Vereer geen andere goden

Teksten: Exodus 20:2-3; 1 Kor. 8:4-6

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Vereer, naast mij, geen ándere goden.
Dat is het eerste gebod.

Toen ik het een keer met een groepje tieners had over de tien geboden,
Toen vroeg ik wat ze van dit gebod vonden.
Weet je wat ze zeiden?
Ze vonden het maar niks.
Ze vonden het eigenlijk een beetje egoïstisch klinken van God.
Hij wil alle aandacht voor zichzelf! Zei één van hen.
Ja, zei een ander, alsof hij een beetje jaloers is.

Ik moest wel een beetje lachen om hoe eerlijk ze waren.
Want geef nou toe: het is ook best een lastig gebod.
Zeker als je het leest met de ogen van deze tijd.
Want wat wordt er nou bedoeld met andere goden?
Wij geloven toch maar in één God?

Het lijkt op het eerste gezicht een gebod waar je niet zo veel mee kan.
Om te begrijpen wat dit gebod wil zeggen,
Moet je het daarom als het ware lezen met een bril uit de tijd waarin het geschreven is.

Want in die tijd geloofden de mensen nog wél in andere goden.
Toen de tien geboden door God werden gegeven aan de Israëlieten, in de woestijn.
Waren de Israëlieten net door God bevrijd uit Egypte.
En daar, in Egypte, geloofden de mensen in hónderden verschillende goden, allemaal naast elkaar.
Dus je zou denken: daar kan nog wel een god bij!
En ze waren op weg naar Kanaän,
Ook al een land waar mensen in allemaal verschillende goden geloofden. 
Overal was een aparte god voor:
Een God voor het land en één voor de zee, één voor de oorlog en één voor de liefde,
voor vruchtbaarheid, voor de jacht.
Noem maar op!
En deze goden waren geen goden die je niet kunt zien, niet kunt aanraken,
Nee, het waren stoere goden, die iets voor elkaar konden krijgen.
En die je ook kon zien, in die enorme tempels die er voor ze waren gebouwd.
Met prachtige, indrukwekkende beelden.

En als je nou iets van zo’n god wilde,
dan moest je hem, of haar, er waren ook godinnen, gewoon een offer brengen.
En dan zei je: wilt u mij een veilige overtocht geven over zee?
Wilt u geven dat mijn land dit jaar vruchtbaar mag zijn?
Wilt u geven dat wij deze oorlog mogen winnen.

En omdat zoveel mensen in de volken om hen heen daar zo mee bezig waren,
Konden de mensen van Israël daar ook erg gevoelig voor zijn.
Stel je voor: je oogst valt jaar na jaar tegen,
en je hoort niets van God, het blijft stil!
Dan is de verleiding heel groot om toch even, voor de zekerheid,
eens een offer te brengen aan die andere god.
Om te kijken of dat eens helpt. Baat het niet, dan schaadt het niet!

Maar door dit gebod wil God aan de mensen van Israël in de woestijn iets duidelijk maken:
Hij zegt: Ik ben de enige échte God.
Ik heb mezelf aan jullie laten zien, door jullie te bevrijden uit Egypte.
Dus zet geen andere goden op mijn plek.
Je moet niet doen alsof die echt bestaan.
Geef ze geen eer, laat je niet door ze leiden.
Je houdt jezelf alleen maar voor de gek!
Je schiet er niets mee op,
en je zet ook nog eens dingen die dat niet waard zijn, op mijn plek!

En dat er veel mensen zijn die geloven in verschillende goden,
Rondom het joodse volk, en rondom de eerste christenen,
Dat blijft in de hele Bijbel een rol spelen.
Ook als Paulus eeuwen later door Griekenland en door Turkije trekt,
om de mensen daar over Jezus te vertellen.
Dan komt ook hij dit probleem tegen:
Dat er zoveel mensen zijn die in verschillende goden geloven.

In prachtige tempels werd veel vlees geofferd aan die goden.
En een klein deel van het vlees werd dan verbrand,
maar het was natuurlijk jammer, als je veel vlees hebt,
om dat allemaal te verbranden.
Dus werd de rest van dat offervlees verkocht op de markt.
Maar je kon niet altijd zien wat nou vlees was dat eerst was geofferd aan een andere god, en wat gewoon vlees was.

En voor de eerste christenen was dat best een probleem.
Toen ze nog geen christen waren,
Toen mochten nog gewoon alles eten van de markt.
Maar als je christen bent, als je Jezus wilt volgen,
Kún je dan nog wel al dat vlees eten dat eerst aan andere goden geofferd is?
Nou waren sommige mensen heel rigoreus, die zeiden: nee, dat doen we niet meer!
We stoppen gewoon met vlees eten, we gaan niet meer daar naar de markt.
Maar er waren ook anderen, die dachten:
misschien is het niet zo erg, we blijven het toch doen.
Al bleven ze zich wel altijd een beetje schuldig voelen.
Klopt het nou wel helemaal? Mag het wel echt?

En Paulus stelt in zijn brief de mensen gerust.
Hij reageert eigenlijk heel nuchter op hun vraag.
Hij zegt: maak je niet teveel zorgen. Want ook al is het aan andere goden geofferd,
wij weten dat er in de hele wereld niet één afgod echt bestaat,
en dat er maar één God is die wel echt bestaat.
Dus als je niet gelóóft in die andere goden, dan doe je ook niets fout.
Nou is het voor ons heel mooi om te horen, die geschiedenis,
Maar voor ons kan het ook wel voelen als heel lang geleden.
Iets van vroegere tijden.
Dat gebod, dat je naast God geen andere goden mag vereren,
dat zegt ons nou niet zoveel meer.
Die issues over andere goden, en over offervlees,
Die spelen helemaal niet meer.

Dus dat hele gebod, dat je naast God geen andere goden mag vereren,
Dat kunnen gewoon skippen.
Dat gaat toch over een hele andere tijd,
waarin mensen nog in andere goden geloofden.
Mooi makkelijk! We gaan weer verder! Amen! Goed verhaal, lekker kort!

Dat zou je zeggen.
Maar ook al is dit gebod gegeven in een hele andere tijd, met hele andere vragen:
Het is nu nog steeds behoorlijk actueel.
Want eigenlijk is het, ondanks alles, nog stééds zoals Paulus schrijft.
Zijn er heel wat góden, heel wat héren, die zich breed maken, ook nog in deze tijd.
Mensen, en ook dingen, die op de plek van God zijn gaan staan.
Van wie wij onszelf afhankelijk maken.
Waar we soms zelfs helemaal voor leven.

Als ik de televisie aanzet, of de krant lees of op internet kijk,
dan zie ik heel wat goden en heren.

Om te beginnen: er zijn ménsen. Mensen die zeggen: stem op mij, kies mij.
En soms maakt het ze niet eens zoveel uit wat ze allemaal vertellen,
als je maar op ze stemt.
Zo zijn er in deze wereld behoorlijk wat mensen die zeggen:
ik kan zorgen dat het goed komt met ons land, of met deze wereld.
Denk aan Trump, of Putin, of Erdogan. Mensen die zeggen: vertrouw maar op mij.
Of hele andere mensen, geen politici, die zeggen: volg mij maar. Ik ben te vertrouwen. Of grote bedrijven: bijvoorbeeld Google, Facebook, of Tesla.
Zulke dingen, daar kan ik me wel eens zorgen over maken.
Over al die goden die zich op dit moment aandienen, al die heren,
die grote beloftes maken.
Maar maken ze wel waar wat ze zo hard beloven? Of zijn hun plannen wel zo ‘goed’?
Soms hoop je juist dat ze niet waarmaken wat ze beloven!
Kun je ze wel vertrouwen?
Vinden ze stiekem zichzelf, hun eigen positie, of de winst die ze maken,
niet veel belangrijker dan wat een ander bezighoudt?

En als ik me daar geen zorgen over maak,
dan kan ik me wel zorgen over andere dingen.
Ik denk dat veel van jullie dat wel zullen herkennen, dat je je zorgen kunt maken.
Grote zorgen, over de wereld waarin we leven, over de toekomst,
Maar ook kleine zorgen. Zorgen als:
Doe ík het wel goed?
Ben ik wel goed zoals ik ben?

Of zorgen over de beslissingen die je moet nemen.
Want we leven in een tijd waarin je zelf iets van je leven moet maken!
Als je dat niet doet, als je leven niet aan een bepaalde standaard voldoet,
Als je niet tegen andere mensen kunt zeggen: kijk eens wat ik allemaal bereikt heb,
Wat een zinvol werk ik doe, wat een succesvol of mooi leven ik heb,
Wat een mooie vakantie ik heb gemaakt,
Dan kan het voelen alsof je faalt. Alsof je leven mislukt is.
Wat als je een verkeerde keuze maakt?
Allemaal dingen die je ontzettend bezig kunnen houden.

En als je al die zorgen niet hebt,
dan heb je misschien wel een enorme berg werk.
Zoveel dingen die zich aandienen en waar je druk mee bent,
die je leven kunnen beheersen.
Want natuurlijk ben je druk. Er zijn zoveel dingen die belangrijk zijn!
Je werk, je hobby’s, je vrienden en familie, de kerk.

En als je even vrij bent van al die drukte,
dan wil je eerst even tijd voor jezelf.
Lekker even ontspannen op de bank, candy crushen.
Als je dat niet hebt gedaan, dan is je dag niet goed.
Als je candy crush opstart, dan staat het er ook: even tijd voor jezelf!

Of je gaat gewoon lekker even gamen, alle frustratie eruit gooien.
Lekker GTA doen bijvoorbeeld.
Misschien dat niet iedereen het kent:
Een ontzettend leuk spel, met een prachtige omgeving, en heel veel vrijheid.
En dat het soms over grenzen heen gaat van wat wel en niet goed is,
Daar knijp je dan even een oogje voor dicht. Want het is zo’n leuk spel!

En ’s Avonds, dan zit je op de bank, en je kijkt naar Netflix.
En als die ene aflevering van de serie is afgelopen,
Dan dient de volgende zich spontaan alweer aan.
Je hoeft alleen maar even te wachten, en dan gaat het weer verder.
Want ze willen wel dat je blijft kijken!
Dat je het gevoel hebt dat je niet meer zonder kunt.

En ondertussen kijk je af en toe ook nog even op je telefoon.
Wat is dat toch een handig ding!
Overal waar je bent ben je bereikbaar, en heb je internet.
Zelfs als je op vakantie bent!
Al geeft het je wel steeds het gevoel dat je móet kijken,
omdat je anders misschien iets belangrijks mist,
of dat je voor je gevoel ergens te laat op reageert.

En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan.
Er zijn heel wat goden, heel wat heren, die zich breed maken in je leven.
Die al je aandacht opslokken. Die soms zelfs je leven bepalen!

En nou zijn wij met zijn allen lid van een hele vreemde club.
Niet alleen omdat we samenkomen in een oud gebouw,
Met houten banken,
en omdat we vreemde gebruiken en gewoontes hebben.
Maar ook omdat wij hier elkaar iets vertellen dat haaks staat op al die zorgen die je je kunt maken,
Al die zorgen over al die goden die zich aandienen,
en al die heren waar je je druk over zou kunnen maken.

Want in de kerk zeggen wij keer op keer tegen elkaar:
wij láten ons door al die goden, en al die heren,
die zich in de wereld, en in ons leven aandienen,
niet gek maken.
Dat vertellen we steeds weer aan elkaar: laat je niet gek maken!

Want, als je het goed bekijkt,
Dan doen al die goden en heren er niet toe,
die zo belangrijk lijken in ons leven.
Hebben ze helemaal niet zoveel over ons te zeggen.
Zijn het geen échte goden en heren.
Ook al willen ze je dat soms wel laten geloven.

Want wij geloven dat er één God, één Vader is,
uit wie alles is ontstaan,
en voor wie wij zijn bestemd;
en één Heer, Jezus Christus, voor wie wij leven.

Er is maar één echte God.
Eén echte Heer, Jezus Christus.
En die ene God, die ene Heer,
die heeft het goed met ons voor.
Dus we hoeven ons geen te zorgen maken over al die dingen waarover je je zo gemakkelijk wel zorgen maakt.
We hoeven ons leven niet te laten bepalen door alles wat er op ons af komt. 
Nou is dat helemaal geen vanzelfsprekende boodschap,
Zelfs geen gemakkelijke.
Misschien is het zelfs een behoorlijk dwarse boodschap.

En juist daarom is het er één die we elkaar steeds weer voor mogen houden.
Juist daarom zijn wij hier vanmorgen bij elkaar,
om met elkaar te zingen, en met elkaar te bidden.
Om met elkaar God te zoeken.
Om al die dingen waar je je zorgen over kunt maken,
Al die dingen die je bezighouden, die je leven kunnen bepalen,
Bij God neer te leggen.

Want Hij is de enige God, die er echt toe doet.
Een God die van ons houdt.

Hij is een God die het waard is om voor te leven.
Veel meer nog dan al die andere dingen.

En al die andere goden, en die heren,
Daardoor hoeven wij ons leven niet te laten bepalen.
Daardoor hoeven wij ons niet gek te laten maken.

Want wij horen bij die vreemde club. Die club, die zegt:
Jezus is onze Heer. En niemand anders.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *