Een feestmaal

Tekst: Lukas 14:1, 7-14; 15-24

Geliefde gemeente van onze Heer Jezus Christus,

Stel: je bent op een verjaardagsfeest.
Je bent daar met je vrienden.
Er is lekker eten, de gesprekken zijn goed.
En er is ook een vreemdeling bij,
iemand die door een van de andere gasten is meegenomen.
En zomaar, uit het niets, terwijl de sfeer goed is,
begint die vreemdeling jullie de les te lezen.
Over dat iedereen probeert op de beste plek te zitten,
naast de gastheer,
maar dat het beter is om op een minder goede plek te gaan zitten.
Hij zegt letterlijk: wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden.

En hij bevraagt jullie,
over waarom er eigenlijk alleen maar mensen zijn op het feestje die je er zou verwachten.
Die iets terug kunnen doen.
Bam, daar ging de goede sfeer.
Je probeert het gesprek een goede draai te geven,
door op een ander onderwerp over te gaan, maar het lukt niet.
De gast blijft maar doorgaan.
Je voelt je wat ongemakkelijk.

Zó was het, op het feestje waar Jezus te gast was.
De andere gasten zouden liever iets anders horen!
Kan die Jezus niet wat geïnteresseerder doen,
Zich bezighouden met hen? Met hun vragen?

Eén van de gasten doet een poging om het ongemak uit de lucht te halen.
Hij haakt handig in op wat Jezus zegt,
Dat als je mensen uitnodigt die niets terug kunnen doen,
Je dan beloond zult worden bij de opstanding van de rechtvaardigen.

De gast zegt:
Gelukkig wie deelhebben aan de maaltijd in het Koninkrijk van God.
Want dat is toch iets om naar uit te zien?
Daar zijn ze het allemaal wel over eens!
Dan maken die verschillen tussen arm en rijk,
laag- en hoogstaand niet meer uit. Toch?
Dat is toch wat u bedoelt, Jezus?
Laten we nu weer overgaan naar een gezelliger onderwerp.

Een hedendaags voorbeeld waarmee je het kunt vergelijken:
Stel, je bent op een feestje, en je raakt in gesprek over je geloof.
En een van de aanwezigen, die daar niet zoveel mee heeft, zegt:
Het maakt niet uit wat je gelooft.
Als je elkaar maar respecteert.
Dat is natuurlijk iets moois om te zeggen,
iedereen is het ermee eens dat respect voor elkaar belangrijk is.
Maar iemand kan er ook mee bedoelen:
Het komt wat te dichtbij.
Laten we het over iets anders hebben.

Zo is deze opmerking ook bedoeld.
Ik respecteer je, maar laten we nu over iets anders praten.
Maar Jezus laat zich niet zo makkelijk uit het veld slaan.
Hij heeft iets te vertellen.
Hij wil de aanwezige gasten een spiegel voorhouden.
Ze iets duidelijk maken.
En dat maakt dat Jezus verder gaat met zijn verhaal.
Hij vertelt een gelijkenis, een soort spiegelverhaal:

Er was een man die een groot feest wilde geven.
Zoals het feestje waar ze nu waren,
maar dan nog veel groter.
En hij nodigde veel mensen uit.

Als je in die tijd voor een feest werd uitgenodigd,
dan was dat niet zomaar iets.
Je werd ruim van tevoren uitgenodigd,
Want de communicatie ging niet zo snel als nu.
Er werd geen appje of mailtje rondgestuurd:
de knechten van de man moesten zelf op pad.
En in eerste instantie reageerde iedereen positief.
Een feest? Ja, daar wil ik wel naartoe!
Laat maar weten dat ik kom!

En dan, na veel regelen, is het grote moment aangebroken.
Het feestmaal is klaar,
en de man stuurt zijn dienaren op pad om de gasten op te halen.
Kom, zeggen ze, want alles is klaar!

Maar één voor één komen de afmeldingen binnen.
Op het eerste gezicht lijkt er met de redenen niets mis.
Ik heb net een nieuw stuk land gekocht, dat moet ik inspecteren.
Ik heb net een paar ossen gekocht,
ik moet bij ze blijven om te zien of ze gezond zijn.
Sorry, ik ben net getrouwd, mijn vrouw verwacht me thuis.

Stuk voor stuk prima redenen. Niks mis mee.
Maar de man die het feest geeft wordt ontzettend boos. Waarom?
Omdat het hier niet gaat om een gewoon feest.
Niet om een verjaardagsfeest, en zelfs niet om een bruiloft.
Die feestmaaltijd waar Jezus het over heeft,
is die maaltijd in het Koninkrijk van God.
Kom, want alles is klaar. Een overvloedig feestmaal.
God zelf nodigt je uit om eraan deel te nemen.

Maar de mensen die waren uitgenodigd,
komen met slechte excuses.
Wie koopt er nou een nieuw stuk land zonder het van tevoren goed te bekijken? En anders kan dat toch ook later wel?
Datzelfde geldt voor de ossen.
En in een huwelijk is tijd voor elkaar nemen belangrijk,
maar is het goed om elkaar in de plaats van God te zetten?

Want dat is wat er hier gebeurt.
De mensen laten zien wat ze écht belangrijk vinden.
En dat dat Koninkrijk van God, ondanks hun grote woorden,
daar eigenlijk toch niet bij hoort.

Jezus wil de ogen openen van de mensen die aanwezig zijn.
Je zegt wel: gezegend wie deelhebben aan de maaltijd in het Koninkrijk van God.
Maar als jullie die uitnodiging zouden krijgen,
zou je hem dan wel aannemen?,
Lijkt Jezus te willen vragen.
Of zijn andere dingen toch belangrijker?
Is je status belangrijker, hoe andere mensen naar je kijken?
Of je wel de beste plek hebt op het feest?
Of je weer terug uitgenodigd wordt?
Waar leg je je prioriteit?

Dat Koninkrijk van God, dat die man noemde,
is namelijk niet alleen iets van de toekomst.
Het heeft ook alles te maken met het nu.

Gelukkig wie deel hebben aan de maaltijd in het Koninkrijk.
Waarom is er nu zo weinig van die maaltijd te zien, wil Jezus zeggen?
Zijn niet nu al alle mensen welkom?

Het verhaal van Jezus gaat ten diepste over nederigheid.
Kom je eerst op voor je eigen rechten? Voor wat je zelf nodig hebt?
Of heb je ook oog voor een ander?
Ga je ervan uit dat die plek in het Koninkrijk van God je toekomt,
en vind je die vanzelfsprekend?
Of kom je met open handen? Ontvangend?
Het feestmaal dat daar is, is voldoende.
Daar heb je geen status, rijkdom,
of wat dan ook voor nodig.
Kom, want alles is klaar.

Als het nieuws hem bereikt dat de gasten die uitgenodigd waren niet komen, zegt de rijke man tegen zijn knechten:
Ga vlug de stad in, en breng uit de straten en stegen
de armen en kreupelen en blinden en verlamden hierheen.

Precies de mensen die Jezus in vers 13 ook noemde:
Die mensen die niet welkom waren op het feestje waar hij aanwezig was.
Mensen die weten dat ze met lege handen komen.
Mensen als Levi, en als Petrus, waar we het eerder over gehad hebben.
Mensen als de vele zieke en arme en gewone mensen
die Jezus tegenkwam, en hielp.

Die mensen zijn welkom. En nog is de tafel niet vol.
Dus de man zegt:
Ga naar de wegen en de akkers buiten de stad,
en nodig iedereen met klem uit, want mijn huis moet vol zijn.

Wie zijn die armen en kreupelen en blinden?
Vaak is deze tekst uitgelegd als dat de mensen die eerst uitgenodigd zijn de Joodse mensen zijn, of die farizeeërs en Schriftgeleerden,
en de mensen die later uitgenodigd worden de mensen daarbuiten, wij.

Maar dat is te makkelijk.
God zet niet één bevolkingsgroep helemaal buitenspel.
Lukas heeft het heel bewust over twee groepen die worden uitgenodigd:
de mensen binnen de stad, de Israëlieten,
en de mensen buiten de stad, op de velden en de akkers. Wij.
Voor beide groepen geldt dat er mensen zijn die de uitnodiging af kunnen slaan.
Die de kans kunnen missen om deel te nemen aan de feestmaaltijd.
Maar ook allebei de groepen worden met klem uitgenodigd: kom toch!
Je bent welkom aan de maaltijd!
Laat deze kans niet liggen!
Weiger niet om te komen!
Want straks mis je het feest nog!

Dit verhaal dat Jezus vertelt zet alles op losse schroeven.
Nou: bijna alles.
Eén ding is zeker: wij zijn welkom,
uitgenodigd om deel te nemen aan die maaltijd.
Maar wat wel op losse schroeven wordt gezet,
is in hoeverre dat is omdat wij daar recht op hebben.
Omdat wij iets goeds hebben gedaan,
beter zijn of meer waard zijn dan anderen.
We zijn welkom, gewoon om wie we zijn.
En omdat God een genadige, liefdevolle God is,
die ons welkom heet, aan een overvloedig feestmaal.
Dat feestmaal is niet iets vanzelfsprekends.
En daarom niet iets om links te laten liggen.
Met ons worden mensen uitgenodigd van wie wij het niet zouden verwachten.
En ook wij mogen met lege handen komen,
om bij die tafel leven en overvloed te ontvangen.

Daar, aan de tafel van het avondmaal,
wordt iets van de sluier van het feestmaal in Gods Koninkrijk opgelicht.
Niet zodat we daarna weer naar huis kunnen gaan en door kunnen gaan met ons leven alsof er niets veranderd is.
Want die maaltijd is een voorproefje op Gods toekomst,
Eén die ons leven in het licht van die toekomst mag zetten.
Die maakt dat we ook nu al met open handen mogen leven.
Gericht op het moment dat die uitnodiging,
voor het grote feestmaal in Gods Koninkrijk,
ook daadwerkelijk zal komen.
Gericht op de mensen die dat met ons mogen vieren.
De armen, en blinden, en kreupelen, en verlamden, en wie dan ook.

Wij mogen zo het avondmaal met elkaar vieren.
We vieren dat Jezus zijn leven voor ons gaf.
Het brood staat voor zijn lichaam, dat voor ons gegeven is.
De wijn en het druivensap staan voor zijn bloed, dat voor ons vergoten is. Het avondmaal is daaraan terugdenken,
aan dat Hij ons zo lief had dat hij zijn leven voor ons gaf.

En het is ook vooruitdenken:
naar het feestmaal dat we bij God mogen hebben.
Dat Jezus de weg daar naartoe heeft vrijgemaakt.
Dat wij welkom zijn.
Daarom is het avondmaal een feestmaal.
En wij zijn uitgenodigd om eraan deel te nemen.
Om iets te proeven van Gods Koninkrijk,
ons leven daardoor aan te laten raken,
in het licht te zetten van dat Koninkrijk.
Doe je mee?
Kom, want alles staat klaar!

Amen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *