Kerst: Jezus, de verwachte Koning

Tekst: Lukas 2:15-20

Heb je ook wel eens gehad dat je iets heel erg graag wilde hebben?
Toen ik zelf nog een kind was, wilde ik heel erg graag een legokasteel.
Maar mijn ouders zeiden: dan moet je er eerst voor sparen!
En dus ging ik dat doen.
Ik moest een hele tijd wachten.
Tot het moment dat ik het eindelijk kon kopen!
Wat was ik blij!
Ik had zo lang gewacht, maar dat maakte het extra bijzonder!

Kerst gaat daar ook een beetje over, over wachten, en hopen.
Het gaat over de geboorte van een kind, Jezus.
Als er een kindje geboren gaat worden,
Dan kijken de ouders daar ook naar uit.
Ook zij moeten eerst een hele tijd wachten.
Ze zijn dan ‘in verwachting’.
Dat is een hele mooie tijd.
En natuurlijk ook wel spannend.
Gaat het allemaal goed komen?
Hoe zal het straks zijn als het kindje er is?

Net zoals je kunt wachten op een kindje,
Zo waren de mensen in Israël ook aan het wachten.
Al jaren. Zelfs al eeuwen.
Ze wachtten op de komst van de Messias.
Messias, Christus, dat is een ander woord voor ‘koning’.
Al zevenhonderd jaar voordat Jezus werd geboren deed de profeet Jesaja een belofte.
Dat er een koning geboren zou worden, die alles recht zou zetten. 
Hij zei:
Een jonge vrouw zal zwanger worden en ze zal een zoon krijgen.
Ze zal haar kind Immanuel noemen.
Dat betekent: God is bij ons.

En verderop zegt Jesaja:
Er is een kind geboren,
we hebben weer een koning.
Hij zal over ons regeren.
En zo zullen de mensen hem noemen:
Wijze Bestuurder,
Sterke God,
Vader voor Altijd,
Koning van de Vrede.

De mensen in Israël dachten vaak terug aan deze woorden van Jesaja.
Ze verlangden naar de Koning waar hij over sprak.
Ze verwachtten hem, al heel lang.
En tegelijk vroegen ze zich af:
Voor wie zouden deze bijzondere namen gelden?
Wat zouden ze betekenen?
En wie zou die koning zijn?
Wanneer zou hij komen?

En dat is waar het verhaal van Kerst begint.
Eigenlijk op een hele onverwachte plek:
Het begint bij Maria, een gewone jonge vrouw,
Die op het punt stond om te trouwen.
Op een dag was er ineens een engel bij haar gekomen.
En de engel had gezegd:
je hoeft niet bang te zijn, Maria.
God heeft je uitgekozen voor iets moois.
Je zult zwanger worden en een zoon krijgen.
En je zult het kind Jezus noemen.

Dit kind zou die koning zijn waar de mensen al zo lang op wachtten.
Maria kon het bijna niet bevatten.
Ze werd er stil van.
Maar toch zei ze heel dapper tegen de engel:
ik wil God dienen. Laat met me gebeuren wat u gezegd hebt.

Je kunt je wel voorstellen dat Maria het heel spannend vond.
Het is altijd wel spannend om een kind te krijgen,
Maar dit was wel helemaal bijzonder!
Ze was nog niet eens met Jozef getrouwd!
En dan toch een kind krijgen?
En dit kind, haar kind, zou de beloofde Koning zijn?

Vervolgens moest ze het aan Jozef vertellen.
Toen hij hoorde dat Maria zwanger was,
wist hij niet goed wat hij moest denken.
We zagen het al in de film:
Maria moet wel bang geweest zijn om het hem te vertellen.
En toen hij het gehoord had,
wilde hij haar zelfs in het geheim wegsturen.

Maar ook Jozef kreeg bezoek van een engel,
Die hem vertelde dat wat Maria zei waar was.
Dat dit kind het kind ‘Immanuël’ is, waar Jesaja het over had.
Het kind waarin God dichtbij zou komen.
Waarin hij het volk zou bevrijden van hun zonden.

Zoals Maria door God geroepen is als moeder van het kind,
zo krijgt Jozef de roeping om als vader voor Maria en voor het kind te zorgen.

Maria en Jozef zijn uitgekozen door God.
Die grote belofte uit het verleden komt ineens dichtbij.
Krijgt betekenis in hun eigen leven.
Die grote belofte, waar de mensen al eeuwen op wachten,
Komt uit, op een hele onverwachte manier.
Door hen heen! Door Jozef en Maria.
Twee hele gewone, eenvoudige mensen.
Wie had dat gedacht?

Het is erg dapper van Jozef en Maria om deze stap te nemen.
Maar ze vertrouwen op wat de engel tegen ze zegt.
En ze verwonderen zich erover dat juist zij dit kind op de wereld mogen brengen.
Jezus, God met ons.

In de Bijbel lijkt het allemaal heel snel te gaan,
Maar ook Jozef en Maria moeten eerst nog een tijd wachten.
En als het bijna zo ver is, moeten ze op reis, naar Bethlehem.
Want er is een volkstelling.

En daar, in Bethlehem, wordt Jezus geboren,
De zoon van God, als een klein en kwetsbaar kindje.
Maria wikkelde hem in een doek,
en legde hem in een voerbak voor de dieren.
Want er was voor hen nergens plaats om te slapen.

Niet in een herberg, of een bed and breakfast.
Niet bij mensen thuis.
In de Bijbel is er niet eens een stal!
Alleen een voerbak.

De komst van Jezus was wel verwacht,
Maar de manier waarop niet.
Een Koning die ligt in een voerbak voor dieren.
Kun je je er iets bij voorstellen?

En tegelijk zegt dit alles over wie Jezus is,
Over wat voor soort koning hij zal zijn.
Deze koning is niet zomaar een koning,
Hij is de zoon van God.
In Jezus komt God zelf naar ons toe. Naar deze aarde.
Niet als een koning die is gekomen om te overheersen,
Maar als een koning die is gekomen om te dienen.
Niet als een koning van een plek op aarde,
Maar als de koning van de vrede.
Niet als een koning die bevelen geeft,
Maar als een koning die zelf zijn leven geeft,
Omdat hij van ons houdt.

Die koning, Jezus, komt op deze manier onze wereld binnen.
Als een klein, en kwetsbaar kind.

Toch heeft de geboorte van Jezus wel iets koninklijks over zich.
Niet door de plek waar Jezus wordt geboren,
of door de omstandigheden. Maar wel door de kraamvisite.

Mattheüs vertelt over de wijzen uit het oosten.
Die een ster hebben gezien,
en die op zoek zijn naar de pasgeboren koning van de Joden.
Ze vinden de plek waar Jozef, Maria en het kind zijn.
Ze geven geschenken aan Jezus:
goud, wierook, en mirre, hele lekkere olie.
Geschenken die een koning waardig zijn.

En Lukas vertelt over de herders.
Nou hebben herders misschien niets met een koning te maken,
Maar wel de manier waarop zij horen van Jezus’ geboorte.
Ze waren hun schapen aan het hoeden,
Toen er plotseling een engel bij ze kwam staan.
De engel zei: ‘Jullie hoeven niet bang te zijn,
want ik breng jullie goed nieuws.
Het hele volk zal daar blij mee zijn.
Want vandaag is jullie redder geboren: Christus, de Heer.
Hij is geboren in Betlehem, de stad van koning David.
En zo kunnen jullie hem herkennen:
het kind ligt in een voerbak en is in een doek gewikkeld.’
En een koor van engelen begint te zingen voor God.

De herders zijn buiten zichzelf van blijdschap.
Zoiets hebben ze nog nooit meegemaakt!
Ze worden aangestoken met de blijdschap van de engelen.
En meteen gaan ze op zoek naar het kind.
Als ze het vinden, vertellen de herders Jozef en Maria wat ze hebben gehoord.
Maria, Jozef, de herders.
Ze zijn onder de indruk van de belofte die de engelen hebben gedaan.
Eerst aan Maria, toen aan Jozef, en toen ook aan de herders.
Dit kind is de koning waar ze al zo lang op gewacht hebben.

Zoals advent de tijd is van het wachten,
Is Kerst het moment waarop de belofte vervuld wordt:
De Koning is geboren.
In Hem komt God zelf naar ons toe.

Maria, de moeder van Jezus,
hoort de woorden van de herders, en bewaart ze in haar hart.
De geboorte van dit kind maakt dat ze vertrouwen heeft in de toekomst.
Een toekomst die Gods toekomst is.

In dit kleine, kwetsbare kind, komt God dichtbij.
Door dit kind belooft God:
ik ben bij jullie. Alle dagen.
Tot aan de voltooiing van deze wereld.
Amen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *