Startzondag: een goed gesprek

Tekst: Johannes 3:1-13

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

“Een goed gesprek” is het jaarthema van de Protestantse Kerk in Nederland.
Nou is dat een thema waar je heel veel kanten mee op kunt,
Maar waar vooral op gedoeld wordt, is een geloofsgesprek.

Weet je waar ik me wel eens over verbaas?
Dat sommige mensen het zoveel makkelijker vinden om over hun geloof te praten dan anderen.
En die anderen, die vormen denk ik de meerderheid. Ik hoor daar zelf ook bij.
Bij de mensen die het lastig vinden om hun geloof onder woorden te brengen.

Soms kom je iemand tegen die heel direct is.
Die zegt: dit is wat ik geloof, waar ik voor sta.
En ik ben niet bang om dat met anderen te delen.
Want het is iets belangrijks! Iets wat die ander ook moet horen!

Ik denk trouwens dat mensen die christelijk zijn opgevoed,
en daar hoor ik ook bij,
Het vaak moeilijker vinden om over hun geloof te praten dan mensen die op latere leeftijd zijn gaan geloven.
Waar dat in zit, dat weet ik niet.
Misschien omdat we bang zijn om voor schut te staan.
Of om zelf iets kwijt te raken van ons geloof als we daar met anderen over praten.
Toch denk ik dat je wel iets kunt leren van mensen die dat wél gewoon durven.
Je kunt van ze leren dat het helemaal niet zo moeilijk hóeft te zijn als wij vaak denken.
Soms kun je er zelfs hele leuke, boeiende gesprekken door krijgen!

Jezus en Nikodemus hadden ook zo’n gesprek.
Het valt me wel vaker op dat Jezus geen blad voor de mond neemt als hij met mensen praat.
Hij is heel direct, en heel duidelijk.

Hij zegt tegen Nikodemus:
alleen wie opnieuw geboren is, kan het koninkrijk van God binnengaan.

Ben jij een wedergeboren christen?
Een aantal keren in mijn leven heb ik die vraag gekregen,
van mensen die ik zomaar tegenkwam.
De eerste keer was in Zambia.
Een vrouw vroeg het aan mij, het was bijna het eerste wat ze vroeg.
En ik stond een beetje te stamelen.
Ik wist niet zo goed wat ik dáár nou op moest antwoorden!
Eeeh, ja, geloof ik.

Als mensen je daarnaar vragen, dan bedoelen ze eigenlijk:
Is geloven voor jou iets verstandelijks, iets wat erbij hoort,
of is het ook iets van je hart?

Voor sommige mensen betekent ‘opnieuw geboren zijn’ dat je een bepaalde ervaring moet hebben gehad.
Een bekeringservaring.

Nou zei ik al: zelf ben ik met het christelijk geloof opgevoed.
En ik denk dat dat voor de meesten van jullie ook geldt.
En voor mensen die er van kinds af aan mee zijn opgegroeid,
is het vaak niet zo dat ze van het ene op het andere moment zijn gaan geloven.

Sterker nog: ik denk dat dat in de meeste gevallen iets is dat langzaam is gegroeid.
Dat dat niet van het ene op het andere moment is gebeurd.
Al hoor je soms wel verhalen van mensen, die door een bijzondere ervaring zijn gaan geloven.
In één van zijn boeken, “Verrast door vreugde”, vertelde de Engelse schrijver C.S. Lewis, over hoe dat voor hem gebeurde.
Misschien ken je hem wel van de boeken van Narnia.

C.S. Lewis was docent Engelse literatuur op de universiteit van Oxford.
Hij was atheïst, en hij had twee collega’s die christen waren,
waarvan één Tolkien was, de schrijver van The Lord of the Rings.
En omdat hij het wel interessant vond, had hij avonden lang gesprekken met hen.
Langzaam maar zeker werd hij er steeds meer van overtuigd,
dat God wel eens echt zou kunnen bestaan.
Dat geloven zo gek nog niet was.

Hij kon er in zijn hoofd steeds meer bij, alleen de twijfel bleef.
Wat als het nou toch niet waar is?
En dan kwamen in zijn gedachten alle tegenargumenten.
Dat het misschien wel een verzinsel was.
Of dat mensen alleen maar geloven omdat ze de werkelijkheid niet aan kunnen.

Totdat hij op een dag op reis was,
en hij plotseling heel sterk een diepe vreugde voelde.
Hij werd helemaal overspoeld door Gods liefde, en dat maakte hem zo blij!

Wat in al die gesprekken met zijn vrienden niet was gebeurd,
gebeurde wel op dat moment. Zo uit het niets.

En toch denk ik, dat die gesprekken niet voor niets zijn geweest.
Als hij in zijn hoofd geen ruimte had gehad voor die ervaring,
Dan had hij het waarschijnlijk weggeredeneerd.

En het is ook niet zo dat hij daarna helemaal ‘in de Heer’ was,
zoals mensen dat wel noemen.
Hij bleef zijn vragen en zijn twijfels houden.
Die ervaring was er op dat moment, maar die was er niet altijd.
En toch zei hij: op dat moment wíst ik dat God er is.

Na zijn bekering was C.S. Lewis niet bang om er met anderen over te praten.
Hij ging op onderzoek uit,
vroeg verschillende christelijke geestelijken, predikanten en priesters,
hoe zij hun geloof zouden omschrijven.

En hij hield op de Engelse radio een serie lezingen over de basis van het christelijk geloof.
Ontzettend veel mensen zijn daardoor geraakt!
Die lezingen zijn uitgegeven in een boek, ‘onversneden christendom’.
Voor mijzelf was dat een boek dat veel indruk heeft gemaakt.
Dat mij echt gevormd heeft, toen ik het als tiener las.
Juist door de directe taal.
Het laat zien dat geloven niet iets afstandelijks is,
Maar echt over jouw leven gaat.

En dat allemaal door de gesprekken die hij had met zijn vrienden.

Ben jij opnieuw geboren?
Die vraag vindt zijn oorsprong in het gedeelte dat we hebben gelezen.
Maar het is geen gemakkelijke vraag.
Opnieuw geboren worden, wat houdt dat eigenlijk in?

Terwijl Jezus het behoorlijk scherp zegt tegen Nikodemus,
Alsof het heel duidelijk is, heel simpel.
Nikodemus, de hooggeplaatste Schriftgeleerde.
Die les had gehad van de meest wijze rabbi uit Israël.
Die een autoriteit was op het gebied van geloof.
Die krijgt nu van Jezus te horen:
alleen als je opnieuw geboren wordt,
kun je het koninkrijk van God binnengaan.

Nikodemus, die ontzettend slimme man,
probeert te begrijpen wat Jezus bedoelt.
Opnieuw geboren worden? Dat kan toch niet?
Je kunt toch niet opnieuw het lichaam van je moeder ingaan,
en er dan opnieuw uitkomen?
Wat bedoelt Jezus?
Is dit nou een goed gesprek? Het is vooral een vreemd gesprek.
Om dit gesprek een beetje te kunnen begrijpen,
moet je in het achterhoofd houden dat Joodse leraars, Joodse rabbi’s,
de hele tijd dit soort gesprekken hadden met hun leerlingen.

Dat ze een moeilijk Bijbelvers namen,
en er vervolgens met elkaar over gingen discussiëren.
Wat wordt ermee bedoeld?
Wat wil dit vers zeggen, tegen ons, hier en nu?
Hoe moeten we het goed toepassen?

Nikodemus wil dus ook op die manier met Jezus over deze uitspraak in gesprek gaan. Hij ziet de woorden van Jezus als een puzzel, die moet worden opgelost.

Alleen Jezus zegt hier niet iets algemeens.
Hij heeft het tegen Nikodemus zelf.
En hij zegt het niet om erover te discussiëren:
hij wil Nikodemus iets duidelijk maken.

Namelijk dat geloven niet alléén iets is dat je doet met je verstand.
Iets wat je kunt beredeneren, of kunt bewijzen.
En ook niet iets waar je zelf de controle over kunt hebben.

Geloven is namelijk niet alleen iets wat je met je verstand doet
Maar ook met je hart.
Geloven, dat doe je met heel je wezen. Met alles wie je bent, wat je hebt.

Maar de vraag blijft: hoe doe je dat dan?
Je gevoel is niet iets wat je kunt sturen.

Soms kun je er met je verstand wel bij dat God bestaat, maar met je gevoel niet.
Er zijn best veel mensen die dat zeggen:
ik heb nog nooit iets van God ervaren.
Als je dan een tekst als deze leest,
Of hoort van mensen die bijzondere ervaringen hebben gehad,
dan kun je het gevoel krijgen dat je iets niet goed doet.
Dat er nog iets moet gebeuren. 
In sommige kerken is het zelfs zo, op basis van deze tekst,
dat je alleen aan het avondmaal mag als je een bijzondere ervaring hebt gehad.
Een bekeringservaring.
Dat komt hier niet zo veel voor, maar wel bijvoorbeeld op Veluwe, en in Zeeland.
In zulke kerken wordt opnieuw geboren worden uitgelegd,
als dat je voor jezelf eerst helemaal tot de overtuiging moet komen dat je zondig bent.
En als je daar volledig van overtuigd bent,
dat je dan een besef krijgt van de overweldigende grootsheid van Gods genade.
Als je daar van overtuigd bent, dan weet je:
ik ben door God uitgekozen. Ik mag erbij horen.

Maar ik denk niet dat Jezus het heeft over dat je eerst opnieuw geboren moet worden, om te zeggen:
Dat is maar voor een klein groepje mensen!
Hij zegt het ook niet om je te ontmoedigen.

Ik denk dat Jezus vooral Nikodemus, en ook ons,
een spiegel voor wil houden.
Want Nikodemus is iemand die het allemaal goed op een rijtje heeft.
Die een goed beredeneerd en uitgedacht geloof heeft.

Eigenlijk vraagt Jezus aan hem:
welke plek heeft God zelf in jouw geloof?
Is er nog wel ruimte voor hem?
Om door Hem verrast te worden?
Om omver geblazen te worden door het besef dat God zoveel groter is,
zoveel liefdevoller dan jij denkt?
Heb jij God in de hand?
Of heeft God jou in de hand?

Wat opnieuw geboren worden precies inhoudt,
dat blijft in dit Bijbelgedeelte in het midden.
Jezus zegt alleen dat het betekent dat je opnieuw geboren wordt door de Geest.
Maar ook daar is het moeilijk om je een voorstelling van te maken.

Ik denk wel dat het te maken heeft met de controle uit handen geven.
Alsof je met lege handen naar God toe gaat, en zegt:
Hier ben ik, zoals ik ben.
Wilt U mij helpen om U te zien?
Om U zelf te ervaren in mijn leven?
Wilt U geven dat mijn geloof niet alleen iets is waar ik met mijn verstand bij kan,
Maar dat ik mag zien, mag voelen dat U aanwezig bent in mijn leven?
Dat U er echt bent?

Want eigenlijk is opnieuw geboren worden een heel mooi beeld.
Als je geboren wordt, dan doe je daar zelf niets voor. Het overkomt je.
Net als geboren worden, is opnieuw geboren worden niet
iets, dat je zelf in de hand hebt.

Opnieuw geboren worden is niet iets wat je zelf kunt doen.
Het is iets wat je moet láten gebeuren.

En tegelijk denk ik dat het niet bij iedereen zo hoeft te zijn zoals bij C.S. Lewis,
Of bij andere mensen die zo’n ervaring hebben gehad.
Dat er een moment moet zijn dat je aan kunt wijzen, waarvan je kunt zeggen:
vanaf tóen ben ik gaan geloven.
Het is ook iets wat geleidelijk kan gaan.
Stukje bij beetje.
Dag bij dag.
Dat je steeds meer zelf de touwtjes uit handen geeft.
En dat je steeds meer onder de indruk raakt van God.
Daarvoor hóef je geen bijzondere ervaring te hebben gehad.
En het is ook niet zo dat als je wel een bijzondere ervaring hebt gehad,
dat geloven dan meteen makkelijker wordt.
Dat je nooit meer twijfels hebt.  
Voor Nikodemus was dit gesprek met Jezus misschien een eye-opener,
Maar ook hij ging niet van de ene op de andere dag achter Jezus aan,
zoals veel anderen in die tijd wel deden.
Ook bij hem ging het stukje bij beetje.
Later in Johannes lezen we dat hij nog steeds deel uitmaakt van het sanhedrin,
de Joodse raad, die Jezus ter dood zal veroordelen.

Maar het gesprek heeft wel wat met hem gedaan.
Het heeft indruk gemaakt op Nikodemus.
In de hoge raad neemt hij het later voor Jezus op, ten koste van zijn eigen reputatie.
En na Jezus’ dood is Nikodemus een van de mensen die helpt om hem begraven.
Op zijn eigen manier ging Nikodemus achter Jezus aan.

Een goed gesprek, dat is het thema van het nieuwe seizoen.
Het gesprek van Jezus met Nikodemus laat zien dat het soms zoeken is naar woorden als je over geloof praat.

Ik ben predikant,
maar ik vind het soms ook moeilijk om mijn geloof onder woorden te brengen.
Omdat het over zoiets persoonlijks gaat.
Om over geloof te praten moeten we allemaal een drempel over.
De één neemt die wat makkelijker dan de ander.
En dat komt doordat over je geloof praten een beetje is als praten over je gevoelens.
Dat doet ook niet iedereen even makkelijk.
Je hebt niet altijd precies op een rijtje wat je tegen een ander wilt zeggen.

Dat merk je ook in het gesprek met Nikodemus.
Het gaat over zulke grote woorden, zulke grote dingen,
dat je er bijna de vinger niet op kunt leggen.

En toch is Jezus niet bang om het er met Nikodemus over te hebben.

Hij gebruikt rake woorden,
om aan Nikodemus te laten zien dat hij niet alleen met hem in gesprek wil over dingen die ver van hem afstaan.
Over leerstellingen, waar je over kunt discussiëren.
Hij wil aan Nikodemus duidelijk maken dat het over hem zelf gaat.

Als wij met Jezus in gesprek gingen, wat zou hij dan aan ons vragen?
Misschien zou hij wel vragen welke rol je geloof speelt in jouw leven.
Is het iets dat je, zoals Nikodemus, allemaal verstandelijk op een rijtje hebt?
Iets waar je fijn van een afstandje naar kunt kijken?
Geloof je omdat je ouders geloofden?
Of geloof je omdat God jou zelf in beweging zet?
Geloof je dat God er echt is?
En wat merk je daarvan in je leven?
Wat heeft dat voor gevolgen voor jouw leven?

Een goed gesprek begint met het gesprek aan durven gaan.
Met de vragen durven stellen die er écht toe doen.
Die zetten je aan het nadenken.
En laten je ook beseffen: dit gaat over mij.
Over mijn leven.

Dat is soms spannend.
En soms kan het wat schuren.
Maar de gevolgen kunnen heel mooi zijn.
Voor jou en voor degene met wie je in gesprek bent.
Het zou zomaar kunnen zijn dat daardoor de deur wordt geopend voor een ontmoeting met God.
Met alle gevolgen van dien!
Het lijkt me dus de moeite waard om eens te proberen! Zo’n goed gesprek.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *