Rivieren van levend water

Tekst: Johannes 7:14-32 en 37-44

Geliefde gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

Een tijdje terug las een stukje in de krant over de situatie in Venezuela.
Misschien heb je wel gehoord wat zich daar afspeelt.
Venezuela verkeert namelijk in een diepe economische crisis,
en de corrupte president, Maduro, kan het tij maar moeilijk keren.
Dat veroorzaakt onvrede bij het volk,
en zorgt ervoor dat mensen zich tegen de president keren.
Kort geleden heeft een oppositieleider, Guaidó,
zichzelf uitgeroepen tot interim-president,
Hij wil de huidige president afzetten en nieuwe verkiezingen uitschrijven.Over hem stond het volgende stukje, in de Volkskrant:

In regeringskringen lijkt onenigheid te bestaan over wat te doen met Guaidó.
Aan de ene kant staan voorstanders van arrestatie van de oppositieleider.
Anderen waarschuwen voor de mogelijk desastreuze gevolgen daarvan:
grootschalige protesten en eventueel militair ingrijpen door de Verenigde Staten.
Op de lange termijn zal Guaidó vanzelf momentum verliezen, is hun redenatie.
Het protest zal uitdoven als er geen doorbraak is.

Het had bijna over Jezus kunnen gaan.
Dan zou het misschien zo gaan:

Bij de leiders lijkt onenigheid te bestaan over wat te doen met Jezus.
Aan de ene kant staan voorstanders van arrestatie van de zelfbenoemde Messias.
Anderen waarschuwen voor de mogelijk desastreuze gevolgen daarvan:
grootschalige protesten en eventueel militair ingrijpen door het Romeinse rijk.
Op de lange termijn zal Jezus vanzelf momentum verliezen, is hun redenatie.
Het protest zal uitdoven als er geen doorbraak is.

Jezus beweert dat hij de Messias is.
Dat God hem heeft gezonden.
Hij roept de mensen op om in hem te geloven,
En om achter hem aan te gaan.

En de leiders vinden dat een enge ontwikkeling,
zeker omdat meer en meer mensen ook daadwerkelijk achter Jezus aanlopen.
In hun ogen is hij een godslasteraar.
En nog erger:
een bedreiging voor de kwetsbare vrede die er op dat moment in Israël is.

Is Jezus een populist?
In de ogen van de leiders wel.
Het woord populist is een negatief geladen woord voor veel mensen.
Het komt van het Latijnse ‘populus’, wat ‘volk’ betekent.’
In feite is een populist iemand die tegen het volk zegt:
ik geef niks om wat de elite, de leiders zeggen.
Ik vind het belangrijk wat jullie willen. Wat jullie nodig hebben.
En zo profileert een populist zich als een redder van het volk.

Dat kan diegene zowel met goede bedoelingen doen als met kwade bedoelingen.
Hij kan het zeggen omdat hij het meent,
Of omdat hij het volk voor zijn eigen karretje wil spannen.

Ook in de tijd van Jezus waren er genoeg populisten,
mensen die het volk opruien om zich tegen de gevestigde orde te richten.

De leiders zijn bang dat Jezus dat ook gaat doen.
Daarom wantrouwen ze hem al bij voorbaat.

Jezus is iemand die regelmatig aanschopt tegen de gevestigde orde,
In de dingen die hij zegt en doet.
Het volk loopt achter hem aan,
de leiders willen hem uit de weg hebben.
Zij zijn bang dat Jezus de mensen op zal roepen om zich tegen hen te keren.
En niet zonder reden:
dat was in het verleden al gebeurd,
met andere zogenaamde ‘messiassen’.

Ze proberen mensen op Jezus af te sturen om hem te arresteren.
Maar niemand durft iets te doen.
Uit angst voor wat het volk gaat doen, misschien?
Net zoals de regering van Venezuela de protesten van de mensen vanaf een afstandje bekijkt.
Niets doen, en hopen dat het vanzelf voorbijgaat.

Maar ondertussen kunnen de leiders van Israël geen grip op Jezus krijgen.

Jezus trekt rond door Israël.
Het ene moment is hij in Galilea, dan weer in Jeruzalem.
Ongrijpbaar, oncontroleerbaar.

Soms duikt hij ineens op.
Zoals in het verhaal dat we hebben gelezen.
Dat speelt zich af tijdens het loofhuttenfeest:
een feest waarop Joden naar Jeruzalem trokken,
om dankoffers te brengen voor de oogst die was binnengehaald.

De mensen in Jeruzalem kijken uit naar Jezus.
Ze zijn benieuwd naar hem, en hopen dat hij komt!
Ze hebben het over hem op de hoeken van de straat.
Sommigen vinden dat hij een goed mens is, anderen dat hij het volk misleidt.

Maar van Jezus zelf is geen spoor te bekennen.
Eerst lijkt het erop dat Jezus het feest overslaat,
maar hij gaat in het geheim,
omdat hij weet dat hij anders gearresteerd zal worden.
De mensen weten niet dat hij er is.

Halverwege het feest, dat een week duurt,
laat Jezus zich plotseling zien, in de tempel.

En hij geeft er onderricht, als een rabbi, een Joodse leraar.

De mensen die hem horen lesgeven, zijn verbaasd.
Hij heeft zoveel kennis. Hoe weet hij dat allemaal?
Terwijl hij geen opleiding heeft gehad, zoals andere rabbi’s?

Dan wordt het spannend.
Jezus zegt:
wat ik jullie vertel, heb ik niet van mijzelf,
maar van hem die mij gezonden heeft. Van God.

Ik vertel jullie deze dingen namelijk niet om mezelf op een voetstuk te plaatsen.
Ik wil niet dat jullie mij eer geven.
Ik wil dat jullie God eer geven.

Kom bij mij, luister naar mijn woorden, geloof in mij.
Vertrouw erop dat mijn woorden waar zijn.
Dan zul je God vinden.
Want Hij heeft mij gezonden.
Mijn woorden niet mijn eigen woorden.
Mijn woorden zijn de woorden van God.

De mensen vinden het moeilijk hoe ze moeten reageren op Jezus.
Ze zijn vertwijfeld.
Spreekt hij nou de waarheid, of niet?

Het verhaal in Johannes 7 is niet het eerste openbare optreden van Jezus.
Vanaf het moment dat hij begint rond te trekken,
en de mensen vertelt over God, zijn Vader,
zijn er veel mensen die willen horen wat hij te zeggen heeft.
Ze lopen achter hem aan,
en ze lopen met hem weg.

Maar vlak voor dit verhaal, in Johannes 6, begint het tij ineens te keren.
Het wordt serieuzer.
Stukje bij beetje onthult Jezus aan de mensen wie hij is.
En waarvoor hij echt is gekomen.

Dat vind je terug in alle vier de evangeliën:
een moment waarop zichtbaar begint te worden dat de weg van Jezus een moeilijke weg zal zijn.
Dat hij op weg is naar zijn lijden en zijn dood.
Jezus probeert dat aan de mensen te vertellen.
En de mensen begrijpen het niet.
Zij willen een held, een overwinnaar, geen verliezer.

En daardoor haken steeds meer mensen af.
Ze vinden zijn woorden te groot, te radicaal. Eng, misschien zelfs.
Hij zegt ook zulke grote dingen over zichzelf!

Zo zegt Jezus in Johannes 6:
Ik ben het levende brood, dat uit de hemel is neergedaald.
Wie dit eet, sterft niet, maar heeft het eeuwige leven.
De levende Vader heeft mij gezonden, en ik leef door de Vader.
Zo zal wie mij eet, leven door mij.

Wat wil hij daarmee zeggen?, dachten de mensen.

En nu, in Johannes 7, spreekt Jezus weer van die grote woorden.
Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken.
Want rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft.

De mensen die de woorden van Jezus horen,
vinden het moeilijk ze te plaatsen.
De leiders willen precies weten wat Jezus ermee bedoelt.

Beweert hij nou dat hij de Messias is?
Waarom zegt hij dat God hem gezonden heeft?
Dat maakt dat alle alarmbellen bij ze gaan rinkelen.
Ze zien Jezus als een dreiging. Als een gevaar.

Als je de uitspraken van Jezus in deze hoofdstukken,
en in het hele boek Johannes, leest,
dan kan het maken dat je denkt:
dacht Jezus niet te groot over zichzelf?

Want in deze hoofdstukken van Johannes wordt het spannend.
Andere verhalen over Jezus zijn mooi om te vertellen, of te lezen.
Hoe Jezus mensen geneest.
Hoe Jezus mensen ziet die door anderen worden genegeerd.
Hoe Jezus mensen bevrijdt,
en hoe hij mensen vergeeft.
Hoe hij de mensen leert wat liefde is.

Maar in deze hoofdstukken kun je niet om Jezus heen.
Is hij echt wie hij zegt dat hij is?
Is hij echt het levende brood?
Het water dat leven geeft?
Is hij echt door God gezonden?

C.S. Lewis was een Britse schrijver,
Een professor van literatuur aan de universiteit in Oxford,
die eerst atheïst was,
en die op latere leeftijd ging geloven, na gesprekken met zijn vrienden.
Daarna hield hij lezingen op de Engelse radio over wat nou de kern is van het christelijk geloof. En daarin zei hij:

Mensen zeggen wel eens:
Ik geloof niet dat Jezus de Zoon van God was,
Maar wel dat hij een groot geestelijk leider was. Een voorbeeld.

Maar, zei hij: iemand die een gewoon mens was,
en die de dingen beweerde die Jezus verkondigde,
zou niet een groot geestelijk leider kúnnen zijn!

Jezus sprak de waarheid,
en anders zou hij óf gek zijn,
óf hij zou een slecht mens zijn. Iemand die de mensen misleidde.
Maar hoe weet je nou of Jezus echt is wie hij zegt dat hij is?
Kun je zijn woorden nog wel testen?
Kun je dat wel achterhalen?

Was Jezus een gek?
Of een populist, die de mensen wilde misleiden?
Of sprak hij de waarheid?

Dat zijn niet alleen vragen die we ons nu stellen.
Diezelfde vragen stelden de mensen zich ook toen hij nog leefde.

En Jezus gaat daar in deze tekst op in.
Hij zegt tegen de leiders, en de mensen die hem wantrouwen:
luister naar mijn woorden, overweeg ze eens.
Ik wil jullie niet omverwerpen, of naar de kroon steken.
Ik zeg het niet voor mijzelf.
Ik zoek Gods eer.
Dat is waar het mij om draait.

Kijk bijvoorbeeld eens naar de woorden van de Bergrede.
Waar Jezus dingen zegt als:
Zeg niet: oog om oog, tand om tand, zoals in het oude testament staat,
Maar heb je vijanden lief. Bid voor wie je haten.
Als iemand een proces tegen je wil voeren en je onderkleed van je wil afnemen, sta hem dan ook je bovenkleed af.
En als iemand je dwingt één mijl met hem mee te gaan,
loop er dan twee met hem op.

Jezus is niet gekomen om de overheid omver te werpen.
En ook schaft hij niet alle Joodse regels en wetten af.
Hij zet ze alleen in perspectief.
Het perspectief van hoe God ze bedoeld heeft:

Heb God lief boven alles, en je naaste als jezelf.

Maar de Joodse leiders hadden daar geen oog voor.
Ze hadden vooral oog voor waar Jezus tegen hun heilige huisjes aanschopte.
Hij had iemand genezen op de sabbat! Dat kon echt niet!

En ze voelden zich bedreigd,
doordat er zoveel mensen achter Jezus aan liepen.

Ik denk dat wij in onze tijd en cultuur helemaal niet zo anders op Jezus zouden reageren als zij deden.
Dat denken we vaak wel,
maar het is makkelijk om hen met de kennis van nu te veroordelen.

Wat Jezus van ze vraagt, en wat hij ook van ons vraagt,
is om op Hem te vertrouwen.
Om zijn woorden te geloven.
Om hem, zo zou je het kunnen zeggen,
het voordeel van de twijfel te geven.
Maar dat is niet zo makkelijk! Om iemand zomaar blind te vertrouwen.

Probeer het eens!, zegt hij tegen de Joodse leiders in Jeruzalem.
Luister naar wat ik jullie te zeggen heb.
Het is helemaal niet zo anders dan wat jullie zelf de mensen leren.
Maar ik leg niet de nadruk op mezelf,
of op iets buiten mij, op wetten en regels.
Ik geef niet mijn eigen uitleg.
Ik geef jullie de uitleg van God.

Wie mijn woorden hoort en ze gelooft,
wie dorst heeft naar God en bij mij komt om te drinken,
die zal merken dat ik de woorden van God spreek.

Dat het niet alleen maar woorden zijn, maar dat die woorden Leven bevatten.
Dat ze worden als een bron waaruit je kunt putten.
Als een rivier van levend water.
Want door mijn woorden, als je daar naar luistert,
en daarmee aan de gang gaat,
gaat Gods Geest in jou aan het werk.
Maar dat kan alleen als je het probeert.
Als je ervoor openstaat.
Als je de deur van het huis van je leven opent, en Mij binnen laat (…)

De mensen in de tijd van Jezus reageren verward,
en vertwijfeld als hij dat zegt.
Want het is moeilijk wat Jezus vraagt.
Net zoals het moeilijk is voor ons om op die woorden te vertrouwen.

Maar als je het probeert, dan kun je zomaar op iets heel moois stuiten,
is wat Jezus tegen de mensen zegt.
Op het geheim waar het leven echt om draait.
Op God zelf!

Als je je open durft te stellen voor wat Jezus zegt,
zal Hij als een stromende rivier worden,
die jouw leven met zijn liefde doordrenkt.

Volgens mij is dat is het proberen waard!
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *