Wijze woorden van Jezus

Tekst: Wijze Woorden van Jezus – uit de Prentenbijbel met illustraties van Marijke ten Cate

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Ik wil de preek graag beginnen door met jullie te luisteren naar een liedje van Elly en Rikkert: Samen.

Kijk daar, een metselaar
Hij bouwt een huis van steen
Alle stenen netjes naast elkaar
Een huis voor iedereen
Eén voor één, steen voor steen
Muren, deuren en ramen
Eén voor één, steen voor steen
Niet alleen, maar samen
zijn wij het huis van de Heer.

Samen. Dat is het thema van deze dienst.
Want geloven in God, dat doe je samen.

Vandaag, bij de start van de kindervakantieweek,
Zijn we ook samen, met hele verschillende mensen.
Mensen uit verschillende kerken in het dorp.
Misschien ook wel mensen die niet zo vaak in de kerk komen.
Samen zijn we hier bij elkaar, in dit gebouw.

En net hoorden we in het lied van Elly en Rikkert,
Dat God wil ons gebruiken om een huis te bouwen.
Een huis dat Hem eer geeft.
Een huis waar we Hem mogen ontmoeten.
Een plek waar mensen zich welkom voelen,
En weten dat God van ze houdt.
Eigenlijk heeft geloven alles te maken met ‘samen’.
Want in de kerk gaat het niet alleen om het gebouw,
Of om de preek op zondag.
Geloven gaat om ‘samen’,
omdat we iets met elkaar delen als we hier bij elkaar zijn.
We delen met elkaar dat Jezus onze Koning is.

In het verhaal dat we hebben gelezen, vertelt Jezus daarover:
Over Gods nieuwe wereld.
Jezus zegt: ik wil jullie vertellen over een nieuwe wereld.
Een wereld waarin geen verdriet meer is.
Geen pijn.
Waarin alle mensen kinderen van God zijn.
En iedereen even belangrijk is.
Een wereld waarvan ik eens koning zal zijn.

Als je denkt aan een koning,
Dan denk je al gauw aan iemand die bevelen geeft.
Die je vertelt wat je wel en niet mag doen.
Die mensen hard voor zich laat werken,
En veel belasting laat betalen.

Maar Jezus is een andere koning.
Niet van een land hier op aarde,
Maar een hemelse koning.
Hij is een Koning die naar ons luistert.
Die van ons houdt.
Die ons vertelt, en voorleeft,
hoe het is om met God te leven.
En die van ons verlangt dat wij samen een koninkrijk zijn,
Een koninkrijk van mensen die in God geloven.
Dat er bij ons al iets zichtbaar en voelbaar wordt van die nieuwe wereld van God.
Maar is dat ook altijd zo?
Is daar echt iets van te merken?
Misschien lijkt het in de kerk soms wel op dat verhaal van de wondersteen.
Weten we niet zo goed wat we moeten doen.
Hoe we iets van Gods nieuwe wereld kunnen laten zien.
Hoe we daar zelf iets van kunnen ervaren.

Soms kun je je voelen alsof je in de kerk niet zoveel te bieden hebt,
Of alsof de kerk jou niet zoveel te bieden heeft.
Ik ben te jong, of ik ben te oud.
Ik kan niet zoveel.
Ik hou er niet van om op de voorgrond te treden.
Ik vind het spannend om mensen te bezoeken.
Ik heb het al zo druk met andere dingen.
Ik vind het maar saai in de kerk.
Ik mag die anderen niet zo,
of misschien mag die ander mij niet zo.
Zitten mensen echt wel op mij te wachten?
Geloof ik wel genoeg?

Het bijzondere is: als Jezus koning is,
dan doet dat er allemaal niet zo toe.
Hij is als die man die binnenkwam met de wondersteen.
Die de mensen liet zien dat ze echt wel iets te delen hadden.
Dat ze echt wel waarde hadden.

God kijkt niet naar hoe goed je bent, en wat je allemaal kan of niet kan.
Hij kent de talenten die Hij jou gegeven heeft.
Hij ziet de groeimogelijkheden.
En Hij weet dat Hij zelfs van de dingen waar je niet goed in bent,
Die je spannend vindt, of moeilijk, iets moois kan maken.
Hij wil jou gebruiken als een steen voor Zijn huis.
Want dat huis, daar vorm jij een deel van.
Zoals de soep niet zo lekker smaakt als jouw stukje vlees,
of wortel, er niet in zit.

En één ingrediënt is op zichzelf misschien helemaal niet lekker.
Probeer maar niet om als avondeten alleen wat zout te eten.
Dat is hartstikke vies!
Maar in de soep smaakt het heerlijk,
geeft het echt smaak.

Zonder die steen van de reiziger was er van de soep niets terecht gekomen.
Net zo hebben we in de kerk Jezus nodig.
Als we met elkaar delen dat Hij onze koning is,
Dan kan er iets van Gods nieuwe wereld zichtbaar worden.

Jezus laat ons ook zien hoe je in het licht van die nieuwe wereld met elkaar om kunt gaan.
Hij zegt: God houdt van jullie,
en hij wil dat jullie zo ook van andere mensen houden.
Jullie mogen elkaar geen pijn doen of elkaar uitschelden.
Blijf niet boos als je ruzie hebt gemaakt.

Dat is best moeilijk.
Soms doe je al iemand pijn voordat je er erg in hebt.
Door iets gemeens te zeggen.
Of door iemand te slaan.
Door een andere jongen of meid buiten te sluiten,
achter zijn of haar rug om gemene dingen te zeggen.

En omdat dat zo moeilijk is, zegt Jezus ook:
als je dat wel doet, maak het dan weer goed.
Zeg dat je er spijt van hebt.
En weet je wat extra bijzonder is?
Jezus zegt: wees eerlijk, en oprecht,
zelfs als andere mensen dat niet zijn.
Dat is pas moeilijk!
Als iedereen uit de groep een snoepje steelt uit de supermarkt,
Moet je sterk in je schoenen staan om dat niet te doen.
Als iedereen iemand pest,
Is het best knap als jij ervoor kiest om dat niet te doen.
En ook als niemand in je klas gelooft,
Dan kan het best spannend zijn om te zeggen:
Ik geloof wel in God.

Je hoeft niet te doen wat anderen doen.
Wees zoals ik, zegt Jezus.

Dat heeft ook iets te maken met ‘samen’.
Geloven, en daar naar leven,
is een stuk makkelijker als je dat samen doet.
Als je er niet helemaal alleen voor staat.
Maar ook als je wel het gevoel hebt dat je er alleen voor staat,
is God bij je.

Als je de enige bent in je klas of op je werk die gelooft,
hoef je je daar niet voor te schamen.
Sterker nog: je mag dan juist door je geloof verschil maken!
Iets van die nieuwe wereld van God door laten schijnen.

Soms kan het dan wel helpen om op andere momenten mensen te vinden met wie je samen gelooft.
Bijvoorbeeld thuis. Of in de kerk.
Of in de vakantieweek.
Of op een andere plek.

Jezus legt de mensen ook uit hoe ze moeten bidden.
Je hoeft geen moeilijke woorden te gebruiken, zegt hij.
God luistert graag naar je.

Ook bidden is iets wat je samen kunt doen.
Bijvoorbeeld op zondag, in de kerk,
Zoals wij hier doen in de dienst.
Maar ook thuis.
En zelfs als je met vrienden bent die ook geloven.
Bijvoorbeeld als je leiding geeft aan de kindervakantieweek.

Toen ik ging studeren,
Ging ik wel eens samen bidden met andere studenten.
En ik vond dat best wel spannend.
Wat moet je dan zeggen?
Wat als je ineens niets meer kunt bedenken?
Maar bidden hoeft niet perfect te gaan.
God weet al wat je wil zeggen.
En de mensen om je heen zullen je echt niet veroordelen als je even stil valt,
Of als je een keertje overslaat.

Het kan wel heel mooi zijn om samen te bidden.
Je kunt bidden voor elkaar,
en voor anderen, voor mensen om je heen.
Je kunt met elkaar bidden dat iets zichtbaar mag worden van Gods nieuwe wereld.
Je kunt God vragen om je te geven wat je nodig hebt,
En Hem danken voor wat Hij geeft,
Hem danken voor wie Hij is.
Zoals Jezus eigenlijk ook doet in het Onze Vader.

Door te bidden, kun je tegen Jezus zeggen:
U bent onze Koning.
Wilt U ons maken tot een huis,
Tot een plek waar U zichtbaar mag worden.
Help ons om Uw liefde te kennen,
En om daar ook iets van te laten zien.
Om samen in U te geloven.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *