De andere wang toekeren

Tekst: Mattheüs 5:38-48

Geliefde gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

Wie van jullie heeft wel eens gevochten?
Op school bijvoorbeeld, of in een andere situatie?

Ik heb zelf wel eens gevochten, al was dat niet heel heldhaftig.
Het was tijdens de pauze, op de middelbare school.
Ik ging naar een hele grote school, met 2.000 leerlingen.
In de aula, waar we lunchpauze hielden,
was het dus heel erg druk tijdens de pauze.En toen ik zat te eten,
zaten een stel jongens een tafel achter mij lege flesjes naar me te gooien.
Ze vonden dat heel grappig.
Tussen mijn stoel en hun tafel zat heel weinig ruimte.
Dus wat deed ik, zonder er goed over na te denken:
Ik schoof hard mijn stoel naar achteren,
waardoor ik de tafel in hun maag duwde.
Alleen ik overzag niet echt de consequenties:
Een hele grote jongen, die toevallig ook aan die tafel zat,
stond op, liep naar me toe, greep me vast, tilde me op,
en gooide me door de deur naar buiten.

Aan de ene kant ben ik er niet trots op, dat het zo gelopen is.
Maar ik ben wel blij mee dat ik voor mezelf opkwam,
en niet over me heen liet lopen.

Maar ja..
Dan lezen we vandaag over Jezus, die zegt:
als iemand je op de rechterwang slaat, keer hem dan ook de linkerwang toe.
Iemand de andere wang toekeren.
Wat houdt dat in?
Mag je niet terug vechten?
Moet je over je heen laten lopen?

Als je wilt begrijpen wat Jezus hiermee wil zeggen,
is het belangrijk om te weten hoe daar in de tijd van Jezus over gedacht werd.
Jezus noemt zelf al hoe dat is:
In de maatschappij waar hij leefde,
gold een regel: oog om oog, tand om tand.
Dat staat letterlijk in het oude testament.
Ook al zo’n mooi spreekwoord. Wat het betekent:
Als iemand jou een oog uitsteekt (probeer maar niet uit),
is de juiste straf om dat terug te doen.
Als iemand jou een tand uit slaat,
dan heb je het recht om dat terug te doen.

Dat klinkt ons erg naar in de oren.
Maar die regel heeft ook een bepaalde achtergrond:
Hij is bedoeld om te zorgen dat mensen niet eindeloos doorgingen met vetes,
met wraak blijven nemen op elkaar.

De Israëlische cultuur leek erg op die van veel landen in het midden-Oosten in die tijd.
In die cultuur was ‘eer’ heel belangrijk.
Als de eer van een familie geschonden was, gingen ze verhaal halen,
bij de persoon, of de familie, die ze dat aangedaan had.
En weet je wat er dan gebeurde?
Dan was die familie was dan ook weer in hun eer aangetast,
en gingen opnieuw bij de eerste familie verhaal halen.
En zo kon dat eindeloos doorgaan.

De regel “Oog om oog, tand om tand” moest daar een einde aan maken.
Een oog voor een oog, een tand voor een tand.
De straf moet in verhouding staan tot wat jou is aangedaan.
En dan moet het ook klaar zijn!
Dat was dus al een hele verbetering,
tegenover dat mensen maar door bleven gaan met wraak nemen op elkaar!

Voor de mensen tegen wie Jezus spreekt, klinkt die regel dus helemaal niet negatief.
Het was de gerechtigheid van het Oude Testament.
Deze regel perkte het geweld in.
Maar toch vindt Jezus deze regel nog niet genoeg.
Als Hij uitlegt hoe God wil dat we met elkaar omgaan,
Zet Hij er een hele nieuwe regel tegenover.
Wat hij de mensen leert, is niet: oog om oog, tand om tand,
maar: heb je vijanden lief!
En hij maakt meteen heel concreet wat dat betekent:
Als iemand jou slaat, betaal dan niet met gelijke munt terug.
Zin niet op wraak.
Keer hem de andere wang toe.

Als iemand jou in de cultuur van Israël met de vlakke hand op de linkerwang sloeg, dan deed dat niet alleen maar pijn.
Dan was dat een zware belediging.
Alsof je een slaaf was, of een ongehoorzaam kind.
Dat tastte je aan in je eer.
Het antwoord daarop was niet simpelweg terugslaan, dat was niet genoeg:
Het was dat je wraak wilde nemen.
Je wilde die ander terugpakken, zodat die net zo beschaamd werd als jij.

Door iemand de rechterwang toe te keren, zeg je in feite:
Jouw belediging raakt me niet.
Ik laat hem langs me heen gaan.
Sla me nog maar een keer. Maar dan als gelijke!
Je kiest ervoor om de belediging van je af te laten glijden,
en niet op wraak te zinnen.

Jezus zegt:
Het is beter om geen wraak te nemen, want daarin laat je zien dat jij met God wil leven.
Daarmee laat je iets van God zien!
God is geduldig. En goed.
Hij is geen God van wraak, maar van liefde.
En Jezus wil dat de mensen die Hem volgen, daar ook naar leven.
Dat ze dat weerspiegelen in hun leven.

Maar… als je die regel van Jezus écht zo zou toepassen in je leven.
Laat je dan niet ontzettend over je heen lopen?
Als je naar een psycholoog gaat,
zal die je zeggen dat dat niet goed is, om over je heen te laten lopen.
Je moet toch wel voor jezelf opkomen?
Als jij dat niet doet, wie doet dat dán?

Stel je voor: iemand doet jou onrecht.
Daar kun je zoveel voorbeelden van bedenken!

Een klasgenoot, of een collega pest jou.

Een klant betaalt je niet voor het werk dat je hebt gedaan,
omdat hij zegt dat je slecht werk hebt geleverd,
terwijl je weet dat dat niet zo is.

Iemand verspreidt leugens over jou.

Je hebt een auto-ongeluk gehad,
en de tegenpartij heeft de schuld,
maar weigert dat te erkennen.

Iemand heeft nagelaten om iets te doen wat hij of zij jou beloofd heeft.

Stel dat je de keuze had: om over je heen te laten lopen, of om het met gelijke munt te betalen.
Wat zou jij doen?
Wat dóe jij?

Ik denk dat er mensen zijn die van nature meer geneigd zijn om over zich heen te laten lopen,
en dat er mensen zijn die juist de neiging hebben om er vol in te gaan,
en hun recht willen halen, en de ander terug willen pakken!

Het heeft er misschien ook mee te maken hoe je bent opgevoed.
Wat voor voorbeeld je zelf, vanuit huis, hebt meegekregen.

En toch vraag ik me oprecht af of wat Jezus bedoelt,
met dat je je andere wang toe moet keren,
is dat je over je heen moet laten lopen.

De dingen die Jezus aan de mensen leert,
Over hoe je hoort te leven, hoe je met anderen om hoort te gaan,
Gaan niet alleen over ons.
Ze vertellen in eerste instantie hoe hij zelf met anderen leefde.
En Hij wil dat wij daarin op Hem lijken.
Want hoe hij leefde, laat zien hoe God zelf is.
Wat God belangrijk vindt.

Als je het leven van Jezus zelf als voorbeeld neemt.
Vind je dat hij over zich heen heeft laten lopen?

Je zou kunnen zeggen van wel.
Jezus deed namelijk nooit iemand kwaad.
Hij heeft niemand geslagen.
Geen leugens verteld.
Als hij werd beschuldigd, betaalde hij nooit met gelijke munt terug.

Zelfs toen hij door de rechter Pilatus werd ondervraagd,
en de mensen hem er vals van beschuldigden dat hij God zou hebben gelasterd,
Verdedigde Jezus zichzelf niet.
Hij werd onschuldig ter dood veroordeeld.

En je zou kunnen zeggen: hij liet dat gebeuren!
Want hij had er ook voor weg kunnen lopen.
Zich stil kunnen houden toen andere mensen aanstoot aan hem namen.
Of zichzelf kunnen verdedigen.
Maar dat deed hij niet!

Zelfs toen hij aan het kruis hing, toen de mensen hem uitscholden, bad hij:
Vader, vergeef het ze, want ze weten niet wat ze doen!
En toch vind ik niet dat Jezus over zich heen heeft laten lopen.
Want er is geen plek in de evangeliën te vinden waarvan je kunt zeggen dat Jezus een blad voor zijn mond nam.
Hij zei altijd waar het op aan kwam.
Je kunt ook niet zeggen dat Jezus nooit boos werd.
Hij maakte de farizeeën en Schriftgeleerden voor van alles uit:
addergebroed, huichelaars!
Omdat hij oprecht boos op ze was!
Omdat hij vond dat ze de mensen misleidden.

En toen hij in de tempel kwam, in Jeruzalem,
en zag dat het geen plek was waar God werd aanbeden,
maar waar alles om geld ging,
pakte hij een zweep,
en joeg iedereen weg!

En hij liet het toe dat de mensen hem ter dood brachten.
Maar daar bleef het niet bij:
hij stond ook op uit de dood!
Hij overwon de machten van het kwaad.
Juist door zich onschuldig ter dood te laten brengen.
Hij overwon de dood.

En als je naar zijn volgelingen kijkt,
dan waren dat echt niet allemaal mensen die niet voor zichzelf op durfden te komen.

Als Petrus in het boek Handelingen met de dood bedreigd wordt,
omdat hij de mensen over Jezus vertelt,
zegt hij tegen de mensen die dat doen:
ik ben niet bang voor jullie!
Ik ga gewoon door!
Als Paulus, die gevangen zit, voor een koning wordt gebracht,
die wil horen wat de beschuldigingen tegen hem zijn,
zegt Paulus, met boeien om zijn handen,
en de mogelijkheid dat hij de doodstraf krijgt,
ronduit tegen die koning:
ik zou wel willen dat u ook christen werd!
Je andere wang toekeren is niet hetzelfde als over je heen laten lopen!

Maar je andere wang toekeren staat wel tegenover ‘oog om oog, tand om tand’.
Of nog erger: wraak nemen om het wraak nemen.
Het is: kwaad niet met kwaad willen vergelden.
Maar er iets goeds tegenover zetten.
Dat getuigt juist van heel veel kracht. Heel veel moed!
Dat is het tegenovergestelde van over je heen laten lopen.
Het is haat niet met haat beantwoorden, maar met liefde.

Ik ga jullie nu heel even aan het werk zetten.
Ik wil jou vragen, om samen met je buurman of buurvrouw eens kort na te denken of je zelf een situatie zou kunnen bedenken waarin jij een andere wang toe zou kunnen keren.
Denk daar samen eens kort over na.

Als Jezus zegt: keer iemand de andere wang toe,
dan vraagt hij van ons om onze vijanden lief te hebben.

Paulus schrijft daar ook over, in de brief aan de Romeinen, hoofdstuk 12:

17Vergeld geen kwaad met kwaad,
maar probeer voor alle mensen het goede te doen.
18Stel, voor zover het in uw macht ligt, (voor zover je dat kunt),
alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven.
19Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: ‘Het is aan mij om wraak te nemen, ik zal vergelden.’
20Maar ‘als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. Dan stapelt u gloeiende kolen op zijn hoofd’.
(Dan gaat hij zich schamen om wat hij heeft gedaan).
21Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.

Overwin het kwade door het goede.
Dat is dus iets heel anders dan over je heen laten lopen.
Het is: niet zelf wraak nemen.
Geen vergelding zoeken voor kwaad dat jou is aangedaan.
Niet iemand net zoveel pijn willen doen als die jou heeft gedaan,
hoe verleidelijk dat ook is.

Jezus, en ook Paulus, roepen ons op om tegenover kwaad juist iets goeds te zetten.
Om onze vijanden lief te hebben.
Dat is niet hetzelfde als ontkennen dat iemand jou pijn heeft gedaan, of verdriet, of onrecht.
Het is ook niet over je heen laten lopen.
Maar het is wel: de boosheid van een ander, het kwaad van een ander,
beantwoorden met een verbazingwekkende liefde.

Als je vijand honger heeft, lach hem niet uit: geef hem te eten.
Als hij dorst heeft, geef hem geen trap na: geef hem te drinken.
Niet om te laten zien hoe goed je bent.
Maar om Gods liefde te weerspiegelen.

Om zó met andere mensen om te gaan, dat is makkelijk gezegd,
maar om dat in de praktijk te brengen is écht heel erg moeilijk!
Jezus zegt niet voor niets dat je de andere wang toe moet keren.
Hij zegt dat omdat hij weet dat het moeilijk is.

Het staat in de bergrede,
Waarin Jezus heel veel moeilijke opdrachten en regels geeft,
met dingen waar wij ons nooit allemaal aan zouden kunnen houden.
Dan zouden we supermensen moeten zijn.
Dan zouden we net als Jezus moeten zijn.

En toch is dát de standaard die Jezus ons voorhoudt.
Omdat dat is hoe God wil dat wij leven.
Omdat dát de enige manier is waarop deze wereld kan zijn zoals Hij dat bedoeld heeft.

Ook al ís het voor ons moeilijk om dat te doen,
om dat in de praktijk te brengen,
Misschien zelfs onmogelijk,
Het is toch wat Jezus van ons vraagt.
Het is wat Hij ons zelf voorleeft.
En dat kost Hem alles, als Hij dat ons voorleeft.

Geen kwaad met kwaad vergelden.
Keer je andere wang toe.
Dat is niet zoetsappig, of naïef.
Je laat niet over je heen lopen.
Het is de moeilijkste opdracht die er is.
Het is boosheid, kwaad, onrecht, beantwoorden met liefde.
Als je dat doet, dan mag je daarmee iets laten zien van Gods liefde.

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *