Wie ben ik?

Teksten: Psalm 8, Johannes 3:22-30, Galaten 2:20

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Het christelijk geloof, gaat dat wel over mij?
De Bijbel lijkt over allemaal grote dingen te gaan.
Hemel en aarde.
Een God die ik niet zie, en vaak ook niet begrijp.
Allemaal wonderen, grote dingen, die je in het echt niet ziet gebeuren.
Dingen die je niet mag, of dingen die je juist wel moet.
En dan lees je vanmorgen een paar van die teksten met grote woorden:
over Johannes de Doper, die over Jezus zegt:
hij moet meer worden, ik minder.
Of Paulus, die zegt: ik leef zelf niet meer, maar Christus leeft in mij.
Mijn eigen dromen, verlangens en ambities, die heb ik aan het kruis geslagen.
Want ik wil leven voor hem, die mij heeft liefgehad,
en zijn leven voor mij heeft gegeven.

Wat betekent dat?
Is dat niet heel erg groot?
En is het geloof in God dat wel waard, om zulke grote dingen te zeggen,
Als je er maar zo weinig van ervaart?
Dat voelt niet zo, als je gewoon bezig bent met je dagelijkse leven.

Want wat heeft je geloof daar te zeggen?
Bijvoorbeeld als je in de supermarkt bent? Of als je aan het rijden bent?
Of als je aan het werk bent?
Kun je er dan wel écht iets mee?
Hebben deze woorden dan wel betekenis?

Gaat het geloof wel over jou?
Over de dingen waar jij mee zit?
Waar jij in je gewone leven mee bezig bent?

Misschien zit je daar wel met vragen als:
Wat voor opleiding moet ik doen?
Hoe houd ik een goede balans tussen werk en privé?
Hoe zorg ik dat ik ook een beetje tijd heb voor mezelf, en mijn gezin?
Hoe zorg ik dat ik deze maand een beetje goed rond kom?
Hoe zorg ik dat ik gezond eet, en genoeg beweeg?
Wat voor ouder, of grootouder wil ik zijn voor mijn kinderen of kleinkinderen?

Soms heb je meer behoefte aan een lifestyle-coach dan aan de Bijbel.
Want het christelijk geloof lijkt over al die dingen maar weinig over te zeggen.
Omdat het over zulke grote dingen lijkt te gaan.
En niet over jou. En over jouw leven.

En dat kan soms maken dat je denkt:
Hoe moet ik nou leven vanuit mijn geloof?
Wat betekent dat?
Welke keuzes moet ik daarvoor maken?
Dat kan best wel lastig zijn.

Als je aan God denkt, dan denk je misschien aan iemand die heel ver weg is.
Die van een afstand naar je leven kijkt.
En die soms afkeurend kijkt, en soms ook weer blij.

Of misschien denk je wel: God is zo groot. En er zijn zoveel mensen.
7 miljard op deze wereld.
Wat doe ik ertoe voor God?
Wat maken mijn keuzes hem nou uit?
Waarom zou hij luisteren als ik hem iets vraag?
Vindt Hij mij, en mijn problemen, wel de moeite waard?

En zo blijft God voor je gevoel op afstand staan van jouw leven.
Je hoort die verhalen uit de Bijbel wel,
Maar ze echt toepassen, er echt iets mee doen,
Geloven dat ze echt iets zeggen over jouw leven, dat is moeilijk.
Moeilijk om het concreet te maken.

En toch geloof ik dat God echt niet zo is als ik net heb afgeschilderd.
Als een God die heel ver van ons af staat.
Die niks met ons gewone leven te maken heeft.

Ik geloof dat als je in God gelooft, dat je jezelf dan niet kwijt raakt,
Maar dat je jezelf dan juist kunt vinden.

Want geloven is niet iets wat je op zondag in de kerk doet,
en dan de rest van de week niet.
Het is iets waardoor je je hele leven mag laten vormen.
Waardoor je je bewust mag worden van wie jij zelf bent.
En waardoor je je mag laten leiden, in de kleine en in de grote keuzes die je maakt.

En ik heb drie Bijbelgedeeltes met jullie gelezen,
aan de hand waarvan ik daar iets over wil zeggen.

Laten we beginnen met Psalm 8.
Een Psalm, geschreven door David.

David weet heel goed wie hij is.
Hij is zich daar heel bewust van.
Hij zegt: ik ben een sterveling. Een mensenkind.
Maar ook: ik ben iemand die alles wat hij heeft, wie hij is,
aan God te danken heeft.
Dát is zijn identiteit.

Hij zegt tegen God:
Heer, hoe machtig is Uw naam, op heel de aarde!
Zie ik de hemel, het werk van uw vingers,
de maan en de sterren door u daar bevestigd,
wie ben ik dan dat U aan mij denkt?

Daar heb je dat gevoel.
Wat heeft God met ons mensen te maken?
Is hij niet veel groter?
Te groot om zich met ons bezig te houden?

Maar voor David blijft het daar niet bij.
Het lijkt alsof David wil zeggen:
U bent wel zo groot, en tóch bent U steeds met ons bezig.
U doet dat, constant!
U hebt ons alles gegeven!
Alles wat u gemaakt hebt, hebt u ons toevertrouwd.

Moet je je voorstellen: David was een koning.
Hij had alles wat hij maar kon wensen.
En als je alles hebt wat je maar kunt wensen,
is het heel gemakkelijk om te gaan denken dat je dat aan jezelf te danken hebt.

Maar David was zich er heel erg van bewust,
dat hij dat niet
aan zichzelf te danken had.
Hij geloofde dat hij alles wat hij had, van God had gekregen.

En daarom begint en eindigt hij psalm 8 met het prijzen van God.
Dát is, volgens David, het doel waarvoor God ons heeft gemaakt.
Dat we genieten van wat God ons heeft gegeven.
En dat we hem daar eer voor geven. Dat we Hem daarvoor prijzen.

Dat klinkt misschien gek.
Dat het doel van jouw leven is om God te prijzen.
Hoe zie je dat voor je? Moet je dan de hele dag psalmen zingen?

Ik denk dat je God kunt prijzen op heel veel verschillende manieren.
God prijzen doe je in de kerk op zondag, als je met elkaar zingt en bidt.
Maar God prijzen doe je ook door in je dagelijks leven uit te komen voor je geloof in Hem.
En God prijzen doe je door om te zien naar iemand die het minder heeft dan jij.
God prijzen doe je door een mooie wandeling te maken door de natuur, en door daarvan te genieten.
God prijzen doe je, door Hem dankbaar te zijn voor wat je hebt.
En door van Hem te houden, en van de mensen om je heen.

Zo wil David God prijzen. In alles wat hij zegt, en in alles wat hij doet.
Zo geeft hij zijn leven vorm vanuit zijn geloof.

En dan Johannes de Doper.
Hoe geeft Hij zijn leven vorm vanuit zijn geloof?

Johannes was iemand,
die de mensen opriep om hun geloof heel concreet een plek te geven in hun leven.
Hij riep de mensen op om een nieuwe start te maken, door zich te laten dopen,
En vervolgens ook een leven te leiden dat bij hun geloof past.
Door eerlijk om te gaan met hun bezit.
Te delen van wat ze hadden.
Door op een eerlijke manier hun beroep uit te oefenen.

En zijn directe boodschap sprak heel veel mensen aan.
Hij had dan ook een grote groep volgelingen.
Een grote groep mensen die achter hem aankwam.
En dat gaat allemaal goed,
totdat op een dag zijn leerlingen naar Johannes toe komen, en zeggen:
De een of andere man is mensen aan het dopen, net als u.
En iedereen gaat naar hem toe!
Met andere woorden: hij is een concurrent!
Wat moeten we daar tegen doen?
Straks gaat iedereen achter hem aan, en niet meer achter Johannes!
We raken de mensen kwijt!, zie je ze denken.

Maar Johannes weet heel goed wie die man is.
En hij weet heel goed wie hij zelf is.
Dat het nooit de bedoeling van God is geweest dat de mensen achter hém aan zouden lopen,
Maar dat het de bedoeling van God was dat hij zou zorgen dat de mensen achter deze man aan zouden lopen. Achter Jezus.

Hij vertelt zijn leerlingen dat hij niet de bruidegom is,
maar de vriend van de bruidegom. De ceremoniemeester.
De ceremoniemeester die duwt het bruidspaar niet weg van het altaar,
en gaat vervolgens op hun plaats staan.
Nee, hij maakt het mogelijk dát er een bruiloft is.
Dat alles goed verloopt.
En dat geeft hem vreugde.
“Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt”,
zegt hij tegen zijn leerlingen.
Een cryptische uitspraak,
maar als je er goed over nadenkt, ook een hele mooie.
Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel wordt gegeven.
Dat vertelt hoe Johannes leefde.

Johannes wilde leven vanuit een volkomen afhankelijkheid van God.
Hij doet zijn rol, die van ceremoniemeester.
Hij doopt mensen, leidt ze naar God.
En dan, als het zover is, geeft hij de touwtjes weer uit handen.
En wordt hij blij als hij ziet wat God aan het doen is.

Johannes weet precies wie hij is.
Hij maakt zijn eigen rol niet groter, en ook niet kleiner.
Hij zegt niet: het maakt God niet uit wat ik doe, het is allemaal prima.
Ik ga mijn eigen gang. God redt het wel zonder mij.

En hij zegt ook niet: het hangt allemaal van mij af. Dus ik wil alle eer!
Ik heb de mensen tot God geleid, en nu gaan ze naar een ander!
Dat accepteer ik niet!

Hij zegt: ik heb gedaan wat ik kon. Waarvoor ik ben gekomen.
En nu geef ik het uit handen.
Jezus moet meer worden, ik moet minder worden.
Wat Johannes doet, is niet zijn eigen doelen voorop stellen, maar Gods doelen.
Hij wist dat Gods doel voor hem was om het pad vrij te maken voor het werk dat Jezus zou gaan doen.

En daarin houdt hij ons een spiegel voor.
Welke doelen zetten wij voorop in ons leven?
Waar leven wij voor?

Ik weet niet of je wel eens hebt gehoord van de behoeftenpiramide van Maslow.
Dat gaat over dat mensen een aantal basisbehoeften hebben.
Dat begint met lichamelijke behoeften, zoals eten, en drinken, en intimiteit,
Dan aan zaken als veiligheid, zekerheid, en sociaal contact.
Dan erkenning en waardering. Dat mensen je zien.
En helemaal bovenaan die piramide, als je al die dingen hebt,
staat zelfverwerkelijking. Dat betekent dat je jezelf op de kaart wil zetten.
Jouw stempel op de wereld wil drukken.

Johannes had daar blijkbaar helemaal geen last van.
Hij vond het belangrijker om te zoeken naar wat God van hem verlangt.
En dat was genoeg voor hem. Meer had hij niet nodig.
Voor hem was de bovenste laag van die piramide niet hij zelf.
Maar daar stond Jezus. Daar wilde hij zijn leven aan wijden.

En dat is een vraag die je mee kunt nemen, als je de week ingaat.
Hoe zorg ik dat ik niet alleen mijn eigen doelen voor ogen hou,
maar ook kijk naar wat God van mij vraagt? (…)

Als derde wil ik met jullie kijken naar dat vers dat Paulus schreef in de brief aan de Galaten.
Dat zegt namelijk heel veel over hoe Paulus probeert te leven vanuit zijn geloof.

Ook Paulus weet heel goed wie hij is.
Én hij weet hoe hij niet meer wíl zijn.

Paulus zegt: ik zelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij.
Misschien gaan je nekharen wel overeind staan als je dat hoort.
Is dat wat God ook van mij vraagt, volgens Paulus?
Mag ik dan helemaal niet meer voor mezelf leven?
Moet ik alles wat ik heb, alles wat ik belangrijk vind opgeven? Zelfs mezelf?

Nou spreekt Paulus hier niet in het algemeen.
Hij spreekt vanuit zichzelf. Vanuit zijn eigen ervaring. Zijn eigen geloof.
Hoe hij zelf probeert te leven vanuit zijn geloof.

En volgens mij wil Paulus veel meer zeggen dan dat hij alles opgeeft waar hij eerder voor leefde, en dat dat het voor hem is.
Paulus zegt niet: ik leef niet meer voor mezelf. Punt.
Hij zegt: ik leef niet meer voor mezelf, want Christus leeft in mij.
En dat is een heel verschil! In elk geval voor Paulus.
Want door Jezus heeft hij zichzelf niet verloren, maar heeft hij zichzelf juist gevonden!

Misschien ken je het verhaal van Paulus wel.
Hij was een Joodse man. En hij was een fanatieke vervolger van christenen.
Totdat hij, terwijl hij op reis was om christenen gevangen te zetten,
Onderweg een bijzondere ontmoeting had met Jezus.

Hij dook in elkaar. Maar Jezus zei tegen hem:
Ik ben niet gekomen om je terecht te wijzen. Of om je te straffen.

Ik ben gekomen omdat ik wil dat jij de mensen over mij vertelt.
Jij mag ze vertellen dat ze door het geloof in mij vergeving ontvangen van hun zonden. Net zoals ik jou vergeef.
Ik zal je beschermen. Ik zal met je meegaan.

En Paulus was daar zó van onder de indruk,
Van de genade die God hem gaf,
dat het zijn leven radicaal om heeft gegooid.
Door die ontmoeting werd heel zijn wereldbeeld gekanteld.

Hij leefde niet meer voor zichzelf, omdat hij dat niet meer kón
. Niet meer wilde.
Hij was zo geraakt door die liefde die Jezus hem gaf,
En door dat hij was uitgekozen om daarover te vertellen,
Dat hij dat wilde doen met alles wat hij had!
En hij heeft dat ook de rest van zijn leven gedaan.

Als Paulus zegt: ik leef niet meer voor mezelf, maar Jezus leeft in mij,
Dan bedoelt hij precies dat:
Dat hij zo onder de indruk is van Jezus’ liefde,
Dat hij daarvoor wil leven.
Hij wil dat aan alle mensen bekend maken,
en laat zich nergens door tegenhouden.
Zelfs al kost het hem alles…
Wat hij met die woorden wil zeggen, is: ik ben zelf niet meer het doel.
Want hij weet dat de liefde die Jezus hem geeft oneindig veel meer waard is.
Dat is het doel waar hij voor wil leven.

Johannes, David en Paulus waren hele verschillende mensen.
En ze gaven op hele verschillende manieren hun leven vorm vanuit hun geloof.

David door God te prijzen, in zijn woorden en zijn daden.
Johannes door zich dienstbaar op te stellen,
Door Gods doelen voorop te stellen, en niet zichzelf.
En door heel concreet te proberen te leven zoals God dat van hem vroeg.
En Paulus door de mensen te vertellen over de liefde die God aan hem had laten zien. En te vertellen dat er bij God vergeving is.

Hoe je zelf je geloof een plek geeft in het gewone leven van elke dag,
Volgens mij is dat voor iedereen anders.
De een doet dat meer met woorden, de ander meer met daden.
Ik hoop dat deze voorbeelden je op weg mogen helpen om te kijken wat een manier is die bij jou past.

Het lezen van verhalen uit de Bijbel kan je helpen om erachter te komen op wat voor manier dat is.
Want dat doen we om te horen hoe God werkte in de levens van mensen die ons voor zijn gegaan,
Zodat we daar ook voor onszelf achter mogen komen.

We mogen een beetje lijken op David.
We mogen God dankbaar zijn voor alles wat Hij heeft gegeven.
Om van te genieten.
En om er goed mee om te gaan.
En om God voor te prijzen in onze woorden, en in ons doen en laten.

We mogen ook een beetje lijken op Johannes.
Want zijn doel is ook ons doel.
Om de weg vrij te maken voor de aanwezigheid van Jezus in ons leven.
En om ervan te genieten als Jezus in ons en door ons heen aan het werk gaat.
Zelfs al is het gevolg misschien niet dat we er zelf beter van worden.

En we mogen ook een beetje lijken op Paulus.
Weten dat God van ons houdt, dat hij onze zonden en fouten wil vergeven,
En dat Hij ons steeds weer een nieuwe start wil geven.

Als jij op je werk bent, op school, of in de supermarkt,
Is dat wat je je keuzes mag laten bepalen.
Omdat het mag veranderen hoe je kijkt naar jezelf,
en hoe je kijkt naar anderen.

In elk geval laten zowel David, Johannes en Paulus ons iets heel belangrijks zien:
Proberen te leven vanuit je geloof, dat doe je dan niet omdat het moet,
als een soort verplichting.
Maar je doet het omdat het gewoon ontzettend mooi is om te doen.

Want vanuit je geloof kun je pas echt ontdekken wie je zelf bent.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *