Veertig dagen voor Pasen

Als u dit leest is de veertigdagentijd ongeveer op de helft. In de veertig dagen voorafgaand aan Pasen is er een tijd van bezinning, een tijd waarin we in de kerk luisteren naar de verhalen over Jezus die voor de laatste keer op weg is naar Jeruzalem, op weg naar zijn lijden en sterven.

Dit jaar mocht ik de veertigdagentijd op een bijzondere manier beginnen. Samen met een paar gemeenteleden ging ik op Aswoensdag naar de Rooms-Katholieke kerk in Delfzijl. Anders dan in veel Protestantse kerken, waar de veertigdagentijd gevoelsmatig begint op de eerste zondag van de veertigdagentijd, is de Aswoensdagviering in de Katholieke kerk een markering voor het begin van die periode.

Het is een viering die je kunt vergelijken met bij ons een viering op biddag, bijvoorbeeld. Je komt ’s avonds samen, met een groep gemeenteleden, voor een korte dienst. Tijdens de dienst wordt aandacht gegeven aan wat de veertigdagentijd nu eigenlijk is. Nellie Hamersma, voorgangster in de Katholieke kerk in Noord-Groningen (een hele vriendelijke vrouw), vertelde op een laagdrempelige manier wat die veertigdagentijd betekent. Het is een tijd van vasten. Dat betekent: minder eten, of je onthouden van luxe. Maar dat niet alleen: het is ook een tijd van geven. Zoals wij bijvoorbeeld als gemeente in de veertigdagentijd aandacht geven aan het project van Tear, voor schoon drinkwater in Oeganda. Op die manier denk je, meer nog dan anders, aan mensen die het minder hebben dan jij. En het is een tijd van bidden. Een tijd waarin je je opnieuw, meer bewust, op God probeert te richten.

Tijdens deze dienst krijgen mensen een askruisje op hun voorhoofd getekend door de voorganger. De as is afkomstig van de palmbladeren van Palmpasen in het jaar daarvoor. Gemeenteleden hebben deze mee naar huis gekregen, en bewaren de bladeren een jaar lang. Na dat jaar worden ze verbrand.
De betekenis van het askruisje is vanouds om ons te herinneren dat wij ‘uit stof gemaakt’ zijn, en ‘tot stof zullen wederkeren’. Het askruisje is om ons bewust te maken van onze kwetsbaarheid als mens. De ene dag zijn we helemaal gezond, de volgende krijgen we te maken met ziekte, of zelfs de dood. Maar in onze kwetsbaarheid, en ook in ons falen, ons tekortschieten, mogen we ons door God gedragen en geliefd weten. Mw. Hamersma gaf er daarom nieuwe woorden aan. Ze tekende een kruisje op ons voorhoofd, met de woorden: “Mens, je bent een stofje. God houdt van je.”

Het was een bijzondere dienst voor ons om mee te maken. Bijzonder om op deze manier de veertigdagentijd te beginnen, omdat je die veel bewuster in gaat. Vanuit het besef dat je als mens kwetsbaar, en toch geliefd bent. En vanuit het besef dat het in de veertigdagentijd niet alleen gaat om vasten en onthouding van luxe, maar ook om geven en bidden. Je richten op God, en op je naaste. Door het askruisje op je voorhoofd word je daar heel tastbaar bij bepaald. Ik kan het iedereen aanraden om eens mee te maken.

Ds. Jake Schimmel

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *