Heb elkaar lief

Tekst: 1 Johannes 4:7-10 en 17-21

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Vorige week was er veel ophef in de samenleving,
Over een manifest dat door een groep predikanten was ondertekend,
en openbaar was gemaakt.
Het ging om een Nederlandse vertaling van de Nashville-verklaring.
In dat manifest spreekt een groep protestantse predikanten,
van de wat zwaardere kerken,
Zich uit over dat seksualiteit volgens hen alleen bedoeld is voor het huwelijk tussen één man en één vrouw.
En dat mensen die homo of lesbienne zijn hun geaardheid niet mogen uitleven,
dus geen relatie aan mogen gaan.

En vervolgens kwamen op dat manifest ontzettend veel reacties.
Van de overheid:
het OM wilde onderzoeken of er dingen in staan waarvoor de opstellers strafrechtelijk vervolgd kunnen worden.
In kranten en media,
die duikelden over elkaar heen om het manifest te veroordelen.
Het werd gepresenteerd als een homohaatmanifest.
En er kwamen ook veel reacties van christenen, die zich ervan distantieerden.

Een studievriend van mij, die zelf homo is, en inmiddels ook predikant,
Werd door het Nederlands Dagblad in een filmpje geïnterviewd.
Ik vind dat hij daarin erg mooi verwoordde wat het manifest met hem deed.
En ook hoe belangrijk het is om het gesprek niet uit de weg te gaan.
Dat filmpje wil ik graag met jullie kijken.

https://www.facebook.com/nederlandsdagblad/videos/1154685878034337/

Als christenen kunnen we erg van mening verschillen als het over dit soort zaken gaat:
Omgaan met seksualiteit en met homoseksualiteit.
Hoe wil God dat wij leven?
Welke keuzes maken wij als kerk?
Geven wij ruimte aan homo’s en lesbiennes in onze gemeente om een relatie te hebben,
of om een zegen te vragen over hun huwelijk,
zelfs al staan er in de Bijbel teksten die daar tegen in lijken te gaan?

Als het om zulke vragen gaat, en je er als christenen zo verschillend in kunt staan,
Kan het moeilijk zijn om op een open en liefdevolle manier het gesprek met elkaar te voeren,
zonder elkaar te veroordelen.

Maar het is belangrijk om dat toch te proberen.
Om elkaar daarin ruimte te geven. En bovenal: elkaar lief te blijven hebben.
Zeker als het gaat over hoe je omgaat met homo’s en lesbiennes in je gemeente.
Want dan gaat het niet alleen over standpunten: dan gaat het over mensen.

Elkaar liefhebben, daarover gaat de tekst die wij vandaag hebben gelezen.
Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben,
want de liefde komt uit God voort.
Broeders en zusters.
Zo noemt Johannes de mensen uit de gemeente waar hij naar schrijft.
In het Grieks, en in oudere vertalingen, staat er alleen ‘broeders’,
maar laten we het daar maar even niet over hebben,
dat is weer een heel ander onderwerp 😉

Broers en zussen. In de kerk zijn wij dat, van elkaar.
En met elkaar vormen we best een bijzonder gezin.
In dit gezin kan een meisje van anderhalf een zusje zijn van een man van 92.
En een jongen van 29 kan een broer zijn van een vrouw van 65.

Zoals in elk gezin kun je in de kerk ruzie met elkaar krijgen.
Vaak gaat het dan over dingen waarover je van mening verschilt.
Denk aan hoe je om gaat met homo’s en lesbiennes in je gemeente,
Maar ook over hele andere dingen:
Denk aan het opstellen van een visie voor de toekomst,
Of welke liederen je met elkaar zingt,
Of in welk gebouw je samen verder gaat.
Dan kan het er, ook in de kerk, best hard aan toe gaan.

Soms gaat het ook over dingen die in het verleden zijn gedaan, of gezegd.
Dat kan heel lang geleden zijn, of nog maar kort,
Maar dat kan wel hard binnen gekomen zijn.
En het kan moeilijk zijn om je daar overheen te zetten.
Dat kan je dan best wel in de weg zitten.

Want net als in een gezin, heb je het met elkaar te doen in een kerk.
Zeker in een dorpskerk,
waar het leven van elke dag en de kerk met elkaar verweven zijn.
Je komt elkaar tegen in de kerk, op straat, bij de coöp, op het voetbalveld.
Als je dan niet met elkaar door één deur kunt, dan heb je best wel een probleem.

En nou is er in de kerk nog een probleem.
Je kúnt elkaar wel ontlopen. Elkaar negeren. Het gesprek uit de weg gaan.
Of vooral óver elkaar praten, en niet mét elkaar,
Maar toch kun je dat niet altijd volhouden.
Er zijn momenten dat je toch met elkaar te maken hebt.
Waarop je niet om elkaar heen kunt.

Eén van die momenten is het avondmaal.
Bij het avondmaal worden we met onze neus op de feiten gedrukt,
dat wij broers en zussen zijn van elkaar.
Dat we familie zijn.

Je kunt van mening verschillen. Elkaar niet mogen. Je kunt ruzie hebben.
Je kunt elkaar soms jarenlang niet spreken.
Maar je blijft familie van elkaar.
Dat kun je niet uitwissen. Dat kun je niet ontkennen.
Wij zijn familie, omdat we geloven dat God ons lief heeft.
Bij het avondmaal vieren we dat: dat God zijn liefde voor ons liet zien,
Door zijn zoon voor ons te geven.

En dat zet alles op zijn kop!
Want als we aan het avondmaal komen,
dan doen we dat met het besef dat wij leven van de liefde die God aan ons geeft.
Dat is als het ware de lucht die wij inademen.
Voor ons allemaal.

Die lucht die kan je, en mag je elkaar niet ontzeggen.
Die hebben wij allemaal nodig.

Het wezenlijke
van die liefde, schrijft Johannes, de basis,
is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad.
Die liefde van God hoef je niet te verdienen. Die kún je niet eens verdienen.
Die krijg je gewoon.
Omdat God liefde is.
Omdat God zo veel van ons hield, dat Hij zijn enige zoon voor ons heeft gegeven,
Omdat Jezus vergeving heeft gebracht voor onze fouten, onze tekortkomingen,
Door aan het kruis zijn leven
voor ons te geven.

Aan het kruis zei Jezus, vol liefde,
In de nabijheid van de mensen die hem kruisigden:
Vader, vergeef het hen, want zij weten niet wat ze doen.
Daar kun je je bijna geen voorstelling bij maken!
Jezus gaf zelfs om de mensen die hem op dat moment aan het kruis nagelden.
Zo veel heeft God voor ons over.

Dat betekent dat zoals wij hier zitten,
Wij hier niet zitten omdat wij zelf alles zo goed voor elkaar hebben.
Omdat we ons beter kunnen voelen dan een ander.
Omdat we geloven dat wij betere keuzes hebben gemaakt dan anderen.
Of dat wij helemaal zonder fouten zijn.

We zitten hier omdat wij geloven in een God die ons lief heeft,
meer dan wie dan ook.
En die God vraagt van ons om ook elkaar lief te hebben.
Om daarin te zijn zoals Jezus.
Om onze meningsverschillen ons niet te laten scheiden.
Om, als je dat kan, te vergeven wat er in het verleden is gezegd, of gedaan.
Om elkaar te accepteren zoals wij zijn.
Mensen die verschillend zijn.
Mensen die fouten maken.
Mensen die soms te grote woorden in onze mond nemen.
Mensen die elkaar soms te weinig ruimte gunnen.
Mensen die over elkaar praten, in plaats van met elkaar.

Maar ook mensen die het waard zijn om geliefd te zijn.

Want dat is waar het echt om gaat aan het avondmaal.
Aan het avondmaal moet iedereen zich welkom voelen.
Ongeacht je geaardheid. Ongeacht je mening.
Om het avondmaal te vieren, hoeven we het niet met elkaar eens te zijn.
Of het nou gaat over hoe we, vanuit ons geloof,
liefdevol omgaan met homo’s en lesbiennes in onze gemeente,
of dat het gaat over gebouwen, of over geld,
Over welke kant het in de toekomst met onze gemeente op moet gaan,
Of over dingen die in het verleden zijn gezegd, of gedaan.

Het gaat erom dat we elkaar liefhebben
!
Met de liefde waarmee Jezus ons lief had aan het kruis.
Dan dóen de verschillen er nog wél toe,
maar we houden elkaar, ondanks die verschillen, toch vast.
Als een gezin.
Als broers en zussen.
Als kinderen van één Vader,
Die van al zijn kinderen net zoveel houdt.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *