Ik veroordeel je niet

Tekst: Deuteronomium 6:1-9; Johannes 8:1-11

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Een paar jaar geleden stond, in het tijdschrift de ‘Nieuwe Koers’,
een interview met Henk Abbink, een christelijke rechter.

In het interview vertelt hij over de morele dilemma’s waar hij als rechter voor kan komen te staan.
Zo vertelt hij in het interview over een moeilijke zaak,
van een moordenaar van wie hij eigenlijk vond dat ze niet gestraft zou moeten worden.

Een jongedame had twee broers die goed konden leren. Zij niet.
Haar ouders gaven altijd hoog op van hun zonen, maar zij hing erbij.
Op verjaardagen moest zij met de spullen slepen.
Eenmaal op kamers kon ze zich niet redden.
Ze raakte verslaafd, en werd uiteindelijk prostituee.
Ze kreeg een dochtertje – ik weet nog hoe ze heet,
zegt Henk Abbink in het interview.
Ze had alleen nog contact met oma,
bij wie ze met haar dochtertje iedere week ging eten.

Totdat haar oma overleed.
Compleet radeloos besloot ze zelfmoord te plegen.
Ze werkte twee weken keihard, kocht een enorme portie heroïne,
en injecteerde zowel haar vierjarige dochtertje als zichzelf.

Alleen haar poging lukte niet.
Na twee dagen werd zij wakker, maar haar dochtertje lag dood naast haar.

Henk Abbink vertelt over de druk die op hem lag om haar te veroordelen.
Moord, met voorbedachten rade. Twaalf, vijftien jaar, riep iedereen.
Maar hij zegt: dat leek mij onterecht.
Redelijk snel besloten we tot drie jaar.
Wie dat in de krant leest, schreeuwt moord en brand,
maar als je de achtergrond weet, praat je anders.
Er sprak zelfs liefde uit haar daad,
want ze had haar kind veel te veel gegeven, waardoor zijzelf weer wakker werd.”
Het lijkt me een moeilijk parket om in te zitten.
Henk Abbink is een rechter.
Er wordt van hem verwacht dat hij een oordeel geeft in zo’n zaak.
Maar wat is een goed oordeel?
En misschien nog een moeilijkere vraag:
Wie is er gerechtigd om op zo’n moment een ander te veroordelen?

En tegelijk heb je als rechter te maken met een wet,
daar moet je je aan houden.
Gelukkig is een rechter geen computer.
Er wordt van hem ook een stuk menselijkheid verwacht.

Ik moest aan dit verhaal denken, toen ik de tekst uit Johannes las,
Over Jezus en de vrouw die werd beschuldigd van overspel, van vreemd gaan.

Ook van Jezus werd een oordeel verwacht.
En zoals Henk Abbink te maken heeft met een wet,
waar hij zich als rechter aan moet houden,
Zo was voor Joden in de tijd van Jezus de wet van God heel belangrijk.
De wet van God, dat waren de wetten die Mozes had opgeschreven,
in de Torah, de eerste vijf boeken van de Bijbel.

Het boek genesis, met verhalen over het ontstaan van de wereld,
en over hoe God Abraham, Isaäk en Jakob uitkoos,
om hen tot een groot volk te maken.

Het boek Exodus, over hoe dat volk werd bevrijd van de slavernij in Egypte.

En de boeken Leviticus, Numeri en Deuteronomium,
over de wetten die God aan de mensen van Israël gaf,
zodat ze een heilig volk konden zijn.
Een volk dat voor God apart is gezet.

In die drie boeken staan de tien geboden,
maar ook preciezere voorschriften:
over offers, over rein en onrein eten,
over regels hoe je met elkaar om moet gaan.

Alleen nu is er een probleem.
Sommige van die regels komen voor ons erg rigoreus over.
Sommige regels komen voor ons zelfs keihard over.
Zoals Deuteronomium 22:22, een vers waarin staat:
Als een man wordt betrapt met een getrouwde vrouw,
moeten beiden ter dood gebracht worden,
zowel de man als de vrouw met wie hij geslapen heeft.

Voor ons is dat nogal heftig om te lezen.
Dat op overspel in de Bijbel de doodstraf staat.
Het doet ons denken aan IS-strijders,
die zulke maatregelen ook echt uitvoeren.

Maar voordat je zegt: wat een verschrikkelijk boek, die Bijbel,
Moet je bedenken dat deze regels ook veel te maken hebben met de tijd van toen,
en vooral met de Oosterse cultuur in die tijd:
een cultuur waarin eer heel belangrijk was.

Schaamte, dat was het ergste dat je over je familie kon brengen.
Als man onteerde je een vrouw door met haar naar bed te gaan als ze niet je vrouw was.
En als vrouw bracht je schande over je familie als je het bed deelde met een man die niet jouw man was.
Zeker als je al getrouwd was.
Dat was een zonde die je niet meer recht kon zetten.

Overspel is nu nog steeds niet goed te praten.
Voor ons is het nog steeds iets heel heftigs,
iets dat gezinnen kapot kan maken.
Maar voor ons heeft het wel een hele andere lading,
dan voor de mensen in de tijd van Jezus.

Wij zouden al nooit iemand stenigen die overspel heeft gepleegd.
Dat maakt uit voor hoe wij dat verhaal uit Johannes lezen,
Over de vrouw die bij Jezus wordt gebracht.
Wij staan automatisch al aan de kant van de vrouw als wij deze tekst lezen.

Maar toch is er wel iets waarin deze tekst raakt aan onze tijd. Aan onszelf.
Namelijk het oordelen.
Ver-oordelen.

Stel: je laat het stenigen buiten beschouwing.
Als je alleen maar kijkt naar het veroordelen:
daar zijn wij nog altijd erg goed in.
Dat zit heel diep in ons mensen: om elkaar de maat te nemen.
Bijna iedereen kent daar wel een voorbeeld van.
Heeft dat een keer gedaan, zelf meegemaakt of gezien.

Waarom is dat eigenlijk zo?
Laat het ons beter voelen over onszelf,
als we kunnen oordelen over een ander?

De farizeeën, kenners van de Joodse wet,
brengen een vrouw bij Jezus die betrapt is op overspel.
Ze willen haar straffen om wat ze heeft gedaan.
Niet omdat ze hen persoonlijk iets heeft aangedaan.
Maar omdat ze iets hoog willen houden.
Ze staan een standaard van leven en van omgaan met elkaar voor die heilig is.
Want God zegt in de wet van Mozes: wees heilig, want ik ben heilig.

En ze citeren die tekst die ik net noemde, Deuteronomium 22:22,
waarin staat dat als een man wordt betrapt met een getrouwde vrouw,
beide ter dood moeten worden gebracht.

Dat de vrouw overspel heeft gepleegd,
betekent dat ze een getrouwde vrouw was.
Nu kun je, gezien vanuit deze tijd,
de vrouw in een soort slachtofferpositie plaatsen.
Misschien dat er een man was die zich aan haar had opgedrongen.
Dan wordt het helemaal een drama voor haar.
Zij krijgt de schuld, terwijl de man die haar belaagd heeft vrijuit gaat.

Alleen dat staat niet in de tekst.
Alleen dat ze op heterdaad is betrapt.
Misschien is het een geval van #MeToo, maar misschien ook niet.
We hoeven van haar geen slachtoffer te maken.
Al blijft het voor haar verschrikkelijk, de manier waarop ze ter schande wordt gezet.
De farizeeën en de Schriftgeleerden brengen deze vrouw naar Jezus toe.
Ze wordt midden in de kring neergezet, als in een rechtszaal.

Jezus wordt hier, als rabbi, aangewezen als een soort rechter.
En als rechter staat hij met deze zaak automatisch in een spagaat.

Als Jezus haar niet laat stenigen,
dan zullen de farizeeën weten dat hij het niet zo nauw neemt met de wet van God,
dan hebben ze een stok om mee te slaan,
om hem te beschuldigen dat hij een valse leraar is.

En aan de andere kant, als hij haar wel laat stenigen,
dan zal hij dalen in de achting van het volk.

Het is alsof ze hem willen laten zien dat je als geestelijk leider,
een positie die zij zelf ook hadden,
soms je handen vuil móet maken.

Jezus denkt na. Hij bukt voorover, en schrijft wat op de grond.
Wat Jezus schrijft, weten we niet.
Maar het bouwt in elk geval de spanning op.
Wat zou zijn antwoord zijn?

Als ze blijven aandringen, zegt hij uiteindelijk:
laat wie zonder zonde is de eerste steen gooien.

Het antwoord van Jezus kan je verbazen.
Neemt hij zo niet een enorm risico?
Keurt hij het goed dat iemand gestenigd wordt?

Waar de mensen hem destijds niet serieus meer konden nemen als hij dat niet toe zou laten,
is dat nu compleet andersom.
Het zou ons beeld van Jezus veranderen.
Hoe kan Jezus dit zeggen?

Jezus staat niet negatief tegenover de wet van God.
In Mattheüs zegt hij:
ik ben niet gekomen om de wet af te schaffen,
maar om de wet te vervullen.

Hij gaat nergens tegen de wet in.
Alleen hij houdt de mensen vaak wel een spiegel voor,
Om ze aan het nadenken te zetten.
Waar is die wet eigenlijk voor bedoeld?

Zo geeft hij de farizeeën hier toestemming om de wet na te leven.
Maar niet selectief.
Als zij het zo precies willen doen, zo goed de wet na willen leven,
Dan kan dat alleen als aan álle morele eisen wordt voldaan.

We hebben met elkaar gelezen uit Deuteronomium 6.
In dat hoofdstuk wordt verteld waar de wet in eerste instantie voor bedoeld is.
De wet van God is in eerste instantie bedoeld om mensen in vrede en geluk samen te laten leven, in het beloofde land.

Die wetten beschrijven hoe je zo kunt leven als God dat bedoeld heeft.
Daarom zegt God: prent ze je kinderen in.
Draag ze als een teken om je arm en als een band op je voorhoofd.

En ze gaan over de meest uiteenlopende dingen.
In hoofdstuk 22 gaat het over hoe je moet omgaan met seksualiteit.
Maar in het hoofdstuk daarna, hoofdstuk 23,
gaat het over de rechten van wezen en weduwen.
Iets dat voor God minstens net zo belangrijk is.

Je kunt je afvragen:
waarom zijn de farizeeën daar maar zo weinig mee bezig,
en juist zo veel met zaken als overspel?
Waarom is er één zo’n hoofdstuk, één wet, die de farizeeën eruit pikken?
Die ze zo groot, zo belangrijk maken?

Omdat ze voor zichzelf zeiden:
overspel, dat is echt iets verschrikkelijks.
Zeker in die tijd, in die cultuur, waarin eer heel belangrijk was.
Het was iets wat je aan kunt wijzen.

Hoe je omgaat met weduwen en wezen niet.
Dat zijn geen grote, maar kleine ‘zonden’.
Daar kun je niet op betrapt worden, daar word je niet voor gestraft.
Daar kun je over discussiëren: wat wordt er precies mee bedoeld?
Aan welke voorwaarden moet je precies voldoen om je aan de wet te houden?

Maar dat overspel fout is, dat is duidelijk.
En de farizeeën willen deze vrouw straffen,
Om te laten zien: wij vinden die wet zo belangrijk,
We willen hem naar de letter volgen!
Kijk hoe precies wij ermee omgaan!
Wij zijn de hoeders van de wet.

Ze willen de vrouw veroordelen,
zodat ze zich beter kunnen voelen over zichzelf.
Wij laten in die kleine dingen misschien wel eens een steekje vallen,
maar met ons is het in elk geval niet zo erg gesteld als met háár!

Dus zij verdient de dood. (…)

Daarom is wat Jezus zegt zo krachtig.
Laat wie zonder zonde is, wie nog nooit iets verkeerd heeft gedaan,
Als eerste een steen naar haar gooien.

Hij houdt ze een enorme spiegel voor.

Hij zegt niet:
jullie hebben geen gelijk.
Deze vrouw moet je vrijuit laten gaan,
wat ze gedaan heeft is niet zo erg.
Maar hij bevéstigt ze óók niet in hun gelijk.

Hij kaatst de bal terug.
Laat wie zonder zonde is, de eerste steen gooien.
Wat wil Jezus daarmee bereiken?

Iedereen weet dat vreemd gaan niet goed is.
Omdat je trouw hebt beloofd,
en je met vreemdgaan de band van je huwelijk kapot maakt.
En in die tijd: omdat je daarmee de eer van je huwelijk op het spel zet.

Maar aan wie is het om daarover te oordelen?
Aan mensen die, ook al maken ze ‘kleinere’ fouten,
die minder aanwijsbaar zijn,
net zo goed hun eigen kleine en grote zonden hebben?
Moet je die over anderen laten oordelen?

Wat Jezus aan de mannen die deze vrouw van overspel beschuldigen wil laten zien,
is niet dat het niet uitmaakt wat je doet.
Maar wel, dat gerechtigheid is als een zwaard, dat aan twee kanten snijdt.

Als je oordeelt over anderen, dan oordeel je ook over jezelf.
God roept ons allemaal om een leven te leiden,
dat zijn liefde, zijn goedheid weerspiegelt.

Alleen de wetten van God zijn niet bedoeld als een stok om mee te slaan.
Ze zijn bedoeld als leidraad voor een goed leven.
En voor een goede, rechtvaardige samenleving.

Alles wat daarvan afwijkt moet ons aan het denken zetten.
Niet alleen bij de ander: ook bij onszelf.

Jezus wil de mensen laten zien dat de manier waarop ze van de wet gebruik maken,
een manier is waarmee ze de wet naar hun eigen hand zetten.
Waarmee ze eigenlijk vooral zichzelf op de borst willen kloppen.

Terwijl de wet bedoeld is om voor jezelf na te denken:
Leef ík wel zoals God dat bedoeld heeft?
Niet om elkaar te veroordelen.
En zeker niet om over elkaar te heersen.
Of om jezelf er beter mee voor te doen dan je bent.

Eén voor een gaan de mensen die de vrouw bij Jezus gebracht hebben weg.
De uitspraak van Jezus slaat bij ze in als een bom.

Ik vind het mooi hoe Johannes schrijft,
dat juist de oudsten als eerste de steen uit hun hand laten vallen, en weglopen.
De woorden van Jezus dringen eerder tot hen door.
Jonge mensen kunnen soms radicaler zijn in hun overtuigingen,
En in hun oordeel.
Oudere mensen worden vaak milder,
door wat ze zelf hebben gezien, en meegemaakt.

Als iedereen weg is gegaan, blijft de vrouw alleen bij Jezus achter.
En Jezus zegt: ik veroordeel je ook niet.

Mooi! Kunnen we zeggen.
Wat fijn dat Jezus haar niet veroordeelt.
Alleen: dit verhaal houdt ons zelf ook een spiegel voor.
Want je kunt jezelf de vraag stellen:
is wat Jezus zegt, ook wat wij zelf zouden zeggen?

Overspel was een zonde in de tijd van Jezus.
Maar vreemd gaan is ook nu nog altijd niet gewoon.
Ook al hoor je overdag op de radio de reclames van Second Love,
Die je proberen te verleiden om spanning te zoeken buiten je huwelijk.
Iedereen weet: overspel veroorzaakt pijn.

Als je tijdens je huwelijk met een ander slaapt,
of er met een ander vandoor gaat,
dan kan dat heel veel kapot maken.
Gezinnen gaan erdoor kapot.
Al kan vreemd gaan soms ook een teken zijn dat er al meer niet goed zit in een relatie,
er is geen excuus voor om het toch te doen.


En toch gebeurt het.
Daar kunnen wij onze ogen niet voor sluiten.
Buiten de kerk, maar ook binnen de kerk.

Net zoals dat er zoveel stellen zijn die het in deze tijd niet lukt om,
ook als is er géén sprake van overspel, hun relatie goed te houden.
Om hun leven lang bij elkaar te blijven.

Als zoiets gebeurt, dan kunnen wij heel snel klaar staan met een oordeel.
Omdat we het gevoel hebben dat we partij moeten kiezen,
voor de een of voor de ander.

Maar áls zoiets gebeurt, dan is de belangrijkste vraag aan ons niet:
wat vinden wij ervan? Wat is ons oordeel?

Als er sprake is van overspel,
of van een stel dat hun huwelijk beëindigt,
of van ander menselijk falen, menselijk tekort schieten
dan is de belangrijkste vraag voor ons:
hoe reageren wij daarop?

Staan wij klaar om één van de twee te beschuldigen?
Dat die geen plek meer mag hebben in ons midden? In onze kerk? Of in onze buurt?
Of onze familie?

Staan wij klaar om mensen die falen, die tekortschieten,
die brokken maken, de deur te wijzen?
Buiten te sluiten? Te veroordelen?

Het getuigt niet van een groot geloof in Gods genade om iemand te veroordelen.
Om je moreel verheven te voelen boven een ander als hij of zij iets gedaan heeft,
zelfs al kan dat écht niet door de beugel.

Om partij te kiezen, zelfs al is die verleiding nog zo groot,
of is de druk om dat te doen nog zo groot.

Het getuigt pas echt van geloof in Gods genade als je net als Jezus zegt:
ik veroordeel je niet.

Want dat is het bijzonderste aan dit verhaal.
Niet dat Jezus tegen de mensen die de vrouw beschuldigen, zegt:
wie zonder zonde is, laat die de eerste steen gooien.

Maar dat Hij zegt: ik veroordeel je ook niet.

Dat is een uitspraak die ons een spiegel voorhoudt.
Want als er één gerechtigd is om te oordelen, dan is het Jezus.
Als er één de rechter zou kunnen zijn, dan is het de zoon van God,
Die zelf zonder zonde is.

Zelfs de rechter Henk Abbink zegt in het interview in de Nieuwe Koers:
Ik ben geen haar beter dan de daders die bij mij voor het hekje staan.
Ik zie hen als zondaren. En door de zonde gaat de zaak kapot.
Ik heb een rem, maar als die eraf is,
ben ik ook in staat iemand een knal voor z’n kanis te geven.
En als mijn vrouw of kinderen wat overkomt,
mag de dader dankbaar zijn als de politie hem eerder te pakken heeft dan ik.

Maar Jezus geeft nog eerder zijn leven voor deze vrouw,
dan dat hij haar veroordeelt.

Ik veroordeel je niet, zegt hij.

En als Jezus dat niet doet, dan moeten wij dat ook niet doen.
Ook al is Jezus daar altijd nog beter in dan wij, om dat niet te doen.

Maar het is wel aan ons om dat te proberen, om daarin te zijn zoals hij.
Jezus stelt ons de vraag:
Zelfs al hebben we misschien gelijk:
Moeten we iemand dan altijd met gelijke munt betalen?
Moeten we over elkaar oordelen?
Elkaar veroordelen?
En Jezus laat ons zien dat dat niet hoeft.

Daarmee praat hij niet goed wat er is gebeurd.
En dat hoeven wij ook niet te doen.
Maar hij laat ons zien dat we ook niet hóeven te oordelen.
Zeker niet om ons beter te voelen dan een ander.
Als laatste zegt Jezus tegen de vrouw: ga, en zondig niet meer.
De vrouw is vrij om te gaan.
Vrij van veroordeling.
Niet omdat Jezus ontkent wat ze heeft gedaan,
Of omdat hij tegen haar zegt: het is niet erg.

Het is niet zo dat wat zij heeft gedaan er niet toe doet voor hem.
Maar wel dat zijn liefde nog veel groter is.
Die liefde, die Jezus laat zien aan deze vrouw,
Mag voor ons een spiegel zijn.
En wij mogen daar zelf ook een spiegel van zijn.
Wij mogen zelf ook iets daarvan laten zien in onze eigen omgeving.
In onze buurt. Onze familie. Onze kerk.

Want wij leven net zo goed uit vergeving.
Uit genade.
Uit de liefde van God, die we niet hoeven te verdienen, maar die we gewoon krijgen.
De liefde van God, die tegen ieder van ons zegt,
Wat er ook is gebeurd in ons leven,
Wat we ook doen:

Ik veroordeel je niet.

Ik heb je lief.

Dat zegt hij tegen ons allemaal.

Amen.

Bron: https://www.denieuwekoers.nl/tag/henk-abbink

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *