Geloof voor elke dag

Teskt: Spreuken 3:1-6; Johannes 21:1-14

De schoonheid van het Bijbelverhaal dat we hebben gelezen vanmorgen,
zit hem niet allereerst in de wonderlijke dingen die er gebeuren.
Het begint namelijk met een heel erg alledaags tafereel,
In ieder geval voor de tijd waarin het zich afspeelt.
Een groep mensen die aan het vissen is.

Na de kruisiging en de opstanding van Jezus,
Zijn zeven van Jezus´ leerlingen naar Galilea getrokken.
Petrus en Thomas, Natanaël, Johannes en Jakobus, en nog twee anderen.
Er was tegen ze gezegd dat ze daar op Jezus moesten wachten.
En net zoals op alle plaatsen, en in alle tijden,
Moest er gewoon gegeten worden.
Dus ze besloten te gaan vissen.

De beste tijd om te vissen was heel erg vroeg in de morgen.
Het was urenlang hard werken,
en af en toe ook geduld hebben,
Tot de zon opkwam.
Maar ze vingen de hele nacht niets.
Het is de realiteit van het bestaan.
Soms werk je ergens ontzettend hard voor,
maar het schiet gewoon niet op.

Dan komt Jezus op de oever langslopen,
Maar de leerlingen herkennen hem niet.
Hij roept naar de boot, die ver op het meer ligt:
Hebben jullie soms iets te eten?
Nee, antwoorden ze, tot hun spijt.

Jezus roept: gooi jullie netten dan uit aan de andere kant!
Nou staan vissers niet bekend om dat ze luisteren naar mensen die op de wal staan,
Maar ze proberen het toch.
En het net zit meteen zo vol met vis,
dat ze het niet eens terug de boot in kunnen krijgen!

Het doet denken aan een ander Bijbelverhaal, uit Lukas.
Het moment waarop Jezus een paar van zijn leerlingen roept om hem te volgen.
Dat gaat op dezelfde manier:
De leerlingen kunnen niets vangen,
en Jezus vraagt hen het net aan de andere kant uit te werpen.

Er volgt in Lukas een gesprek tussen Petrus en Jezus.
Petrus zegt tegen Jezus: ik ben het niet waard U te volgen.
Maar Jezus zegt: ik zal van jou een visser van mensen maken.

Datzelfde klinkt ook door in dit Bijbelgedeelte.
De leerlingen van Jezus hebben een tijd met hem op kunnen trekken.
Maar nu is het tijd dat ze zelf ´vissers van mensen´ worden.
Dat ze er zelf op uit gaan, om de mensen te vertellen over Jezus Christus, de zoon van God,
Die zijn leven voor ze heeft gegeven, en is opgestaan uit de dood.

Tegelijk hoeven ze dat niet alleen te doen.
Dat kúnnen ze ook helemaal niet.
Net zoals ze geen vis konden vangen voordat Jezus kwam,
Zo kunnen ze geen vissers van mensen worden zonder Hem.

Het is niet zo dat de leerlingen er nu helemaal alleen voor zullen staan.
Dat Jezus zich na Pasen terugtrekt,
en ze alles zelf zullen moeten doen.
Jezus zal met ze meegaan.
Ze mogen blijven luisteren naar zijn stem.
Erop vertrouwen dat Hij bij ze is.
Alleen wel op een hele andere manier dan daarvoor.

Johannes is de schrijver van het Bijbelboek.
Vaak wordt aangenomen dat hij zelf de leerling is
die wordt benoemd als ´de discipel die Jezus liefhad´.
Het woord voor ´liefhebben´ komt in dit geval van het Grieks ´agape´,
Dat ook wordt gebruikt voor de liefde van God voor de mensen,
En voor naastenliefde.
Het was een leerling die dicht bij Jezus stond, die hem na aan het hart ging.

Deze leerling ziet het eerst dat het Jezus is die aan de kant staat.
En als hij dat naar de andere leerlingen roept,
Springt Petrus meteen in het water, en zwemt hij naar de kant.
Ondertussen komen ook de andere leerlingen terug,
met hun enorme vangst.

Jezus wacht ze al op.
Er is een vuur, en er is brood en vis.
En net als bij de wonderbare spijziging,
en bij het laatste avondmaal,
Delen ze de maaltijd met elkaar.

En dat is juist het mooie van dit verhaal.
Je ziet het gewoon voor je.
Het is heel herkenbaar.
De maaltijd met elkaar delen is iets van alle tijden, en alle plaatsen.
Het is een moment van vriendschap,
Van je leven delen.
Je hart en je huis openstellen voor elkaar.

Hoe Jezus hier met zijn leerlingen omgaat,
Zegt iets over zijn omgang met ons.
Vaak zijn wij het meest met ons geloof bezig,
op momenten dat we er apart voor gaan zitten.
Door bijvoorbeeld een kerkdienst te bezoeken.
Door te bidden, of uit de Bijbel te lezen.

Maar geloven hoeft niet altijd iets te zijn dat boven je gewone leven uitgaat.
Het gaat niet alleen om de momenten dat je er bewust mee bezig bent.
Geloven is niet alleen maar iets geestelijks.
Het gaat ook over je gewone leven.

Net als het boek spreuken.
Dat gaat ook over hele herkenbare dingen.
Ze gaan over goed leven, in afhankelijkheid van God,
Gewoon in ons dagelijkse leven.
Spreek geen kwade dingen over een ander,
maar zeg alleen goede dingen.
Zoek vrede.
Let op wat je zegt.
Ontferm je over wie het niet zo goed heeft als jij.
Wees tevreden.

Het zijn richtlijnen,
om je aan te sporen om liefdevol en trouw te zijn.
Om positief en opbouwend te zijn.
Dan leef je dicht bij God.

De dingen die je zegt, kunnen veel verschil maken.
Van een compliment bloeien mensen op,
Terwijl kritiek je onzeker maakt.

En het is makkelijk om je eigen standpunt fel te verdedigen.
Soms vraagt het meer moed om naar een ander te luisteren.

Maar de belangrijkste richtlijn voor goed leven,
is een vers dat steeds weer in het boek Spreuken terugkomt:
Vertrouw op de HEER met heel je hart,
steun niet op eigen inzicht.
Denk aan hem bij alles wat je doet,
dan baant hij voor jou de weg.

Soms hebben we de neiging om het zelf te willen doen.
Op eigen kracht ploeteren we,
maar we komen geen steek verder.
En we raken meer en meer teleurgesteld.

En dan roept Jezus vanaf de kant: lukt het een beetje?
Nee!, roepen we terug.
Gooi je net dan eens uit aan de andere kant!

Pasen is je laten verbazen.
Verbazen over dat God een weg maakt,
Waar er geen weg meer lijkt te zijn.
Pasen is je verheugen.
Niet over wat je zelf bereikt,
Maar over de blijdschap die God je geeft.
Pasen is vertrouwen,
Dat het bij de dood niet ophoudt,
Maar dat Jezus leeft, en dat wij met Hem mogen leven.
Dat hij bij je is.

Zoals Jezus hier heel gewoon de maaltijd deelt met zijn leerlingen,
Zo is Hij ook aanwezig op hele gewone momenten in je leven.
Hij is er als je aan het eten bent.
Alleen, met vrienden, of met familie.
Hij is er als het niet lekker gaat op je werk.
Hij is er als je examens moet maken,
Hij is er als je solliciteert.
Hij is er als je eenzaam bent. Als je ergens mee worstelt.

Op al die momenten biedt hij je zijn vriendschap aan. Zijn nabijheid.
Wil hij je helpen om je leven met Hem te gaan.
Dat mag een stuk ontspanning geven.
We hoeven het allemaal niet zelf te doen, zelf voor elkaar te boksen.
We hoeven alleen maar naar Hem te luisteren.

En juist in de kerk mogen we die gemeenschap samen vieren,
Mogen we die samen ervaren.
Mogen we beseffen dat bij Jezus de volheid van leven te vinden is.

Ook in de kerk mogen we soms samen de maaltijd vieren.
Ieder is daar welkom.
Bij de maaltijd van Jezus´ leerlingen zit Petrus, die Jezus verloochend heeft,
En Thomas, die aan Jezus twijfelde.
En Nathanaël, die een heel groot vertrouwen had.
Jakobus en Johannes, die snel ruzie maakten,
En die de belangrijksten wilden zijn.
En nog twee anderen.

Aan dat gewone, menselijke gezelschap
geeft Jezus de rijkdom van zijn vriendschap.
En daarom ook aan ons.

Daarnaast mag de maaltijd van Jezus met zijn leerlingen ook een vooruitzicht zijn.
Het is een heel mooi en ontspannen beeld van de maaltijd in het Koninkrijk van God.
Waar Jezus op ons wacht,
met de maaltijd al voor ons klaar.
Wij brengen de paar vissen mee die we zelf hebben gevangen.
En Hij deelt het brood en de vis met ons.
En we hoeven niet te vragen wie Hij is.
Want we weten: dit is de opgestane Heer!
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *