De geloofsbelijdenis

In de apostolische geloofsbelijdenis, een tekst die is ontstaan in de eerste eeuwen van het christelijk geloof, wordt de kern van ons geloof omschreven. Deze geloofsbelijdenis vormt de basis van veel kerken.

De afgelopen tijd hebben we het in de belijdeniscatechisatie met elkaar gehad over de verschillende thema´s van de geloofsbelijdenis. In een kort stukje tekst wordt eigenlijk heel veel gezegd. Daarom heb ik bij de 12 punten van de geloofsbelijdenis steeds een korte uitleg geschreven:

1 Ik geloof in God de Vader, de almachtige, Schepper van hemel en aarde.
Hier worden drie dingen over God gezegd. Hij is de Vader. Hij is almachtig. En Hij is de maker van hemel en aarde. God is een ´Vader´: het is bijzonder dat de geloofsbelijdenis daarmee begint. Hij kent jou, en geeft om jou als een Vader. Hij is een persoonlijke God, met wie je een relatie mag hebben. God is ´Schepper´: tegenwoordig wordt daar verschillend tegen aangekeken. Heeft God letterlijk de aarde geschapen, of heeft hij het ´in gang gezet´? Hoe je hier ook tegenaan kijkt: God staat aan de basis van de wereld. Maar nog belangrijker is dat God een drieënige God is. Hij bestaat uit drie personen: Vader, Zoon en Heilige Geest. Die beweging zie je terug in de geloofsbelijdenis.

2 Ik geloof in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heer,
´Jezus is Heer´ is één van de oudste belijdenissen, die voorkomt op meerdere plekken in het Nieuwe Testament. Het Griekse woord voor ´Heer´ is ´Kurios´. Denk aan het ´Kyrië eleison´, een oud gebed dat soms nog klinkt in de dienst. ´Heer, ontferm U´ betekent dat. Kurios is het woord waarmee God wordt aangesproken. Dat Jezus Heer wordt genoemd, betekent dat hij niet alleen maar een gewoon mens is, maar de Zoon van de allerhoogste God. Deel van God zelf. Daarom is dat op zich al een geloofsbelijdenis.

3 Die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria,
Het is het verhaal van Kerst. Maria werd zwanger, nog voor ze sliep met Jozef. Het is een wonderlijk verhaal; God werd mens, en deelde zijn leven met ons. Soms wordt er kritisch tegenaan gekeken. Maar je kunt je er ook over ´verwonderen´. Want als God groot genoeg is om de wereld te maken, zou Hij dit dan niet kunnen?

4 Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, neergedaald in het rijk van de dood.
Dit deel vormt een belangrijke kern van ons geloof: dat Jezus zijn leven heeft gegeven, uit liefde voor ons. Aan het kruis nam hij onze zonde en onze pijn op zijn schouders. Hij stierf: niet een klein beetje, maar helemaal. Het laat zien hoe ver Gods liefde voor ons gaat.

5 Op de derde dag opgestaan van de doden,
De opstanding van Jezus is het moment waarop alles anders wordt. De zonde en de dood zijn verslagen. Jezus is overwinnaar. Hij staat op uit zijn graf. God keert alles om.

6 Opgevaren aan de hemel, waar hij zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader,
Jezus bleef niet hier. Zijn rechtmatige plaats is bij God, de Vader. Maar hij liet ons niet alleen: Hij gaf ons zijn Heilige Geest.

7 Vanwaar hij zal komen om te oordelen over de levenden en de doden.
Op een dag komt Jezus terug. Dan komen er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Hoe zie jij dat voor je?

8 Ik geloof in de Heilige Geest,
De Heilige Geest helpt ons om te zien wie God is, om Hem te kennen, en om te zien wat God van ons wil. Hij helpt ons om ons leven te veranderen, in Gods licht te zetten. Hij vormt de basis van de kerk.

9 Ik geloof in één heilige algemene christelijke kerk, de gemeenschap van heiligen,
Vier woorden: één, heilig, algemeen, christelijk. Er is één kerk, hoe wij mensen ook kerken van elkaar scheiden. Die kerk is ´heilig´, zoals de mensen die in Jezus geloven ´heilig´ zijn: niet omdat ze zelf zo goed zijn, maar omdat ze hun waarde in God mogen vinden. ´Algemeen´ of ´katholiek´ heeft dezelfde betekenis als één: er is één algemene kerk. Als plaatselijke kerk kun je niet losstaan van de kerk wereldwijd. En christelijk spreekt voor zich: wie een volgeling van Jezus Christus is, hoort bij de kerk. Samen vormen we de gemeenschap van heiligen. Een groep mensen die samen Jezus willen volgen, en geheiligd worden door ons geloof in Hem.

10 De vergeving van zonden,
Doordat Jezus zijn leven voor ons gaf, zijn onze zonden vergeven. Niets kan meer tussen ons en God in komen te staan. Het woord dat hierbij hoort, is ´genade´. Wij mogen Gods liefde gratis ontvangen. Daar hoeven we niets voor te doen.

11 De opstanding van het lichaam,
Er is leven na de dood. Dat kan een grote troost zijn als je iemand verliest van wie je houdt. Hoe dat leven eruit ziet, daar is de Bijbel niet heel precies over. Paulus vergelijkt het met zaaien: je stopt een zaadje in de grond, en er komt een prachtige plant uit. Zo is het leven na dit leven ook heel anders, niet te vergelijken met dit leven. Wel weten we: we krijgen een nieuw lichaam.

12 En een eeuwig leven.
Een eeuwig leven, een leven voor altijd. En het belangrijkste: we mogen in Gods nabijheid zijn. Nu kunnen we Hem niet zien, straks mogen we delen in zijn heerlijkheid. Alles wat pijn deed, verdriet, zal er dan niet meer zijn.

Een gedachte over “De geloofsbelijdenis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *