De luister van God weerspiegelen

Teksten: Exodus 34:29-33 en 2 Korintiërs 3:1-18

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Ik wil deze brief aan jullie voorlezen.
Willem is een goede schilder.
Hij werkt nauwkeurig, heeft oog voor detail en is een echte vakman.
Was getekend: zijn vorige werkgever.

Het is een aanbevelingsbrief.
Als je ergens gaat solliciteren, dan kan het helpen als je referenties hebt.
Als je een brief hebt van iemand die zegt:
bij deze persoon moet je zijn.
Hij of zij is goed in zijn werk, en is betrouwbaar.

Soms gebeurt het zelfs dat het van je gevraagd wordt.
Toen ik aanvroeg of ik predikant mocht worden in de PKN bijvoorbeeld,
Toen werd van de gemeente waar ik lid was gevraagd om een verklaring van belijdenis en wandel.
Een werkgever wil graag weten wat voor vlees hij of zij in de kuip heeft,
en dat is best logisch.
Zeker bij beroepen waar veel verantwoordelijkheid bij komt kijken,
Waar veel mis kan gaan.

Nou kwamen er nieuwkomers in de gemeente in Korinthe,
die aan Paulus vroegen of hij ook eens zo’n referentie kon laten zien.
Of hij eens kon bewijzen dat hij een echte apostel was.

De kerk in Korinthe was een paar jaar daarvoor door hem gesticht.
Anderhalf jaar lang had Paulus in Korinthe gewoond.
En hij had de mensen verteld over God, en over Jezus.
Hij was begonnen in de synagoge,
en had daarna ook aan mensen daarbuiten het goede nieuws over Jezus verteld.
Het was een succesverhaal,
want de gemeente begon te groeien,
ondanks dat ze best veel tegenwerking kregen.

Na die anderhalf jaar was Paulus vertrokken.
Er waren nog andere plekken waar hij naartoe wilde.
En hij dacht: deze gemeente kan nu wel op eigen benen staan.

Na zijn vertrek kwamen dus die nieuwkomers.
En die hadden gevraagd: wie is die Paulus eigenlijk?
En waarom geloven jullie wat hij je heeft verteld?

Paulus stelde namelijk niet zulke hoge eisen aan de mensen die gingen geloven.
Ze hoefden zich niet te houden aan de Joodse wetten, over reinheid,
en wat je wel en niet mocht eten.
En mannen die gingen geloven hoefden ze zich niet te laten besnijden.

Maar de nieuwkomers zeiden:
die Paulus heeft het helemaal bij het verkeerde eind.
Volgens hen moest iedereen zich aan die wetten houden,
ook mensen die niet Joods waren voordat ze gingen geloven.
En daarom probeerden ze Paulus en de gemeente die hij had gesticht uit elkaar te drijven.

Ze zeiden: kijk eens naar onze papieren.
Wij hebben referenties.
Maar heeft Paulus die ook?
Hoe kunnen jullie checken wat hij allemaal zegt?
En de kerk in Korinthe die ging daarin mee.
Die was erg gevoelig voor deze kritiek.
Dus stuurden ze Paulus een brief, om te vragen: hoe zit dat eigenlijk?

Het gedeelte dat wij hebben gelezen, is Paulus’ antwoord op deze brief.
Je kunt je voorstellen dat de Korintiërs erg benieuwd waren toen zijn antwoord aankwam.
Ze verzamelden zich op de plek waar de brief van Paulus voorgelezen zou worden, en ze dachten:
Wat zou hij zeggen, om te bewijzen dat hij een echte apostel is?

Op zich had Paulus genoeg dingen die hij als referentie op kon geven.
Hij had een goede opleiding gehad,
Van een belangrijke Joodse rabbi.
Hij had goede contacten met de apostelen in Jeruzalem,
Met de leerlingen van Jezus.
Hij had zelf een ontmoeting met Jezus gehad.

Maar Paulus zegt in zijn brief:
ik heb helemaal geen aanbevelingsbrief van een ander nodig.
Het gaat namelijk helemaal niet om mij.
Jullie zijn zelf een aanbevelingsbrief.
Een brief van Christus.
Kijk eens naar jezelf.
Er ís een gemeente van Christus in Korinthe.
Als dat geen aanbevelingsbrief is, wat dan wel?

Hij zegt dat niet om zichzelf op de borst te kloppen,
Maar om de aandacht te verleggen.
De aandacht ligt door die nieuwkomers nu op de ‘bekwaamheid’ van de leider van de gemeente.
Maar wat er echt toe doet volgens Paulus,
is de plek die Christus krijgt in de gemeenschap.
Paulus heeft geen gemeente gesticht voor zichzelf, maar voor Christus.
En dat die gemeente er is, is voor hem voldoende om te zeggen:
het is goed dat ik er geweest ben.
Meer aanbeveling dan dat heeft hij niet nodig.

Jullie zijn een brief van Christus, zegt Paulus.
Een brief die voor iedereen te lezen is.
Niet geschreven met inkt, of gebeiteld in een steen,
maar geschreven in het hart van mensen,
door de Geest van de levende God.
Die Geest helpt ons om het nieuwe verbond te dienen.

Paulus maakt onderscheid tussen het oude en het nieuwe verbond.
Dat woord, ‘verbond’, gebruiken we niet meer zo vaak.
Voor ons het als iets formeels,
als een contract bijvoorbeeld.
Maar in de Bijbel is een verbond in de Bijbel veel meer dan dat:
Het is een relatie die God met mensen aangaat.

Toen God de tien geboden gaf aan de Israëlieten in de woestijn,
Ging Hij een verbond, een relatie met ze aan.
Die wet, die bestaat uit de tien geboden,
En uit nog een heel aantal regels en voorschriften,
Moest mensen helpen om dicht bij God te leven.

De tien geboden, die de kern vormen van de Joodse wet,
Die horen volgens Paulus bij het oude verbond,
dat God met de mensen heeft gesloten.
Oud, niet omdat het niet meer geldt,
maar omdat er iets beters voor in de plaats is gekomen.

Want die wet, die leidde tot veroordeling, schrijft Paulus.
De Israëlieten waren er door de eeuwen al achter gekomen dat ze zich maar moeilijk aan die wet konden houden.
Het belangrijkste gebod was: De Heer, uw God, is één.
Vereer naast Hem geen andere goden.

Maar het lukte ze niet om zich daaraan houden.
Steeds weer zetten ze andere goden en andere dingen op de plek van God.
Eigenlijk wel herkenbaar.
Het is best moeilijk, om God altijd het belangrijkste te laten zijn in je leven.

Het gaat flink mis met het volk Israël.
Ze raken in de problemen.
En dan belooft God dat Hij een nieuw verbond met zijn volk zal sluiten.
Een nieuwe relatie met ze aan zal gaan.
Een verbond dat niet op papier staat,
maar dat door zijn Geest in de harten van de mensen geschreven zal staan.

Als het volk in de ballingschap is, belooft God aan de profeet Ezechiël:
Ik zal jullie een nieuw hart en een nieuwe geest geven,
ik zal je versteende hart uit je lichaam halen en je er een levend hart voor in de plaats geven.
Ik zal jullie mijn geest geven en zorgen dat jullie volgens mijn wetten leven en mijn regels in acht nemen.

En nu, zegt Paulus, is door Jezus dat nieuwe verbond aangebroken.
Het moment waarop de wet niet meer alleen een set geschreven regels is waar we ons aan moeten houden,
Maar waarop die in ons hart geschreven staat.

Het is belangrijk om in het achterhoofd te houden dat Paulus niet tegen de Joodse wet is.
Het oude verbond is niet afgeschaft, maar het is door Jezus vernieuwd.

Jezus gaf zijn leven, zodat er niets meer tussen ons en God in hoefde te staan.
Zodat wij vrij bij God mogen komen.
Door Hem is er een lijn van ons naar God.

En door Jezus is er ook een nieuwe lijn van God naar ons.
Een nieuwe manier waarop God aanwezig, aan het werk is in ons leven.
Door zijn Heilige Geest.

Die Heilige Geest verandert ons leven.
Hij maakt wie in Jezus geloven tot een aanbevelingsbrief, een referentie.
Niet een aanbeveling voor Paulus, of voor een andere leider.
Maar een aanbevelingsbrief voor Jezus.

Een brief bevat woorden.
Net zoals de wet letters en geboden bevatte,
waar mensen zich aan konden houden.
Maar de brief die wij mogen zijn is nog veel meer.
Ons geloof in Jezus mag zichtbaar worden in ons leven.
De wet die wij hebben is niet meer alleen een wet op papier:
Hij is in ons hart geschreven.
Door de Geest, die in ons woont, mag ons leven veranderen.
Maar hoe dan?
Word je, als je gelooft, automatisch een beter mens?

Het gaat niet om dat wij betere mensen zijn.
Dat we aardiger, of vriendelijker zijn dan anderen.
Of dat we betere keuzes maken.
Maar om dat wij God steeds beter mogen leren kennen.
En van Hem mogen leren.
Dat wij, door zijn Geest, omgevormd worden,
Zodat we steeds meer op Hem gaan lijken.

Dat gebeurde ook al met Mozes.
Toen Mozes de tien geboden opschreef, op de berg Sinaï,
Leefde hij een tijd lang heel dicht bij God.

En toen Mozes van de berg af naar beneden kwam,
Met de tien geboden in zijn handen,
Straalde zijn gezicht daardoor zo,
Dat de mensen niet eens naar hem konden kijken.
Het licht dat van hem af kwam was zó fel,
Dat Mozes een doek voor zijn gezicht moest doen.

Mozes ving een glimp op van de luister, van de pracht van God,
En dat maakte dat Hij ging stralen.
Maar de andere Israëlieten hadden dat niet gezien.
Zij hadden alleen aan Mozes gezien dat hij dicht bij God was geweest.
Zij konden alleen door de wet iets van God opvangen.
Voor hen zat de wet als een doek tussen de heerlijkheid van God en de mensen in.

In Jezus, zegt Paulus, wordt die doek weggehaald.
De wet hoeft niet meer tussen ons en God in te staan,
maar wordt door de Geest geschreven in ons hart.

Door de Geest die Jezus naar ons toe heeft gestuurd,
Dan wordt die sluier weggenomen.
Die luister, die pracht, die heerlijkheid van God,
Die mag ons eigen leven veranderen.

Waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid.
Daar mogen we bij God komen,
Aan zijn voeten zitten,
Van Hem genieten.
Van Hem onder de indruk raken.

Als je gelooft, dan ben je geen beter mens dan een ander.
Maar als je in de nabijheid van God bent,
Als je met Hem optrekt,
Dan mag je leven wel naar Zijn beeld veranderd worden.
Dan mag je zelf iets van die glans van God in je leven weerspiegelen.
Iets van de rechtvaardigheid en de barmhartigheid van God.
Iets van zijn liefde.

Daar mogen stukje bij beetje de dingen in ons leven waarmee we ons tegen Hem verzetten,
Of langs Hem heen leven,
Afgebroken worden.
En mag ons leven veranderd worden,
zodat we steeds meer van Gods luister, van Gods heerlijkheid gaan weerspiegelen.

Paulus zegt het heel mooi in het laatste vers:
Wij allen die met onbedekt gezicht
de luister van de Heer aanschouwen,
zullen meer en meer door de Geest van de Heer
naar de luister van dat beeld worden veranderd.

Ik lees hem nog een keer, zodat je hem even op je in kunt laten werken.
Wij allen die met onbedekt gezicht
de luister van de Heer aanschouwen,
zullen meer en meer door de Geest van de Heer
naar de luister van dat beeld worden veranderd. (…)
Als we in Gods nabijheid zijn,
van Hem onder de indruk raken,
Dan mogen we ook zelf naar zijn beeld veranderd worden,
Door zijn Geest, die in ons woont.
Iets van zijn glans, van zijn liefde weerspiegelen in ons leven.

Het is een belofte.
God wil ons een aanbevelingsbrief voor Christus maken.
Dat mogen we letterlijk zijn.
Zijn wet, en zijn aanwezigheid,
mogen door zijn Geest in ons hart geschreven staan.

Paulus zegt: daarvoor hoef je niet aan allemaal eisen te voldoen.
Het hangt niet af van onze eigen bekwaamheid.
Het is genade.
Het is iets dat God doet in ons.

Een brief van Christus, dat hoef je niet te worden.
Daar hoef je niets voor te doen.
Je bent het al, door in Hem te geloven.
En je mag erop vertrouwen dat Zijn Geest de rest doet.
Niet jij zelf, maar Hij maakt jou een brief van Christus.
Jij mag Gods luister weerspiegelen in je leven.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *