Deel je talent

Teksten: Mattheüs 25:14-30 (Bijbel in straattaal)

Wat mooi, die muziek van de rijdende popschool!
We zijn blij dat we jullie bij ons hebben vanmorgen.
Dat we mogen genieten van jullie muzikale talent.

Muzikaal talent, daarover gaat ook het verhaal dat we net hebben gehoord.
Het is een verhaal dat Jezus vertelt,
maar dan in moderne woorden, met moderne voorbeelden.

Jezus zegt: met het Koninkrijk van God is het als de CEO,
de baas van een platenmaatschappij, die op reis gaat.
Hij zal een tijd wegblijven.
En daarom laat hij drie rappers bij zich komen.
Van zijn eigen geld geeft hij elk van die drie een bedrag.
Net zoveel als die rapper volgens hem aan zou kunnen.

De één krijgt 50.000, de tweede 20.000, de derde 10.000.
Een lekker bedrag. Daar moet je wel wat van op kunnen zetten!

En als de baas weg is, beginnen twee van de drie rappers daar ook mee.
De eerste rapper gaat nummers opnemen,
en doet het zo goed dat hij het bedrag verdubbelt.
Ook de tweede rapper investeert het geld dat hij kreeg,
en verdubbelt het bedrag dat hij had gekregen.
20.000 erbij!

Maar dan die derde rapper.
Die begraaft zijn geld in het park.
Hij doet er niets mee.

En na een lange tijd komt de baas terug.
Weer laat hij de rappers bij zich komen.
En hij vraagt: hoe zit het met dat geld dat ik aan jullie gaf?

De eerste rapper, die 50.000 had gekregen,
zegt met veel respect tegen zijn baas:
hier is de 50.000, plus de 50.000 die ik erbij heb verdiend.
De baas zegt: je hebt goed je best gedaan.
Omdat je goed bent omgegaan met een klein bedrag,
zal ik je nu een veel groter bedrag geven.
En ik nodig je uit in mijn huis voor een groot feest!
Bij de tweede rapper gaat het hetzelfde:
hij heeft er 20.000 bijverdiend.
En daarom is ook hij welkom op het feest.

Maar dan komt de derde rapper.
Hij zegt tegen zijn baas:
baas, ik wist dat u een onmin strenge baas bent.
U doet moeilijk.
Daarom wilde ik de 10.000 die ik had gekregen niet kwijtmaken.
Ik was bang voor u.
Daarom heb ik het geld verstopt.
Hier hebt u het terug.

De baas zegt: je bent een slechte en een laffe werknemer.
Had het geld op de bank gezet,
dan had je er nog rente over gekregen.
Pak deze man zijn geld maar af,
en geef het aan de eerste rapper.
Want wie heeft zal meer krijgen, meer dan genoeg zelfs,
maar wie niets heeft,
van hem zal alles wat-ie heeft afgepakt worden.

En deze werknemer, zet hem buiten mijn huis.
Waar het donker is. Hij is niet welkom op mijn feest.
(…)

Zal ik je eens iets persoonlijks vertellen over dit verhaal?
Toen ik nog wat jonger was hoorde ik het ook wel eens,
en dan kon ik er wel eens een beetje bang van worden.
Want wat als ik was zoals die dienaar, of die rapper,
die niets met zijn geld deed?
En die daarom niet welkom was op het feest?

Wat wil Jezus eigenlijk zeggen met dit verhaal?
Dat je je best moet doen op school?
Dat je hard moet werken?
Of wil Hij er iets anders mee zeggen?

Ik denk dat het makkelijk is om dit verhaal verkeerd te begrijpen.
Want het verhaal heeft alles te maken met talenten,
maar op een andere manier dan je op het eerste gezicht denkt.

Dat komt doordat het een best wel bekend verhaal is.
En in de vertaling die we vroeger altijd lazen,
stond niet dat de dienaren, de rappers, geld kregen,
maar dat ze talenten kregen.
Een talent, dat was een muntstuk in de tijd van Jezus.
Een muntstuk dat ontzettend veel waard was.
Het stond gelijk aan wat iemand in één jaar verdiende.

Maar een talent in dat verhaal was dus niet wat wij ons voorstellen bij een talent.
Dat je iets heel goed kunt.
Omdat je heel erg hard hebt geoefend,
of gewoon omdat je ermee bent geboren.
Bijvoorbeeld dat je heel erg muzikaal bent.
Of heel goed kunt vertellen.
Of goed bent in leren,
of dat je juist heel praktisch bent.

Toch gaat het verhaal wel over talenten.
Maar op een andere manier.

De drie rappers krijgen een groot geldbedrag van de baas van de platenmaatschappij.
Want die baas, die hoopt dat ze daar iets mee gaan doen.
Dat ze door hun talenten dat geldbedrag verhogen.
Dat geldbedrag is niet hun talent,
Maar ze hebben ieder al hun eigen talent.
Dat ze goed kunnen rappen,
en hun CD´s weten te verkopen.
De baas weet dat ze dat talent hebben.
En hij geeft ze het geld dat ze aankunnen.
Zodat ze iets met dat talent kunnen doen.

Maar dan komt de volgende vraag:
als dat geld niet je talent is,
wat is het dan wel?
Want uiteindelijk lijkt het daar toch om te gaan in dat verhaal:
dat er meer geld bij komt.
De baas is blij dat de twee eerste rappers het geld hebben verdubbeld.

Dat geld, dat is niet zomaar iets.
Dat is namelijk Gods onvoorwaardelijke liefde.
Voor jou, en voor de mensen om je heen.

Dit verhaal gaat er niet alleen om dat je iets doet met je talenten,
maar dat je, door de talenten die je hebt,
iets doet met de liefde die je mag ontvangen van God.
Dat je daar door je talenten van deelt.

En dat kan op hele verschillende manieren.
De één is heel goed met woorden,
en kan met andere mensen over God praten.
De ander kan heel mooi muziek maken,
en daarin iets van Gods liefde laten klinken.

Of kan heel erg genieten van Gods schepping,
en anderen helpen daarin te delen. Door bijvoorbeeld foto’s te maken.
Weer een ander deelt Gods liefde door iets heel erg praktisch te doen voor een ander.
Of door er gewoon te zijn.
Een knuffel te geven, een hand op de schouder te leggen.

Zoals in het verhaal mogen ook wij een hele ruime maat van die liefde ontvangen.
Gods liefde is zo groot, dat wij daar gewoon niet bij kunnen.
Hij heeft die liefde laten zien in zijn zoon, Jezus.
In hoe hij gaf om de mensen die hij tegenkwam.
En in hoe hij bereid was om zelfs zijn leven voor ons te geven.

Zoals de baas in het verhaal wil God jou die liefde geven.
En hij hoopt dat je er iets mee doet.
Dat het mag bloeien in jouw leven,
zodat mensen om je heen daar ook door aangeraakt worden.
Zoals het lied dat we daarstraks zongen:
Heer, Uw licht en uw liefde schijnen.
Schijn in mij, en door mij heen. (…)

Maar dan is er ook nog die dienaar, die rapper,
die niets doet met het geld dat aan hem gegeven is.
Wat moet je daarmee?
Ik denk dat het belangrijk is om te zien dat het geen dreigement is van Jezus.
Maar hij wil er wel iets mee zeggen.

Blijkbaar is het ook mogelijk om niets te doen met de liefde die God aan je geeft.
Om het niet eens op de bank te zetten:
het niet eens voor jezelf te houden,
je eigen leven erdoor aan te laten raken:
maar het te begraven.

Te begraven onder andere dingen die je leven bepalen,
dingen die je van God afhouden.
Of misschien wel te begraven onder een verkeerd beeld dat je hebt van God,
zoals in het verhaal.
Als een strenge God, die veel van jou verwacht,
in plaats van een genadige, liefdevolle Vader.

Het verhaal is geen dreigement,
maar een aansporing:
durf dat geld te ontvangen, en durf er iets mee te doen.
Durf je leven aan te laten raken door God. Door zijn liefde.
En het te laten bloeien in jouw leven.
Door jouw unieke talenten.

Als je dat probeert, dan is het niet erg dat je wel eens fouten maakt.
Want het is heel belangrijk om te weten,
dat die liefde van God niet afhankelijk is van ons, van wat wij doen.
Die blijft doorgroeien,
zelfs als wij er soms een potje van maken.
Uiteindelijk zijn wij ook maar mensen.
Maar wel mensen in wie God zijn liefde,
en zijn leven zichtbaar wil maken.

En als je dat probeert,
dan ben je zeker welkom op Gods feest.
Want wie trouw is met een klein beetje van Gods liefde,
zal nog veel meer krijgen.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *