1e zondag van advent: Leven in Gods licht

Teksten: Lukas 1:5-17; Maleachi 3:13-24

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Kerst valt net na de kortste dag,
als de dagen weer lánger beginnen te worden.
Eigenlijk is het al een heel oud feest, nog ouder dan het christendom.
Al voor het christelijk geloof naar dit deel van Europa kwam,
werd het midwinterfeest gehouden, op het moment dat wij nu Kerst vieren.
Dat werd ook al gevierd met licht, met vreugdevuren, en met lekker eten.

Eigenlijk heeft dat wel iets moois.
Dat je juist als het jaar op zijn donkerst is, een feest van het licht houdt.

In de Oosterse kerk, in bijvoorbeeld Griekenland en Rusland,
wordt de geboorte van Jezus gevierd op 6 januari.
Maar de vroege Christenen in West-Europa,
hebben het feest van de geboorte van Jezus samen laten vallen met het midwinterfeest.
Vaak werkt dat het beste als je iets wilt veranderen:
door aan te sluiten bij wat er al is.
Ze zeiden niet tegen de mensen:
jullie mogen dat midwinterfeest niet meer vieren,
Maar ze gaven het een christelijke betekenis.

De adventstijd sluit daar mooi op aan.
Advent gaat over toeleven naar het licht, in die donkere periode.
De dagen worden korter. Het wordt kouder.
Dat was deze week goed te merken.
En tijdens advent ben je daar bewust mee bezig.
Je wordt je bewust van de kou en het donker.
En je houdt je er aan vast dat straks het licht zal komen.

Vanouds zijn er in de adventstijd in de kerk vaste Bijbelgedeeltes die langskomen.
Teksten die gaan over de verwachting van de komst van Jezus.
De verwachting van zijn geboorte, dat Hij zal komen,
als de redder die aan het volk Israël beloofd is.
En ook de verwachting dat Jezus op een dag terug zal komen,
Dat er een nieuwe hemel, en een nieuwe aarde zullen komen.

In die verhalen in de adventsperiode gaat het ook altijd over Johannes de Doper.
De Doper was niet zijn achternaam, maar zijn bijnaam.
Hij wordt zo genoemd,
zodat mensen hem niet verwarren met een andere Johannes,
een van de leerlingen van Jezus.

Johannes de Doper was een profetische gestalte,
een man die heel sober leefde, heel eenvoudig.
Die de mensen opriep om hun leven om te keren, om zich op God te richten,
En om daar vervolgens ook echt naar te leven.
Dat ze zich door hem lieten dopen, in de Jordaan, was een teken daarvan.

Maar Johannes de Doper was niet alléén een profeet.
Hij was ook een wegbereider.
Hij maakte de weg vrij, als het ware, voor de komst van Jezus.
En dat is waar hij past in het verhaal van advent,
Want tijdens advent zijn we daar ook mee bezig.
Met ons klaarmaken voor de komst van Jezus.
De komst van het licht.

Vandaag zijn we begonnen, met het verhaal,
waarin de geboorte van Johannes door een engel wordt aangekondigd.
De manier waaróp dat gebeurt,
lijkt best wel op de manier waarop de geboorte van Jezus wordt aangekondigd.
Dat laat zien hoe belangrijk de rol was van Johannes.
Dat hij niet zomaar iemand was. Maar dat hij een rol te vervullen had.

De engel, Gabriël, komt op een onverwacht moment naar Zacharias toe,
En zegt tegen hem:
Je vrouw Elisabet zal een zoon krijgen.
Velen zullen zich over zijn geboorte verheugen.
Hij zal van grote betekenis zijn.
Want Hij zal als een bode voor God uit gaan, met de geest en de kracht van Elia,
Om ouders met hun kinderen te verzoenen,
en om zondaars tot rechtvaardigheid te brengen,
en zo zal hij het volk gereedmaken voor de Heer.

Als wij dat lezen, dan denken we:
Cryptischer krijg je het bijna niet 😉

Maar voor de mensen in de tijd van Jezus had dit juist heel véél betekenis.
Want zoals zij de komst van Jezus verwachtten, van een redder,
Verwachtten ze ook de komst van iemand die de weg voor hem klaar zou maken.
Die de mensen voor zou bereiden.

De profeet Elia werd in het Oude Testament gezien als een van de grootste profeten.
En daarom staat er dat er iemand zal komen met de kracht van Elia.
Sommigen geloofden zelfs dat Elia zélf terug zou komen.
Maar dat betekent dus: iemand die vervuld is met de Geest van God,
Zoals de profeet Elia dat was.
Een grote profeet, die de mensen helpt om te begrijpen hoe God wil dat zij leven.
Om zich aan de geboden en wetten van God te houden.

Je zou kunnen zeggen: om de mensen eens goed wakker te schudden!
Hé! Zijn jullie wel echt met God bezig?
En wat doen jullie daar dan mee? Hoe geef je dat praktisch vorm?

Een van die teksten waarin dat wordt aangekondigd hebben we daarna ook met elkaar gelézen.
Een gedeelte uit de profeet Maleachi.
Nou is dat een behoorlijk pittig Bijbelgedeelte.
Het is een gedeelte dat gaat over dat er een oordeel zal komen,
voor mensen die zich niet aan Gods geboden houden.

Het gaat over de dag van de Heer, een dag van oordeel,
waarop het verschil duidelijk zal worden tussen rechtvaardigen en wettelozen,
tussen mensen die God gehoorzamen en wie dat niet doen.
En God zegt dan tegen Maleachi:

Die dag zal zeker komen, brandend als een oven.
Wie hoogmoedig zijn of wie zich goddeloos gedragen,
zullen dan slechts stoppels zijn die door de hitte van die dag worden verschroeid
 – zegt de HEER van de hemelse machten.
Geen wortel of tak zal er van hen overblijven.

Oei!
Als wij zo’n gedeelte lezen, kunnen wij daar dan nog wel wat mee?
Dat lijkt zo ver van ons af te staan!
Wat moet je met die dreigende taal, over vernietiging, en vuur.
Gericht aan mensen die zich niet aan Gods geboden houden?
God is toch liefde? Hoe kan God dan oordelen?

Kunnen wij nog wel iets met een oordelende God?
Staat dat niet ontzettend ver van ons af?

En wat moet je dan met zo’n Bijbeltekst als deze?
Die zou je het liefst overslaan.
Of je zou hem zelfs uit de Bijbel willen scheuren!

Al is het misschien wel heel makkelijk, om dat op die manier op te lossen.
Dan pak je alleen de stukken uit de Bijbel die je goed úitkomen,
En de rest sla je over.
Lekker makkelijk, dan hoef je je daar niet meer druk over te maken.

Want kunnen wij nog wel iets met een God die oordeelt?

Dat is de vraag.
Misschien ligt dat eraan wáár God over oordeelt.
Want dat maakt nogal verschil voor hoe je zo’n tekst leest!

De profeet Maleachi zegt dat de mensen in zijn tijd zich afvragen waarom ze zich aan Gods geboden moeten houden.
Met de hoogmoedigen, mensen die die regels van God aan hun laars lappen,
gaat het toch ook prima?

Dat is nu niet anders.
De brutalen hebben de halve wereld.
Een mooi spreekwoord, want soms is het wel nodig om een beetje brutaal te zijn.

Maar het is vaak maar al te waar!
Mensen die de regels aan hun laars lappen, kunnen daar best ver mee komen.

Daar kunnen wij ook genoeg voorbeelden van bedenken.
Trump zit lekker, hoog en droog in zijn Trump Tower, en in het witte huis,
via zijn tweets leugens de wereld in te sturen.
Niemand die hem tegen kan houden!

En Putin kijkt tevreden toe hoe andere landen niets durven te ondernemen
als hij zijn grondgebied uitbreidt, ten koste van Oekraïne.

Waarom zou je je nog aan Gods geboden houden?

Wat bedoelt Maleachi eigenlijk met dat je je aan die geboden moet houden?
Aan welke geboden?

Betekent dat dat je elke zondag naar de kerk moet gaan?
Dat je elke dag uit de Bijbel moet lezen?
Dat je nooit vloekt?

Betekent het dat we allemaal een model-geloofsleven moeten hebben?
En anders volgt er een oordeel?
Is dat waar God mee dreigt?

Dan wordt God als een politieagent, die alleen nog maar boetes uitdeelt voor te snel rijden.
Die kijkt of mensen zich wel echt precies aan elk klein gebod houden.

En christenen worden zijn hulpagenten,
die elkaar gaan controleren, in de gaten houden.

Geloof is dan op den duur niets anders dan burgerlijkheid.
Doe maar gewoon, dan doe je gek genoeg.
Val vooral niet teveel op.
Leid een simpel leven.
Doe geen gekke dingen.

En voor je het weet trekken christenen zich terug in hun eigen bubbel,
van mensen die het eens zijn met elkaar.
Die het goed hebben met elkaar.
Die dezelfde normen en waarden delen.

Maar is dat echt waar God op doelt?
Is dat hoe wij moeten worden?
Dat we ons afsluiten van de samenleving?
Vermijden om daardoor ‘besmet’ te worden?
Vindt God dat we als christenen vooral hele nette, brave mensen moeten zijn?

Als er in de Bijbel wordt gezegd dat God oordeelt,
Dan wordt niet bedoeld dat God een soort politieagent is.

Als er in de Bijbel wordt gezegd dat God oordeelt,
Dan gaat het erover dat God meer een God is die récht spreekt,
en recht dóet.
Een God die verlángt om récht te maken wat króm is.

En er is heel veel
krom in deze wereld.
Misschien heb je wel gehoord van de serie ‘Genaaid’ van de EO.
Een groepje jonge mensen die veel met mode hebben,
en die zelf later graag modeontwerper willen worden,
maken een reis naar Myanmar, het voormalige Birma,
om daar met eigen ogen te zien hoe de goedkope kleding wordt gemaakt die wij hier in de uitverkoop kopen, op black Friday bijvoorbeeld.

En van wat ze zien, worden ze letterlijk misselijk. Meteen als ze daar komen.
Ze zien mensen die in on-menselijke omstandigheden moeten leven en werken voor een hongerloontje.
Die maar een fractie van de prijs krijgen van wat wij voor kleding betalen.
En dat is al zo weinig!
Ze vragen zich af:
Hoe kan het dat wij hier shirts kunnen kopen voor 5, 10, 15 euro,
terwijl mensen daar zo moeten lijden?

En iets heel anders: misschien heb je gehoord van de oorlog die nu woedt in Jemen.
Door de oorlog, en door een bewind dat de voedselvoorziening blokkeert,
is er een grote hongersnood.
Veel volwassenen, en veel kinderen, dreigen te sterven door de honger.
Taferelen die we in Nederland niet meer kennen sinds de hongerwinter.
Er staan foto’s van op internet, van kindjes die tot het bot vermagerd zijn,
maar ik durf die foto’s niet eens te openen,
omdat ik bang ben dat ik ze niet meer van mijn netvlies krijg.

En dan hoor je de schrijnende verhalen van mensen in Zuid-Amerika die op weg zijn in karavanen naar de Verenigde staten.
Ik las deze week in de krant het verhaal van een jonge man,
wiens vader een grote schuld had bij een drugsbende,
en die daarom werd doodgeschoten.
Toen de vader van die jongen dood was, kwamen ze bij hem aankloppen.
Hij moest vluchten voor zijn leven.

En over een jonge vrouw,
die moest vluchten omdat een baas van een drugskartel een oogje op haar had.
Als ze zou blijven, dan zou ze vroeg of laat verkracht worden.
Haar reis naar de verenigde staten was haar laatste hoop..

Maar toen deze mensen bij de grens van de VS aankwamen, was die potdicht.

Zo veel leed. Zo veel pijn, dat mensen elkaar
aandoen
.
Je weet niet waar je moet beginnen als je daar iets mee wilt doen.
Als je daar iets aan wilt veranderen.

En dan komt wat God zegt tegen Maleachi niet meer als een dreigement.
Dan komt het als een belofte.
God zegt tegen de profeet Maleachi:
Ik zal naar jullie toe komen.
Ik zal niet aarzelen om te getuigen.
Tegen mensen die andere mensen voor de gek houden voor hun eigen gewin.
Tegen mensen die mij verlaten om afgoden te dienen.
Zoals hun bankrekening, hun status, hun luxe leven.
Tegen mensen die meineed plegen,
die de boel bij elkaar liegen, nepnieuws verspreiden.
Tegen mensen die hun dagloners uitbuiten,
daar in die fabrieken die zo ver weg zijn dat wij het leed niet kunnen zien.
Tegen alle mensen die weduwen en wezen onderdrukken.
En die vreemdelingen geen plaats gunnen.
Want zij hebben geen ontzag voor mij, zegt God.

Dát zijn dus de geboden waar Maleachi het over heeft.

Dat komt binnen.
Dan is een oordeel ineens iets heel anders.
Het gaat niet over God die als een politieagent kijkt of wij wel genoeg ons best doen.
Of wij ons wel aan alle regels houden.
Het gaat over God die opkomt voor mensen die niets hebben.
Die worden onderdrukt.
En die ons oproept om dat ook te doen!

Het is precies waar Johannes de Doper
de mensen honderden jaren later ook op zal wijzen.
Hij
zegt: jullie denken dat je veilig bent voor het oordeel.
Jullie zeggen wel dat jullie geloven.
Maar wat wordt daarvan zichtbaar in jullie leven?

En als de mensen hem vragen:
‘Wat moeten we dan doen?’, dan zegt hij:
‘Wie twee stel onderkleren heeft,
moet delen met wie er geen heeft,
en wie teveel eten heeft moet hetzelfde doen.’
Tegen mensen die belasting innen, zegt hij:
‘Vorder niet meer dan wat jullie is opgedragen.’
En tegen Romeinse soldaten die hem vroegen:
‘En wij, wat moeten wij doen?’, zegt hij:
‘Jullie mogen niemand afpersen en je ook niet laten omkopen,
neem genoegen met je salaris.’

Hij maakt het heel concreet!
Johannes de doper roept de mensen op om rechtvaardig te leven.
Om eerlijk om te gaan met hun bezit.
En om anderen niet uit te buiten,
om het leed van anderen niet uit het oog te verliezen.

Hoe past díe boodschap bij advent?
Waarom wordt Johannes de doper gezien als een wegbereider voor Jezus?

Advent gaat erom dat je ruimte maakt voor God in je leven.
Dat je jouw verlangens afstemt op Gods verlangen.
Keer je om, zegt Johannes de Doper. Dat is wat bekeren betekent.
Geef je leven een wending.
Kijk wat je echte doelen zijn, wat er echt toe doet.
Richt je op God, en op wat Hij van jou verlangt.

Advent is dat onverschilligheid wordt doorbroken.
Dat dood geloof, geloof dat alleen gaat over regels en over vaste gewoontes,
weer opnieuw levend kan worden.
Dat je begint te beseffen dat er iets mist in je leven,
en dat het verlangen aangewakkerd wordt om God een grotere plek te geven in je leven.
Niet alléén door meer te bidden of in de Bijbel te lezen.
Maar ook heel praktisch, door uit je geloof te leven.
Door het heel concreet te maken.
Dat is de boodschap van Johannes:
Na míj, zegt hij, komt iemand die groter is dan ik.
Hij wijst de mensen vooruit naar de komst van Jezus.
Naar het licht dat komt.
En hij roept ze op, om te leven, alsof dat licht er al is!

Want advent gaat niet alleen over verlangen naar het licht.
Over hopen dat het beter wordt.
Het gaat vooral over verwachting, dat het licht zál komen.
Daar houd je je aan vast.
Dat Jezus zál komen.
Dat God redding zál brengen.

Al vanouds was het verlangen naar Kerst,
Naar de geboorte van Jezus,
ook een vooruitwijzing naar het kruis,
waar Jezus redding zal brengen aan alle mensen.
Waar Gods liefde,
Gods licht in alle kracht zichtbaar wordt,
en de duisternis wordt ontmaskerd.

Advent gaat over het verwáchten van dat licht.
Het ernaar toe leven.
Met hoop.
Door je in te zetten voor het goede.
Door je leven vorm te geven alsof je al in Gods licht leeft!

En als je dat doet, of in elk geval probeert,
dan is die tekst uit Maleachi geen dreigement meer,
maar een belofte.
Dat op een dag de donkere nacht voorbij zal zijn,
Waarop er zoveel onrecht en pijn is op deze wereld.
En dat dé dag, Gods dag zal aanbreken.

Voor jullie die ontzag hebben voor mijn naam zal de zon stralend opgaan,
de zon die gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt.
Huppelend als kalveren die op stal hebben gestaan zullen jullie naar buiten komen.
Dát is wat advent is.
Advent is, in de duisternis,
het licht verwachten van de komst van Christus,
Van de nieuwe wereld die met Zijn komst aan zal breken,
En: eruit leven!
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *