God laat je niet vallen

Teksten: Jesaja 41:8-14 en Lukas 11:5-13

Twee mannen zitten te lunchen.
Ze hebben net het nieuwe huis van één van hen bewonderd.
Hoe laat jij alles toch zo mooi afwerken?, vraagt de een.
Daar heb ik mijn mannetjes voor, zegt de ander.
De ene kijkt geïmponeerd rond.
Nou, zullen we maar een hapje eten?
Hij wordt even stil, en begint te bidden.
De ander kijkt verbaasd op.
Bid jij nog? Gebeurt er dan iets, als je bidt?
Hoezo?, vraagt de een.
Nou, zegt de ander: ik heb God al om veel gevraagd.
Of ik mijn examen mocht halen.
Om een mooi nieuw huis.
Maar ik kreeg geen hulp, hoor!
Ik moest het allemaal zelf voor elkaar boksen.
Terwijl ik toch altijd goed geleefd heb.

Maar, zegt de een: zie jij God dan niet als een van die mannetjes?
Die het wel voor je regelen?
Bidden is niet: voor wat hoort wat.
Ik leef goed, dus ik krijg van God wat ik van hem vraag.
Het is vertrouwen. Een relatie.
Een relatie?, vraagt de ander?
Ja, een relatie, zegt de een.
In een relatie vertrouw je elkaar.
Je geeft elkaar complimenten.
Je weet wat je aan elkaar hebt.
Zo is bidden ook. Het is als een relatie met God.

De tekst die we met elkaar hebben gelezen, uit Lukas, gaat precies daarover.
Als Jezus net terugkomt van een stille plek waar hij gebeden heeft,
vragen zijn leerlingen hem:
Hoe bid je nou op een goede manier?
Leer ons bidden.
Ze zijn onder de indruk van de manier waarop Jezus tot God bidt.
Zo willen ze zelf ook kunnen bidden!

Jezus leert ze het Onze Vader,
Een gebed dat wij ook nog steeds kennen.
En hij vertelt zijn leerlingen iets over bidden.

Jezus zegt:
God is als een vader.
Als een gewone vader van zijn kind houdt, en het geeft wat het nodig heeft,
zou God dat dan niet doen?
Vraag, en er zal je gegeven worden.
Zoek, en je zult vinden.
Klop, en er zal worden opengedaan.

Je zou kunnen zeggen: bidden is vertrouwen.
Het is vertrouwen dat God naar je luistert als je bidt.
En het is vertrouwen dat Hij een goede God is.
Dat Hij is als een liefdevolle Vader.
Een vader laat zijn kind toch niet vallen?
Zo zal God jou ook nooit laten vallen.

Bidden is: je leven aan God toevertrouwen.
Tegen Hem zeggen wat je bezighoudt.
Waar je mee worstelt.
Jezelf bij Hem brengen, en mensen om je heen bij Hem brengen.

Bidden is ook danken.
Danken voor wat je van God hebt ontvangen.
En God danken om wie Hij is.
Je vertrouwt je leven aan Hem toe,
omdat je weet dat Hij je niet loslaat.
Toch is dat juist wat bidden zo moeilijk kan maken.
Soms gebeuren er dingen in je leven waar je dat vertrouwen door verliest.
Waar je bang door wordt. Of onzeker.
Waar je verdrietig door bent, of misschien zelfs boos.
Dingen die je niet begrijpt.

Vraag, en je zult ontvangen, zegt Jezus.
Maar is dat wel echt waar?
Op zo’n moment, waarop je niet lekker in je vel zit,
Is bidden dan een wondermiddel?
Haalt het al je problemen weg?

Bidden is niet dat je problemen verdwijnen.
Maar bidden is wel: erop vertrouwen, dat God je niet loslaat.
Als je bang bent, en onzeker.
En zelfs als je boos bent.

De Israëlieten vonden dat best moeilijk.
70 jaar lang waren ze al verdreven uit hun land.
Hadden ze in Babel gewoond, als een gevangen volk.
Ze durfden bijna niet meer te hopen om terug te keren naar hun land.
Omdat ze niet terug mochten keren,
Hadden ze in Babel zo goed en zo kwaad als het kon een nieuw bestaan opgebouwd.
Maar ze misten hun land.
Misten een plek om God te aanbidden.
Ze werden uitgelachen door de mensen:
wij hebben jullie verslagen, jullie God is niets!

En ze dachten:
Heeft God dan geen oog voor ons recht?
Is Hij ons vergeten?

Zo gaat het vaak in de wereld.
De grootste schreeuwer lijkt te winnen.
Maar God neemt het op voor dit kleine, bijzondere volkje.
Hij zegt door de profeet Jesaja tegen de mensen uit Israël:
Wees niet bang. Ik laat je niet vallen.
Ik heb jullie uitgekozen. Ik zal jullie bevrijden.

Hij is niet alleen met de sterkste,
maar luistert naar de zwakke, naar wie in nood is.
Hij ziet om naar dit volk.
Hij zegt: ik heb jullie uitgekozen.
Babel is niets vergeleken met mij.
Ik zal het teniet doen, een andere koning het laten overwinnen.

Ik zal jullie terug laten keren naar je land.
Ik neem je bij je rechterhand.
Wees niet bang, ik zal je helpen.
Want ik ben God.
De Heilige van Israël is je bevrijder.

Vandaag mochten we Pieter dopen.
Met dopen is het eigenlijk hetzelfde als met bidden:
Het mag een begin zijn van die relatie met God.
Als je als ouder je kind laat dopen,
dan doe je dat uit het vertrouwen dat God goed is.
Dat Hij Pieter niet laat vallen.
En je hoop, je gebed is dat Pieter daar zelf ook op mag gaan vertrouwen.
Dat God deel uit mag maken van zijn leven.
Dat Hij met God verbonden mag zijn.

Dopen is iets heel bijzonders.
Het is iets dat je mag ontvangen van God.
Een belofte: ik ben bij je.
Ik heb ook jou uitgekozen.
Ik heb mijn zoon voor jou gegeven,
Zodat ik jouw Vader mag zijn,
En jij mijn kind mag zijn.
Soms is het moeilijk om te zien wat Gods plan met je is.
Is het moeilijk om moedig de toekomst tegemoet te zien,
om hoopvol te blijven.
Maar wat Jezus hier zegt, en wat God ons belooft,
is dat je met Hem erbij niet báng hoeft te zijn voor de toekomst.
Niet omdat alles goed zal gaan.
Maar omdat Hij bij je is.
Jezus zegt: als jullie dus je kinderen al goede gaven schenken,
hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen?
Zijn Geest die ons vertrouwen en geloof geeft.
Die ons hoop geeft.
Die ons helpt om dankbaar te zijn,
om te zien wat we hebben.
Die ons bewust maakt van Gods aanwezigheid in ons leven.
Die ons helpt om anderen op te vangen als zij vallen.
Want God laat ons niet vallen.
Hij geeft de vermoeide kracht.
Waar alles vergaat, houdt zijn Woord altijd stand.

En soms mag je je laten verbazen door die God.
Want wie vraagt, ontvangt.
Voor wie klopt, zal worden opengedaan.
Aan wie Hem zoekt, laat Hij zich vinden.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *