Een heftige droom

Tekst: Daniël 2:1-5 en 10-28a

Dromen jullie wel eens?
Volgens mij doet iedereen dat wel.
Maar wie van jullie onthoudt er wel eens wat je gedroomd hebt?
De een onthoudt dromen beter dan een ander.
Vaak onthoud je de dromen het beste die je hebt vlak voordat je wakker wordt.
Het kan dan helpen om even stil te blijven liggen,
En te denken: waar heb ik net over gedroomd?

Zo droom ik wel eens, ik weet niet of je dat herkent,
dat ik val, en als ik wakker wordt, dan voelt dat ook echt zo.
Alsof ik mijn bed in val, zeg maar.
Gelukkig blijk ik dan lekker in mijn bed te liggen, en is er niks aan de hand.

Soms droom ik iets heel erg grappigs, iets wat eigenlijk niet kan.
Zo droomde ik een keer dat ik een heel erg lelijk kapsel had,
Maar iedereen zei dat het heel erg mooi stond.
Of ik droom over iets waar ik op dat moment heel erg mee bezig ben,
Waar ik over in zit.
Dat ik mijn preek vergeet bijvoorbeeld.
Of ik kom mensen tegen in mijn dromen die ik de dag daarvoor heb ontmoet.

Tijdens het dromen ben je bezig om dingen te verwerken.
Je hersenen maken de boel weer een beetje op orde.
En je kunt er soms juist door je dromen achter komen wat je op dat moment bezighoudt.

Zo had ook koning Nebukadnessar een droom.
Koning Nebukadnessar was de koning van Babel,
in de tijd waarin hij leefde het machtigste rijk op aarde.
Een soort president van de verenigde staten,
Maar deze koning had geen pers die hem tegen kon spreken.
Hij hoefde zich geen zorgen te maken over nepnieuws,
of wat voor nieuws dan ook.
Zijn wens was bevel voor iedereen die hij tegenkwam.
Als je zoveel macht hebt, en als die macht zo absoluut is,
als één persoon alles mag bepalen,
Dan maakt dat je gek genoeg ook wel heel erg kwetsbaar.
Alle mensen om de koning heen deden wel heel vriendelijk tegen hem.
Maar wie kon hij vertrouwen?
Durfden ze wel tegen hem te zeggen wat ze dachten?
Of zweerden ze soms samen, achter zijn rug om, om hem af te zetten?
Om hem zelfs te doden?

Misschien ken je de serie, ‘House of Cards’ wel, op netflix.
Over een man die zich opwerkt tot president van de verenigde staten.
Hij werkt er kei en keihard voor,
En is bereid om alles te doen.
Zelfs om mensen uit de weg te ruimen die hem in de weg lopen.
Maar als hij na al die moeite eenmaal president is geworden,
komt het op hem af.
Hij beseft ineens: alles wat ik die andere mensen heb aangedaan,
Dat kunnen weer anderen ook mij aandoen.
En op een gegeven moment wordt het zo erg,
Dat hij zelfs de mensen niet meer vertrouwt met wie hij al zijn hele leven optrekt.
Tot zijn eigen vrouw aan toe.
Hij moet steeds opletten,
Om te zorgen dat hij geen mes in zijn rug krijgt.

Het was ook de angst van koning Nebukadnessar.
Op een nacht droomde hij er zelfs over.

Hij droomde over een groot en prachtig beeld.
Dat beeld was enorm, en had een prachtige glans.
Het maakte indruk als je ernaar keek.
Het hoofd van het beeld was van goud.
De borst en de armen waren van zilver.
Zijn buik van brons.
Zijn benen waren van ijzer,
En de voeten van het beeld waren gemaakt van een mengsel van ijzer en klei.
Wie zou zo’n beeld omver halen?

Plotseling raakt er een kleine steen los van een berg in de buurt,
Zonder dat er een mensenhand aan te pas komt.
De steen rolt langzaam naar beneden, maar hij wordt steeds groter,
en gaat harder en harder rollen,
Tot hij met een klap tegen het standbeeld aankomt.
En het beeld wordt totaal verbrijzeld.
Er blijft niets van al die pracht en praal over.

Na die droom werd de koning verschrikt wakker,
en hij kon niet meer in slaap vallen.
Steeds bleef de droom terugkomen.

Daarom gaf hij opdracht om de magiërs, bezweerders en tovenaars te laten komen,
Wijzen uit alle landen die hij veroverd had.
Het waren mensen die verplicht in het paleis van de koning moesten wonen.
En er waren ook Chaldeeën.
Mensen die waren opgegroeid in Babel,
Zij waren de raadgevers van Nebukadnessar.
Al deze mensen dansten naar de pijpen van de koning.
Dat merk je al als ze naar hem toe komen.
In hun land wordt de koning aangesproken als een god.
Het eerste wat ze zeggen, is: Majesteit, leef in eeuwigheid!

Nebukadnessar vraagt ze om zijn droom uit te leggen.
Geen probleem, zeggen ze. Vertel hem maar. Dan leggen wij hem uit.
Maar dat is nou juist het probleem.
De koning vertrouwt geen mens.
Hij denkt: hoe weet ik of ze ook de waarheid spreken?
Deze mensen zeggen niet wat ze denken,
Ze zeggen alleen wat ik wíl horen.

Daarom verzint hij een list. Dan weet hij meteen of hij ze echt kan vertrouwen.
Als jullie echt zo wijs zijn, als jullie echte magiërs zijn,
En echt weten wat de goden met deze droom bedoelen,
Vertel mij dan wat ik gedroomd heb, en wat die droom betekent.

De raadgevers kijken verschrikt op. Dat kunnen wij helemaal niet!
Wie weet nou wat iemand anders gedroomd heeft?
De koning zegt:
Als jullie dat niet kunnen, dan laat ik jullie allemaal doden.
Mijn besluit staat vast.
En de wil van de koning is wet.
Als blijkt dat ze zijn droom inderdaad niet aan hem kunnen vertellen,
Beveelt de koning dat alle wijzen in Babylonië ter dood gebracht moeten worden.

Slik. Dat dachten Daniël en zijn vrienden ook toen ze dat hoorden.
Want zij hoorden bij die wijzen, die leefden aan het hof van de koning.
Ze waren daar nog niet zo lang.
Daniël en zijn vrienden waren opgegroeid in Jeruzalem,
als leden van belangrijke en rijke families.
Maar toen Jeruzalem was verwoest door koning Nebukadnessar,
Toen de tempel van God met de grond gelijk werd gemaakt,
En bijna al hun stadsgenoten werden weggevoerd naar Babel,
Werden ook zij meegevoerd.

Omdat ze van goede afkomst waren, een goede opleiding hadden gehad en er goed uitzagen,
Werden Daniël, Chananja, Misaël en Azarja uitgekozen om aan het hof van de koning te wonen.
En daar moesten ze blijven tot de koning ze nodig had.
Ze kregen les in de taal, en in de gewoonten en gebruiken van het land.

Het boek Daniël gaat over geloven in een situatie waarin dat niet vanzelfsprekend is.
Voor Daniël en zijn vrienden zijn alle zekerheden,
waar hun leven op gebouwd was, weggevallen.

Ze moeten zich aanpassen aan deze nieuwe plek.
Waar de mensen in andere goden geloven.
En waar ook van hen wordt verwacht dat ze hun geloof aanpassen.
Want hun God kon ze immers niet beschermen.
Hij is verslagen door de koning van Babel.

Maar het bijzondere aan Daniël en zijn vrienden,
Is dat ze ervoor kiezen om dat níet te doen.
Zelfs aan het hof van koning Nebukadnessar,
Waar niet doen wat er van je gevraagd wordt je je leven kan kosten,
Kiezen ze ervoor om zich niet helemaal aan te passen.
Kiezen ze ervoor om zichzelf te zijn.
Om te blijven staan voor hun geloof in de God van Israël.

En bijzonder genoeg krijgen ze daar ook respect voor.
Waar al die andere mensen aan het hof onder de indruk zijn van de pracht en praal van het paleis,
Waar ze de koning vleien,
hem vereren als een god,
en precies doen wat hij zegt,
Ontdekken Daniël en zijn vrienden in Babel iets nieuws:
Ze ontdekken dat God bij ze is.
En dat ze door hun geloof op deze plek juist een verschil mogen maken.

Als Daniël hoort van het bevel van de koning, om alle wijzen te doden,
Informeert hij voorzichtig bij de lijfwacht.
Waarom heeft de koning zo’n wreed bevel uitgevaardigd?
En die lijfwacht legt de hele situatie aan Daniël uit.

Nou kun je je afvragen:
Wat zou jij doen, als je in Daniëls schoenen stond?
In paniek raken.
Naar de koning gaan, en smeken om je leven.
Je stil houden, en hopen dat het overwaait.
Een schietgebed.

Ik denk dat ik er niet eens op zou komen om te doen wat Daniël doet.
Hij gaat naar de koning.
En hij vraagt de koning om extra tijd.
Zodat hij de droom van de koning uit kan leggen.

Vervolgens gaat Daniël naar zijn vrienden.
Hij vertelt ze wat er aan de hand is,
En vraagt ze te bidden of God de droom aan Daniël wil laten zien.

Het is een angstig moment voor Daniël.
Hij neemt best wel een risico.
Zou God Hem de droom wel laten zien?
Zou hij de wijsheid krijgen om de koning zijn droom uit te leggen?
Daniël wist ook niet zeker of dat zou lukken.

Maar in de nacht laat God de droom aan Daniël zien.
En als hij wakker wordt, prijst Daniël de God van de hemel.

Op deze onbekende plek, zo ver van hun thuis,
Waar het lijkt alsof God hem en zijn vrienden verlaten heeft,
Juist hier merkt Daniël dat God hem niet loslaat.
En hij beseft hoe groot God is.
Dat Hij niet alleen de God is van Israël,
Maar de God van alle plaatsen en alle tijden.

Wat hij tegen God zegt,
gaat rechtstreeks in tegen wat de andere raadgevers tegen de koning zeiden.
In Babel wordt de koning aangesproken met:
Majesteit, leef in eeuwigheid!
Alsof hij als een god is.

Maar Daniël zegt tegen God:
Uw naam is geprezen, van eeuwigheid tot eeuwigheid.
U bent degene die koningen afzet en koningen aanstelt.
U geeft de wijzen hun wijsheid,
En de verstandigen hun kennis.
U kent alle geheimen,
Maar bent zelf in het licht.

Juist in de onzekerheid, op het moment dat het ontzettend spannend is,
Beseffen Daniël en zijn vrienden dat ze niet bang hoeven te zijn voor de koning.
Want God, van wie zij hun hulp verwachten, is oneindig veel machtiger.
Uit wat Daniël en zijn vrienden doen spreekt een groot vertrouwen op God.
Dat vertrouwen maakt niet dat al Daniëls problemen worden opgelost.
Ook al is dit probleem afgewend,
het is maar een van de vele dingen die Daniël over zich heen krijgt.

In andere verhalen is het zo dat Daniël júist vanwege zijn geloof in de problemen komt.
Denk aan het verhaal dat Daniël in de leeuwenkuil gegooid wordt.
Alleen maar omdat hij ervoor kiest om de koning niet als een god te aanbidden.

Wat dit verhaal, en ook de andere verhalen van Daniël bijzonder maakt,
is de afhankelijkheid van God die Daniël laat zien.
Het gaat erom dat Daniël en zijn vrienden,
In een omgeving waar alles dat tegenspreekt,
Er toch voor kiezen om te blijven geloven.
Om te vertrouwen dat God bij ze is,
Ook al nemen ze daarmee een risico.
Om zich niet aan te passen aan de grillen van de koning,
Maar te zeggen: God is de belangrijkste.
Door hun geloof kunnen ze een verschil maken in hun omgeving.

En daarin mogen ze een voorbeeld zijn voor ons.
Ik vind het indrukwekkend hoe Daniël en zijn vrienden staan voor hun geloof,
In een omgeving die niets van hun God wil weten.
Ook in onze tijd kan dat best wel eens spannend zijn.
Niet omdat wij hier in Nederland gevaar lopen door ons geloof.
Dat is op bepaalde plaatsen in de wereld wel anders.
Maar net zoals Daniël en zijn vrienden werden gezien als verliezers,
Kun je nu als je gelooft ook wel gezien worden als een ‘loser’.
Als iemand met achterhaalde ideeën,
Die je lekker voor jezelf mag houden, achter de voordeur,
Zolang je anderen er maar niet mee lastig valt.

En dan, in zo’n situatie, blijven staan voor je geloof,
Dat kan best een uitdaging zijn.
Maar dan kun je er juist achter komen dat je er niet alleen voor staat.
Dat God je niet loslaat.
En door je geloof kun je een andere kijk krijgen op de wereld,
Op de samenleving om je heen.
Hoef je je niet te laten leiden door de waan van de dag,
Of die van de ene grote leider, die de andere overschreeuwt.

Als Daniël naar de koning toegaat,
en hem zegt dat hij de droom kan uitleggen,
Reageert de koning verbaasd.
Kun jij me echt vertellen wat ik heb gedroomd?
Daniëls antwoord is: niemand kan dat.
Wijzen kunnen dat niet. Magiërs niet.
Toekomstvoorspellers kunnen dat niet.
Maar er is een God in de hemel, die mysteriën onthult.
En hij heeft me laten zien wat u hebt gedroomd.

Daniël vertelt hem over de droom.
Dat het standbeeld staat voor de koninkrijken van mensen.
Het hoofd van goud is het rijk van Nebukadnessar.
En de andere delen van het beeld zijn de koninkrijken die na hem komen.
Het wordt steeds weer van ander materiaal gemaakt.
De een is van zilver, de ander van brons, de ander van ijzer, weer een ander van klei.
Maar de steen, die gaat rollen,
En die het standbeeld verbrijzelt,
Die steen is het Koninkrijk van God.

Macht van mensen vergaat, zegt Daniël tegen de koning.
Zelfs aan uw koninkrijk komt een einde.
Maar de God van de hemel zal een rijk op laten komen dat nooit te gronde zal gaan.
Dat rijk zal eeuwig bestaan.

Nebukadnessar buigt voor Daniël, en zegt: Het is waar.
De droom klopt. Jouw God is de God der goden, en de Heer der koningen.

De koning biedt Daniël aan om regent te worden over de provincie Babel.
Maar Daniël weigert. Hij geeft niets om rijkdom.
Hij blijft liever aan het hof, op de plek waar hij het meest verschil kan maken.
Waar hij zijn God kan dienen, en iets van die God kan laten zien aan de koning.
Want Daniël weet dat macht niet het belangrijkste is.
Hij verwacht zijn heil niet van een koninkrijk op aarde,
hoe groot en machtig ook.
Maar de God van de hemel is zijn Heer.
En het rijk van die Heer is het rijk waar Daniël van droomt.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *