God is een herder

Teksten: Psalm 23; Johannes 10:7-16

Als je schapen wilt zien, hoef je hier in de buurt niet lang te zoeken.
Je stapt op je fiets, of in je auto, en rijdt naar de dijk.
En als het een beetje goed weer is kom je ze daar vanzelf tegen.
Schapen zijn makke dieren.
En ook best lieve dieren.
Maar ze zijn wel een beetje eenkennig.
Ze laten zich niet zomaar aaien,
en houden zich een beetje op afstand.
Alleen als ze je kennen, dan laten ze je toe.

Nou zien we vaak genoeg schapen.
Maar een herder zien we in deze tijd minder vaak.
In elk geval niet zo’n herder als in de teksten die we hebben gelezen.
Iemand die grote stukken gaat lopen met de schapen,
op zoek naar goede grond om te grazen.
Dat is hier in Nederland helemaal niet meer nodig,
want hier is gras genoeg.

In de tijd van Abraham en Isaak, de tijd van de nomaden,
was het beroep van herder een belangrijk beroep, dat veel voorkwam.
Maar het was geen makkelijk werk.
De herder moest scherp op de schapen letten.
Ze in het oog houden, om te kijken of ze niet afdwaalden.
Hij beschermde ze tegen roofdieren.

Een herder moest voor de schapen zorgen.
Ook in de droge zomers, als het moeilijk was om goede weidegrond te vinden.
De schapen waren dan helemaal afhankelijk van hun herder.
Als herder was je altijd onderweg.
Het was gevaarlijk, en vermoeiend werk.

De leven van de mensen van Israël was verweven met het beeld van de herders.
Het maakte deel uit van hun geschiedenis,
en ook nog steeds van hun dagelijkse leven.

Het omdat het beeld van de herder zo herkenbaar was voor veel mensen,
werd het ook vaak toegepast op God:
Hij was de herder van zijn volk.
Zelfs koningen waren geen herders op de manier waarop God dat was.
Soms kregen die er zelfs flink van langs door de profeten,
Omdat ze op zo’n manier omgingen met Gods volk,
Dat ze er alleen zelf beter werden.
Ze faalden als herders doordat ze niet op God gericht waren,
en niet op het welzijn van de mensen,
maar alleen op zichzelf.

Het beeld van herder werd in het Oude Testament ook gebruikt
om de messias te omschrijven, de gezalfde van God.
De mensen geloofden dat hij als een herder de verloren schapen van het huis Israël bij elkaar zou brengen,
hen redding zou brengen.

In de tijd van Jezus was het beeld van herder al behoorlijk veranderd.
Je kwam nog wel regelmatig herders tegen,
denk maar aan het kerstverhaal,
Maar mensen keken er niet meer zo positief tegenaan.
Herders werden gezien als ruw, onbetrouwbaar en oneerlijk.
Daarom spreekt Jezus over zichzelf als de goede herder,
Tegenover de dieven, en de ingehuurde herders.

In Psalm 23 wordt het beeld van de herder gebruikt om iets te zeggen over God.
En in Johannes 10 vertelt Jezus aan de hand van dit beeld over zichzelf.
Het zijn teksten waar veel in staat,
ook veel waar je op het eerste oog overheen kunt lezen.
En daarom wil ik in deze preek met jullie dat beeld van de herder eens verkennen.

De herder leidt de schapen naar goede weidegrond.
Ik vertelde net al dat herder zijn in de tijd van de Bijbel soms best een uitdaging kon zijn.
Mensen die schapen hielden woonden aan de rand van de woestijn.
In de regenperiode was daar genoeg gras voor de schapen.
Maar zeker in de droge zomers was er schaarste, en groeide er weinig.
Soms moest je dagen lopen om een stuk met gras te vinden.

Uit het beeld van God als herder spreekt daarom veel vertrouwen.
De schapen volgden de herder, zelfs door dorre en droge gebieden,
Omdat ze vertrouwden dat hij ze naar groene weiden zou leiden,
Naar plaatsen waar genoeg te eten was.

Nou staat dat beeld van schapen die de herder volgen wel ver van ons af.
Misschien voelt het voor ons wel een beetje te passief.
Wij houden liever zelf de controle over ons leven in eigen handen,
Willen onze eigen beslissingen maken.
Kunnen wij nog wel wat met dat beeld van de herder?

Tegelijk kun je je wel afvragen of dat helemaal waar is,
dat wij zelf de controle over ons leven in handen hebben.
En dat we zo onafhankelijk zijn van anderen.
Als mensen laten we ons gemakkelijk beïnvloeden door wat er om ons heen gebeurt.
Soms zijn we net als schapen een beetje kuddedieren.

En er zijn ook nu nog genoeg herders in de wereld om ons heen.
Mensen, en dingen, waar wij ons vertrouwen in stellen.
Maar zijn die ook altijd te vertrouwen?
Kijk naar de laatste tijd,
nu mensen hun vertrouwen stellen op sommige politici,
mensen met een grote mond,
die beloven dat ze alles goed zullen maken.
Maar die, als puntje bij paaltje komt,
hun land alleen nog maar verder de afgrond in leiden.

De Bijbel zegt: God is een herder op wie je kunt vertrouwen.
Eén die je vertrouwen niet zal beschamen.
Een goede herder,
Geen huurling, die alleen maar uit is op zijn eigen gewin.
Of die vlucht als er iets ergs gebeurt. (…)

Jezus zegt: De schapen kennen de stem van de herder.
Ik vertelde al dat schapen niet veel moeten hebben van vreemdelingen.
Maar de band van schapen met hun herder is juist heel diep.
In het midden-oosten is een herder heel erg toegewijd naar zijn schapen.
Hij praat tegen ze, en hij zingt zelfs voor ze.
Soms hadden herders een fluit,
waarmee ze een korte melodie floten.
Als er dan meerdere kudden door elkaar liepen,
Wisten de schapen welke herder ze moesten volgen.
Zo zegt Jezus:
Ik ben de goede herder, en ik ken wie bij mij horen,
en wie bij mij horen kennen mij. Ze horen mijn stem.
Zoals de Vader mij kent en ik de Vader ken.

Het is een heel intiem beeld,
Eigenlijk vergelijkt Jezus de relatie die Hij met ons heeft,
Met de relatie die Hij met God, met zijn Vader heeft.
Het beeld van God als herder is niet onpersoonlijk,
Het is juist heel nabij.
Het gaat over dat God ons heel persoonlijk kent.
En dat wij Hem heel persoonlijk mogen kennen.
Mogen leren luisteren naar zijn stem, die ons roept. (…)

Hij leidt ze door moeilijke plaatsen.
Soms waren er momenten dat de schapen wel moesten vertrouwen op hun herder.
Dat ze helemaal van hem afhankelijk waren.
Als er roofdieren kwamen, dan was een kudde schapen erg kwetsbaar.
Als er dan een herder was die zelf bang was, en die vluchtte,
dan waren de schapen aan hun lot overgeleverd.

En soms moest de herder de schapen door gevaarlijke plekken heen loodsen.
Door woestijnen, langs rotsen met steile paden, of door donkere dalen.
Plaatsen waar je gemakkelijk kon verdwalen,
Of waar ongelukken konden gebeuren.

Psalm 23 is vanouds een psalm die wordt gelezen op moeilijke momenten in het leven.
Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis,
ik vrees geen kwaad,
want Gij zijt bij mij;
uw stok en uw staf, die vertroosten mij.

De psalm gaat over dat God bij je is,
zelfs op momenten dat het donker is,
Dat je niet meer weet wat je moet doen,
hoe je verder moet met je leven.
Dat Hij met je mee gaat door het dal van de doodsschaduwen.
Het zijn woorden die troost kunnen geven.
Ook al zie je op dat moment geen uitweg,
God laat je niet los.
Ook al kun je niet op eigen krachten verder komen,
Zijn stok en zijn staf geven je moed.
Hij houdt je vast, en beschermt je tegen gevaar.

Jezus zegt: ik ben niet als een herder die zijn schapen aan hun lot overlaat.
Die alleen zijn eigen hachje redt.
Ik ben zelfs bereid mijn leven te geven om jullie te beschermen.
Je kunt op mij vertrouwen. (…)

Jezus zegt niet alleen dat hij de herder is.
Hij zegt ook: ik ben de deur voor de schapen.
Nou kun je denken: de deur? Wat bedoelt hij daarmee?
Maar met deze woorden zegt Jezus iets heel erg belangrijks over zichzelf.
Allereerst zegt hij dat hij de schapen helpt om weidegrond te vinden,
Om in en uit te lopen.
Als je dat hoort, denk je: is dat zo bijzonder?
Maar nog belangrijker is het dat hij zegt:
door mij kunnen ze weidegrond vinden.
Want Ik geef het leven in al zijn volheid.

Het woord dat Jezus hier gebruikt voor ‘leven’ is niet het standaard woord.
In het Grieks is dat ‘bios’,
daar komt ook ons woord ‘biologie’ vandaan.
Het woord dat Jezus gebruikt is ‘Zoë’.
Dat betekent ‘eeuwig leven’, ‘geestelijk leven’.
De overvloed van leven waar Jezus het over heeft,
gaat niet alleen over dat je genoeg hebt om van te leven,
dat je genoeg te eten en te drinken hebt,
Het gaat over veel meer dan dat.
Het gaat over het leven met God.
Eigenlijk zegt Jezus:
Ik ben de deur, waardoor je het leven met God kunt vinden,
in al zijn overvloed.
Alleen door mij kun je Gods nabijheid vinden.

Het bijzondere is dat dat beeld van overvloed ook terugkomt in Psalm 23.
U zalft mijn hoofd met olie.
Mijn beker vloeit over.
In de nabijheid van God vind je vreugde, en liefde.
Niet een klein beetje, maar overvloedig, eindeloos veel.
Jezus vertelt ons over een God die het goed met ons voor heeft.
In wiens nabijheid we niets tekort hoeven te komen.
Bij wie we op mogen leven,
en nieuwe kracht mogen vinden.
Bij wie we zelfs eeuwig leven mogen vinden, in alle overvloed.

Die God wil als een herder zijn in ons leven.
Als een God op wie we kunnen vertrouwen.
Als een God die ons persoonlijk kent,
en die wij ook steeds meer mogen leren kennen.
Als een God die dicht bij ons is,
op de moeilijke momenten in ons leven.
En als een God die ons het leven wil geven in alle overvloed.

Dat alles bij elkaar maakt het beeld van God als een herder erg bijzonder,
Zelfs nu, in een tijd waarin we daar misschien minder een beeld bij hebben.
Want dat God is als een herder,
vertelt ons alles over wie God wil zijn in ons leven.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *