Esther Meek – Longing to Know

Meek

“The misguided quest for certainty was in the end the very thing that blinded us for the substantial grounds we have for confidence in our efforts to engage the world.” Dit is naar mijn mening een citaat waarin Meek duidelijk maakt wat haar doel is in het boek dat ze heeft geschreven. In haar boek probeert ze een nieuwe kennisleer te formuleren, die enerzijds niet blind is voor dat zekerheid op basis van deductieve argumentatie eigenlijk niet mogelijk is, omdat mensen nooit de hele waarheid kunnen omvatten en altijd vanuit hun eigen gesitueerdheid kijken, en die anderzijds ook niet mee wil gaan in het relativisme van het postmodernisme. Volgens Meek kun je niet zomaar zeggen dat iedereen zijn of haar eigen waarheid heeft, maar is het onze verantwoordelijkheid te blijven zoeken naar wat de waarheid is, ook al kunnen we dat nooit zeker weten. Losse, objectieve kennis bestaat niet, maar dat betekent niet dat kennis niet bestaat: het bestaat alleen samen met ons, doordat wij kennen. Dat geen mens objectieve kennis heeft ontslaat ons niet van de plicht om te kennen, de wereld om ons heen te ontdekken, zo goed als we kunnen. Wel moeten we kennis op een andere manier definiëren. Ze spreekt liever over ‘the act of knowing’. Haar definitie daarvan is: “Coming to know involves actively struggling to rely on a collection of as yet unrelated particulars to achieve a focus on a coherent pattern or whole.” Kennis is worstelen, je best doen om patronen te ontdekken in ons leven, een focus, die we alleen kunnen zien door dingen die we (bewust of onbewust) weten of beheersen, door de wereld om ons heen en door de hulp van andere mensen (autoriteiten die we vertrouwen). Meek noemt het voorbeeld van haar automonteur, Jeff. Door de aanbevelingen van anderen en door haar eigen ervaringen vertrouwt ze Jeff haar auto toe, weet ze dat hij betrouwbaar is. Ze kan het fout hebben, maar daar gaat ze niet van uit. De focus hier is: Jeff is betrouwbaar. De ‘particulars’ zijn de aanbevelingen van anderen en haar eigen ervaringen. Dit vertrouwen heeft moeten groeien.
God kennen is eigenlijk net als je automonteur kennen, en als al het andere kennen, zegt Meek. Geloof is niet onderscheiden van kennis. Het is allebei uitgaan van wat je kunt zien, en vertrouwen op dingen die je niet kunt zien, maar waarvan je wel vertrouwt dat ze er zijn (hidden things). God ken je doordat mensen om je heen je helpen om Hem te zien, door je eigen ervaringen, en door autoriteiten (zoals de Bijbel). Je kunt nooit zeker weten dat Hij er is, het is altijd mogelijk dat je je in Hem vergist. Maar toch vertrouw je erop, ondanks dat er gaten zijn in je focus. Je vertrouwt erop dat er voor die gaten een verklaring is, die je op een dag zult begrijpen. Deze focus, je geloof in God, wordt dan de sleutel waarmee je de wereld om je heen begrijpt. Er kunnen wel twijfels komen. Op dat moment kan het helpen om te beseffen dat je niet zeker weet wat je gelooft, maar dat je er wel op vertrouwt dat het waar is, maar dat dat net zo goed geldt voor het kennen van God als voor het kennen van al het andere wat er is op deze wereld.

Het belangrijkste punt van Meek is dat we zelfverzekerd mogen zijn over wat we weten. Het is waar, zegt ze: we weten niet alles zeker. We kunnen nergens ‘certain’ over zijn. Maar dat betekent niet dat we geen vertrouwen mogen hebben op onze eigen zintuigen, of op de dingen die we denken te weten. Ze laat eigenlijk zien dat alle vormen van weten en kennis een vertrouwen impliceren, en dat dit vertrouwen nodig is om echt iets te zeggen over de wereld waarin we leven, om een grotere focus te krijgen. Als je alleen vertrouwt op wat je ziet en wat je zeker weet, kom je daar nooit bovenuit. Geloven is een risico nemen. Het is vertrouwen op dingen die je niet zelf in de hand hebt, op wat anderen zeggen. Maar als je dat doet, kan het je helpen om de dingen die je eerst anders zag op een andere manier te zien. Of met andere woorden: zeggen dat je niets zeker weet, is geen excuus om niet naar de waarheid op zoek te gaan. Je gaat op zoek op basis van de dingen die je wel weet, op basis van wat andere mensen die je vertrouwt zeggen, op basis van autoriteiten (denk aan leraren of boeken) die je verder helpen. Op basis van die dingen kun je komen tot een focus, tot een overtuiging. Ze kunnen je helpen de wereld om je heen en God beter te begrijpen. Er blijven wel ‘hidden things’, dingen die je niet begrijpt, en er blijft altijd de kans dat je het verkeerd hebt, maar de kans is minstens net zo groot dat je het wel goed hebt. En het grappige is dat dat net zo goed geldt voor het kennen van God als voor al het andere om je heen. Je kunt bijna niets zeker weten, maar je kunt wel vertrouwen.

Ik heb het boek van Meek met veel plezier en aandacht gelezen. Ik vind haar boek verfrissend, omdat het aan de ene kant christenen een spiegel voorhoudt dat het model van zekerheid en objectieve kennis niet meer werkt, maar dat dat anderzijds niet hoeft te betekenen dat het kennen van God onmogelijk is, of alleen maar iets persoonlijks, een persoonlijke waarheid die niet voor anderen geldt. Ze wil dat christenen weer ‘confident’ worden over wat ze geloven, en dat is volgens haar beter dan ‘certain’. Twijfels en vergissingen zijn dingen die bij kennen horen, maar het zijn geen dingen die ons ervan moeten weerhouden om (God) te proberen te kennen.
Wat ik mooi vond in haar boek was dat ze ieder hoofdstuk afsloot met hoe de theorie over kennen die ze had uitgelegd ook van toepassing is op het kennen van God. Ze heeft een hele realistische en down-to-earth manier van kijken naar de wereld, zonder sceptisch of gemakzuchtig te worden. Ze gebruikt duidelijke en soms ook grappige voorbeelden uit haar eigen leven. Als er een Nederlandse vertaling zou zijn, zou ik die zeker aanraden aan mensen om me heen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *