Onze strijd is niet tegen mensen…

Tekst: Efeziërs 6:10-18

Nog geen week geleden was het Kerst.
We hebben stil gestaan bij de geboorte van Jezus.
In Hem kwam de God van hemel en aarde dichtbij.
Het maakt kerst een feest van licht, en hoop,
waarbij je even alle zorgen opzij zet.

De dag na Kerst liep ik in een supermarkt,
en er klonk nog wat kerstmuziek uit de speakers.
In plaats van dat het het kerstgevoel weer terugriep, dacht ik ineens:
nu is Kerst weer voorbij.
Kerst is een prachtig feest.
Maar na Kerst word je weer met beide benen op de grond gezet.
Reality kicks in, zoals de Amerikanen zeggen.

En die realiteit is niet altijd een fijne realiteit.
Vandaag is het oudjaarsdag.
Een dag waarop je terugkijkt naar het afgelopen jaar.
Dat afgelopen jaar is een bewogen jaar geweest als je kijkt naar het grote nieuws.
En misschien is er ook wel veel gebeurd in je eigen leven.
Aan het begin van het jaar kijk je vooruit,
je hebt bepaalde verwachtingen.
Aan het eind van het jaar is er veel veranderd.
En niet altijd ten goede.


Datzelfde gevoel komt ook een beetje terug in het Bijbelgedeelte dat we hebben gelezen.
De brief aan de Efeziërs is een mooie en hoopvolle brief.
Paulus vertelt over Gods liefde, die hij liet zien in Jezus Christus.
Dat Jezus de muur die tussen God en ons in stond heeft afgebroken.
Dat Gods liefde zo groot is,
dat we niet eens kunnen bevatten hoe hoog en groot en diep die is.

Maar dan, aan het einde van de brief, verandert Paulus zijn toon.
Hij heeft geschreven over zijn geloof,
zijn hoop gedeeld met de mensen in Efeze.
Maar aan het eind zegt hij: zo hoopvol is jullie eigen situatie niet.
Het leven van de christenen in Efeze is meer een strijd,
een worsteling met het kwaad dat elke dag op ze afkomt.

De brief aan de Efeziërs is namelijk ook geschreven in tijd waarin er veel gebeurde.
De christelijke gemeentes waren nog maar net gevormd,
en ze waren zichzelf aan het ontdekken.
Misschien een beetje vergelijkbaar met hoe wij onszelf aan het ontdekken zijn,
als kerk die nu een paar jaar samen is, en waar er veel verandert.

Daarnaast had de kerk, ook in Efeze, te maken met vervolgingen. Christenen probeerden hun leven vorm te geven vanuit het evangelie, maar stuitten daarbij op weerstand.
Ze werden uitgestoten, opgepakt en gevangengezet.
Ze konden zich niet zomaar laten horen op straat.
Het gaf veel onzekerheid.

Zoals wij nu onzekerheid kennen door het nieuws van het afgelopen jaar.
Doordat zomaar iemand achter het stuur van een vrachtwagen gaat zitten en op mensen inrijdt.
Doordat iemand explosieven plaatst bij een vliegveld.
Allemaal in de hoop om mensen te doden, uit wraak,
of omdat ze geloven dat dat goed is.
Omdat ze geloven dat God dat van ze vraagt.

En onze reactie kan dan zijn dat we bang worden.
Dat we maatregelen willen nemen om dat te veranderen.
Dat we ons tegen vluchtelingen keren omdat ze uit een moslimland komen,
en dus mogelijk terrorist zouden kunnen zijn.
De Duitse bondskanselier Angela Merkel was vriendelijk tegen vluchtelingen,
maar na de aanslag in Berlijn zetten mensen foto’s van haar op het internet met bloed aan haar handen:
haar vriendelijkheid, haar gastvrijheid,
had de aanslag mogelijk gemaakt, vonden ze.
Angst regeert.

Hoe kun je in deze tijd reageren als christen?
In deze realiteit waar we in leven?
Ga je anderen wantrouwen? Neem je wraak?
Dan maar de grenzen dicht, weg met die vluchtelingen?

Het waren dezelfde vragen als waar die christenen mee worstelden toen ze vervolgd werden.
Wat moesten ze ertegen doen?
Zichzelf verdedigen?
Met dezelfde wapens terugvechten?

Paulus zegt daarover iets heel opmerkelijks, iets waar je even over na moet denken voor je begrijpt wat hij bedoelt:
onze strijd is niet gericht tegen vlees en bloed, niet tegen mensen,
maar tegen de machten van het kwaad.

De machten van het kwaad.
Die zien we vandaag de dag overal om ons heen.
Oorlog, paniek, angst, haat, wantrouwen.
We voelen ons onmachtig tegenover die machten.
Keer op keer beginnen mensen met de beste bedoelingen te bouwen aan een goede wereld.
En keer op keer staan er weer nieuwe kwaden op.

Net als wij christenen geloven in een goede God,
vertelt de Bijbel ook over die machten van het kwaad.
Over de listen van de duivel.
Het is iets ongrijpbaars, waar we soms moeilijk mee uit de voeten kunnen.
Maar dat ze er zijn, dat kun je moeilijk ontkennen.
Niet als je naar de Bijbel kijkt, en ook niet als je om je heen kijkt.
Paulus zegt: tegen hen is onze strijd gericht.
Niet tegen mensen.

En als hij dat zegt, bedoelt hij dat letterlijk.
Als christen helpt het niet om mensen als Trump, Poetin, Erdogan of wie dan ook te demoniseren.
En ook niet om vluchtelingen of moslims te vereenzelvigen met het kwaad.

Maar waar moet je dan tegen strijden?
En kunnen wij dat wel?

Wat Paulus allereerst wil zeggen,
is dat we ons niet hoeven te laten intimideren door alles wat er gebeurt.
We mogen de wapenrusting van God aantrekken,
om stand te houden tegen het kwaad.
Om hoop te houden.
Om er zelf geen deel van te worden.

Misschien ken je het verhaal van David en Goliath.
Toen bekend werd dat hij tegen de enorme Goliath wilde vechten, gaf koning Saul zijn wapenrusting aan David.
Maar die was veel te zwaar, en veel te groot voor David.
David deed de wapenrusting uit,
en tot ontsteltenis van de mensen om hem heen ging hij alleen bewapend met een slinger naar Goliath toe.
Hij vertrouwde dat God hem zou beschermen.
En hij versloeg Goliath.
Wat niemand had verwacht, gebeurde.

David won niet doordat hij die geweldige wapenrusting van Saul gebruikte.
Hij zocht zijn kracht bij God. En daarom won hij.
Dat is waarom Paulus zegt:
om stand te kunnen houden tegen het kwaad,
om niet de hoop te verliezen, om goed voorbereid te zijn,
heb je de wapenrusting van God nodig.
Op een andere manier red je het niet.
Wat voor wapens je ook hebt.

Die wapenrusting, een geestelijke wapenrusting,
die krijg je volgens Paulus door je kracht te zoeken in God.
Door zijn kracht te kennen, en dicht bij Hem te leven.

Die wapenrusting is niet iets waar je zelf voor kunt zorgen.
Het is iets dat je van God mag ontvangen.
Of misschien kun je zelfs zeggen: God zelf is de wapenrusting.
Paulus heeft het over waarheid, vertrouwen op het evangelie, gerechtigheid, geloof, redding.
Allemaal eigenschappen die bij God horen.
Wij mogen als het ware die eigenschappen aantrekken.
Ze zichtbaar laten worden in ons eigen leven.

Houd stand, zegt Paulus, met de waarheid als gordel om uw heupen.
Die waarheid, dat is waar Paulus het eerder over heeft gehad in de brief aan de Efeziërs.
De waarheid dat er een God is, die een God van liefde is.
Dat Hij die liefde heeft laten zien in Jezus, zijn zoon.
Hij gaf zijn leven, ook voor jou,
om het weer goed te maken tussen God en ons.
Om alles wat tussen Hem en jou in stond weg te nemen.

Het is een waarheid waar je stevig op mag blijven staan.
Waar je je steeds weer door mag laten bemoedigen.
Die we steeds weer aan elkaar mogen vertellen.
Een waarheid die je hoop mag geven.
Want er is niets dat je kan scheiden van de liefde van God.

Vervolgens zegt hij: houd stand met de gerechtigheid als harnas om uw borst.
God is een God van recht.
Een God die je vraagt om net zoveel om je naaste te geven als je om jezelf geven.
Dat is niet bedoeld als een rekensom:
het betekent dat je er voor een ander bent als die je nodig heeft.
Dat je eerlijk bent, en oprecht. Barmhartig.
Dat je geloof niet alleen bestaat uit woorden, maar ook uit daden.
Omdat God zelf ook zo is.
Hij geeft om de wees en de weduwe.
Zijn gerechtigheid mag zichtbaar worden in jouw leven.

Houd stand met de inzet voor het evangelie van de vrede als sandalen aan uw voeten.
Met het evangelie van de vrede bedoelt Paulus de vrede die Jezus heeft gebracht.
De vrede die God je wil geven.
Het is een vrede die je leven mag doortrekken.
Die je kracht en hoop mag geven als je bang bent.
En het is een vrede die je uit mag stralen,
mag delen met mensen om je heen.
Niet alleen in woorden,
maar ook in hoe we ons opstellen naar elkaar en naar anderen.

En draag bovenal het geloof als schild waarmee u alle brandende pijlen van hem die het kwaad zelf is kunt doven.
Het geloof als een schild.
Soms zijn er momenten dat het moeilijk is om te blijven geloven.
Dat het leven op je af kan komen.
Dat je denkt: waar is God?
Met het schild van het geloof bedoelt Paulus niet dat je,
door maar hard genoeg te geloven, alles aankunt.
Het gaat hier niet om ons geloof,
maar om het geloof, en de trouw van God.
Je hoeven zelf die brandende pijlen die op je afkomen niet te doven.
Je mag met je vragen en problemen naar Hem toe gaan.
Hij is het schild die de brandende pijlen dooft.
En alles wat je hoeft te doen, is je kracht zoeken bij Hem.
Naar God toe gaan. Bij Hem schuilen.
Als laatste noemt Paulus de helm van de hoop op redding,
en het zwaard van de Geest: Gods woord.

De eerste dingen die hij opnoemde zijn dingen waar je zelf aan kunt werken.
De laatste twee zijn dingen die je gewoon mag ontvangen,
waar je zelf niets voor hoeft te doen.
Dat je de helm van de hoop op redding mogen dragen,
betekent dat je niet hóeft te twijfelen aan dat God van je houdt.
Dat je er mag zijn.
Dat je leven bij Hem geborgen mag zijn.
Daar mag je zeker van zijn.
Zowel in dit leven als in het volgende.

Het zwaard van de Geest, dat is het woord van God.
Het zijn de woorden die God tegen je zegt, door de Bijbel heen.
Die woorden mag je meedragen in je hart en je mond.
Dat woord leer je beter begrijpen door de Heilige Geest.
Het zijn woorden die je een spiegel voor kunnen houden.
Maar vooral ook woorden die je mogen bemoedigen.
Die je op Gods weg mogen zetten.
En de Heilige Geest wil je helpen om dat woord van God verder te brengen in de wereld.

Die wereld waarin we leven kan namelijk wel wat hoop gebruiken.
Als christenen hoeven we niet naïef te zijn.
We hoeven alles wat er in de wereld om ons heen gebeurt niet te ontkennen.
Het is belangrijk om te zien dat naast veel goeds,
er ook kwade machten in deze wereld aan het werk zijn.
Niet om je daardoor bang te laten maken.
Maar het is wel belangrijk om er alert op te zijn.
Tegenover al die krachten en machten mogen wij onze kracht vinden bij God.
Hij geeft ons waarheid. Gerechtigheid. Vrede.
Trouw. Hoop op redding.
Zijn woorden, en zijn heilige Geest.
Hij helpt ons om stand te houden,
tegenover de machten van het kwaad.
In alles wat er gebeurd,
Mogen wij ons geborgen weten in Gods goede en liefdevolle macht.
Hij is bij ons.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *