles achter en volgde hem. 29Hij richtte in zijn huis een groot feestmaal voor hem aan, waarop een groot aantal tollenaars en anderen samen met Jezus aanwezig waren. 30De farizeeën en hun schriftgeleerden zeiden morrend tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet en drinkt u met tollenaars en zondaars?’ 31Maar Jezus antwoordde: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar wie ziek is wel; 32ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar om zondaars aan te sporen een nieuw leven te beginnen.’
33Ze zeiden tegen hem: ‘De leerlingen van Johannes vasten dikwijls en zeggen hun gebeden, zoals ook de leerlingen van de farizeeën doen, maar die van u eten en drinken maar.’ 34Jezus zei: ‘U kunt toch niet verlangen dat de bruiloftsgasten vasten zolang de bruidegom bij hen is? 35Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten.’
36Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Niemand scheurt een lap van een nieuwe mantel om daarmee een oude mantel te verstellen, want dan scheurt hij de nieuwe, terwijl de lap niet bij de oude past. 37En niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren de zakken door de jonge wijn en wordt de wijn verspild, terwijl de zakken verloren gaan. 38Jonge wijn moet in nieuwe zakken worden gedaan. 39Maar niemand die oude wijn gedronken heeft, wil jonge; hij zegt immers: “De oude wijn is goed!”’

Jezus heeft met de farizeeën en de schriftgeleerden,
Mensen met veel kennis over de Bijbel,
een gesprek over gewoontes en gebruiken.

Jezus trekt rond door Israël als een soort rabbi, een Joodse leraar.
En net als veel rabbi’s heeft hij een groep leerlingen om zich heen.
Best een vreemde groep mensen, zo bij elkaar.
Want de meeste rabbi’s verzamelden vooral nette, veelbelovende,
degelijke leerlingen om zich heen.
Maar de leerlingen van Jezus zijn echt een allegaartje van mensen.
Mensen uit alle lagen van de samenleving.
Eenvoudige vissers. Een voormalige opstandeling. Schriftgeleerden.
Er zijn zelfs tollenaars, die bekend staan als corrupte belastinginners,
die achter hem aan gaan.
En allerlei typen mensen die erom bekend stonden dat ze een slecht leven leidden.

Moet je je dat eens voorstellen!
Dat was niets voor een rabbi, om met zulke mensen om te gaan.
En als dat nog niet erg genoeg is,
dan wel dat Jezus ze maar een beetje vrij lijkt te laten.
Een rabbi volgen, dat is iets serieus. Daar moet je toegewijd voor zijn.
Je moet je leven ernaar inrichten.
Sober leven. Eenvoudig.
Je moet dagelijks op gezette tijden de juiste gebeden uitspreken.
De wereld om je heen moet aan je kunnen zien dat jij er voor gaat.
Dat het niet niks is waar jij mee bezig bent.
Geen hobby die je er maar even bij doet.

Maar de leerlingen van Jezus doen dat allemaal niet,
volgens de mensen die dat wél heel serieus nemen.
Jouw leerlingen eten en drinken maar, zeggen ze tegen Jezus.
Betekent het wel iets voor ze, dat ze achter Jezus aan gaan, en van hem leren?

Want wees nou eerlijk: geloven, dat ís toch ook een serieuze bezigheid?
Daar moet je je best voor doen!
Je moet je verantwoordelijkheid nemen.
Je moet je leven ernaar inrichten.
Dat is nu toch niet anders?
Je moet naar de kerk gaan, en je daarvoor inzetten.
Zelfs al gaat het er allemaal soms een beetje anders dan je zou willen.
Want dat hoort er allemaal bij. Toch?

Dat is best een belangrijke vraag. Want hóórt het er allemaal bij?
Is dat waarom je het doet?
Is dat waarom jullie hier zitten?
Omdat het van je verwacht wordt?
Of omdat je het zo gewend bent?

De mensen met veel kennis over de Bijbel, en de gebruiken, vragen aan Jezus:
Waarom vraagt u niet van uw leerlingen om net zo te doen als de leerlingen van Johannes de Doper?
Dat vonden ze ook een vreemde rabbi,
Maar hij leert zijn leerlingen tenminste om te vasten,
om zich van lekker eten te onthouden.
En om te bidden op gezette tijden.
Jezus geeft als antwoord: die tijd komt nog wel.
Maar op dit moment ben ik nog bij ze.
Op dit moment is hun belangrijkste taak niet om zich aan al die dingen te houden.
Op dit moment is hun taak dat ze mij leren kennen.
Dat ze horen wat ik ze te zeggen heb.

Want Jezus gaat heel bewust om met mensen die hun leven niet op de rit hebben.
Met mensen die het moeilijk vinden om zich aan al die gewoontes en gebruiken te houden.
Dát zijn de mensen die het nodig hebben,
om te horen dat God ook hún God is!, zegt Jezus.
Die hulp nodig hebben om weer opnieuw te kunnen beginnen.

Jezus geeft de farizeeën en de Schriftgeleerden dan een bijzonder voorbeeld.
Niemand giet jonge wijn in oude zakken,
want de jonge wijn zorgt ervoor dat de oude zakken scheuren,
zodat de wijn eruit loopt,
en de zakken zijn ook niet meer te gebruiken.
In die tijd een bekend voorbeeld, voor ons wat minder.
Maar je kunt je er vast een voorstelling bij maken.

Een jongen van 16 moet je bijvoorbeeld niet de kleren aandoen van een man die 80 is.
Zowel de jongen als de kleren zien er dan niet uit.
En iemand die 80 is ziet er ook niet uit in de kleren van een puber.
Soms matcht jong en oud gewoon niet zo.

Maar jonge wijn in oude zakken doen.
Zo lijkt het soms wel een beetje te gaan in de kerk.
We proberen om de diensten voor iedereen toegankelijk te maken.
Maar dat is nog best moeilijk.
Want hoe doe je dat op zo’n manier dat iedereen zich er ook echt thuis voelt?
Dat mensen die voor het eerst komen kijken het gevoel hebben: hé, hier wil ik zijn!
En dat ook mensen die hier al jaren naartoe gaan niet het vertrouwde gevoel bij een kerkdienst kwijt raken?
Met dit voorbeeld lijkt Jezus bijna te zeggen: dat kan niet!
En dat is ook ontzettend moeilijk.
Want in de kerk zitten we wel met al die mensen bij elkaar.
Mensen die al jaren naar de kerk gaan,
Mensen die nog jong zijn, die ook graag aansluiting willen vinden bij de gemeente.
En soms ook mensen die voor het eerst komen.

En met veranderingen is het altijd zo:
Wat voor de één al als een enorme verandering voelt,
gaat voor de ander niet hard genoeg.
Voor de één voelt eens per maand koffie drinken na de dienst in de kerk al als een hele verandering.
Terwijl een ander misschien wel elke dienst om 10 uur zou willen laten beginnen,
en elke week koffie in de kerk zou willen hebben!
Maar dan zegt weer een ander: nee, ik ga liever thuis koffie drinken!
En ook een beetje op tijd, want anders heb ik niets meer aan mijn dag!

Voor de één voelt elke dienst maximaal één onbekend lied al als een enorme vernieuwing.
Misschien zelfs al te veel.
Terwijl een ander misschien de dienst wel totaal anders in zou willen vullen!
De één geniet enorm van het orgel,
terwijl een ander die het liefst meteen eruit zou slopen.
De één geniet van een oude kerk, om daar de diensten te houden.
Terwijl een ander de kerkdiensten het liefst naar de school zou verplaatsen,
bijvoorbeeld, om de drempel wat te verlagen.

Maar wat is dan goed? Hoe kom je bij elkaar?
Hoe maak je de kerk een plek waar iedereen zich thuis voelt?
De kerkdienst een moment waar iedereen iets uit kan halen?

Moet je soms twee aparte kerkdiensten houden?
Hele laagdrempelige diensten, met een laagdrempelige boodschap,
en traditionele diensten, met veel diepgang?

Of zijn dat alleen maar cosmetische oplossingen?
Je verandert iets aan de buitenkant van de kerkdienst.
Maar wat verander je nou echt?
Want op een gegeven moment wordt ook die nieuwe vorm een traditie.
Een gebruik. Nieuwe wijn wordt oude wijn.

Ik denk echt dat het nog veel, veel belangrijker is om, met elkaar,
steeds weer te bedenken waarom je op zondag naar de kerk komt.
Wat je doel is. Wat echt wezenlijk is aan een kerkdienst.
En misschien niet alleen aan de kerkdienst,
maar überhaupt aan gemeente zijn, aan een kerk zijn met elkaar.

Dat is dat we hier niet alleen zijn om iets in stand te houden wat er altijd was.
En ook niet omdat het er nou eenmaal bij hoort.
Maar dat is omdat we, hier in de kerk, over Jezus willen horen.
Dat het een plek moet zijn waar iedereen,
jong of oud, de verhalen over Hem kan horen. Hem kan leren kennen.
En waar we samen ons geloof in hem mogen vieren.
Waar je je hart op kunt halen.
Waar we mogen horen over de God uit de Bijbel, die ook nu nog onze God is,
in de dingen die wij elke dag tegenkomen.
En waar we elkaar mogen bemoedigen,
als het soms tegenzit in ons leven,
met woorden van hoop.

Alleen het is wel heel lastig.
Want voor verschillende mensen gaat dat op verschillende manieren.
De een die voelt zich echt opleven als de kerk een beetje voelt als een huiskamer.
Waar je eerlijk en kwetsbaar kunt zijn.
En waar het over jou gaat.
De ander geniet van een traditionele dienst, met mooie, bekende liederen.
En weer een ander van een diepgaande uitleg van de Bijbel.

Wat Jezus zegt, is dan best spannend:
We moeten niet van jonge wijn verwachten dat die in oude zakken gestopt kan worden.
Want dan scheuren de zakken, en wordt de wijn verspild.
Maar ook de nieuwe generatie moet niet denken dat jonge wijn alleen maar beter is.
Want die oude heeft ook een heerlijke smaak.
Dat is een rijke traditie, waar veel te halen valt.
Daarom moeten we elkaar onze manieren van geloofsbeleving niet op willen leggen.
Maar toch moeten we het wel met elkaar uithouden.
En daarom is het belangrijk om elkaar ook echt de ruimte te blijven geven.
Niet omwille van de vernieuwing.
En ook niet omwille van dat alles bij het oude, vertrouwde blijft.
Maar omwille van de kern waarom wij kerk zijn:
Dat dit de plek is waar wij Jezus mogen leren kennen.
En door hem bemoedigd mogen worden.
Jong en oud.
mensen die al lang christen zijn én mensen die nog maar net christen zijn,
of die nog op zoek zijn,
mensen die veel Bijbelkennis hebben, en mensen die nooit in de Bijbel lezen,
mensen die twijfelen, en mensen die een rotsvast vertrouwen hebben,
Mensen die hun leven op een rijtje hebben,
en mensen die het water aan de lippen hebben staan,
op wat voor manier dan ook.

Want Jezus vond het belangrijk om juist die mensen op te zoeken,
die aan de rand stonden.
Die al die gebruiken en gewoonten niet kenden,
Maar die wel op zoek waren naar God.

En als mensen die Jezus volgen, moet dat voor ons ook belangrijk zijn.

Alleen dat vraagt júist iets van ons.
Van de mensen die al gewend zijn om naar de kerk te gaan.
Om niet altijd vast te houden aan onze gebruiken, en gewoontes,
En te verwachten dat nieuwkomers zich daar ook aan houden,
Maar om ruimte te geven aan wie dat niet zo gewend is.

Nou klinkt dat als iets zwaars, en iets naars, als ik dat zo zeg.
Maar dat kan juist ook heel mooi zijn. Heel verrijkend, voor je eigen geloof.

Stel dat je iemand rondleidt door een stad.
Die voor jou ontzettend bekend is.
Als jij zelf door die stad loopt, is er heel veel wat je allang niet meer ziet.
Maar iemand die daar onbekend is, die blijft soms ergens stilstaan, en zegt:
kijk, wat een mooi gebouw!
Kun je me hier misschien iets over vertellen?

Juist door ruimte te geven aan mensen voor wie het geloof nieuw is,
Door steeds weer aan anderen uit te leggen wat de basis is van wat jij gelooft,
Kun je ook weer met andere ogen naar je eigen geloof gaan kijken.

Dat vraagt iets van je,
om langs plekken te lopen die voor jou zo overbekend zijn geworden,
dat ze je niet altijd meer wat zeggen.
Om daar iemand de weg te wijzen die de weg niet kent,
die verdwaald is, of op zoek.
Daar heb je geduld voor nodig.
Zeker als jij liever doorloopt naar een andere plek, waar je zelf meer mee hebt.

Maar dat geduld kan ook beloond worden.
Want als je samen oploopt met iemand voor wie het allemaal nieuw is,
kun je weer hele nieuwe dingen ontdekken,
Juist aan die plekken die voor jou zo bekend en vanzelfsprekend zijn.

Want uiteindelijk is dat wat missionair zijn is.
Een stapje terug doen, ruimte geven als gemeente,
zodat ook iemand voor wie het allemaal niet zo bekend is,
ruimte krijgt om in geloof te groeien.
Om een leerling van Jezus te worden.

En daar mag je zelf ook door verrast worden.
Je mag er zelf door groeien. Door de vragen die die ander stelt.
En doordat je ziet wat God in diegene aan het doen is.
Daar mag je zelf ook door bemoedigd worden.

Dat zien gebeuren, dat is volgens mij een van de mooiste dingen die er zijn.
Dat gun ik ons als gemeente ook van harte.
Dat wij die kans krijgen,
om ook mensen die het allemaal niet kennen, en niet begrijpen,
welkom te heten in ons midden.
Oude wijn is goed, zegt Jezus.
Wie oude wijn geproefd heeft, wil niet meer anders.

Maar er moet ook ruimte zijn voor nieuwe wijn, in nieuwe zakken.
Die moet je ruimte geven om zelf ook te groeien, en te rijpen.
Die moet je niet in die oude zakken wíllen stoppen.

Dat vraagt om keuzes. Van ons, als gemeente.
Wat zijn de nieuwe zakken in onze gemeente?
Wat zijn plekken waar nieuwkomers, en jonge mensen,
zich welkom kunnen voelen?
Mensen die al die gebruiken nog niet kennen,
of die zelf willen uitvinden hoe zij, met hun generatie, kerk willen zijn?
Plekken waar zij het verhaal van God kunnen horen,
En leerling van Jezus kunnen worden?

Nieuwe wijn, in nieuwe zakken.
Misschien dat de nieuwe wijn wel een hele nieuwe,
andere smaak krijgt dan de oude wijn.
Maar hij wordt vast ook heel erg lekker als hij gaat rijpen!
Dus, geliefde gemeente van Jezus Christus:
denk hierover na!
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *