Levi: deel je leven

Teksten: Psalm 37:1-6 en Lukas 5:27-32

Geliefde gemeente van Jezus Christus,

Deel je leven, is het thema van deze startzondag,
en ook het thema waarmee we dit jaar aan de slag gaan.
Nou is het een onderwerp waar je ontzettend veel kanten mee op kunt.
In de voorbereidingsgroep voor deze dienst hadden we het er al over.
Hoe kun je je leven delen?

Er werden allerlei voorbeelden genoemd.
Je kunt je tijd delen.
Dingen voor anderen doen.
Bijvoorbeeld boodschappen doen voor iemand,
of even bij iemand langsgaan,
Of helpen met de tuin.

Je kunt delen wat je bezighoudt.
Of luisteren naar een ander als die iets met jou deelt.

Je kunt je leven delen met God,
Door tijd voor Hem vrij te maken.
Om naar Hem te luisteren,

Je kunt je geloof delen, door anderen daarover te vertellen.
Of zo leven dat je hoopt dat anderen daar iets van zien.
En complimenten kun je delen.
En je talenten. Dingen waar je goed in bent.
Daar hebben we afgelopen vrijdag iets van mogen zien.
Er zitten hele mooie dingen bij.
En misschien kun je zelf ook nog wel iets anders bedenken,
Iets wat ik nog niet heb opgenoemd.

We hebben met elkaar het Bijbelverhaal van Levi gelezen.
Een verhaal dat ook over delen gaat.

Laten we eens kijken naar wie er in dat verhaal voorkomen.
Als eerste hebben we Levi.
Levi was een tollenaar.
Dat was iemand die werkte voor de Romeinen, voor de overheersers.
Hij verzamelde de belasting,
van mensen die langs zijn kantoortje kwamen.
Je begrijpt natuurlijk wel dat hij met de nek werd aangekeken door de mensen uit zijn volk.
Die zagen hem als iemand die heulde met de vijand.
Die geld verdiende over de ruggen van anderen.

Maar als Levi al had gewild,
had hij misschien niet eens kúnnen stoppen met het werk dat hij deed.
Want waar moest hij naartoe?
De mensen van zijn eigen volk accepteerden hem niet meer.
Hij moest wel tollenaar blijven om rond te kunnen komen.
Hij zat gevangen in het systeem.
Misschien dat zijn vader ook wel tollenaar was.
En zijn opa.
En zo blijft Levi het werk doen dat hij deed.
Dag in, dag uit. En er is geen uitweg.

Naast Levi is er nog een andere groep mensen:
de Farizeeërs en de Schriftgeleerden.
Dat waren de mensen die wisten hoe het zat.
Ze kenden de wet van God uit hun hoofd,
en hielden die tot in het kleinste detail.
Ze legden aan zichzelf en aan anderen hele hoge eisen op.
Mensen die het niet zo deden zoals zij, die waren verkeerd.
Of hadden in elk geval nog een lange weg te gaan.
Die Schriftgeleerden, die keken neer op mensen als Levi.

En dan, op een dag, is er ineens een derde persoon: Jezus,
Die langs het kantoortje van Levi komt lopen.
En er gebeurt iets heel bijzonders, iets heel onverwachts.
In plaats van hem met minachting te behandelen,
Of hem te negeren,
zoals de meeste anderen deden,
komt deze man, Jezus, naar Levi toe,
en hij zegt twee woorden: volg mij…

Als ieder ander dat gezegd had, denk ik dat Levi had gedacht: Ja, dag.
Zou het zo simpel zijn?
Om gewoon zijn werk, dat hele systeem dat hem gevangen houdt achter te laten,
en Jezus te volgen?
Het lijkt te mooi om waar te zijn.
Maar van binnen voelt hij dat het goed is.
Dat hij deze man, deze Jezus kan vertrouwen.
Dat hij Levi niet zal laten zitten.
Misschien had hij op straat al iets over hem opgevangen.
Mensen over hem horen praten.
Maar had hij gedacht: die wil vast niets met mij te maken hebben.

En hij doet het. Hij staat op, laat al zijn spullen achter:
zijn kantoortje, zijn geld dat hij die dag heeft verzameld,
alles wat tot nu toe zijn leven bepaalde.
En hij gaat achter Jezus aan.

Wat lijkt me dat een spannende stap.
Maar wat zal hij zich bevrijd hebben gevoeld!
Vrij van die Romeinen,
vrij van de veroordelende blikken van zijn volksgenoten.
Hij volgt Jezus nu.

En daarom geeft Levi een groot feest,
Een soort schuurfeest misschien,
waarop hij Jezus uitnodigt, en al zijn vrienden.
Hij wil delen wat er met hem gebeurd is.
En hij wil dat de andere tollenaars ook weten wie die Jezus is.
Er heerst een bijzondere sfeer.

Maar de volgende dag pakken zich alweer donkere wolken samen.
Levi zit bij Jezus, als een paar van Jezus’ leerlingen naar hem toekomen, samen met wat anderen.
Levi herkent de anderen. Het zijn die mensen die hem eerder veroordeelden.
En hij denkt: nu is het over.
Ze zullen tegen Jezus zeggen dat hij niet met mij moet omgaan.

En inderdaad, dat is wat ze zeggen.
Ze vragen aan Jezus: wat deed u gisteren op dat feest?
Weet u niet dat de mensen die daar waren allemaal tollenaars en zondaars waren?
Mensen waar je niet mee om hoort te gaan?
Mensen die een zondig leven leiden?
Het eten wat daar stond is betaald van ons geld,
dat ze door afpersing van ons af hebben gepakt.

Tollenaars en zondaars.
Waarschijnlijk gaan je nekharen wel van overeind staan,
van dat laatste woord.
Grappig is dat de mensen die op het feest waren in het vers daarvoor helemaal geen zondaars worden genoemd.
Daar staat alleen: er waren een groot aantal tollenaars en anderen met Jezus aanwezig.
Blijkbaar maakte het voor Jezus helemaal niet zoveel uit hoe de mensen daar zaten.
Of ze zondaars waren of niet.

Dat blijkt ook uit de reactie van Jezus.
Hij zegt, zonder ook maar een moment neer te kijken,
of zich te verontschuldigen voor dat hij op het feest was:
Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar wie ziek is wel.
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen,
maar om zondaars aan te sporen een nieuw leven te beginnen.

Jezus gebruikt hier ook het woord zondaars.
Maar ik denk dat Jezus het op een andere manier gebruikt dan de Schriftgeleerden.
Zij gebruiken het om aan te geven wie er niet bij horen,
Jezus om te laten zien wie er wel bij hoort: iedereen.
Hij is niet gekomen voor een select clubje dat zich aan de regels houdt.
En Jezus’ doel is ook niet dat iedereen zo wordt.
Hij is gekomen om Gods liefde te laten zien aan mensen die zich door iedereen veroordeeld voelen.
En om hen de tools te geven om hun leven te veranderen.

Levi, de Schriftgeleerden en Jezus…
Als je dat verhaal zo hoort, op wie lijken wij het meest?

Misschien lijken wij wel het meest op die Schriftgeleerden.
Die zich eigenlijk wat beter voelen dan de anderen.
En is de boodschap van dit Bijbelverhaal dat wij meer moeten zijn als Jezus:
Dat we om mensen als Levi moeten geven. (…)

Maar stiekem denk ik dat we dat bijna automatisch uit dit verhaal halen.
En er gebeurt hetzelfde als wanneer we de woorden “deel je leven” horen.
Als je die woorden hoort,
dan denk je eerst aan iets wat je zou moeten doen.
Aan wat jij zelf te geven hebt aan de “Levi’s” in deze wereld.
Aan goede dingen doen voor anderen.
Aan delen wat je hebt.
Aan andere mensen vertellen over God.

Maar laten we eens op een hele andere manier naar dit verhaal kijken.
Misschien hoeven we onszelf helemaal niet te zien als de Schriftgeleerden.
Als mensen die “moeten” delen, omdat ze dat nog niet doen.
Maar mogen we onszelf meer zien als Levi.
Levi, die geeft uit wat hij ontvangt.

Levi, die wordt gezien door Jezus.
Is je opgevallen dat dit verhaal daarmee begint?
Jezus loopt langs het kantoor van Levi, en hij ziet Levi zitten.

Soms hebben wij dat zelf ook nodig.
Om door iemand gezien te worden.
Op waarde geschat.
Omdat we zelf ook vastlopen in dingen die ons bezighouden.
In onze eigen dagelijkse problemen.

Dan kun je wel zeggen: je moet je leven delen,
Maar wat als je voor je gevoel niet zo veel te delen hebt?
Dan is het belangrijk om eerst gezien te worden.
Om jezelf geliefd te weten.

Zoals Jezus Levi ziet zitten.
En hij roept Levi.
Jezus nodigt hem uit.
Om Hem in zijn leven binnen te laten.

En dat is precies wat Levi doet.
Heel spontaan, op dat moment.
Hij gaat achter Jezus aan.
Hij nodigt hem uit in zijn leven,
en ook heel letterlijk in zijn huis.

Als je dit verhaal vanuit Levi bekijkt,
Dan is je leven delen geen opdracht.
“Je leven delen” begint bij eerst zelf dat leven ontvangen.
Bij jezelf open stellen voor Jezus.
Voor zijn aanwezigheid in jouw leven.
Je door Hem gezien weten.
Door Hem uitgenodigd om Hem te volgen.
En dat je daar zo door geraakt wordt,
Dat je er niet stil over kunt blijven!
Dat je vanzelf je leven deelt met anderen.
Zoals Levi. Hij is zo blij en dankbaar dat Jezus hem ziet,
dat hij wat hij zelf heeft ontvangen meteen wil delen met zijn vrienden.

Het is ook wel interessant om te kijken hóe Levi dat doet.
Hij gaat niet naar zijn vrienden toe, en probeert ze te overtuigen:
maar hij nodigt ze heel simpel uit, bij hem thuis.
Hij geeft ze zelf een kans om Jezus te ontmoeten.

Misschien ken je wel mensen in je omgeving die als kind niet naar de kerk gingen, en die op latere leeftijd zijn gaan geloven.
Wist je dat dat bijna altijd komt dat doordat anderen hun leven met ze deelden?
Ze werden nieuwsgierig naar God,
doordat ze onder de indruk raakten van mensen in hun omgeving.
Door familie, en vrienden.
Van de liefde die ze lieten zien.
Van de rol die hun geloof speelt in hun leven.
Door een geloofsgemeenschap die hen heel warm opneemt.

Als kerk zijn we veel bezig met dat we ‘missionair’ willen zijn.
Dat we ons geloof, wat ons drijft, willen delen met anderen.
En we kunnen daar heel makkelijk allemaal activiteiten bij bedenken die we moeten doen. En op zich is daar niets mis mee.
Maar de basis ligt in dat we zelf durven ontvangen van God.
Dat we een eenvoudig, liefdevol en vreugdevol geloof hebben.
En dat we anderen uitnodigen om dat met ons te delen.
Persoonlijk, in ons eigen huis, in onze eigen omgeving,
En als kerk. Als geloofsgemeenschap.

Ik denk dat als we dat kunnen,
dat dat heel krachtig is.
Dat mensen dat aan ons gaan zien.
En toch is dat geen garantie voor succes.
Het kan best moeilijk zijn om je geloof te delen met mensen om je heen.
Soms wil je je geloof graag aan anderen doorgeven.
Aan mensen om wie je geeft.
Bijvoorbeeld familie, vrienden, iemand van wie je houdt, je kinderen.
En je doet je best daarvoor.
Maar toch lukt het dan niet.
Ook dat is iets waar je in vast kunt lopen.
Juist dan is het belangrijk om zelf niet teleurgesteld te raken.
Om niet de hoop te verliezen, en het bijltje erbij neer te gooien.

Ook daarom is het belangrijk om te zien,
Dat dat delen niet alleen iets is wat je op eigen kracht hoeft te doen.
Maar dat je je ook zelf gezien en geliefd mag weten door God.
Die roep om Hem te volgen, begint bij dat Hij jou ziet,
Zoals Jezus ook Levi zag.
Bij Hem mag je nieuwe kracht vinden.
Nieuwe vreugde.
Het besef dat Hij jou op het oog heeft,
en dat Hij net zo goed ook die ander niet uit het oog verliest.

Want ons leven delen is iets waartoe wij geroepen worden,
Maar tegelijk is het niet onze verantwoordelijkheid wat daarmee gebeurt.
Dat is Gods verantwoordelijkheid.
En dat kan ontspanning geven.
Dat kan je helpen om het los te laten.
Om niet te krampachtig te proberen om je geloof te delen.
Want waar het voor ons ophoudt,
Kan God verder gaan met iemand.

We mogen beginnen door met open handen te leven.
Door eerst zelf van God te ontvangen.
Zoals zo mooi staat in Psalm 37:

Zoek je geluk bij de HEER,
hij zal geven wat je hart verlangt.
Leg je leven in zijn handen,
vertrouw op hem, hij zal dit voor je doen.

Je leven delen begint door leven te ontvangen van God.
Door jezelf door Hem gezien te weten, en geliefd te weten.

“Levi” is eigenlijk een hele mooie naam.
Het betekent: ‘mijn hart’.
Jezus ziet Levi’s hart, ondanks de omstandigheden.
Hij raakt Levi’s hart.
En vervolgens deelt Levi zijn hart, zijn leven,
met de mensen om zich heen.

Zo mogen ook wij, door Jezus aangeraakt, ons leven delen.

Amen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *