Avondmaal: wonderbare spijziging

Tekst: Marcus 6:32-44

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

In 2011 was ik een tijdje in Zambia, een land bovenin het zuiden van Afrika.
Geen ontzettend arm land,
maar wel een land waar de verschillen tussen arm en rijk een stuk groter zijn dan hier in Nederland.

Ik verbleef daar twee weken bij een predikant in een stad.
Hij was predikant van twee kerken:
één in een middenstandswijk,
waar mensen over het algemeen genoeg hadden om van rond te komen.
Er was een school, een supermarkt, een internetcafé.
Er stonden vrijstaande huizen, met muren eromheen, tegen inbrekers.

En de andere gemeente was in een ander deel van de stad: het armere deel.
Die kerk was nog maar net gebouwd.
Er stond alleen nog maar een dak, voor de rest was nog geen geld.
Maar een dak is daar ook het belangrijkste,
om schaduw te bieden tegen de zon.

Op een zondagochtend gingen we naar een kerkdienst in die kerk.
Het was ontzettend warm, en de dienst was prachtig,
maar duurde ook heel erg lang.

En ik zat daar, ik kreeg dorst, en ik begon me steeds minder lekker te voelen.
En toen de dienst lang genoeg duurde,
voelde ik me echt ongemakkelijk worden.

En toen kwam ineens een van de gemeenteleden van die kerk naar me toe lopen.
Hij had gezien dat ik dorst had, en hij gaf me een flesje water,
dat hij net voor mij had gekocht.
En toen de dienst was afgelopen, kwam hij ook nog aanzetten met een zak patat.
Al gauw voelde ik me een stuk beter.

Ik was die man zo dankbaar!
En ik was daar zo door geraakt.
Dat iemand die zelf zo weinig heeft, zo vrijgevig is.
Dat hij zo vol blijdschap en vol liefde deelt van wat hij heeft.
Iemand waarvan je weet dat diegene waarschijnlijk ieder dubbeltje moet omdraaien om rond te kunnen komen.

Als ik dit verhaal lees, dan moet ik daaraan denken.
Het verhaal begint met dat Jezus en zijn leerlingen over het meer van Galilea naar een afgelegen plek voeren,
om daar alleen te kunnen zijn.
Jezus heeft net te horen gekregen dat Johannes de Doper,
die veel voor hem betekende,
door koning Herodes om het leven was gebracht.
En hij zocht een plek om even alleen te kunnen zijn.
Even geen mensen om zich heen die zich aan hem opdrongen.
Even tijd voor hem en voor zijn leerlingen om tot rust te kunnen komen.

Maar die rust werd hem niet gegund.
Zelfs toen ze naar een afgelegen plek probeerden te gaan,
kwamen de mensen ze achterna.
Ze wilden Jezus zien.
Ze wilden horen wat hij te zeggen had.

Ik vind dit best bijzonder aan dit verhaal:
Jezus en zijn leerlingen kwamen aan, en ze zagen al die mensen staan op de kant.
En toen Jezus ze zag, werd hij niet boos. Hij kreeg geen instorting.
Hij dacht niet: heb ik dan helemaal geen moment voor mezelf?

Hij zag de mensen naar hem toe komen,
en hij voelde medelijden met ze.
Hij werd met ontferming bewogen.

En ook al had hij geen tijd voor zichzelf,
hij deelde zijn tijd en zijn aandacht met die mensen.
En niet eventjes: de hele dag staat hij ze te woord.
Beantwoordt hun vragen. En vertelt ze over God.
Voor ieder ander mens zou dit teveel zijn.
Maar Jezus geeft alles wat hij heeft, en houdt niets voor zichzelf.
De hele dag vertelt hij ze over God.

En net zoals bij mij gebeurde toen die dienst in Zambia zo lang duurde,
kregen ook hier de mensen honger en dorst.
Maar ze waren op een afgelegen plek,
dus ze konden niet even naar een kraampje gaan om wat te eten te halen.

De leerlingen van Jezus willen de mensen wegsturen,
zodat ze nog op tijd ergens kunnen komen om toch wat te eten te halen.
Ze zien wel dat de mensen honger hebben.
Maar voor zoveel mensen kunnen ze toch weinig betekenen?
Zoals die man in Zambia voor mij wat te eten en te drinken haalde,
zoiets kun je voor één persoon wel doen.
Maar voor meer dan vijfduizend mensen?

Het enige wat de leerlingen hebben, zijn vijf broden, en twee vissen.
Daar kun je een menigte niet van voeden. Het is net genoeg voor hen zelf.
Als ze dat gaan delen, dan houden ze zelf niets meer over!
Dan is er straks niemand met een volle maag.

En toch zegt Jezus dat zijn leerlingen de mensen in groepen moeten laten zitten.
Hij kijkt omhoog, spreekt een dankgebed uit
– hij dankt al voordat het wonder is gebeurd –
en hij deelt de broden en de vissen in stukken.

Even zie je de leerlingen bezorgd kijken.
Eerst zagen ze hun rustmoment aan zich voorbijgaan, en nu ook hun avondeten.
Maar als Jezus het brood en de vis deelt, en ze het uit gaan delen,
Gebeurt er een wonder: er is genoeg voor iedereen!
Je kunt het je bijna niet voorstellen.

Vandaag vieren we het avondmaal met elkaar.
En ook al gaat dit verhaal niet over het laatste avondmaal,
het vertelt wel heel veel over wat wij hier vandaag met elkaar doen.

Want het beeld van Jezus, die al die mensen zag,
en zich met ontferming, met medelijden bewogen voelde,
en die de mensen gaf wat ze nodig hadden,
dat is precies waar het om gaat in het avondmaal.
Op het eerste oog lijkt het avondmaal niet zoveel voor te stellen.
Een stukje droog brood, en een slokje wijn, of druivensap.
Stel dat je naar een feest zou gaan en precies dat voorgezet zou krijgen.
Dan zou je zeker denken: is dit alles?
Nou, lekkere feeststemming!

Een feest associëren wij met overvloed.
Lekker eten, lekker drinken. Taart, chips, cola, een biertje.

Voor een feest ziet het avondmaal er wat sober uit.
En toch is het avondmaal wel een feest!
Het is geen receptie bij een begrafenis. We hebben iets te vieren.

Het avondmaal heeft wel iets van hoe Jezus van die vijf broden en twee vissen,
ook een hele sobere maaltijd,
een overvloedige maaltijd maakt voor veel hongerige mensen.

Zoals Jezus van een klein beetje eten een overvloedige maaltijd maakt,
Zo deelt hij bij het avondmaal de overvloed van zijn liefde met ons.

Want het eerste wat we doen bij het avondmaal, is gedenken.
We denken terug aan de liefde die Jezus ons heeft gegeven aan het kruis.
Hoe hij de schuld van onze zonde,
de schuld van wat wij mensen elkaar aandoen,
op zijn eigen schouders nam.
Hoe hij de last van onze pijn, en ons verdriet op zijn eigen schouders legde.
Hoe Jezus zichzelf gaf, zichzelf brak,
om zichzelf aan ons uit te delen.

Als we bij het avondmaal komen,
dan zijn we eigenlijk net als die menigte die bij Jezus kwam.
We komen met lege handen.
Met een verlangen, een honger, naar Gods liefde. En met dorst naar Gods nabijheid.
En Jezus ziet ons, en voelt zich met ontferming,
met medelijden, met liefde bewogen.
En hij deelt zichzelf uit, om onze honger en dorst te stillen
Hij houdt niets achter.
Houdt niets voor zichzelf.
Maar hij geeft zichzelf, uit liefde voor ons.

Daarom gaat het niet alleen om dat stukje brood, en dat beetje wijn.
Maar het gaat om wat er gebeurt als je het avondmaal met elkaar viert.
We mogen horen van de liefde die God in Jezus aan ons heeft gegeven.

Dat is wat het avondmaal is.
Gedenken, terugdenken,
aan wat Jezus voor ons heeft gedaan.

En dat is wat wij ook tegen elkaar zeggen,
als wij het avondmaal met elkaar vieren.

Alleen is het naast gedenken, ook nog zoveel meer.

Bij het avondmaal denk je niet alleen terug aan iets wat lang geleden is gebeurd.
Als dat alles is, dan kan het heel afstandelijk worden.
Iets wat je vooral met je hoofd bedenkt:
oh ja, zo zat dat.
Avondmaal is niet alleen gedenken, met je hoofd,
maar het is ook vieren, met je hart.

Die wonderbare spijziging moet heel bijzonder zijn geweest.
Het was zo indrukwekkend,
dat het een van de weinige verhalen is, naast de kruisiging,
waar alle vier de Bijbelboeken over vertellen die gaan over het leven van Jezus.

De mensen hadden de hele dag naar Jezus geluisterd.
Het werd al laat.
Ze begonnen honger te krijgen, en te denken:
oh, straks moeten we nog wel voor eten zorgen!

En dan zien ze met eigen ogen hoe Jezus van vijf broden en twee vissen een maaltijd maakt voor duizenden mensen!
Het wordt een feestmaal.
De mensen worden vrolijk, ze lachen met elkaar.

En Jezus, die at zelf ook mee.
Hij ging bij de mensen zitten, en vierde het feestmaal mee.

Zo is ook het avondmaal iets wat we met elkaar, en met God, samen vieren!

Voor ons protestanten is het avondmaal iets symbolisch.
We denken terug aan wat Jezus voor ons heeft gedaan.

Voor Katholieken is dat anders: voor hen gebeurt er echt iets.
Zij geloven dat als de priester het brood en de wijn zegent,
het brood en de wijn letterlijk veranderen in het lichaam van Jezus.

Nou klinkt dat ons wat vreemd in de oren.
Wat moet je je daarbij voorstellen?
Je ziet toch dat het nog gewoon brood en wijn is?

Maar ook al gaat het misschien wel wat ver om te geloven dat het brood en de wijn letterlijk in het lichaam van Jezus veranderen,
wij Protestanten slaan misschien wel door de andere kant op.

Bij ons is het al snel alléén een symbool.
Niet meer dan een teken.
Terwijl Katholieken geloven dat er bij het avondmaal echt iets gebeurt.
Zij geloven dat God aanwezig is in het brood en in de wijn.
Dat Hij bij het avondmaal zichzelf, zijn eigen liefde, deelt met ons.

En dat is eigenlijk wel iets heel moois.
Dat het avondmaal niet alleen gedenken is,
maar ook het vieren van de gemeenschap met God.
Vieren dat God in het brood en de wijn heel tastbaar, heel voelbaar dicht bij ons is.
Niet omdat er iets magisch gebeurt. Maar wel omdat het brood en de wijn verwijzen naar een werkelijkheid die boven de onze uitgaat. Naar God.
Met het avondmaal vieren we niet alleen iets wat in het verleden is gebeurd.
Met het avondmaal nodigt God ons ook nu uit aan een maaltijd,
om zijn liefde te vieren.
Als wij het avondmaal vieren, dan is Hij bij ons.

Dat is dus wat het avondmaal is.
Het is gedenken, terugdenken aan dat Jezus zijn leven gaf, uit liefde voor ons.
Én het is vieren. Vieren dat God dicht bij ons is.
Dat Hij in het brood en in de wijn heel tastbaar aanwezig is.
En dat we mogen delen in zijn liefde.

Maar er is nog een derde element van het avondmaal.
En dat is proeven. Of beter gezegd: voorproeven.

Stel, je gaat naar de supermarkt, en daar ligt iets dat je mag proeven.
Een stukje worst. Of een beetje chips, met lekkere saus.
Waarom leggen ze dat in de supermarkt?
Zodat je proeft hoe lekker het is.
En zodat je er meer van wilt hebben.
Zodat je ernaar gaat verlangen, en het zelf wilt kopen.

Dat Jezus het brood en de vissen uitdeelde,
en niemand honger had, iedereen werd verzadigd,
dat was eigenlijk ook een voorproefje.
Een voorproefje van het Koninkrijk van God.
Waarin niemand meer honger hoeft te hebben.
Naar aardse maatstaven had Jezus de mensen terug naar huis moeten sturen.
Het was gewoon niet te doen om al die mensen te voeden.
Maar hij laat hier iets zien van de hemel.
Van dat er genoeg is voor iedereen.
Dat niemand tekort hoeft te hebben.

En zo is het ook met het avondmaal:
dat is een voorproefje van hoe het zal zijn in de hemel.
Net als wanneer je iets kunt proeven in de supermarkt,
en dat ervoor zorgt dat je dat wat je proeft zelf ook wilt kopen,
is het avondmaal iets dat je verlangen aanwakkert.
Bij het avondmaal vieren we dat God bij ons is.
Dat Hij van ons houdt.
En we gaan verlangen naar dat we op een dag deel mogen nemen aan een echt feestmaal met God.
Als Jezus terugkomt, en de hemel op aarde zal komen.
En er geen honger en dorst, geen dood en geen ziekte meer zal zijn.
Als we antwoord krijgen op al onze vragen,
en we bij God mogen zijn.
Als onze tranen door God zelf gedroogd worden.
En we Hem kunnen aankijken, kunnen aanraken.
Daar mogen we op hopen.
Naar uitkijken.
En dat is wat we doen met het avondmaal.
Daar wordt dat verlangen aangewakkerd.

Maar het is niet alleen een verlangen naar de hemel, naar een verre toekomst.
Het is ook een verlangen dat in je eigen leven al meer van Gods Koninkrijk,
en van God zelf,
zichtbaar en voelbaar mag worden.
Bij het avondmaal ga je verlangen naar een stukje van de hemel op aarde.
Het is een voorproefje van het leven dicht bij God.
Waardoor je gaat verlangen dat Hij meer deel uit gaat maken van je leven.
Niet alleen zijdelings, af en toe, of alleen op zondag.
Maar dat je je elke dag door Zijn liefde gedragen mag weten.
Dat jouw leven omgevormd mag worden,
zodat in hoe je doet en wat je zegt,
mensen iets van Gods liefde mogen merken en voelen.

Terugdenken, vieren, voorproeven.
Wat is het avondmaal nog meer?
Ik heb het belangrijkste voor het laatst bewaard:
het avondmaal is ook delen.
Het avondmaal is zoals Jezus in het verhaal de vijf broden en twee vissen deelt.
Zo is het avondmaal ook iets wat je met elkaar deelt, zodat het meer wordt.
Door het in geloof te delen, wordt het meer.

Niet letterlijk, dat de brood en de wijn niet opraakt.
Maar wel dat je met elkaar de liefde van God viert.
De gemeenschap met Hem.
En de hoop op zijn toekomst.
Het avondmaal is niet iets wat je alleen viert, maar samen, met elkaar.
Door dat samen te vieren en te delen, wordt het meer.

Dat maakt het brood en de wijn veel meer dan wat hier nu op tafel staat.
Het maakt het een overvloedig feest,
waar je hart verzadigd van mag raken!
Een feest dat we samen mogen vieren.

Dus laten wij straks, vol blijdschap, het avondmaal vieren.
Want God ziet naar ons om.
En laat ons, met elkaar, door het avondmaal, delen in zijn liefde.
We mogen met elkaar gedenken, hoe Jezus ons zo lief had, dat Hij zijn leven voor ons gaf.
We mogen vieren, hoe God door het avondmaal dicht bij ons komt.
We mogen iets proeven van de hemel op aarde, zodat we daarnaar gaan verlangen.
En we mogen dat allemaal met elkaar doen.

Het feestmaal staat klaar.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *