Een bron van levend water

Tekst: Johannes 4:5-30

Ons land heeft net een spannende tijd achter de rug.
Een tijd waarin politieke partijen zich hebben geprobeerd te onderscheiden van anderen.
Waarin er hard campagne is gevoerd.
Waarin iedereen riep: stem op mij!
Ik weet wat er mis is in Nederland,
en ik zorg ervoor dat het weer goed komt.

Afgelopen woensdag waren de verkiezingen,
En hebben wij onze stem uitgebracht.

Wat in ieder geval duidelijk is geworden,
Is dat de mensen in Nederland er heel verschillend in staan.
Bijvoorbeeld als je het hebt over het toelaten van vluchtelingen.
Over duurzaamheid en omgaan met het klimaat.
Over hoe we de economie weer op gang kunnen krijgen.
Over zorg voor zieken en ouderen.

En nu is het de taak van de partijen die gekozen zijn,
om met elkaar in gesprek te gaan over deze verschillen.
Om elkaar over die verschillen heen,
over de harde woorden die ze gezegd hebben heen,
De hand te reiken,
En een nieuwe regering te vormen.

Het lijkt alsof wij nu weer achterover kunnen gaan zitten,
En kijken hoe zij het gaan aanpakken.
Maar dat is niet helemaal eerlijk.
De verkiezingen maken namelijk ook duidelijk hoe makkelijk het is voor ons, om elkaar in een hokje te stoppen.
Dan bedoel ik geen stemhokje,
Maar ik bedoel hoe makkelijk het is om een ander weg te zetten als dom,
Als iemand die er niet toe doet.
Alleen maar omdat diegene op een andere partij stemt, bijvoorbeeld.

En juist daarin houdt het verhaal dat we vandaag hebben gehoord ons een spiegel voor.

Het is een verhaal over een Samaritaanse vrouw.
Omdat wij niet zo thuis zijn in de verschillen tussen Joden en Samaritanen, kan ik dat wel uit gaan leggen,
Maar eigenlijk wil ik proberen om het wat dichterbij te halen.
Daarom zou ik het verhaal eens willen vertellen,
alsof Jezus ergens bij ons in de buurt langs zou komen.
In Nieuwe Pekela bijvoorbeeld,
de plek waar de PVV met één stem meer de grootste partij is geworden.

Wat als Jezus in Nieuwe Pekela,
Bij de voedselbank zou komen,
En als hij daar een vrouw zou ontmoeten.
Er is weinig dat deze vrouw verbindt met de mensen die gewoon naar de supermarkt gaan.
Ze leven langs elkaar heen.
Vermijden elkaar misschien wel.

Net zoals de Samaritaanse vrouw en haar dorpgsgenoten,
die hun water halen bij verschillende bronnen.
Ze wordt met de nek aangekeken in haar dorp.
Daarom mag ze niet bij de waterput in het dorp komen,
Alleen bij die buiten het dorp.
En ze komt er ook nog op het midden van de dag.
Dan was het het warmst,
en kwam je zo min mogelijk mensen tegen.

Deze vrouw is boos.
Ze voelt dat haar onrecht is aangedaan.
Ze zit vast in het leven dat ze leidt,
Ze heeft zelf geen mogelijkheden om daaruit te komen.
Want ze heeft een hoge schuld.
En ze kan geen werk vinden.
Ze heeft een aantal verkeerde relaties achter de rug,
En in haar huidige relatie gaat het ook al niet geweldig.

Ze kijkt met een beetje jaloezie naar de mensen die wel gewoon boodschappen kunnen doen in de winkel.
Die hun leven beter voor elkaar lijken te hebben.
Ze voelt zich alsof anderen haar veroordelen door het leven dat ze leidt.
Ook al wordt dat niet hardop tegen haar gezegd.
Want dat is hoe de wereld werkt.

Daardoor heeft ze een harde houding aangenomen.
Ze doet zich stoerder voor dan ze eigenlijk is.
Haar haar is geverfd, ze heeft wat tatoeages,
Ze draagt een leren jack.
Omdat anderen haar op afstand houden, haar veroordelen,
Houdt zij zichzelf ook op afstand van anderen.

En ze doet misschien wel hetzelfde als wat die andere mensen tegen haar doen:
Ze probeert een schuldige aan te wijzen voor wat er mis is in haar leven.
In dit geval richting mensen die van buiten naar ons land komen.
De mensen om haar heen doen dat ook,
Dat maakt het makkelijk om daarin mee te gaan.

Als Jezus’ leerlingen naar de supermarkt gaan om eten te kopen,
gaat Jezus zelf naar de voedselbank toe.
De vrouw, die daar speciaal op een tijd gekomen is waarvan ze wist dat er weinig anderen zouden zijn,
ziet hem al aankomen. Een buitenlander.
Zo iemand met wie zij eigenlijk niets heeft.
Het is rustig, ze zijn de enigen.
En die buitenlandse man komt naar haar toe.
En hij vraagt haar:
zou je een glas water voor me willen halen.

Het verbaast de vrouw dat deze man haar zomaar aanspreekt.
Als eerste denkt ze: pak het lekker zelf!
Maar het doet ook iets met haar.
Ze is gewend dat anderen haar negeren,
Op afstand houden.
Deze man komt juist zelf heel kwetsbaar naar haar toe.
Hij vraagt haar om hulp.

Ze vraagt hem: waarom vraagt u dat aan mij?
Jezus zegt tegen haar:
Als je wist wat God je wil geven,
en wie het is die jou om water vraagt,
dan zou jij mij erom vragen,
en ik zou je levend water geven.’
Ik weet niet hoe jij zou reageren als iemand zoiets zou zeggen,
Maar ik zou meteen even een stapje terug doen.
De vrouw doet dat denk ik ook.
Wat moet deze man van haar?
Maar de woorden van Jezus maken iets bij haar los.
En ze wordt ook wel een beetje nieuwsgierig.
Wat bedoelt hij met dat ‘levende water’?

Ze probeert er een grapje van te maken.
Ik wil best water voor u halen, hoor. Maar levend water heb ik niet.
Is dat soms ander water dan wat er uit de kraan komt?
Of is dat een merk of zo?

Jezus glimlacht, en kijkt haar aan.
Ik heb het niet over gewoon water, zegt hij.
Ik heb het over iets heel anders.
Als je gewoon water drinkt,
dan krijg je na een tijdje weer dorst.
Maar als je het water drinkt dat ik je geef,
Zal je nooit meer dorst krijgen.
Ik heb het over Gods liefde.
Zijn liefde mag een bron in je zijn die niet meer opdroogt.
Ook als anderen jou veroordelen.
Dan blijft die liefde.

De vrouw wordt stil.
De woorden van deze vreemde man raken haar,
al begrijpt ze niet goed waarom.
Ergens is ze nog steeds bang dat deze man iets van haar wil.
In haar hoofd klinken de woorden na:
buitenlanders zijn niet te vertrouwen. Niemand is te vertrouwen.
Waarom wil ze hem dan wel vertrouwen?
Ze blijft even stil, en dan vraagt ze hem:
Wat moet ik daarvoor doen?

Wat Jezus dan zegt, is nog vreemder dan wat hij daarvoor zei:
Ga je man halen, en kom dan weer terug.
De vrouw is even verbaasd. Haar man?
Ik heb helemaal geen man, zegt ze.
Ze hoeft deze vreemdeling natuurlijk niet helemaal te vertellen hoe het zit. Dat gaat hem niets aan.

Maar Jezus zegt: je hebt gelijk.
Je hebt al vijf mannen gehad,
en degene met wie je nu samenwoont is je man niet.
De vrouw schrikt. Hoe weet hij dat?

Vanaf hier zou het verhaal in deze tijd waarschijnlijk heel anders gaan dan in het verhaal van de Samaritaanse vrouw.
De Samaritaanse vrouw had wel een ander geloof dan Jezus,
maar ze deelden ook heel veel.
Ze dacht meteen dat Jezus een profeet was.
In deze tijd zou de vrouw misschien eerder denken dat Jezus een soort paranormaal begaafde was,
zoals je ook wel eens op TV ziet.

Maar net als in het verhaal van de Samaritaanse vrouw,
Zou ze daarover in gesprek gaan met Jezus.
Ze zou hem proberen uit te leggen wat de verschillen zijn
tussen hoe hij de wereld ziet en hoe zij de wereld ziet.
Zo probeert ze Jezus,
die zoveel van haar lijkt te weten
met argumenten die ze van anderen heeft gehoord op een afstandje te houden.
Maar tijdens het gesprek zou ze erachter komen dat Jezus anders is.
Dat wat hij doet en zegt geen trucje is,
om indruk bij haar te maken.
Dat Hij oprecht geïnteresseerd is in haar.
Om haar geeft.

Ze probeert in discussie te gaan met Jezus,
Maar steeds weer wordt ze verrast door zijn antwoorden,
En door de vragen die hij stelt.
Die ontwapenen haar.

Ze kwam naar de voedselbank voor levensmiddelen,
Zodat ze haar leven door kon leven zoals het was.
Maar het gesprek met Jezus roept bij haar een verlangen wakker.
De manier waarop ze naar de wereld keek,
Waarbij ze zichzelf gevangen voelde in haar omstandigheden,
Die begint te veranderen.
Door de woorden van Jezus begint ze te verlangen naar God.
Naar dat ze zich door Hem geliefd mag weten.
Naar dat ze niet meer afhankelijk is van wat anderen van haar vinden,
Van het oordeel dat andere mensen over haar hebben,
Maar dat ze zelf een bron mag worden, van levend water.

Ze wordt steeds benieuwder naar deze man.
Die de tijd neemt om naar haar te luisteren.
Die haar niet veroordeelt,
ook al weet hij zo veel over haar.
Over haar verleden.
Over dat ze steeds weer de foute mannen kiest.
Over hoe ze nu in haar vel zit.
En die haar ondanks dat vertelt over een God die van haar houdt.

Haar schaamte, en haar boosheid,
Beginnen plaats te maken voor blijdschap.
Haar leven verandert door deze ontmoeting.
En als Jezus´ leerlingen aankomen,
Laat ze haar mandje met spullen van de voedselbank staan,
En rent ze naar buiten.
Ze stuurt appjes naar iedereen die ze kent.
En ze spreekt mensen aan op straat.
Kom kijken! Ik heb zo´n bijzondere man ontmoet!
Hij weet alles over mij!

Ze komt mensen tegen die op de PVV hebben gestemd, en op de VVD. Op het CDA, op D66.
Op de SP, de SGP of de Christenunie.
Op Groen-Links of de PvdA.
En mensen die niks gestemd hebben.
Iedereen komt kijken wat er aan de hand is.
Ze spreken zelf met Jezus,
En raken zelf ook onder de indruk van hem.

Misschien heb je al wel een idee waarom ik dit verhaal op deze manier heb verteld.
Het laat ons zien dat Jezus tijdens zijn leven juist de mensen opzocht die heel anders waren.
Mensen die door anderen ontweken werden.
Die daarom een schild om zich heen hadden opgetrokken.

We leven in een samenleving die erg verdeeld is.
De verkiezingen hebben dat laten zien.
En die verdeeldheid is niet de schuld van één bevolkingsgroep.
Het is niet de schuld van de elite.
Of van de moslims.
Of van de PVV-stemmers.
Van de liberalen,
of van de christenen,
Of van de milieuactivisten.

We doen daar allemaal aan mee.
We hebben allemaal mensen die we ontwijken, of negeren.
Die we liever niet tegenkomen.
Die we aso´s vinden.
Terwijl we ze eigenlijk helemaal niet kennen.

Jezus’ houding naar deze vrouw laat ons iets zien van hoe het anders kan.
Hij doet niet alsof er niets aan de hand is in haar leven.
Hij weet van de dingen die ze heeft meegemaakt,
En ook van de fouten, misschien best wel grote fouten,
die ze zelf heeft gemaakt.
Hij ontkent die dingen niet.
God vraagt niet van ons om naïef te zijn.

Maar deze vrouw is voor Hem wel van waarde.
Jezus geeft om haar.
En, dat is ook heel belangrijk,
hij ziet haar als iemand die ook iets te geven heeft.

Jezus weet, dat als zij iets mag proeven van Gods liefde,
Dat ze zelf ook een bron van levend water mag worden.
Daarom zegt hij haar niet wat ze moet doen,
Probeert hij haar niet te overtuigen.
Maar Hij laat haar weten dat ze door God geliefd is.
En juist dat is wat haar verandert.

En dat is ook wat de mensen om haar heen verandert,
Die door haar ook Jezus ontmoeten.
Want uiteindelijk is dat niet alleen wat sommige mensen nodig hebben,
Maar wat wij allemaal nodig hebben.
Dat we bij Hem het levende water mogen vinden.

Als dat gebeurt, mogen wij, net zoals deze vrouw,
zelf ook een bron worden,
Die overstroomt van Gods liefde.
En mogen mensen om ons heen,
Misschien wel door ons heen,
Daar iets van merken.
Van hoe mooi het is om dat levende water te ontvangen.
Om Gods liefde te mogen krijgen.
En mogen wij ons laten verbazen,
Over wat God doet in de levens van mensen die zo anders zijn dan wij.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *