Doopdienst Jan Lieuwe Wierenga

Tekst: Psalm 139:1-6 en 13-14

Geliefde gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

Als je Spijk uit rijdt, richting de Eemshaven, over de EGD-weg of de N33,
dan kom je al snel bij een groot complex.
Dat is het datacenter van Google.
Op die plek staan allemaal computers.
Servers, waar Google informatie opslaat over de mensen in Europa.
En daar zijn heel wat computers voor nodig.
Die data, dat zijn geen megabytes, geen gigabytes, geen terabytes, maar petabytes en exabytes.
Enorme hoeveelheden gebruikersgegevens die verzameld worden.
Als ik mijn Android-telefoon aanzet, en ik ga op internet,
dan worden er gegevens over mij verzameld.
Waar ik naar zoek. Welke pagina’s ik bezoek. Wat ik interessant vind.
Als mijn locatie aan staat, dan wordt die opgeslagen.
Sommige mensen vinden dat best een eng idee,
dat een bedrijf als Google zo veel van je weet.
Dat doen ze uiteindelijk om geld mee te verdienen.
Want al die services zijn niet gratis.
Het zou wel heel aardig zijn als Google Maps bijvoorbeeld alleen was ontwikkeld om ons te helpen.
En daar ís het ook voor ontwikkeld.
Maar dat ontwikkelen van die app moet ook betaald worden.
Google maakt die app niet uit goede wil, omdat het bedrijf ons zo aardig vindt,
maar omdat het daar geld aan wil verdienen.

Je betaalt als het ware met je persoonsgegevens voor de service die je krijgt.
Die kunnen gebruikt worden om bijvoorbeeld persoonlijke advertenties te laten zien.
Of om data te verzamelen over ons koopgedrag, en zelfs om dat te beïnvloeden.

Je kunt het Google niet kwalijk nemen dat ze geld willen verdienen.
Alleen dat één bedrijf zo veel weet, dat geeft het best wel een grote machtspositie.
Wij willen niet dat de overheid zoveel informatie over ons verzamelt.
Daar zijn wetten voor, om dat tegen te houden.
Maar aan Google geven wij alles. Vaak zonder vragen.
Wordt één bedrijf dan niet te machtig?
Je zou bijna kunnen zeggen:
Google, u weet alles van mij,
u kent mij.
U weet waar ik ben,
en u weet waar ik heen ga.
U weet wat ik denk,
ook al bent u ver weg.
U ziet me als ik thuis ben
en u ziet me onderweg.
U ziet alles wat ik doe.
Voordat ik naar bol.com surf,
weet u al wat ik wil kopen.

Maar hoe zit het dan met God?
Is God zoals Google?
Verzamelt Hij al jouw gegevens, om er vervolgens mee te doen wat Hij wil?

Sommige mensen vinden Psalm 139 een beetje bedreigend klinken, juist daarom:
God ziet alles wat je doet.
Dus als je iets verkeerds zegt, of doet, of zelfs maar denkt, dan ziet Hij dat ook.
Alsof God je leven lang een lijstje bijhoudt:
Dit is goed, dit kan door de beugel, en dit niet.

Maar gelukkig zit God helemaal niet zo in elkaar.
God kent jou niet als een nummer.
Jouw leven bestaat niet uit data, die God verzamelt.
God kent jóu. Hij zíet jou.

Google is niet persoonlijk.
Google harkt alles bij elkaar wat het kan vinden, en verbindt het met elkaar.
Je zoekt naar een laptop,
en al snel komen er advertenties van allemaal gadgets in beeld.
Om jou te verleiden om daar iets van te kopen.

Mijn vriendin wilde mij vorig jaar kaartjes voor de musical The Lion King geven voor mijn verjaardag, en bestelde die via internet.
De volgende dag zat ik naast haar, en deed ze haar laptop open,
en er kwamen meteen advertenties van The Lion King in beeld.
Gelukkig ben ik niet zo snugger, en had ik niets door.
Maar zij kneep hem wel even.

Google ziet waar jij naar zoekt.
En dan stelt het een profiel van jou samen, en deelt het jou daarbij in,
op basis van jouw voorkeuren en hobby’s.

Er zijn ongelofelijk veel profielen.
Maar je wordt altijd ergens ingedeeld.
Je bent een nummer. Je bent data.
Ze weten bijvoorbeeld of je van gadgets houdt. Of van koken.
Ze weten het, of denken het te weten, of je single bent of een relatie hebt.
Of je zwanger bent, of je kinderen hebt.

Netflix werkt net zo.
Het leert welke films en series jíj interessant vindt.
Om dan een zo persoonlijk mogelijk aanbod te kunnen geven.
Zodat jij niet overstapt naar een andere aanbieder.

Voor God ben je heel veel meer dan een nummer, of een profiel.
Hij heeft jou niet ergens ingedeeld, op basis van een algoritme.
God kent jou persoonlijk.
Hij weet wat jóu bezig houdt.

Heer, U kent mij.
U weet alles van mij.
David, die deze psalm heeft geschreven, zegt dat niet omdat hij bang is.
Maar omdat hij gelooft dat God te vertrouwen is.
En omdat hij gelooft, dat waar hij ook naartoe zal gaan,
Hij nergens uit Gods hand kan vallen.
Hij voelt zich bij God geborgen. Hij voelt zich veilig bij God.

Je weet nooit zeker of Google wel te vertrouwen is.
Natuurlijk zullen ze goed met je gegevens omgaan.
Als ze dat niet doen, op grote schaal, dan zal de hele wereld over ze heen vallen.
Dan zal niemand hun spullen meer gebruiken.
Maar dat kun je niet controleren.

En ze weten, door al die data,
inmiddels perfect hoe ze jou moeten manipuleren om bepaalde keuzes te maken.

Maar bij God is dat anders.
Ongeacht wat mensen over Hem zeggen:
God kun je altijd vertrouwen. God ís goed.

Ik vind het zelf altijd een heel mooi gevoel dat God alles weet.
Dat betekent dat ik dus ook niets voor God verborgen hoef te houden.
Bij Hem hoef ik me niet beter voor te doen dan ik ben. Of sterker.
Tegen Hem kan ik mijn diepste problemen vertellen.
Met Hem kan ik delen waar ik mee worstel.

Zelfs mijn twijfels, en vragen, angsten, en boosheid, of onmacht, kent Hij.
En ik kan ze bij Hem kwijt.
Hij kent mij. En toch houdt Hij van mij.

Hij kent jou. En toch houdt Hij van jou! Onvoorwaardelijk.

We hebben het begin van Psalm 139 gelezen,
maar ook twee hele mooie verzen die wat later komen.
U maakte mij in de buik van mijn moeder.
Elk deel van mijn lichaam hebt u gevormd.
Ik dank u daarvoor.
Want het is een wonder,
zoals ik gemaakt ben.
Alles wat u maakt, is een wonder.
Dat weet ik heel goed.

David verwondert zich over hoe mooi God hem gemaakt heeft.
Hoe mooi God ieder mens gemaakt heeft.

Als je een klein kindje ziet, dan kun je helemaal verwonderd raken.
Zo’n klein, kwetsbaar, prachtig mensje, met alles erop en eraan.
Dat is gewoon gegroeid in de buik van zijn of haar moeder.
Echt ontzagwekkend prachtig.
Elke geboorte is eigenlijk weer een klein wonder.
Elk deel van mijn lichaam heeft u gevormd.

Zó vertrouwd is God met ons.
Hij kijkt
niet alleen naar ons leven, Hij heeft ons leven zelf gemaakt.
Hij heeft ons allemaal wonderlijk gemaakt.
Daar kun je stil van worden. Of juist over juichen, zoals David doet!
Het is een wonder, zoals ik gemaakt ben!

Wat mooi is dat om over jezelf te zeggen.
Dat doen wij niet zo snel.
Het is een wonder, zoals ik gemaakt ben. Zoals jij gemaakt bent.
God zag je zelfs toen je gevormd werd in de buik van je moeder.
Toen een zaadcel en een eicel bij elkaar kwamen,
en uitgroeiden tot een groepje cellen,
en nog een groter groepje cellen, en zo, stukje bij beetje, tot een klein mensje.

Als God naar ons kijkt, dan ziet hij dat ook zo: als een wonder.
Een kindje. Maar ook iemand die volwassen is. Of die al oud is.
We zijn allemaal, stuk voor stuk, wonderlijk gemaakt.
Liefdevol bedacht.

Jan Herman en Orianne:
jullie geloven dat ook over Jan Lieuwe, en over Aline.
Dat God ze – prachtig – heeft gemaakt.
Jullie zien hen als een geschenk uit Gods hand.
En vandaag hebben jullie Jan Lieuwe laten dopen.
Net zoals jullie Aline hebben laten dopen.

Je hebt nog geen idee hoe zijn leven eruit zal zien.
Welke keuzes hij zal maken als hij ouder wordt.
Of hij zelf zal gaan geloven later.

En toch hebben jullie hem laten dopen.
Want jullie geloven dat hoe zijn leven er ook uit gaat zien,
God zijn leven omringt. Alle dagen van zijn leven.
Dat God Hem door en door kent.
En dat God oneindig veel van Hem houdt.

Gods liefde is namelijk niet afhankelijk van onze keuzes.
Van hoe wij ons leven inrichten.
Zelfs al reisde ik naar het einde van de aarde, U bent bij mij, zegt David in de psalm.
Niet als een dreigement.
Maar uit een sterk vertrouwen:
dat God hem altijd vol liefde vast zal houden.

God omgeeft ons leven, met zijn liefde.
En dat willen jullie aan Aline en aan Jan Lieuwe meegeven.
Door eerst Aline, en vandaag ook Jan Lieuwe, te laten dopen.

Dopen is namelijk niet zelf een keuze maken voor God.
Het is belijden dat je gelooft dat God van jou houdt.
En dat God van je kind houdt.
Gods liefde gaat aan onze keuze vooraf.
Gods liefde was er al toen wij gevormd werden in de buik van onze moeder.
Gods liefde is er op elk mooi, en ook op elk moeilijk moment in je leven.
En Gods liefde is er zelfs voorbij de dood.

Dat is waar Psalm 139 over gaat.
Over geborgenheid, je veilig voelen bij God.
Dat je God door en door kunt vertrouwen.
Dat je je voor Hem niet beter voor hoeft te doen dan je bent.
En dat je oneindig door Hem geliefd bent.

Dat mogen wij vandaag aan Jan Lieuwe meegeven.
En dat geldt voor ons allemaal.
De doop is daar geen voorwaarde voor.
Maar het is wel een teken daarvan.
Dat je gelooft dat God van jou houdt. Hij kent jou, door en door.
Beter, en persoonlijker, dan Google ooit zou kunnen.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *