Oorlog en vrede

Tekst: Jesaja 42:1-4; Mattheüs 5:1-16 en 43-45

Deze dagen wordt in Spijk en omstreken de slag om Delfzijl nagespeeld.
Het is een moment waarop we stilstaan bij de impact,
die de Tweede Wereldoorlog ook hier in Spijk heeft gehad.
Bij sommigen staan de gebeurtenissen van de laatste periode van de oorlog nog op het netvlies gebrand.
Omdat ze moesten schuilen, of hun huis moesten ontvluchten,
vanwege de gevechten en het Duitse artillerievuur.
Omdat ze van dichtbij verschrikkelijke dingen hebben zien gebeuren.

De generaties die dat niet hebben meegemaakt, die moeten het hebben van de verhalen.
Wat voor ons misschien nog wel het moeilijkst te begrijpen is,
is dat het dagelijkse leven in de oorlog gewoon doorging.
Het grootste deel, en vooral het laatste deel van de oorlog,
Bestond uit in spanning wachten op de bevrijding.
De mensen waren machteloos.
Je kon de situatie waar je in zat niet veranderen.
Sommigen moesten onderduiken, omdat ze niet voor de Duitsers wilden werken.
En ze hadden geen idee wanneer de oorlog afgelopen zou zijn.
De mensen leefden in angst.
’s Nachts moesten de lichten uit, zodat de Engelse bommenwerpers de huizen niet konden zien.
Je wist niet goed wie je kon vertrouwen.

Voor ons is het een gek idee, dat zulke dingen zich hier hebben afgespeeld.
Net zoals het een gek idee is dat zulke dingen zich ook nu nog afspelen in andere delen van de wereld.
Dat er ook nu nog mensen leven in een oorlogssituatie, dat er kinderen zijn die daarin opgroeien.
Dat die mensen zich net zo machteloos voelen als de mensen in Spijk zich toen gevoeld hebben.

Net zoals wij ons machteloos voelen als we daarover horen en lezen, op het nieuws of in de krant.
Hoe kun je daar een goede houding in aannemen?
En wat betekent je geloof daarin?

We hebben met elkaar gelezen uit de Bergrede.
De Bergrede is een toespraak die Jezus hield voor een grote groep mensen.
Het is meer dan een verzameling leefregels.
Tot nu toe heeft Jezus de mensen verteld dat Gods Koninkrijk nabij is,
En hij heeft de mensen wonderen laten zien.
In de Bergrede vertelt hij wat de weg is naar dat Koninkrijk van God.
Dat is meer dan je alleen aan de regels houden.
Het is leven volgens de standaard van dat Koninkrijk.
Hij zegt bijvoorbeeld:
jullie hebben geleerd dat je niet mag doden.
Maar het is al niet goed om iemand te haten.
Jullie hebben geleerd om te leven volgens het principe:
oog om oog, tand om tand.
Maar ik zeg: als iemand je slaat,
keer hem dan de andere wang toe.

Dat is ook de achtergrond van het gedeelte dat we hebben gelezen.
Gelukkig wie nederig van hart zijn,
want voor hen is het Koninkrijk van de hemel.
Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
Gelukkig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Gelukkig de vredestichters,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.

Jezus brengt het hier heel dichtbij.
Als wij denken aan oorlog, en wat we daartegen kunnen doen,
dan denken we aan hele grote dingen.
Hoe kun je een oorlog stoppen,
maken dat mensen weer in vrede kunnen leven?
Dat kunnen we vaak niet, dat ligt buiten ons bereik.

Jezus zegt: gelukkig ben je, als je nederig en zachtmoedig bent.
Als je treurt met wie verdriet heeft.
Als je zoekt naar gerechtigheid, en vrede op het oog hebt.
Als je barmhartig bent.
Zelfs als dat je echt iets kost.
Want dat is de weg naar het Koninkrijk van God.
Trouw zijn in het kleine is al groot genoeg,
en vaak ook al moeilijk genoeg.

Een bijzonder verhaal is dat van het leven van Dietrich Bonhoeffer.
Een paar weken terug is er een glossy uitgekomen over hem.
Hij was een Duitse predikant,
voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Hij was een van de weinigen in de Duitse kerk,
die zich verzetten tegen Hitler.
Toen de Duitse kerk meeging in het gedachtegoed van het nazisme,
richtte hij samen met anderen in de jaren ’30 de Bekennende Kirche, de belijdende kerk op.
Een kerk die zich uit durfde te spreken tegen Hitler,
en die opkwam voor de Joodse medeburgers.

In 1939 dreigde de oorlog uit te breken.
Om onder de dienstplicht uit te komen,
vroeg Bonhoeffer aan Amerikaanse vrienden om hem uit te nodigen als docent in New York.
Zijn vrienden hielpen hem om naar Amerika te komen.
Maar toen hij daar was aangekomen,
besefte hij dat dit niet de weg voor hem was.
Hij wist dat hij niet was waar hij moest zijn.
Zijn plek was in Duitsland, bij zijn lijdende broeders en zusters.
Met de laatste lijnboot keerde hij daarom terug,
Terwijl hij wist dat het ook zijn dood kon worden.

Tijdens de oorlog mocht hij niet preken of lesgeven van de Duitsers.
Hij heeft zich wel veel ingezet voor het verzet,
bijvoorbeeld door een groep Joden naar Zwitserland te smokkelen.
In 1943 is hij gearresteerd vanwege zijn betrokkenheid bij een aanslag op Hitler,
En op 9 april 1945 is hij door de Duitsers geëxecuteerd.
Hij zei: Dit is het einde, voor mij het begin van het leven.

Een moderner voorbeeld, maar niet minder indrukwekkend,
is dat van pater Frans van der Lugt,
Die ervoor koos om in Syrië te blijven toen daar de burgeroorlog uitbrak.
Na het uitbreken daarvan verhuisde hij naar een Jezuïetenklooster in de stad Homs.

Hij bleef daar, ook toen veel inwoners de stad ontvluchtten,
en alleen zieken, zwakken, ouderen en mensen zonder geld achterbleven.
Zowel christenen als moslims vonden steun bij hem.
Er was gebrek aan voedsel en medicijnen.
Toch bleef Frans van der Lugt daar, twee jaar lang.
Hij zei: ik blijf bij mijn mensen,
ik ben de herder van mijn schapen.
Op 7 april 2014 werd hij door gemaskerde mannen uit zijn woning gehaald, en is hij doodgeschoten.
Zijn dood maakte op veel mensen een diepe indruk,
Zowel op mensen die geloven als die niet geloven.

Het zijn indrukwekkende verhalen,
van mensen die besloten om te blijven op het moeilijkste moment,
en die niet bang waren om hun licht te laten schijnen,
in een donkere wereld.

Onze situatie is niet hetzelfde als die van hen.
Wij hebben niet direct in onze eigen omgeving met oorlog te maken.
Maar wat kunnen wij wel van hen leren,
en van de Bergrede van Jezus?

Het eerste is dat we mogen blijven leven vanuit hoop.
We hebben gelezen uit Jesaja,
over de dienaar van de Heer.
Daar staat: de kwijnende vlam zal hij niet doven.
In de tijd van de Bijbel gebruikten de mensen olielampen.
Dat waren lampen met een tuitje eraan, waar een beetje in olie gedrenkte vlas in werd gedaan, en dat werd met een vlam aangestoken.
Een kwijnende vlam, een vlam die minder sterk brandde,
staat in de Bijbel voor iemand die terneergeslagen is.

In deze tijd is het soms moeilijk om niet terneergeslagen te zijn.
Om niet de hoop op te geven als er zoveel geweld is.
Als je zoveel naar je toe geslingerd krijgt in het nieuws.
Je kunt er moedeloos van worden.
Of je gaat je schouders er voor ophalen.
“Zulke dingen zullen toch altijd blijven gebeuren.
Wat kan ik eraan doen?”

Toch laten de verhalen van Frans van der Lugt en Dietrich Bonhoeffer zien,
dat je als christen niet lamgeslagen hoeft te worden als je te maken krijgt met geweld.
Dat je niet de hoop op hoeft te geven.
Zelfs al heeft het hen wel hun leven gekost.
Zelfs in hun situatie bleven ze vertrouwen op God.
Gesterkt door het geloof dat de dood niet het einde is.

Ook wij mogen uit die hoop blijven leven.
Uit de hoop dat God ons leven,
en deze wereld in zijn hand heeft.
Gods liefde overwint het kwaad.
Want wij geloven dat Jezus’ liefde, die hij aan het kruis liet zien,
groter is dan het kwaad dat mensen elkaar aan kunnen doen.
Daarin mogen wij een licht zijn voor de mensen om ons heen.

Het tweede dat we van hen kunnen leren,
is om op de plek waar wij zijn trouw te blijven,
barmhartigheid te laten zien.
Om zelf vredestichters te zijn, voor zover dat in onze macht ligt.

Voor Bonhoeffer en Frans van der Lugt betekende dat dat ze bleven op de plek waar ze waren,
en daar deden wat ze konden.
Door zich in te zetten voor het verzet,
En door voor de mensen te zorgen die hen nodig hadden.

Zo zullen er ook in deze omgeving mensen geweest zijn die tijdens de oorlog voor anderen klaar hebben gestaan.
Die mensen bij zich hebben laten onderduiken,
of die een ander hebben geholpen als dat nodig was.

En wat betekent het voor ons?
Misschien dat we gastvrij zijn naar de vluchtelingen die naar ons land komen,
die uit een situatie komen zoals in Syrië.
Persoonlijk, en ook als land.
Zelfs als ons dat economisch iets kost.
Persoonlijk heb ik wat dat betreft veel respect voor de Duitse bondskanselier, Angela Merkel,
Die zegt dat Duitsland sterk genoeg is om veel vluchtelingen op te vangen,
Zelfs al krijgt ze daar veel kritiek op.

Jezus vraagt ons om niet naar anderen te kijken, naar wat zij zeggen of doen,
maar vooral naar onszelf.
Hij zegt: gelukkig ben je,
als je barmhartig bent, als je geeft om de mensen die je tegenkomt.
Dat is de houding die hij ons voorhoudt.
Laat je licht schijnen voor de mensen,
Zodat ze jullie goede daden zien,
En eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel.
We lazen daarstraks ook in de Bergrede dat Jezus zegt:
heb je vijanden lief, en bid voor wie je vervolgen.
In Jezus’ tijd zeiden de mensen: je hoeft alleen de mensen lief te hebben van je eigen volk.
Maar Jezus zegt: als jullie je vijand liefhebben,
dán zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel.
Door je vijand lief te hebben, weerspiegel je het karakter van God.
God zorgt voor goede en slechte mensen.
Hij geeft om mensen die wij zouden veroordelen, of zouden verachten.

Ik noemde net Angela Merkel als voorbeeld.
Zij werd er tijdens een vergadering van haar partij op gewezen
dat er onder al die vluchtelingen ook veel moslims zaten.
Zouden die onze cultuur niet overspoelen?
Was ze niet bang voor een islamisering?

Haar antwoord was: angst is een slechte raadgever,
zowel in het persoonlijke leven als in dat van een land.
En waarom zoveel vrees voor een andere religie?
Wie bang is voor de islam moet maar gewoon weer eens een kerkbank inschuiven.
Of de Bijbel lezen, zei ze.
Het Boek dat het nodige te zeggen heeft over vreemdelingen en over gastvrijheid.
We hebben toch de vrijheid ons eigen geloof te belijden?

Als christenen hebben we de opdracht om ook mensen die we niet kennen,
de vreemdeling, te zien als onze naaste.
Zelfs als je die nog niet helemaal vertrouwt.

Paulus zegt: als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten,
als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken.
Laat u niet overwinnen door het kwade,
maar overwin het kwade door het goede.

Naast al deze dingen, geeft ons geloof ons ook de mogelijkheid om alles wat er in deze wereld gebeurt bij God te brengen.
Het is belangrijk om te blijven bidden voor vrede.
Dat bidden we ook in het Onze Vader, als we bidden:
Laat Uw Koninkrijk komen,
Laat Uw wil geschieden,
Op aarde, zoals in de hemel.

Dat we kunnen bidden,
dat maakt ons al een stukje minder machteloos,
tegenover alles wat er op ons afkomt,
in het nieuws en in de krant.
Het geeft ons iets in handen waar ook wij iets mee kunnen doen.
Waarmee wij naast de mensen kunnen staan die leven in een oorlogssituatie.
We kunnen ze bij God brengen,
met het vertrouwen dat God bij ze is,
Zelfs als wij dat niet kunnen.

Op al deze manieren, in het klein en in het groot,
Mogen wij vredestichters zijn.
Mogen wij zout en licht zijn voor de wereld om ons heen.
Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *