Van Jezus leren

Tekst: Mattheüs 4:17-23

Geliefde gemeente van Jezus Christus, lieve mensen,

Rond 400 Christus leefde er een man in Egypte, en zijn naam was Pachomius.
Pachomius was eerst nog geen christen, maar hij komt in contact met christenen,
en bekeert zich tot het christelijk geloof.
Hij is heel toegewijd.
Hij leert veel over de Bijbel, en groeit in zijn geloof.
Na verloop van tijd besluit hij om zijn leven helemaal aan God te wijden,
en monnik te worden, en zich terug te trekken in de woestijn.

Hij was een van de velen dat deden in zijn tijd:
Hij was een van de woestijnvaders.
Wijze monniken die in de woestijn een teruggetrokken bestaan leefden.
Andere mensen konden daar bij ze op bezoek gaan,
als ze op zoek waren naar wijsheid, of raad.

Pachomius wil wat hij heeft geleerd over God,
en wat hij in de stilte ontdekt over God, graag met anderen delen.
Daarom ontvangt ook hij een aantal jonge mannen,
En die vragen hem of hij hun mentor wil zijn in het geloof.
Hij vraagt ze bij hem te komen wonen,
zodat zij vanuit de eerste hand mee kunnen maken,
hoe het is om als monnik te leven,
zodat zij het ongedwongen en zonder verplichtingen van heel dichtbij kunnen proeven.
Hij gaat er van uit dat, als ze zien hoe hij leeft,
ze daar vanzelf ook van onder de indruk raken,
en dat ze vanuit zichzelf de discipline zullen oppakken om zelf ook als monnik te gaan leven.

Alleen dat is heel mooi gedacht. Maar daar komt niks van terecht.
De jonge mannen die bij hem zijn vinden het wel makkelijk:
Pachomius doet al het zware werk, hij doet de gebeden,
zij kunnen doen wat ze dat zelf willen.
Ze groeien helemaal niet. Ze worden juist lui. En afhankelijk.
Pachomius blijft ze liefdevol aansporen om deel te nemen aan zijn dagelijkse werk, en aan de gebeden.
Maar er gebeurt niks. En zo gaat dat jaren door,
Totdat hij na een paar jaar merkt dat zijn gasten zelfs op hem neer zijn gaan kijken.
Wat er ook gebeurt: ze willen zeker niet worden als hij!
Dan moeten zij al dat zware werk doen!

Daarom besluit hij om een aantal spelregels in te stellen,
voor mensen die van hem willen leren.
Ze moeten deelnemen aan het werk, en meedoen met de gebeden.
En zo ontstaat de eerste kloosterorde.
Een kloosterorde, dat zijn regels voor het leven in een klooster.
En je zou verwachten: dat jaagt mensen weg,
Maar het gevolg is juist dat zijn gemeenschap begint te groeien!
En ook andere gemeenschappen die het op die manier doen!
Blijkbaar werpt deze methode zijn vruchten af!
En als hij sterft, dan zijn er honderden kleine kloosters in Egypte,
die werken op de manier die hij heeft bedacht.

Een docent van mij zei regelmatig:
wat niks kost, kan ook niks zijn!
Als je iets van mensen verwacht, dán neem je ze ook serieus.

Als je op voetbal zit, dan heb je twee keer per week training.
En op zaterdag heb je een wedstrijd.
Toch hoor je er nooit iemand over klagen.
Ik zie dat aan de jongeren bij mij op de catechisatie:
die willen altijd, koste wat kost, bij die training zijn! Dat vinden ze zelf belangrijk.
Want je weet, dat als je nooit op de training komt, dat je je dan ook niet ontwikkelt.
Dat je verliest, omdat je niet in vorm bent.
Of je trainer zegt: blijf jij ook bij de wedstrijd maar aan de kant zitten.

Zo is het ook met het klooster van Pachomius:
pas als er echt iets gevraagd wordt van de mannen die bij hem zijn gaan wonen,
dan gebeurt er iets met ze.
En willen ze zich inzetten.
En ze gaan groeien in hun geloof.
En nou is de spannende vraag: hoe zit dat met jou en mij?
Worden wij genoeg uitgedaagd om te groeien in ons geloof?
En hoe kunnen wij dat doen?

Jezus vraagt van Simon en Andreas, Jakobus en Johannes,
om achter Hem aan te gaan.
Vraagt hij dat ook van ons?
Daar wil ik het vandaag met jullie over hebben.
Wat betekent het nou om leerling van Jezus te zijn?
En misschien dat dat wel iets heel anders is,
dan je nu op dit moment in gedachten hebt!

Jezus loopt langs het meer, en ziet twee mensen die aan het vissen zijn.
Ze werpen net hun net uit in het meer.
Simon en Andreas, twee broers.
En dan zegt Jezus, het klinkt zo eenvoudig:
Kom, volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken!
En ze laten hun netten achter in het water, en ze volgen hem.

Ze lopen verder, en dan komen ze bij nog een boot,
waar een vader en twee zoons de netten aan het herstellen zijn.
Mijn oma, die is opgegroeid in Scheveningen,
die vertelt soms over dat ze dat vroeger moest doen,
als de vissersschepen terug waren gekomen in de haven.
De netten waren over de bodem gesleept,
en soms bleven ze ergens achter haken:
achter een steen, of achter rommel.
En dan kwam er een gat in.
En dat moest natuurlijk hersteld worden,
Want anders konden de vissen daardoor weer uit het net zwemmen!

En die twee broers, Johannes en Jakobus, zijn daar net mee bezig,
Gewoon met hun dagelijkse leven, en dan roept Jezus ook hen.
En ook zij laten ook hun boot, en de kapotte netten,
en zelfs hun vader Zebedeüs achter,
en gaan achter Jezus aan.
Het blijft wel een bijzonder verhaal, zelfs een merkwaardig verhaal.
Het roept zoveel vragen op, waar we het antwoord niet op weten!
Zouden ze niet gedacht hebben: kan dat überhaupt wel?
Zouden ze niet gedacht hebben: waar moeten we dan van leven?
Wie neemt het bedrijf over van onze vader?
Wie is deze man, dat hij ons roept?
Of kenden ze hem misschien al, hadden ze hem al eens ontmoet?

Jezus roept ze, omdat hij zegt dat hij vissers van mensen van ze wil maken,
Maar op dat moment hebben ze geen idee van de implicaties van wat hij zegt.
Van wát het nou precies ís, waar Jezus ze voor roept.
Als ze dat hadden geweten,
zouden ze het dan wel gedaan hebben?
Want het ís nogal wat, wat Jezus van ze vraagt.
Hij vraagt ze om hun zekerheid los te laten.
Hij doet een aanspraak op hun leven.

Het werk als visser in die tijd was geen vetpot, en het was hard werken,
maar: je had wel zekerheid!
Er was altijd genoeg vis in het meer van Galilea, dat was heel rijk aan vis,
en er waren altijd wel genoeg mensen die de vis wilden kopen.
En nu vraagt Jezus van ze om dat stuk zekerheid, dat ze hadden in hun leven,
Al generaties lang, om dat ineens achter zich te laten,
en een hele nieuwe richting in te slaan.
Om vanaf nu aan niet meer te werken als visser,
maar om van hem te leren hoe ze vissers van mensen kunnen worden.

Waar gaat dit verhaal over?
En welke aanspraak doet Jezus op óns leven?
Wat betekent het voor ons, om achter Jezus aan te gaan?

De bekende Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer, die zei eens:
Wij begrijpen Jezus niet,
wanneer we maar een bepaald deel van ons leven voor hem reserveren.
Als we maar een klein stukje van ons leven aan Hem geven.

En dit is wat hij daarmee bedoelt:
Ons leven bestaat uit allemaal domeinen.
Uit allemaal verschillende stukjes.
Je gezin, je werk, je school, je hobby’s, je vrienden, je familie.
Dat zijn allemaal stukjes, die, voor het grootste deel,
allemaal los van elkaar functioneren.
Soms is er wel overlap, maar ze kunnen ook heel goed naast elkaar bestaan,
Zonder dat ze iets met elkaar te maken hebben.
En je geloof, dat is ook voor ons zo’n stukje, zo’n domein.
Geloven is in deze tijd meer een keuze dan vroeger,
omdat het van je vraagt om er specifiek ruimte voor te maken,
naast alle andere dingen.
Je zou geloven, en de kerk, dat klinkt misschien een beetje oneerbiedig,
Je zou het bijna als een hobby kunnen zien.
Iets waarvoor je kiest om een deel van je tijd aan te besteden.

Maar het is de vraag of het ooit zo is bedoeld.
Of wij het daarmee ergens niet heel erg tekort doen.
En misschien onszélf daarmee niet heel erg tekort doen.
Als je geloven ziet als: op zondag naar de kerk gaan.
Of: deelnemen aan activiteiten in de kerk. Bijvoorbeeld een gemeenteavond.
Of: lid zijn van de kerkenraad.

Geloven is iets dat nooit bedoeld is om maar een klein stukje van je leven te omvatten.
Geloven, dat betekent dat wij ook leerlingen van Jezus mogen zijn,
En dat ons hele leven in het teken daarvan mag staan.

De kerkdienst, en andere activiteiten, dat zijn ‘oefenplekken’.
Zoals de training, bij de voetbal.
Dat zijn plekken waar je Bijbelverhalen hoort. Waar je met elkaar bidt.
Waar je geprikkeld wordt om over je geloof na te denken. Als het goed is.
Maar de ‘wedstrijd’ is je hele leven!
Je wordt uitgedaagd, om daar een leerling van Jezus te zijn.
En het is niet zo dat leerling zijn van Jezus vanzelf wel komt als je kerkelijke activiteiten met elkaar organiseert en bezoekt.
Het is juist andersom!
De kerk ontstaat waar wij samen, met elkaar, leerlingen van Jezus zijn.

Jezus ging niet naar Simon en Andreas, en Jakobus en Johannes, en de acht anderen, en zei:
willen jullie vrijwilliger worden in mijn organisatie?
En die voor mij draaiende houden?
Of willen jullie daar lid van worden?
Jezus riep ze om achter Hem aan te komen. Om Hem te volgen.

Alleen ik zei net: leerling van Jezus zijn, is iets heel anders dan wij vaak denken.
Want er is best een groot misverstand:
Achter Jezus aan gaan, leerling van hem zijn, dat gaat niet om heel veel doen.
Heel veel dingen moeten. Juist niet!
Dat klinkt gek, want in de kerk zijn dat woorden die wij wel vaak gebruiken.
Je moet je verantwoordelijkheid nemen.

Jezus zegt:
Kom tot mij, als je vermoeid en belast bent, en ik zal je rust geven.
Neem mijn juk op je en leer van mij,
want ik ben zachtmoedig en nederig van hart.
En je zal rust vinden voor je ziel,
want mijn juk is zacht, en mijn last is licht.

Je kunt zeggen: ik heb het zo druk,
ik heb geen tijd om met God en met Jezus bezig te zijn. Mijn hoofd zit zo vol!
Maar de oproep van Jezus om van hem te leren,
is juist gericht aan mensen die vermoeid, en belast zijn.
Aan mensen met een vol hoofd!
Het gaat niet om heel veel moeten, heel veel doen.
Het gaat om leven uit de kern, uit waar het echt om gaat.
Dat je de rust, die je zoekt, bij God mag vinden.
Jezus volgen, dat heeft vooral te maken met leven met open handen.
De kunst van het ontvangen is misschien nog wel belangrijker dan de kunst van het geven.
Genade is echt het belangrijkste woord in ons geloof.
Leerling zijn van Jezus is een oefening in ontvangen.

Toch blijft dat best wel zwaar klinken: leerling van Jezus zijn.
Misschien denk je wel: dat is vast hartstikke moeilijk.
Dat is alleen iets voor hele goede gelovigen!
Voor mensen die precies weten wat het allemaal inhoudt, wat je allemaal moet doen.

Maar dat is nou juist het allermooiste aan het verhaal dat we vandaag hebben gelezen.
Jezus roept ons niet omdat we heel veel Bijbelkennis hebben.
Of omdat we geweldige competenties hebben.
Sterker nog: over het algemeen, als je in de Bijbel leest,
dan kiest God juist die mensen uit,
waar je het nooit van zou verwachten!

Zoals vier eenvoudige vissers!
Zonder opleiding. Ze konden waarschijnlijk niet eens lezen en schrijven.
Zonder echte competenties, behalve vissen.
Misschien dat ze niet eens heel vaak naar de synagoge gingen, om te bidden.
Er staat nergens dat ze, voordat ze Jezus ontmoetten,
Hele vrome, gelovige mensen waren!

Er zijn mensen die Jezus had kunnen roepen, die zoveel geschikter waren!
Wat dacht je van de Farizeeërs, die juist wel heel veel Bijbelkennis hadden?
Of priesters, die al altijd met hun geloof bezig waren?

Maar Jezus roept deze vier vissers.
En waar andere mensen misschien allemaal bezwaren hadden opgeworpen,
Durven zij die stap te zetten.
Om achter Jezus aan te gaan,
Om alles achter zich te laten.

En nou komt het mooiste:
Als leerlingen van Jezus hoefden zij bijna niets te doen.
Ze hoefden alleen maar met Hem op te trekken.
En van Hem te leren. Dat is wat leerling zijn is!

Jezus nam ze mee.
Waar Hij heen ging, daar gingen zij ook heen.
Hij leerde ze om te bidden.
Hij leerde ze om op God te vertrouwen.
Ze leerden niet alleen van zijn woorden, maar ze zagen ook wat hij deed,
En daar leerden ze ook van.
Hoe Hij van mensen hield.
Hoe Hij mensen door verhalen een spiegel voorhield,
ze liet zien dat hoe God denkt, en doet,
vaak heel anders is dan mensen denken, en doen.
Dat God hele andere dingen belangrijk vindt.

Ze leerden Jezus steeds meer kennen als de Zoon van God.
Ze zagen hoe Hij zo van de mensen hield,
dat Hij bereid was om zijn leven voor ze te geven.
Hoe Hij God in alles wilde gehoorzamen, zelfs al kostte hem dat alles.
Ze waren getuige, van hoe Hij stierf.

En ze mochten getuige zijn van iets dat hun leven, en alles wat ze geloofden,
Totaal op zijn kop zette:
dat Jezus opstond uit de dood.

Ze werden niet gevormd doordat ze heel veel kennis hadden.
Of dat ze jaren moesten studeren op moeilijke Bijbelteksten.
Ze leerden door tijd met Jezus door te brengen.
En zich over Hem te verwonderen.

En zo is het ook voor ons.
Leerling van Jezus zijn, daar is niks theoretisch aan!
Daarvoor hoef je niet eerst de hele Bijbel te kennen.
Of perfect te kunnen bidden.
Je hoeft er niet al jaren een hele trouwe kerkganger voor te zijn.
Geloven is niet: heel veel doen voor God. Dat denken wij vaak!
Geloven is juist: ontvangen, leven vanuit Gods genade,
zijn Geest jou laten veranderen.
Meer als Jezus worden.
Zijn leven in jou laten groeien.
Dingen die dat in de weg staan, door God weg laten halen.

De kern waar het om gaat is niet ‘verantwoordelijkheid om de boel draaiende te houden’.
De kern is dat wij, op deze plek, meer over God te weten willen komen.
Te weten willen komen hoe Hij wil dat wij leven.
Wat Hij van ons vraagt.
En ook: om te leren om ontvankelijk zijn.
Om Hem uitnodigen om zélf aan de slag te gaan in ons leven.
Niet alleen dat stukje op zondag.
Maar in ons hele leven.
Ook in ons gezin.
Op ons werk.
Ook op onze sport.

Leerling van Jezus zijn, dat is vooral ‘navolgen’. Nadoen.
En dat is een proces, waar je in mag groeien.
Je bent onderweg, als leerling van Jezus. Je trekt met hem op.
De eerste christenen werden niet voor niks ‘mensen van de weg’ genoemd.

Je mag groeien,
door net als de leerlingen van Jezus,
tijd met Hem door te brengen.
Door, alleen en met elkaar, te luisteren naar verhalen over Jezus,
en verhalen uit de Bijbel,
en zo aan de ene kant Hem beter te leren kennen,
en aan de andere kant je leven een spiegel voor te laten houden.

Je mag ook groeien door er heel eenvoudig om te vragen.
God, wilt U mij helpen om te zien wat U belangrijk vindt?
Wat U van mij vraagt?
En je mag groeien door de dingen die je leert,
ook heel concreet toe te passen in je leven.
Als je in de kerk hoort over: je andere wang toekeren.
Hoe kun jij dat zelf doen, in je dagelijkse leven?
Als je in de kerk hoort over: je naaste liefhebben.
Hoe geef jij dat praktisch vorm?
Als je in de kerk hoort over iets wat jou raakt. Waar je heel veel aan hebt.
Houd je dat voor jezelf, of durf je het daar eens met iemand over te hebben?

In een boek van C.S. Lewis kwam ik eens een mooi beeld tegen:
Dat God is als een Vader,
die ontzettend blij is als zijn kind zijn eerste stapjes zet.
Maar die natuurlijk hoopt dat het daar niet bij blijft!
Hij hoopt dat het kind mag uitgroeien tot een volwassen man, of vrouw,
die stevig in zijn of haar schoenen staat!

De woorden van Jezus, ‘kom achter mij aan’,
Dat zijn ook woorden die jou en mij uitdagen.
Om écht naar Hem te luisteren.
Écht achter hem aan te gaan.
Van Hem te leren.
Tijd met Hem door te brengen.

Misschien is het goed om jezelf af en toe die vraag eens te stellen:
Wat heb ik nodig om te groeien, als leerling van Jezus?
Alleen, of samen met anderen?
Verlang ik daar wel naar?
En wat doe ik ermee?

Of om eens achteruit te kijken, om te zien:
Wat héb ik de afgelopen tijd geleerd over God?
Welke rol geef ik Hem in mijn leven?
Een stukje? Of speelt Hij de hoofdrol?

Amen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *