Kerstnachtdienst: het verhaal van de herder

Hallo! Welkom allemaal!
Wat een boel mensen hier!
Ik zal me even voorstellen.
Zoals je misschien kunt zien, aan mijn kleren, ben ik een herder.
Ik heb een heel eind gelopen, om jullie te kunnen vertellen over zoiets bijzonders dat ik heb meegemaakt!
Ik kan er zelf nauwelijks bij!

Het begon allemaal toen mijn vrienden en ik op de schapen aan het passen waren in het veld.
Weet je dat ik dat echt mooi werk vind?
Wel hard werk hoor, begrijp me goed!
We moeten steeds opletten of er geen wilde dieren komen.

Maar verder is het ’s nachts zo rustig om je heen.
En de lucht is zo prachtig, zo veel sterren!
Dan voel je je helemaal klein worden.

Nou waren we daar rustig op de schapen aan het passen,
Maar midden in de nacht, terwijl het pikdonker was, werd het ineens licht!
Dat licht kwam niet van de zon af, of een lamp,
maar van een man die bij ons stond.
Ik schrok me een hoedje. Wat is dat nou!
Het was een engel, een boodschapper van God.

Lied 507: 1 en 2 – Het is al nacht in Bethlehem

De engel zei tegen ons:
‘Jullie hoeven niet bang te zijn,
want ik kom jullie nieuws brengen.
Góed nieuws, voor alle mensen, groot en klein, dicht bij en ver weg.

Want vandaag is in Bethlehem, hier vlakbij, in de stad van de grote koning David,
Een heel bijzonder kind geboren.
Dit kind zal een redder zijn, voor iedereen.
Hij is gekomen om aan de mensen te laten zien dat God van ze houdt.

Jullie moeten dit kind gaan zoeken.
Je zult het herkennen aan dat het in doeken gewikkeld in een voerbak voor dieren ligt.

Plotseling stond naast die engel een groot koor van engelen,
En ze begonnen te zingen!
Het was alsof ze zich niet stil konden houden, zo blij waren ze.
 
Lied: Ere zij God

Je kunt je wel voorstellen hoe indrukwekkend dat was!
Niemand van ons had ooit zoiets meegemaakt!
En terwijl de engelen zongen, voelden we ons helemaal warm worden.
Wat was dat mooi!

Nadat het lied was afgelopen,
verdwenen de engelen weer net zo plotseling als ze gekomen waren.
We keken elkaar aan. We waren helemaal overdonderd.
Knijp me eens, zei ik tegen een van mijn vrienden.
Ik denk dat ik droom.
Maar het was echt!

We besloten op zoek te gaan naar het kind, in Bethlehem, zoals de engel had gezegd,
om met onze eigen ogen die redder te kunnen zien.
 
Lied: 481: 1 en 3 – Hoor de eng’len zingen d’eer

Als herders wisten wij natuurlijk precies alle plekjes waar we moesten zoeken,
Overal waar een voerbak was voor de schapen.

Dus al snel vonden we de plek waar het kind was geboren.
Toen we aankwamen, waren we even verbaasd.
De engel had het toch over een redder?
Was dit nou de plek waar de engel het over had?
Was dit dat bijzondere kind?
Het zag eruit als een heel gewoon kind!
Niks bijzonders aan!

Maar het moest hem wel zijn.
Het kind lag in doeken gewikkeld in de voerbak, precies zoals de engel had verteld,
Omdat er geen plaats was geweest in het nachtverblijf in de stad.
Het was net geboren. De ouders straalden.

En toen vertelden we wat de engel tegen ons had gezegd,
En hoe de engelen hadden gezongen.
En alle mensen die erbij stonden werden er stil van.

Luisteren naar Sela – Wijs mij de weg naar Bethlehem

Er kwamen ook nog een paar hele bijzondere mannen aan,
In kleding die we totaal niet kenden!

Het waren mensen die een verre reis hadden gemaakt.

Ze vertelden dat ze een bijzondere ster hadden gezien,
Volgens hen betekende die ster dat er een grote Koning geboren zou worden.
Ze waren eerst op zoek geweest in het paleis,
Maar de koning had heel verbaasd gereageerd.
Als jullie weten wie het kind is,
dan moeten jullie het aan mij laten weten, had hij gezegd.
Dan kan ik het ook eer bewijzen.
Maar ze vertrouwden hem niet.

De wijzen gingen naar Bethlehem, de ster achterna,
Tot het de plaats aanwees waar wij waren.
En daar vonden ze ons, met het kind.
Ze kwamen binnen, knielden voor het kind,
En gaven het bijzondere geschenken,
Goud, wierook en mirre.
Geschenken voor een koning.

Lied 503: 1 en 2 – Wij staan aan een kribbe

Korte overdenking

Ik zal die nacht nooit vergeten.
Zou het echt waar zijn wat de engel heeft gezegd?
Is dit kind echt de redder van alle mensen?
Een koning?
 
Dat weten jullie misschien niet:
Ik ben een Joodse herder!
Wij Joden geloven dat God op een dag iemand zal sturen,
Een redder, een grote koning, die vrede zal brengen.
Alleen hoe, en wie dat zal zijn, dat weten we niet.

Nou lijkt dit kindje niet bepaald op een grote koning!
Een koning hoort toch in een paleis, of in elk geval in een mooi huis?
Met bedienden, en genoeg te eten.

Sowieso komt dit hele verhaal op jullie misschien wat exotisch over.
Ik bedoel: bij jullie worden kinderen niet in een stal geboren, maar in een ziekenhuis!
En anders wel veilig thuis, met een kraamverzorgster of een dokter erbij.

En herders kennen jullie ook niet meer.
Al zijn er wel veel schapen hier in de buurt, geloof ik, bij de dijk.
Maar jullie hebben gras genoeg, dus herders heb je niet meer nodig.
Die schapen redden zich prima.

En engelen! Wie heeft er wel eens een engel gezien?
Bijna niemand! Hooguit op een plaatje, of in een film!

En toch vertellen jullie elk jaar opnieuw dit verhaal in de kerk.
Terwijl het zo ver van jullie af lijkt te staan.
Het is zo lang geleden, op zo’n andere plek, dat het een hele andere wereld lijkt.
Waarom doen jullie dat?

Misschien wel gewoon omdat het zo’n mooi verhaal is.
De geboorte van een kind is altíjd iets moois, iets wonderlijks.

Maar misschien doen jullie dat wel,
omdat de geboorte van dit kind precies is wat wij allemaal nodig hebben.

Mensen vinden het soms moeilijk om elkaar te vertrouwen.
Omdat je al snel bang bent dat een ander iets van je wil.
Of jou iets op wil leggen.
Of jou zal veroordelen, om wat je zegt, of hoe je bent.

Zo is dat met mensen, en soms ook met God.
Sommige mensen denken dat God ook niet te vertrouwen is.
Dat Hij ons iets op wil leggen,
Dat Hij ons veroordeelt. Of iets van ons wil.

Of je denkt: als God het echt goed met ons voor heeft,
waarom laat Hij dan zoveel pijn, en onrecht, en lijden toe?

Is God wel te vertrouwen?
Als je mensen al niet altijd kunt vertrouwen,
waarom zou je dan wel op God vertrouwen, die je niet eens kunt zien?
Hoe kun je weten dat God écht goed is?

Als je iemand wilt vertrouwen, dan moet je je eerst kwetsbaar opstellen.
Ook als je wilt dat iemand anders jou vertrouwt.

Je kunt wel tegen iemand zéggen
: je kunt mij vertrouwen.
Maar soms is daar meer voor nodig.
Moet eerst blijken uit wat je doet
.
Moet je eerst laten zien
dat je te vertrouwen bent.
Bijvoorbeeld doordat je jezelf kwetsbaar op durft te stellen.

En eigenlijk is dat wat God doet met Kerst.
In de geboorte van Jezus stelt God
zichzelf kwetsbaar
op.
Jezus wordt niet geboren in een prachtige omgeving, met alles wat hij nodig heeft,
Maar als een heel gewoon kind, een kind van hele gewone ouders,
in een stal, met een voerbak als wiegje.
Al aan het begin van zijn leven moeten zijn ouders met Jezus vluchten,
Omdat een koning, Herodes, hem naar het leven staat.
Dit kindje wordt niet geboren als een koning die heel veel komt halen
,
Maar als een redder, die alles wil geven
.
Het hele leven van Jezus bestaat uit geven.
Hij geeft mensen eten, maar lijdt zelf honger.
Hij geneest mensen, maar lijdt zelf pijn.
Hij geeft mensen hoop, maar leeft zelf met angst.
Hij geeft liefde aan mensen die worden veracht, maar wordt zelf gehaat.
Hij geeft zelfs zijn leven, om te laten zien hoe diep Gods liefde voor ons gaat.

Dat is waar dit verhaal ten diepste over gaat.
Over God die zich kwetsbaar opstelt,
Zelfs terwijl hij weet dat dat hem alles zal kosten.
Die laat zien dat Hij te vertrouwen is,
Om de mensen hoop te geven.

Om in die God te geloven hoef je niet alle antwoorden te hebben op alle vragen.
Je hoeft alleen maar te kijken naar het kindje dat in de voerbak ligt,
En zelf je schild te laten zakken.
Want Hij houdt van jou. Jij bent hem alles waard.
Dat is wat Jezus aan ons laat zien.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *