Stefan Paas – Werkers van het laatste uur

Paas 2

Dit boek gaat over de vraag hoe kerken mensen die tot geloof komen welkom kunnen heten in de gemeente. Zonder dat we het vaak door hebben, spreken we als kerk alleen mensen aan met dezelfde sociologische achtergrond als wijzelf. En als mensen geraakt worden door het evangelie, en ze willen deel worden van de kerk, lopen ze er vaak tegenaan dat ze daarvoor eerst hun levensstijl aan moeten passen aan dat van de kerkmensen, die vaak veel ongeschreven regels, kledingvoorschriften en gedragscodes hebben. Daarom is het belangrijk dat we de cultuur om ons heen leren begrijpen. Mensen zijn bijvoorbeeld wantrouwend geworden tegenover het instituut, maar verlangen wel naar gemeenschap. Ze willen tegelijk vrijheid en verbondenheid. Schuldgevoel is voor hen niet meer vanzelfsprekend, maar ze schamen zich wanneer ze niet aan het ideaalbeeld van zichzelf kunnen voldoen (al zijn er ook vele mogelijkheden om dat te relativeren). Regels en normen zijn voor hen niet iets buiten zichzelf, maar iets dat ze zelf vorm moeten geven. Als christenen kunnen we daar tegenover zetten dat niet de groep (bijv. de kerk), en niet wijzelf bepalen wat goed voor ons is, maar God. Mensen zijn ook bang om gemanipuleerd te worden, en staan afwijzend tegenover autoriteit. Daarom moeten we zo duidelijk mogelijk zijn over onze bedoelingen, en op gelijke hoogte beginnen met de zoeker, niet boven hem/haar gaan staan. We mogen een lage drempel hebben, en een hoog doel. Dat betekent dat we ruimte moeten hebben voor ‘zwakken’, mensen die pas begonnen zijn met geloven. Ook zij zijn deel van de gemeente, en ze hebben ondersteuning en tegemoetkoming nodig. In de kerk moet niet ons eigen doel, maar Gods eer centraal staan. We moeten mensen de gelegenheid geven om te groeien in hun geloof, in de context van de gemeente. Dan zijn doop en belijdenis geen eindstation, waardoor je ‘binnen’ bent, maar een beginpunt, waarop je zegt: vanaf nu wil ik leren om Christus te volgen, mijn leven op Hem richten, in Hem groeien, door Hem geheiligd worden. En God wil mensen niet eerst van buiten veranderen, zoals wij graag zouden zien, maar van binnen. Dat mensen lid zijn van de gemeente hoeft dan niet meteen te betekenen dat ze meteen ouderling of diaken kunnen worden. Een ambt bekleden vraagt iets van degene die het doet. Aan wie veel gegeven is, van hem zal veel gevraagd worden.
Dat we mensen ruimte geven om te groeien, betekent niet dat we niets van ze vragen. Maar het betekent dat we genade en waarheid naast elkaar laten staan. Dat we samen met hen op zoek gaan naar wat God van ons vraagt. Daarbij is goede begeleiding, tijd en geduld van groot belang.
Als kerk moeten we niet denken in ‘binnen’ of ‘buiten’, maar mensen helpen om te groeien in discipelschap. Dat betekent dat kerken hun spiritualiteit en dagelijkse routine moeten vormen rondom doorgaande en missionair getinte leerprocessen. Vaak staan missionaire cursussen los van het gemeenteleven. Over hoe we mensen deel laten worden van de gemeente, kunnen we veel leren van de vroege kerk. Het vraagt om veel tijd, een duidelijk doel (belijdenis doen in de christelijke gemeente), om dat iemand deel wordt van de gemeenschap (door bijv. mee te gaan doen in kringen, commissies, en langzamerhand ook in de erediensten), om goede begeleiding en gebed. Het vraagt ook om begeleiding nadat mensen gedoopt zijn en belijdenis hebben gedaan. Bekering is een levenslang proces. Die weg kan samen afgelegd worden door nieuwkomers en mensen die al langer christen waren.
Missionaire cursussen zijn een mooi handvat voor gemeentes om missionair te zijn. Het is wel iets van de lange adem, en het vraagt om een goed vervolg, en om goede inbedding in de gemeente. De sfeer in de gemeente is erg bepalend voor de mate waarin mensen na een missionaire cursus doorgaan met de kerk en verder willen groeien in hun geloof.
Het laatste deel van het boek gaat over de eredienst. Stefan Paas pleit daarin dat al onze diensten zowel op zoekers als op doorgewinterde christenen gericht zijn. Dat betekent dat zowel christenen als niet-christenen God kunnen ontmoeten in de dienst. Het gaat niet om een cognitieve ervaring, of om een extatische vorm, maar om het ontmoeten van God, waardoor we ontdekt worden aan onszelf, en veranderd en vernieuwd worden. De eredienst (heel de dienst, niet alleen de preek) moet een middel zijn tot dat doel. Het betekent dat we zoeken naar Gods aanwezigheid, Christus centraal stellen, kwetsbaar en open kunnen zijn naar God en eerlijk voor Hem komen te staan, en dat er ruimte moet zijn voor gemeenschap en liefdevolle onderlinge relaties. Als onze diensten op die manier open zijn voor buitenstaanders, ook als die er niet zijn, zullen mensen vanzelf hun vrienden en kennissen uit durven nodigen. In het vervolg geeft Paas een hoop aanwijzingen hoe in de dienst en in de preek rekening gehouden kan worden met buitenstaanders.
Het einde van het boek vind ik erg mooi. Paas zegt daar dat Gods eer boven alles moet gaan in onze diensten, en het belang van de ander voor ons belang. Met elkaar mogen we dan groeien in genade en heiliging. Niet de agenda van de kerk staat dan centraal, en ook niet die van de nieuwkomer, maar we dienen de nieuwkomer om in relatie met Christus te komen. Daardoor worden ook wijzelf vernieuwd.

De begeleiding van mensen die christen willen worden heeft als het goed is zijn weerslag op de hele gemeente.
Het probleem met missionaire cursussen zoals de Alpha-cursus is dat ze vaak los staan van de gemeente. Het is best moeilijk om de mensen die daaraan meedoen later toch deel te laten worden van de gemeente. Stefan Paas laat zien dat we daarin veel kunnen leren van de vroege kerk. Daar was er een lang traject voor mensen die christen wilden worden, waarbij ze echt deel werden van de gemeente. Mensen werden steeds meer geïntegreerd in de gemeente, tot het moment dat ze gedoopt werden.
Hoe kun je dat doen in deze tijd? Paas geeft daarvoor een aantal handreikingen. Zo kun je een duidelijk traject opzetten, met als doel dat mensen belijdenis gaan doen en deel worden van de gemeente. Dat traject moet een lage drempel en een hoog doel hebben. Dat is de ene kant. Maar de andere kant is dat ook de gemeente zal moeten veranderen. Het vraagt een hoge inzet van de gemeente. Ze zal veel tijd en energie moeten stoppen in het begeleiden van deze mensen. Maar het vraagt ook om dat gemeenteleden ruimte maken voor nieuwelingen. Dat ze samen met hen een weg gaan van groeien in het kennen van God. Bekering is een levenslang proces. De kerk zal een plek moeten zijn waar mensen God en elkaar kunnen ontmoeten, en samen kunnen groeien in het kennen van Hem, in het leven uit zijn genade. Daarvoor zal ruimte moeten zijn in de erediensten. Daarvoor zal ruimte moeten zijn in kringen, waar nieuwe christenen en mensen die al langer christen zijn samen aan deelnemen.

Missionair worden: waar moet je beginnen?
Mijn worsteling hiermee is nog een beetje hoe je dit voor elkaar kunt krijgen in een bestaande gemeente. Stel je voor dat ik straks predikant word in een confessionele PKN-gemeente die de intentie heeft om missionair te zijn. Hoe voorkom ik dat ik die kar alleen ga proberen te trekken? Hoe zorg ik ervoor dat er echt ruimte komt voor nieuwkomers in die kerk, niet alleen in de vormen, maar ook in de harten van de gemeenteleden?
Het zijn best grote vragen, waar volgens mij veel predikanten zich al op hebben stukgetrokken. Toch denk ik dat ik wel een aantal dingen heb geleerd van dit boek.
Ten eerste: missionair zijn is iets van de hele gemeente. Ik kan zelf wel veel initiatieven opstarten, maar het is denk ik ook erg belangrijk om het missionaire hart van een gemeente aan te wakkeren. Ik zou kunnen beginnen met een klein groepje mensen uit de gemeente (bijv. een ouderling, een diaken, en een aantal mensen uit verschillende groepen van de gemeente), geen denktank (want vaak blijft het bij denken), maar een bid-en-doe-tank, waarin we samen praktisch aan de gang gaan om te zien wat het betekent om missionair te zijn. Samen te kijken wat er in de gemeente moet veranderen om missionair te zijn, en dat ook te doen.
Ten tweede: ruimte geven in de diensten om God te ontmoeten. Zodat diensten niet alleen een gezellige bijeenkomst zijn, of saai en cognitief, maar dat het een plek mag zijn waar mensen voor God komen te staan, Zijn aanwezigheid kunnen ervaren. Ik heb daarvoor veel gehad aan wat Stefan schreef in zijn boek. Ik denk dat ik daar voor mezelf nog een behoorlijke taak zie, om daarin te groeien.
Ten derde: een alpha-cursus te starten (als die er nog niet is), en daar van tevoren ook een duidelijk vervolgtraject voor te bedenken, waar ook gemeenteleden aan deel kunnen nemen, en om dat vervolgtraject ook op de een of andere manier te verbinden met de diensten.
Ten vierde: als ik in een dorp of een wijk predikant word, wil ik proberen om de mensen uit die plaats te ontmoeten, om te luisteren wat de dingen zijn die spelen in hun leven, wat hun vragen zijn, hoe ze God zien, en daar iets mee te doen in mijn werk.

Eigen oordeel
Er wordt veel gezegd in het boek van Paas. Veel praktische handreikingen, ook veel theologische uitspraken. Ik werd zelf het meest geraakt door het verhaal van de werkers van het laatste uur. Ik denk dat ik zelf vaak onbewust ook zo ben. Dat ik mensen eerst veranderd wil zien, eerst de ethische implicaties van het geloof vooropstel, voor het kennen van God. Stefan Paas roept ons als kerkmensen op om over onze eigen schaduw heen te stappen. Om wat wij hebben gekregen door te durven geven aan de wereld om ons heen, zonder eerst voorwaarden te stellen. Met een lage drempel en een hoog doel (ook voor onszelf trouwens). Om de eer van God centraal te stellen in plaats van onze eigen agenda. Om te accepteren dat buitenstaanders niet meteen zijn zoals wij, maar juist te leren van hun kijk op de kerk en op de Bijbel. En bovenal om hen lief te hebben, om met hen samen te groeien in de genade en in het kennen van God. Zodat we zelf ook vernieuwd mogen worden in Hem. Door deze inzichten vind ik het boek al erg waardevol.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *