Doopdienst (Psalm 139)

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Wie van jullie heeft vrienden, of collega’s, of kent mensen,
die niet, of niet meer, naar de kerk gaan?
Ik denk dat iedereen dan wel zijn hand op kan steken!

Misschien dat je er niet eens zoveel met ze over praat,
maar als je erover praat,
dan is het wel interessant om te horen wat voor beeld mensen vaak hebben bij de kerk, en bij geloven.

Het kan bijvoorbeeld zijn dat je vragen krijgt, zoals:
Mag je dan helemaal niks doen op zondag?
En als je gelooft, dan mag je zeker geen seks voor het huwelijk?
Heb je wel een TV?
Bid je dan elke keer voor het eten? En waar bid je dan voor?

Want dat is wel een beetje het beeld dat mensen vaak hebben van de kerk,
en van geloven.
Dat het vooral gaat over dingen die ‘moeten’, en dingen die niet mogen.

Op TV merk je dat ook.
Daar hoor je wel eens mensen vertellen over hun gereformeerde opvoeding,
en over hoe blij ze zijn dat ze daarvan bevrijd zijn.

Terwijl jij zelf je geloof misschien – hopelijk, zou ik zelfs zeggen –
helemaal niet zo ervaart.
Natuurlijk kunnen er wel dingen zijn waar je andere keuzes in maakt dan iemand die niet gelooft.
Maar dat is niet alleen waar het over gaat.

Vandaag hebben we Psalm 139 met elkaar gelezen.
Een Psalm, een lied, geschreven door David.
Want de ouders van Wout,
Willem en Gerlinda,
wilden graag dat het over deze tekst zou gaan.
Het is namelijk ook jullie belijdenistekst, en jullie trouwtekst.
En het was de tekst die centraal stond toen jullie dochter Karen werd gedoopt.

Nou is Psalm 139 een lied,
dat een heel ander beeld van God laat zien dan mensen vaak voor ogen hebben.

Het maakt wel uit hoe je die psalm leest, trouwens.
Heer, U kent mij, U doorgrondt mij.
U weet het of ik zit, of sta. U doorziet van verre mijn gedachten.

Sommige mensen krijgen daar rillingen van.
Want dat kan je negatief opvatten, zelfs een beetje bedreigend.

Het woord ‘kennen’ doet ons denken aan ‘kennis’. Aan weten.
Oftewel: God weet alles van je.
Hij weet precies wie je bent, en wat je doet.
Zelfs wat je denkt, dus pas maar op!

Maar: zo is dit lied helemaal niet bedoeld.
In de taal waarin dit lied is geschreven, het Hebreeuws,
heeft het woord ‘kennen’ een hele andere klank.
Niet ‘weten’, maar: vertrouwd zijn.
God kent ons, betekent:
God is vertrouwd met ons. God begrijpt ons.
Wij zijn door God gekend. Door God geliefd!
Dat klinkt al heel anders!

Dat blijkt wel door hoe liefdevol de schrijver van dit lied daarover vertelt:
Wonderlijk, zoals U mij kent,
Het gaat mijn begrip te boven!

God kent ons, dieper dan wij onszelf kennen.
Dat gáát ons begrip ook echt te boven!
Kun je je daar iets bij voorstellen?
Wij geloven in een God die ons allemaal persoonlijk kent.
Die heel persoonlijk op ons leven betrokken is.

Wie van jullie heeft de film ‘Bruce Almighty’ wel eens gezien?
Inmiddels is dat al wel weer een wat oudere film.
Een man, Bruce, vindt dat God er maar een potje van maakt.
En dan geeft God hem een week lang al zijn krachten, en hij zegt:
Okee, laat maar zien dat jij het beter kunt!

Na een enerverende dag,
waarop hij zijn nieuwe krachten een beetje heeft uitgeprobeerd,
zit Bruce in zijn kamer, lekker rustig,
En dan hoort hij ineens allemaal stemmen door elkaar praten!
Het zijn alle mensen van de wereld die op dat moment aan het bidden zijn.
Het overspoelt hem gewoon, hoeveel dat er zijn.

Dus hij denkt: hoe kom ik daar vanaf?
Eerst laat hij de gebeden als post-its verschijnen,
maar dat is niet zo’n goed idee,
want meteen hangt zijn hele huis vol met post-its,
van de vloer tot aan het plafond.

Dus denkt hij:
Ik laat alle gebeden als e-mails mijn laptop binnenkomen.
Vervolgens selecteert hij alle binnengekomen mails,
en klikt op ‘allen beantwoorden’,
En geeft zo alle mensen in één klik waar ze om vragen.
Hij kijkt triomfantelijk: kijk, zo los je dat op! Iedereen is blij!
Maar het zorgt natuurlijk voor een enorme chaos,
want ineens hebben wel heel veel mensen de loterij gewonnen 😉

Bij God werkt het dus niet zo.
Hij klikt niet op ‘Allen beantwoorden’.
Hij selecteert ook niet een deel van de gebeden waar hij naar luistert,
en de rest negeert hij.
Dat gevoel kan je soms wel hebben, als je aan het bidden bent.
Alsof je tegen de muur praat.

Maar God hoort ons, als we met hem praten.
Hij is zelfs vertrouwd met wat wij denken.
Niet alleen als we aan het bidden zijn, of als we in de kerk zitten.
Maar op elk moment.
Bij alles wat we doen.
Eigenlijk sta je de hele dag in contact met God.
In alles wat je doet is Hij bij je.
Dat is toch een mooie gedachte!

Wat ik ook zo mooi vind aan deze Psalm, is het vertrouwen dat eruit klinkt:
Het vertrouwen dat je nooit uit Gods hand kunt vallen.
Dat er geen situatie is, geen moment,
waarop God jou in de steek laat.
Vanaf je geboorte, tot aan je dood,
en zelfs tot in de dood, is God bij je.

En zelfs als alles duister is om je heen,
Als je zelf geen uitweg meer ziet,
Is die duisternis nooit zo groot dat God jou niet meer ziet.

Dat hoef je dat altijd zo te ervaren..
Soms zijn er momenten dat geloven moeilijk is.
Dat bidden moeilijk is..
Soms kunnen er dingen in je leven gebeuren die voelen alsof de grond onder je voeten wegzakt.

Op zo’n moment kun je je ontzettend door je geloof gedragen weten, ->
Maar het omgekeerde kan ook gebeuren: dat je het even niet meer ziet.
Dat het je niks meer zegt. Of dat het je niet meer raakt.

Ik ben ooit erg aan het denken gezet door een regel uit een lied van de christelijke band Casting Crowns.
Het lied gaat over iemand die probeert om zijn geloof vast te houden,
En om met God te leven,
Maar die voor zijn gevoel steeds weer faalt. Steeds weer tekortschiet.
Steeds weer het gevoel heeft dat hij God niet kan bereiken.

En aan het einde van dat lied klinkt ineens de volgende regel,
als een soort geloofsbelijdenis:
But I’m not holding unto You. You are holding unto me.
Maar ik hoef U niet vast te houden. Want U houdt mij vast.

Zelfs als je dat niet voelt,
dan mag je nog steeds wéten dat dat zo is.
Dat, ook als jij God niet vast kunt houden,
Dat God jou nooit zal laten vallen!

De schrijver van Psalm 139 zegt:
zelfs als ik zou probéren om van U weg te komen,
Dan nog zou dat mij niet lukken!
Want Gods trouw is oneindig veel groter dan de trouw van mensen.
Zelfs als je Hem de rug toekeert, zal Hij jou nooit de rug toekeren.

Dat is één van de dingen die je ook gelooft, als je je kind laat dopen.
Want daarmee zeg je eigenlijk:
ik geloof dat ook het leven van Wout, en van Karen, in Gods hand ligt.
En dat Hij ze nooit los zal laten.
Ook al weet je nu nog niet hoe het zal lopen.
Zelfs als ze uiteindelijk een andere weg opgaan,
dan mag je je daar nog steeds aan vasthouden:
God laat niet los wat zijn hand in ons begon.
Hij zal altijd met ze meegaan, waar ze ook gaan.

Want in deze tijd is het niet meer zo vanzelfsprekend,
als jij je kind laat dopen, dat hij of zij altijd zal blijven geloven.
Zich altijd thuis zal voelen in de kerk.

Het is best een uitdagende tijd om in op te groeien.
En ook om vader of moeder te zijn, en je kind iets van je geloof mee te geven.
Vroeger geloofde praktisch iedereen in God:
Je familie, je vrienden, je buren, je collega’s.
Nu ben je vaak een uitzondering op de regel.
En dat is niet altijd leuk. En ook niet altijd makkelijk.
Want dat vraagt van jezelf om er veel bewuster voor te kiezen dát je gelooft.
En om er iets mee te blijven doen.
Om het een plek te blijven geven in je leven.

En dat kan voelen als tegen de stroom in zwemmen.
Want je hebt het geloof in God niet meer nodig om gelukkig te zijn.
En ook niet om een goed leven te leiden.
Soms zijn mensen die niet naar de kerk gaan betere mensen dan de mensen die wel gaan!

En als twintiger, dertiger of veertiger naar de kerk gaan is ook lang niet meer zo vanzelfsprekend.
Zelfs zo erg, dat je soms het gevoel kunt krijgen dat jij nog maar een van de weinigen bent die zijn overgebleven.
Of soms bekruipt je het gevoel:
ben ik dan degene die straks het licht uit moet doen? En wat dán?

Al zit er ook een andere kant aan dat verhaal.
Naar de kerk gaan, alleen omdat het hóórt,
omdat het door je omgeving van je verwacht wordt,
dat zie je steeds minder.
Als je nu actief lid bent van een kerkgemeenschap,
dan doe je dat omdat je er iets vindt.
Omdat het voor jou iets wezenlijks is.

Maar wat is dan zo wezenlijk?
Psalm 139 geeft je een heel mooi beeld van wat het wél mag betekenen om te geloven.
Ook in deze tijd.
Want dat geloof, dat kan je een houvast geven.
Het betekent dat niet alleen jij zelf verantwoordelijk bent om je leven vorm te geven, om zelf iets van je leven te maken,
Dat het er niet alleen om gaat dat je alles uit het leven haalt wat erin zit,
Of dat je mislukt bent als dat niet lukt.
Maar dat je je altijd gekend mag weten. Geliefd mag weten.
Door een God die jou door en door kent, en begrijpt.
Die een vaste grond onder je leven wil zijn.
Die alles voor jou wil geven.

Want dat is waar de Bijbel over gaat.
Over een God die ons steeds weer, keer op keer, zijn liefde wil laten zien.
Een God die zelfs mens is geworden, zoals wij,
om zo dicht mogelijk bij ons te komen.
Om alles mee te maken wat wij meemaken,
alles te voelen wat wij voelen.
En die zelfs zijn leven voor ons overhad.

Willem en Gerlinda, jullie hebben samen belijdenis gedaan in de kerk.
Jullie zijn er getrouwd.
En hebben jullie eerste kindje Karen hier laten dopen, en straks ook Wout.

Eigenlijk kun je dat best wel een getuigenis noemen van jullie geloof.
Niet omdat jullie het altijd zeker weten, en omdat jullie nooit vragen hebben.
Maar wel omdat jullie daarmee laten zien dat je bij de kerk wilt horen.
Dat je er iets vindt.
En nog belangrijker: dat je bij God wilt horen.
En dat je wilt dat jullie kinderen God ook leren kennen.

En ik wil jullie daar vanmorgen in bemoedigen.
Jullie als ouders, en jullie allemaal als gemeente.
En als familie, en vrienden van Willem en Gerlinda.

Want: de kerk is groter dan deze muren hier om ons heen.
De afgelopen jaren is de kerk hier in Ten Post samengegaan met de kerken uit Thesinge en Stedum.
Dus jullie weten als geen ander dat het niet ophoudt bij een kerkgebouw.
Maar het houdt ook niet op bij een kerkverband.
Hier in het dorp is bijvoorbeeld een goede samenwerking met de gereformeerde kerk vrijgemaakt.
En Willem en Gerlinda hebben hier vanmorgen ook vrienden voor de dienst uitgenodigd die ze kennen van de CPJ.
Allemaal mensen uit verschillende kerken, en kerkverbanden.
En misschien ook nog mensen die niet meer naar de kerk gaan,
omdat ze het daar niet meer vinden.

Maar er is iets wat ons allemaal bindt. Namelijk dat wij in dezelfde God geloven.
De God waar Psalm 139 over gaat.
De God, die ons kent vanaf ons kleinste begin,
Die ons liefdevol heeft gevormd in de buik van onze moeder.
Die tegen ieder van ons zegt: ik heb jou wonderlijk gemaakt.
Ik vind je prachtig, zoals je bent!
De God, die ons leven van begin tot eind omgeeft.
Die ons draagt.
Op de mooie, en ook op de moeilijke momenten.

Dat houdt niet op bij de muren van de kerk.
Ook niet als je ooit het licht uit zou moeten doen.
Want Hij is overal bij ons.

En zelfs als wij Hem niet vast kunnen houden,
Dan mogen we altijd weten dat Hij ons vast blijft houden.

Want zo is Hij!
Een God van liefde. En een God van trouw.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *