Groeien en snoeien

Tekst: Johannes 15:1-8

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Toen ik nog op de basisschool zat,
had ik een vriend, met wie ik veel optrok.
Heel vaak gingen we ’s middags uit school met elkaar spelen.
We hielden allebei van Lego.
En hij had een hele mooie verzameling, een hele stad van Lego.
En ik had dan weer andere dingen.
Het was leuk om daarmee te spelen,
en daar samen een verhaal omheen te verzinnen.

Als je nog zo jong bent,
dan ben je op een punt waarop je leven heel overzichtelijk is,
en je denkt dat alles altijd zo zal blijven.
Maar in groep 4 gebeurde er iets verdrietigs:
We kwamen aan het einde van het schooljaar,
en toen werd duidelijk dat hij het jaar overnieuw moest doen.
En ik zou wel doorgaan naar groep 5.

Op dat moment hadden we nog niet zo door dat dat iets zou veranderen.
Maar na de zomer raakten we elkaar uit het oog.
Hij kreeg andere vriendjes.
En ik ook.
En zo gingen we van het ene moment op het andere van heel veel contact naar heel weinig contact.
Ik weet nog dat ik dat best jammer vond.

Ze zeggen wel: uit het oog, uit het hart.
En ik denk dat het echt wel zo kan werken. Niet altijd natuurlijk.
Nu heb ik ook vrienden die ik op de universiteit heb leren kennen,
en die ver weg wonen, waar ik goed contact mee heb.
Maar je vriendschap kan dan alleen blijven bestaan,
als je bereid bent om erin te investeren.
Je moet er iets voor doen. Anders bloedt het dood.

Blijf in mij, zegt Jezus tegen zijn leerlingen.
Hij zegt het op de vooravond van zijn dood.
Het is het moment waarop hij afscheid zal nemen van zijn leerlingen.
Zij begrijpen nu nog niet helemaal waarom Jezus deze dingen zegt.
Maar later kijken ze hierop terug, en begrijpen ze die woorden van Jezus beter.

Want Jezus zal sterven.
En ook al zal hij daarna ook weer opstaan uit de dood,
het zal niet meer hetzelfde zijn.
Hij zal letterlijk ‘uit het oog’ zijn.
Ze moeten verder.
Niet zonder hem, maar wel zonder dat hij zichtbaar, tastbaar bij ze is.

En daarom geeft Jezus ze deze opdracht mee.
Blijf in mij.
Dan blijf ik in jullie.
Blijf met mij verbonden.
Alleen dán kunnen jullie vrucht dragen.
Uit het oog, ín het hart, zogezegd.

Hij gebruikt een heel mooi beeld om dat uit te leggen, vind ik zelf.
Het beeld van een wijnstok en wijnranken.

Nou ben ik zelf geen geweldige tuinier,
daar kan Sebe Klevering over meepraten,
dus ik heb eerlijk gezegd geen idee hoe het verbouwen van druiven in zijn werk gaat.
Daarom heb ik daar even naar gezocht, op internet.

Het begint allemaal met de wijnstok.
Dat wist ik ook nog net.
De wijnstok is een soort stam, die stevig in de grond staat,
En die zo de plant voorziet van water en mineralen.
Daar worden ook de suikers opgeslagen die ervoor zorgen dat de plant kan blijven groeien.

Nou is een wijnplant bijhouden best wel nauwgezet werk.
Om zoveel mogelijk en zo mooi mogelijke vruchten te krijgen,
moet je de plant op verschillende momenten snoeien.
Dat begint in de winter.
Want tijdens de winter stroomt het sap niet meer,
en moeten de wijnranken gesnoeid worden.
Een deel van de takken moet worden weggehaald.
Omdat het te uitputtend is voor de plant om alle ranken te voeden.

Dan komt het begin van de lente, en krijgen de gesnoeide ranken knoppen.
De knop gaat open,
de eerste bladeren komen tevoorschijn,
en er verschijnen kleine witte bloemetjes in de vorm van een tros.
En uit die bloemetjes ontstaan druiven.

Aan de ranken ontstaan dan nieuwe uitlopers, nieuwe takjes,
en die worden ook gesnoeid,
omdat ze veel energie kosten voor de plant.

En ook bladeren die het zonlicht op de druiven tegenhouden worden weggehaald.
En als er teveel vruchten aan de plant komen,
moet zelfs een deel daarvan worden weggehaald.
Want dan worden de vruchten die overblijven nóg lekkerder.

Uiteindelijk zijn de druiven rijp, en kunnen ze worden geoogst.
En wordt er lekkere wijn van gemaakt.

Jezus zegt twee belangrijke dingen tegen zijn leerlingen,
met behulp van het beeld van die druivenplant.
De eerste is:
Blijf in mij.
Blijf met mij verbonden.
Zoals die wijnranken niet zonder de wijnstok kunnen.
Anders overleven ze het niet,
Ze verdorren, en dragen geen vrucht meer,
Zo hebben jullie mij nodig om vrucht te kunnen dragen.
Om te kunnen blijven groeien in je geloof,
En om daarvan te kunnen delen.

Want geloven kún je niet alleen.
En je doet het niet alleen voor jezelf.
Het is belangrijk dat je gevoed blijft worden.
En het is bedoeld om vrucht te dragen.
Om alles wat je van God ontvangt, niet voor jezelf te houden,
Maar ervan te delen.

Alleen hoe doe je dat?
Hoe blijf je met Jezus verbonden?
Het is net als met het in stand houden van een vriendschap:
je zult er iets voor moeten doen!
Want ook als het over God gaat, kan dat spreekwoord waar zijn:
Uit het oog, uit het hart.
Maar dan gebeurt er iets geks. Want wat wij dan denken, als we dat horen, is:
als je gelooft, dan moet je je verantwoordelijkheid nemen.
Je moet er je best voor doen.
Je schouders eronder zetten.
Je moet een taak op je nemen.
Of een ambt in de kerkenraad.
Want de kerk moet blijven bestaan.

Maar nu ga ik iets spannends zeggen:
De kerk is daarbij helemaal niet het doel!
Het is een middel tot het doel.
Het doel is niet in eerste plaats dat de kerk er is. Of blijft bestaan.
Maar dat je, dóór samen een geloofsgemeenschap te vormen,
met elkaar en met God verbonden blijft.

Stel dat je goede vrienden hebt, maar die gaan ver weg wonen.
Als je ze dan toch wilt blijven opzoeken,
dan doe je dat niet alleen omdat je dat ziet als een verantwoordelijkheid.
Dat hoort er soms ook bij,
bijvoorbeeld als een goede vriend iets moeilijks meemaakt.
Dan wil je er voor hem of haar zijn.
Maar je doet ook je best voor een vriendschap, omdat je er blij van wordt!
Omdat je het fijn vindt om tijd met je vrienden door te brengen.

Zo is het ook met God, en geloof.
Je moet niet naar de kerk gaan uit verantwoordelijkheidsgevoel.
Maar omdat het de plek is waar je, samen met anderen, tijd maakt om met God bezig te zijn.
Om Hem te ontmoeten. Van Hem te leren.
En ook van elkaar te leren. En elkaar te bemoedigen.
Omdat je verbonden wilt blijven met Jezus. De kerk is niet de wijnstok, maar hij!
En als je met Hem verbonden blijft, dan mag je leven vrucht dragen!
Dan mag meer en meer zijn leven, zijn liefde, en trouw, en geduld, en vrede, en kracht, en wijsheid, en geloof, in jouw leven zichtbaar worden.
Want dat is dan de voeding waar je zelf uit leeft.
En die ook in jouw leven tot bloei komt.
In jouw leven vrucht draagt.
En dan zul je merken dat het ook heel fijn is om die vruchten niet voor jezelf te houden,
Maar om ze te delen, met mensen om je heen.

Dat is trouwens heel mooi aan dit voorbeeld van Jezus:
Hij gebruikt niet zomaar een vruchtenplant als voorbeeld,
Maar hij gebruikt de druivenplant, waar wijn uit gemaakt wordt.
Drank voor bij een feest!
Die vrucht, dat is blijdschap. Dankbaarheid, om wie God is in jouw leven.
Om wat Hij daar doet.
Dat ís iets om met anderen te delen!

Dat is één van de belangrijke dingen die Jezus tegen zijn leerlingen zegt.
Blijf in mij. Dan blijf ik in jullie, en kunnen jullie veel vrucht dragen.
Tot eer van God, de Vader.

Het tweede dat Jezus duidelijk wil maken, is:
vrucht dragen, dat doet ook wel eens pijn.
Dat kan moeilijk zijn.
Want om te kunnen groeien, moet er ook gesnoeid worden.
En dat is niet altijd fijn.

Jezus zegt niet alleen: ik ben de ware wijnstok.
Hij zegt ook: de Vader is de landman.
De boer.
Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt hij weg,
en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit hij bij,
zodat hij meer vruchten draagt.

Nou is dat snoeien niet iets wat de boer doet óm de plant pijn te doen.
Hij geeft, door te snoeien, juist heel veel aandacht aan de druivenplant.

Alleen het snoeien kán wel heel pijnlijk zijn.
Takken die teveel uitlopen,
Bladeren die het zonlicht in de weg zitten,
Er moet wel best veel aan de kant.

Als je gaat geloven, dan is dat meer dan dat je een set waarheden accepteert.
Je zegt als het ware tegen God: ik wil met U leven. Ik wil U volgen.
Je probeert je leven over te geven aan Hem,
en vraagt of Hij ervoor wil zorgen dat zijn vruchten in jouw leven mogen groeien.

Alleen om die groei mogelijk te maken,
is er soms meer nodig dan je zelf kunt overzien.
Soms laat God je zien dat er dingen in je leven zijn die dat misschien wel teveel in de weg zitten.
Dingen waar je als het ware een ‘afgod’ van maakt.
Die zó belangrijk voor je zijn, dat je er nauwelijks zonder kunt.
Bladeren, die het zonlicht in de weg zitten.

Een heel klein voorbeeld,
maar ik moet nu denken aan een computerspel dat ik erg leuk vond.
Maar dat stiekem ook behoorlijk gewelddadig was. En best wel grof.
Dat stond altijd bij mij in de kast.
Ook als ik catechisanten over de vloer had.
Op een gegeven moment dacht ik:
Jongeren doen niet alleen na wat je zegt, maar ook wat je doet.
Is dit wat ik aan hen over wil dragen?
Dus heb ik op een gegeven moment toch besloten om het weg te doen.
En toen ik dat gedaan had, had ik er eigenlijk helemaal geen spijt van.
Ik dacht: wat ik belangrijker voor mij: wat ik aan die jongeren meegeef,
dat ik ze iets van Gods liefde kan laten zien, of dat spel?

Nou is dat één voorbeeld, maar het kan ook nog iets heel anders zijn.
Stel dat je je werk zo belangrijk vindt, dat het alles voor je is.
Dat je er alles voor over hebt.
Misschien nog wel meer dan voor God. Of voor de mensen om je heen..
Of stel dat, ik noem maar iets, alcohol wel een hele grote plek inneemt in je leven.
Dat het eigenlijk meer jou bepaalt, je keuzes bepaalt, dan dat je ervan geniet.
Of stel dat jouw kind zo belangrijk voor je is,
Dat je nooit kunt of wilt horen dat het ook wel eens iets verkeerd doet.
Bijvoorbeeld dat het een ander kind pest.
Of stel dat je zoveel van netflix houdt,
Dat je niet meer kunt ontspannen zónder daarnaar te kijken.
Het zijn allemaal op zichzelf geen verkeerde dingen.
Maar wel als je ze teveel laat bepalen hoe jij je leven vorm geeft.
Als het dikke bladeren worden, die voor de zon gaan zitten.

Soms houdt je geloof je dan een spiegel voor.
Het gaat bij zulke dingen niet om de vraag:
Mag het wel, of mag het niet?
Maar je mag jezelf afvragen:
Doet het goed, of doet het kwaad?
Ga ik hierdoor dichter bij God leven?
Of staat het me juist in de weg om dat te doen?
Zit het die vruchten in de weg die God kan laten groeien in mijn leven?

En een vraag die heel veel in perspectief kan zetten:
Is dit net zoveel waard voor mij als de liefde die God aan mij wil geven?
Zo niet, geef ik het dan niet een té belangrijke plek in mijn leven?
Kan het niet wat minder? (…)

Soms betekent groeien, en snoeien, iets heel anders.
Namelijk dat je iets moeilijks meemaakt.
Iets waarvan je op dat moment totaal niet kunt zien,
of begrijpen, waar dat voor nodig is.
Maar waar je uiteindelijk misschien wel sterker uitkomt.
Of waardoor je dichter bij God komt te staan.
Daarmee wil ik niet zeggen dat God zulke dingen doelbewust veroorzaakt.
Ik zie God niet als iemand die ons doelbewust pijn doet.
Dat vind ik belangrijk om te zeggen.
Maar Hij kan wel, door pijn, en door moeilijke dingen die ons overkomen,
soms juist iets moois laten ontstaan.

Ik moet denken aan een goede vriend van mij die een paar jaar terug een zware burn-out heeft gehad.
En die daar nog steeds van aan het herstellen is.
Dat heeft hem ontzettend veel gekost.
Maar tegelijk zie ik ook aan hem hoeveel hij als persoon gegroeid is.
En hoe dankbaar hij is voor wat hij weer heeft, en kan. Kort geleden is hij voor het eerst vader geworden. Daarin zie ik echt God aan het werk.
Misschien dat je zelf ook wel iets moeilijks hebt meegemaakt.
Waarvan je achteraf kunt zeggen: het heeft me niet alleen iets gekost.
Maar, op een bepaalde manier, ook iets gebracht.

Want juist op moeilijke momenten kan je ook teruggeworpen worden op wat echt wezenlijk voor je is.
Kun je daar meer oog voor krijgen.

Dat snoeien is niet fijn.
Soms zou je wel willen dat het niet nodig zou zijn.
Zou je liever hebben gehad dat alles bij het oude, vertrouwde was gebleven.

Maar je mag er ook hoop uit halen.
Want juist op zo’n moment, juist als het moeilijk is,
Mag je weten dat God dichterbij is dan ooit.

De boer komt nooit dichter bij zijn wijnstok,
en schenkt er nooit meer aandacht aan,
dan wanneer hij het snoeimes in de hand heeft.

Op die momenten is God bij je.
En ook al haalt het de pijn en het verdriet niet weg van wat er gebeurd is,
of op dat moment gebeurt:
Je mag ondanks alles wel vertrouwen dat er ook iets moois uit naar voren kan komen.
Iets goeds.

Ik vind het een mooie gelijkenis die Jezus vertelt.
Omdat het zoveel diepere lagen heeft.
Hij doet daarmee de werkelijkheid niet makkelijker voor dan hij is.
Maar hij geeft ons wel hoop.
Hij geeft ons vertrouwen, dat Hij ons niet loslaat.

Jezus is de wijnstok.
Als wij in Hem blijven, blijft Hij in ons.
Dat belooft Hij ons.
Uit het oog hoeft niet uit het hart te zijn, bij Hem.
Zolang je Hem maar blijft zoeken.
Tijd met Hem doorbrengt.

Zijn vader is de landbouwer.
Die ons liefdevol snoeit.
Zodat wij mogen groeien.
Want dat is wat Hij ons gunt.
Waar Hij volop van geniet.
Als de vruchten van het leven met Hem in ons zichtbaar mogen worden.

En wij zijn de ranken.
Wij mogen zijn liefde, zijn kracht, zijn troost en zijn nabijheid,
door ons heen laten stromen.
Want dan mogen wij veel vrucht dragen.
Voor onszelf, voor elkaar, voor anderen, en voor Hem.
En mogen we steeds meer op Hem gaan lijken.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *