De beker van het lijden

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Jakobus en Johannes leken het al helemaal voor zich te zien:
Jezus, als een koning op zijn troon,
Nadat Hij het lijden heeft volbracht waar hij met zijn leerlingen over sprak,
en van God alle macht heeft gekregen in de hemel en op aarde.
En dat zij, als zijn volgelingen, om hem heen zouden staan.
De één rechts van hem, de ander links.
Zoals Mark Rutte en Hugo de Jonge op de bordesfoto van het kabinet.
De koning in het midden, met aan de ene kant de premier, en aan de andere kant de vicepremier.
En de rest van het kabinet staat daar statig omheen.
In mooie kleren, en vrolijk.
Want: zij hebben het voor elkaar gekregen om met elkaar een kabinet te vormen.
De grootste horde is genomen,
En nu kunnen ze met elkaar gaan regeren.

Het lijkt wel of de leerlingen van Jezus ook al met zo’n kabinetsformatie bezig zijn.
Wie komt op welke plaats te staan?
Welke portefeuille krijgen ze?
Oftewel: wie staat het dichtst bij Jezus?
Wie betekent het meest voor hem?

Vaak wordt er erg negatief tegen de vraag van Jakobus en Johannes aangekeken.
Heer, als u heerst in al uw glorie, mogen wij dan naast U staan?
De een rechts van U, en de ander links?
Dat klinkt behoorlijk pretentieus!
Toch kun je je afvragen:
Is wat Jakobus en Johannes hier vragen echt zo gek?
Dat wij dat denken, komt vooral door wat er daarna gebeurt:
als de andere leerlingen ervan horen,
en het bij hen in het verkeerde keelgat schiet,
en ze met elkaar gaan discussiëren over wie van hen het belangrijkst is.

De andere leerlingen zien Jakobus en Johannes op dat moment als mensen die vooraan willen staan,
die zichzelf belangrijk willen maken.
En daar zit misschien een kern van waarheid in.
Maar je kunt hun vraag aan Jezus ook anders zien.

Eigenlijk zeggen Jakobus en Johannes tegen Jezus:
wij zijn uw grootste volgelingen.
Dat klinkt ook al heel groot, maar ze zeggen het toch maar:
Waar u gaat, daar willen wij ook gaan.
We willen u volgen, zelfs als dat betekent dat we met u moeten lijden.
Ze willen niet zozeer de belangrijkste zijn, maar ze willen dicht bij Jezus zijn.

Maar net als wij, als we een grote keuze moeten maken,
overzien Jakobus en Johannes niet alle consequenties van wat ze aan Jezus vragen.
En dat zegt Jezus ook tegen ze:
“Jullie weten niet wat je vraagt”.
De weg die hij moet gaan is er een die alleen hij kan gaan.
Hij heeft net – voor de derde keer in Markus – aan zijn leerlingen uitgelegd wat die weg is.
Dat Hij een weg van lijden moet gaan.
Dat de mensen de spot met hem zullen drijven, hem zullen bespuwen.
Dat ze hem met een zweep zullen geselen, en zelfs zullen doden.

Op de weg die Jezus moest gaan, de via dolorosa in jeruzalem,
Hebben wij met een groep mensen gelopen.
Het is de weg die Jezus liep met het kruis op zijn rug.
Nu is het een drukke weg, vol met kraampjes.
Maar tijdens die weg zijn er wel momenten waarop je wordt stilgezet.
Voor mij was dat toen we liepen langs de plek waar Jezus bezweek onder de last van zijn kruis.
Hij moest zijn eigen kruis dragen,
met de wetenschap dat hij daar zelf aan opgehangen zou worden.
En op dat moment werd het hem teveel, en moest een ander hem helpen dragen.
Dat is de weg die Jezus moet gaan.
Dat is de bestemming waar ze naar op weg zijn, in Jeruzalem.
Jakobus en Johannes hebben dat ook gehoord.

“Kunnen jullie de beker drinken die ik moet drinken?”, vraagt Jezus aan ze.
Daarmee wil hij zeggen: kunnen jullie het lijden aan dat ik moet dragen?
Ja, dat kunnen we, zeggen ze vol zelfvertrouwen.
Maar begrijpen ze wat die beker van Jezus inhoudt?
Ze weten wel dat het moeilijk wordt, maar niet hóe moeilijk het wordt.
Ze overschatten zichzelf,
En ze onderschatten de last die Jezus moet dragen.

De beker die Jezus moet drinken, is een beker van verdriet, en van lijden.
Ieder mens krijgt daarmee te maken.
Ieder mens heeft zijn eigen beker, vol verdriet.
Soms klein, en soms ook ontzettend groot.
Je krijgt te maken met ziekte, met pijn en met verlies.
Met teleurstellingen, en onvervulde verlangens.
Dingen waar je zo op hoopte, zo om bad, maar die niet uitkwamen.
Verdriet hoort bij het leven, en het zal nooit weggaan.

En dan is er naast ons eigen verdriet ook zoveel verdriet in de wereld om ons heen.
De beker van het lijden is onze eigen beker,
ieder mens moet leven met zijn eigen, persoonlijke verdriet.
Maar daarnaast hebben we te maken met het verdriet van een wereld die gebroken is.
Een wereld waarin lijden is, pijn, en onrecht.

De beker die Jezus moet drinken,
De beker waar hij het over heeft tegen Jakobus en Johannes,
Is de beker van het lijden dat hij zal dragen aan het kruis.
Maar aan het kruis draagt Jezus meer dan alleen zijn eigen lijden,
Meer dan zijn eigen pijn, en verdriet.
Aan het kruis drinkt hij de beker van ieder mens.
De beker van het verdriet en het lijden.
De beker van de gebrokenheid, de zonde en de gevolgen daarvan.
Aan het kruis draagt hij ons verdriet.
Draagt hij onze pijn.

Jezus hangt zelf aan het kruis,
en tegelijk belichaamt hij ook ons.
Belichaamt hij mensen die vervuld zijn van verdriet,
die daar hangen tussen hemel en aarde,
terwijl we het soms wel uit kunnen schreeuwen:
mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?

Dat was de weg die Jezus moest gaan.
Dat was de plek waar hij en zijn leerlingen naartoe onderweg waren.

Het is bijna niet voor te stellen dat Jezus daar zelf voor koos.
Dat hij de kracht vond om door te blijven gaan.
En om het steeds weer aan zijn leerlingen uit te moeten leggen,
Die er zo weinig van leken te begrijpen.
Die bezig waren met de vraag: wie is het belangrijkst?
Terwijl Jezus bezig was met de meest dienende taak die een mens maar kan bedenken.

De last daarvan was bijna ondraaglijk, zelfs voor hem.
Maar Jezus had vertrouwen, ondanks het verraad.
overgave, ondanks de wanhoop,
liefde, ondanks alle angst.
De kracht om de beker te drinken, vond hij in de liefde van God, zijn Vader,
met wie hij zich zo verbonden wist, zelfs al voelde hij zich verlaten.
Die verbondenheid met God maakte dat Jezus de beker kón drinken.
Dat Hij het lijden droeg, maar er zelf niet door brak.

Dankzij die intieme verbondenheid met God kon hij in de hof van Gethsémane
de beker in zijn handen houden, en bidden:
Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan.
Maar laat het niet gebeuren zoals ik wil, maar zoals Ú verlangt.
Dat Jezus de beker dronk, was een diep ja tegen God, zijn vader,
een diep vertrouwen, in de God in wiens liefde Hij de kracht vond om de beker te drinken.

Lied: Hemelhoog 181 – Hij kwam bij ons, heel gewoon

1 Hij kwam bij ons, heel gewoon,
de Zoon van God als mensenzoon.
Hij diende ons als een knecht
en heeft zijn leven afgelegd.

2 En in de tuin van de pijn
verkoos Hij als een lam te zijn,
verscheurd door angst en verdriet
maar toch zei Hij : ‘uw wil geschied’

3 Zie je de wonden zo diep.
De hand die aard’ en hemel schiep,
vergaf de hand die Hem sloeg.
De Man, die onze zonden droeg.

4 Wij willen worden als Hij.
Elkanders lasten dragen wij.
Wie is er ned’rig en klein?
Die zal bij ons de grootste zijn.

Zie onze God, de Koning-knecht
Hij heeft zijn leven afgelegd
Zijn voorbeeld roept
om te dienen iedere dag
gedragen door
zijn liefd’ en kracht.


Overdenking

Jezus’ onvoorwaardelijke vertrouwen op zijn Vader gaf hem de kracht de beker van het lijden te drinken.
En hij dronk die beker voor ons.
Hij gaf zijn leven voor ons.
De koning diende als een knecht,
En legde zijn leven af.

De beker die Jezus moet drinken is er een die hij alleen moet drinken.
Maar als hij aan Jakobus en Johannes vraagt:
Kunnen jullie de beker drinken die ik moet drinken?
Zeggen zij volmondig ja.

Het is geen dommigheid dat ze dit zeggen.
Jakobus en Johannes zeggen tegen Jezus:
wij willen met U lijden,
Om ook met U te delen in Uw heerlijkheid.
Ze willen dicht bij Jezus blijven, zelfs als dat betekent dat het ze iets kost.

Alleen ze beseffen niet dat het moment van Jezus’ heerlijkheid,
Het moment waar zijn glorie het meest zichtbaar wordt,
Dat dat aan het kruis is.
Daar laat hij de glorie van Gods liefde het meest volkomen zien.
Wanneer Jezus op het moment is van zijn grootste glorie,
zal er iemand links van hem en iemand rechts van hem zijn.
Maar dat zijn misdadigers, die gekruisigd zijn.
Daarom zegt Jezus: jullie hebben geen idee wat jullie vragen!

Toch zegt hij tegen Jakobus en Johannes:
jullie zúllen mijn beker drinken, en jullie zullen mijn doop ondergaan.

Jezus zegt het niet als een soort dreigement.
Hij wilde niet dat zijn vrienden zouden lijden.
Maar hij wist dat ze wel met lijden te maken zouden krijgen.
Jakobus zou al snel na het ontstaan van de eerste gemeente worden gedood, in opdracht van koning Herodes.
Johannes bleef langer leven, maar werd verbannen naar het eiland Patmos,
waar hij de rest van zijn dagen in eenzaamheid moest leven.

Jezus wist dat ook Jakobus en Johannes ieder een beker van lijden zouden moeten drinken. Zoals we daar allemaal mee te maken krijgen.
Maar hij wist ook dat ze dat lijden niet alleen hoefden te dragen.

Dat zij die beker moesten drinken was niet alleen beangstigend,
maar ook hoopgevend.
Want de beker van het verdriet, kan door alle pijn en moeite heen,
Een beker blijken waarin weer nieuwe vreugde verscholen ligt.

Verdriet is iets waar wij allemaal mee te maken krijgen.
Wij hebben allemaal ons eigen verdriet dat we moeten dragen.
Verdriet dat je leven verandert. Dat een stempel op je leven drukt.

Als je zelf verdriet hebt, door iets wat je hebt meegemaakt,
Dan kan dat overweldigend voelen.
Het kan lijken of het verdriet dat je hebt meegemaakt, de enige waarheid is.
Maar je ziet soms juist bij mensen die lijden, die gebukt gaan onder verdriet,
dat ze enorme veerkracht laten zien.
Juist mensen die op het diepste punt van hun leven zitten,
Kunnen ervaren dat ze in hun verdriet door God gedragen worden.

Als Jezus tegen Jakobus en Johannes zegt:
Jullie zullen de beker drinken die ik moet drinken,
Is dat iets dat hij tegen ons allemaal zou kunnen zeggen.
Vroeg of laat krijgen wij daar allemaal mee te maken.

Johannes en Jakobus waren ervan overtuigd dat zij die beker zouden kunnen drinken.
Dat zij met Jezus zouden kunnen lijden.
Dat ze zijn lijden met Hem zouden kunnen dragen.
Maar als Jezus tegen ze zegt: jullie zullen die beker ook drinken,
Weet hij dat het precies andersom zal zijn.
Dat zij Hem niet door het lijden heen zullen dragen,
Maar dat Hij hen door het lijden heen zal dragen.

Want wij kunnen niet alleen al het verdriet in ons leven,
en al het lijden in deze wereld dragen.
Die last is te zwaar.
Maar Jezus draagt het met ons.
Jezus gaat mee in ons lijden.
Jezus drinkt aan het kruis niet alleen zijn eigen beker van lijden en verdriet.
Maar hij drinkt ook onze beker van verdriet leeg tot op de diepste bodem.

Als wij met ons eigen verdriet, onze eigen beker te maken krijgen,
Hoeven we de kracht om die te drinken niet in onszelf te zoeken.
Wij kunnen die beker drinken, omdat Jezus het al heeft gedaan.
Wij kunnen die beker drinken, omdat Hij ons de kracht geeft om dat te doen.
Wij kunnen die beker drinken, omdat Jezus alles volbracht heeft.

Want Jezus deelt in ons verdriet. Hij drinkt onze beker.
En hij deelt ook zijn eigen beker met ons.
De beker die Hij ons reikt is geen beker van verdriet, en van lijden.
Maar het is de beker die ons laat delen in Zijn heerlijkheid.
Die ons laat delen in Zijn opstanding.
Die ons laat delen in zijn verbondenheid met God.
Die ons laat delen in de vreugde, in het leven dat God ons geeft.

Jezus dronk onze beker,
om te delen in ons verdriet,
om ons door het lijden heen te dragen.

En hij dronk onze beker, om ons een andere beker te reiken.
Een beker die overvloeit van Gods goedheid.
De beker van de liefde van God, die alles voor ons overheeft.
Die zelfs zijn eigen leven voor ons geeft,
In dienende liefde.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *